De prediking van Gods Woord en de bevinding des geloofs
VI
Het nut van de bevinding. Tenslotte wil ik nog, in navolging van onze catechismus, de vraag stellen: Wat nut ons nu de bevinding des geloofs? En dan geeft Rom. 5 : 4 en 5 ons het antwoord: „ .... de bevinding (werkt) hoop, en de hoop beschaamt niet omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons is gegeven". Bultmann in het Theologisches Wörterbuch wijst er op dat het Griekse woord elpis (=: hoop) anders gevuld is dan het Bijbelse woord. En datzelfde onderscheid is er nog tussen ons woord voor hoop en het Bijbelse.
Het Griekse woord elpis, zegt Bultmann, is een vooruitzien met vertrouwen, maar dat dan rust op en rekening houdt met aanwezige factoren. Daar zit dus een onzekerheidselement in. Want als de aanwezige factoren te kort schieten, is de hoop ijdel.
Anders is het in Gods Woord en in de beleving van Gods Kerk.
Als Abraham zijn zoon gaat offeren, heeft hij al heel wat meegemaakt. Door de geloofsbevinding in het ontvangen en geboren worden van zijn zoon heeft hij op God leren hopen daar hij, als hij zijn hoop op de vervulling van Gods belofte gebouwd had op de aanwezige factoren, hij geen enkel houvast gehad zou hebben. En als hij nu de berg beklimt en zijn zoon vraagt: vader, waar is het offer, antwoordt hij, sprekende uit de hoop die hij heeft op zijn God, zonder enig houvast in de aanwezige factoren: „de Heere zal het voorzien". En de hoop beschaamt niet. Die hoop n.l. die in het hart is omdat de liefde Gods in het hart is uitgestort. Die hoop, werkende door de liefde, verwacht alles alleen van de Heere. In de geloofsbeleving heeft men geleerd zijn verwachting niet te stellen op aanwezige factoren, of het nu Egypte is of prinsen. David roept het uit: „Mijn hoop is alleen op U".
Nu ligt hier wel een gevaar. Want het komt vaak voor dat de zaak omgedraaid wordt. Dan gebeurt het dat men gaat bouwen op de bevinding en zegt men: omdat ik dit en dat ervaren heb, zal God wel zo en zo doen. Dan is de bevinding de grond der hoop en niet hetgeen men in de weg van bevinding geleerd heeft. Ook dan gaat men heimelijk bouwen op en rekening houden met aanwezige factoren en is het geen Bijbelse hoop meer.
En de bevinding werkt hoop. Als men in zijn persoonlijk leven Gods genade heeft mogen ervaren, dan is de heerlijke vrucht de heilszekerheid, die de Heilige Geest werkt in het hart. Daar rust het anker der hoop in Christus. Daar heeft men langs en door de weg van beproeving geleerd het anker der hoop niet in zich, niet in het schip te houden. Want dat geeft geen zekerheid. Het anker moet getrokken worden in de rotsgrond, buiten het schip, in Jezus Christus. En dan kan en mag het schip nog wel bewogen worden, dan kan men in het standelijke leven nog al eens een keer heen en weer geworpen worden, maar de staat ligt vast in het borgwerk van Jezus Christus die in het hart de verzegeling des Geestes geeft, zodat het hart uit de vruchten des geloofs zeker geworden is van Gods ver kiezende Uefde in Christus. Daar is de roeping en de verkiezing vast gemaakt omdat de ziel langs de weg der beproeving mocht komen tot de vaste hoop die er is voor degenen die in Christus Jezus zijn.
Daarom ligt er voor Gods Kerk in de bevinding des geloofs, die de heerlijke vrucht van de hoop, van de geloofszekerheid met zich brengt, zon grote en heerlijke troost.
Literatuur.
1. L. H. v.d. Meiden: Wat is bevinding? Delft, 1951.
2. Prof. dr. A. A. van Ruler: De bevinding in de prediking; in: Schrift en Kerk. Een bundel opstellen van vrienden en leerlingen, aangeboden aan prof. dr. Th. L. Haitjema. Nijkerk, 1953, blz. 161-187.
3. Artikel in Chr. Encyclopaedie, 1925 over „Bevinding" door dr. K. Dijk.
4. C. Veenhof: Predik het Woord. Goes, z.j.
5. Dr. S. v. d. Linde: Betekenis der bevinding in „Trouw" d.d. 1 okt. 1955.
6. H. Visscher: Het mystieke element in de bediening des Woords. Zeist, 1929.
7. Th. L. Haitjema: Prediking des Woords en bevinding. , Wageningen, 1950.
8. Ds. W. de Brujin: Voorwerpelijke-onderwerpelijke prediking. Huizen, z.j.
9. I. Kievit: Het krijgen van woorden of texten. Huizen, z.j.
10. I. Kievit: Voorwerpelijke-onderwerpelijke prediking. Eisch der Heilige Schrift. Huizen, 1936.
11. Dr. J. van Genderen: Het practisch Syllogisme. Alphen aan den Rijn, 1954.
12. Prof. A. A. V. Ruler: Bevinding in: Kerk en Theologie I, 2, blz. 72vv.
13. Idem: V, 3, blz. 130v: Licht- en schaduwzijde in de bevindelijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's