Meditatie
Op het land mijns volks zal de doorn en de distel opgaan, ... totdat over ons uitgegoten worde de Geest uit de hoogte. (Jesaja 32 : 13a en 15a.)
In het gedeelte waaruit ons Schriftwoord gekozen is wordt door de profeet Jesaja het oordeel des Heeren over Israël uitgesproken. Dit oordeel Gods zal de doorn en de distel doen opgaan op het land van 's Heeren volk. Dit land was een rijk en vruchtbaar land en werd daarom genoemd het land van melk en honing vloeiende.
Ons Schriftwoord werd gesproken tot de geruste vrouwen, voor wie het komende gericht als een niet verwachte mogelijkheid het volk Israël zou treffen. In haar gedachtengang kwam deze mogelijkheid niet eens op; want hoe zou God het kunnen toelaten, dat het door Hem aan Zijn volk gegeven land een verlaten en vertreden oord kon worden. Het was voor deze geruste vrouwen onmogelijk dat Israels God eigenhandig zou afbreken datgene dat Hij had gebouwd en zou uitrukken datgene dat Hij had geplant. Nu komt temidden van deze valse rust het woord van de profeet een gebeuren aankondigen, waardoor het land van melk en honing vloeiende zou worden tot verlatenheid en verwoesting. Inplaats van tot rust roept hij op tot heilige verontrusting. Rouwklagen en smart zou worden gevonden daar waar nu zorgeloze rust werd aangetroffen. Het bevoorrechte Israël, eens door de naburen benijd, zou beklaagd worden wegens haar droevig lot. Het gedenken aan vroegere heerlijkheid zou de smart vermeerderen en vergroten.
Dit opgaan van de doorn en de distel over het land van 's Heeren volk spreekt van het bezoeken Gods van de zonde van Zijn volk.
Mijn lezer, wordt nog niet door Gods Woord valse gerustheid verstoord? IJdele vreugde wordt wreed verstoord en in het opgaan van de doorn en de distel gaat menig bevoorrechte positie aan klagen en beschuldigen. Ook nu komt de Heere elke valse gerustheid ontnemen en moet Zijn volk leren elk houvast in haarzelf verliezen. Dit opgaan van de doorn en de distel leert God kennen als de God die de zonde Zijns volks niet onbezocht laat, maar bezoekt door de kastijding van Zijnentwegen. Daarom wordt in alle tijden ervaren het berijmde lied uit het boek der Psalmen:
'k Schatte mij geheel verloren 'k Mocht van geen vertroosting horen (enz.) (Ps. 77:2).
In het woord: tot dat over mij uitgegoten worde de Geest uit de hoogte, wordt het komende gericht begrensd. Dit uitgieten van de Geest staat tegenover het opgaan van de doom en de distel. Daardoor zal het verlaten oord weer een vruchtbare vlakte worden. De woestijn en de wildernis gaan bloeien inplaats van twist zal er vrede zijn. Een heerlijke toekomstvoorspelling waarin gerechtigheid een grote plaats inneemt, wordt door Jesaja Israël gegeven. De toorn des Heeren zou Zijn volk wel treffen maar niet verdelgen. Haar tranen zullen worden afgedroogd. Haar rouwklacht zal verstommen, wanneer de Geest uit de hoogte over baar wordt uitgestort. Hier wordt ons duidelijk gezegd, dat de kastijdende roede niet zoekt te doden, maar te behouden. Inplaats van het opgaan van de doom en de distel, zal Hij geven de zegen des Geestes. Dan wordt daar op het land van 's Heeren volk gevonden de gerechtigheid inplaats van de werken der ongerechtigheid, het leven der dankbaarheid inplaats van het leven der slordigheid. Dit opbloeien zal niet leiden tot zelfgenoegzaamheid en zelfvoldaanheid, maar tot ootmoedigheid en kleinheid.
De Heer wou mij wel hard kastijden, maar stortte mij niet in de dood (enz.) (Ps. 118:9).
Heerlijk is dit bloeien van het land mijns volks, waar door de Geest uit de hoogte niet meer gevonden wordt de doorn en de distel. In deze weg komt de heerlijkheid van dit land alleen op naam te staan van Hem door wiens Geest deze heerlijkheid werd gewerkt. Het volk Gods leert waarlijk zó wel al het leven der dankbaarheid, waarin de vruchten van de Geest uit de hoogte gevonden worden, op eigen naam te zetten. De heerlijkheid dezer vruchten wordt gevonden in het verheerlijken van de Heere. Zo wordt er niet geleefd voor zichzelf, maar tot eer en heerlijkheid van de Heere. Daarin toch ligt de ware bestemming en daarom ook de ware innerlijke harmonie van de mens, die eens geschapen is in volle gerechtigheid en heiligheid.
Mijn lezer, was er geen afval van God er was ook geen opgaan van de doorn en de distel op het land van 's Heeren volk. Hoe wordt het uitgieten van de Geest uit de hoogte op dit land een onverdiende en verbeurde zegen van boven. Het Schriftwoord wil ons dus spreken van een niets vinden in de mens maar een alles vinden in God voor een volk dat de dood en de ondergang van die God verdiend had.
Wat een rijk woord wil dit Schriftwoord zo voor ons zijn. Geen gronden in de mens maar wel de enige grond in God. Daardoor mag het ook ons worden gezegd, dat in Hem te vinden is wat wij nodig hebben tot waarachtig geluk. Juist omdat er in ons niets te vinden is, is er voor ons in Hem, die Zijn Zoon niet heeft gespaard, alles te vinden. In Hem is te vinden niet alleen vergeving der zonden, maar ook de Geest uit de hoogte waardoor de wildernis gaat bloeien. Hebt gij Hem als zodanig nodig leren krijgen maar ook leren kennen? Dan verstaat gij in beginsel dat waar geluk en God verheerlijken onlosmakelijk bij elkander hoort. Het leven van de ware christen laat zich vinden in de beide tafelen van Gods Wet. Het „Gij zult" wordt dan niet gekend als een ijzeren wet van moeten, maar als een zacht juk van mogen door de Geest uit de hoogte; Hier op aarde zal tot eigen droefheid en smart het niet verder komen dan een beginsel der gehoorzaamheid, maar als eenmaal voor de doorn en de distel geen duimbreed grond meer overblijft, zal het groot maken van de Heere door Zijn volk op het door Hem gegeven land verheerlijken Zijn goedertierenheden.
Des Heeren werken zijn zeer groot. Wie ooit daar in zijn lust genoot, doorzoekt die ijv'rig en bestendig (enz.) (Ps.111 : 2).
(Kampen)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's