De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

10 minuten leestijd

In Edinburgh en St. Andrews — Het congres van de internationale Raad van Christelijke Kerken (I.C.C.C.) op Woudschoten — Het Schriftgezag in gesprek — Wens om openbaarheid van de zittingen der Hervormde Synode.

Aan de oostkust van Schotland Hgt het stadje St. Andrews. Eens, vijfhonderd jaar geleden, stond daar de grootste kathedraal van het land. Thans zijn er nog slechts enkele brokstukken ruïne en enige zuilen overgebleven van wat voorheen de glorie van het stadje was.

Van 16-24 augustus heeft in dit Schotse stadje het centraal comité van de Wereldraad van Kerken, ook wel het „parlement der kerken" genoemd, zijn conferentie gehouden. Zij ving op zondag 14 augustus j.l. aan met een plechtige dienst in de St. Giles, de hoofdkerk van Edinburgh, waar het feit werd herdacht, dat 50 jaar geleden in die stad de eerste wereldzendingsconferentie werd gehouden, waarvan John Mott wel de bezielende initiatiefnemer en leider was. Uit dit begin is de Internationale zendingsraad en de Wereldraad van Kerken gegroeid. Het was dus alleszins begrijpelijk, dat het „parlement der Kerken", dat de e.k. wereldassemblée moest voorbereiden, in Schotlands hoofdstad zijn openingssamenkomst hield.

De zittingen van dit „parlement" zijn dus gehouden in St. Andrews. Ik ga niet alles, wat ons uit die conferentie is gemeld, hier weergeven. Slechts een enkel punt, een der eerst behandelde, de eenheid der kerken. Het gerucht wilde, dat hier in St. Andrews het voorstel zou komen aan te werken op een soort superkerk, een alle aangesloten kerken overkoepelende zichtbaar kerkinstituut. Het voorstel hiertoe is niet van de kant van het moderamen gekomen. Er waren er wel onder de 250 afgevaardigden — en uit de aard der zaak onder de aanwezigen ca. 2000, waaronder waarnemers uit Rome en Moskou —, die hiervoor voelden. Doch een daartoe strekkende resolutie is niet ingediend en aangenomen. Aanbevolen is, dat de eenheid van uit de verschillende kerken moet opkomen en groeien. „Steeds duidelijker werd het in de discussies, dat organisatorische eenheid geenszins onder alle omstandigheden beter is dan organisatorische gespletenheid. Ware eenheid zag men in de gemeenschap die gezamenlijk het ene apostolische geloof belijdt" („Trouw" d.d. 19-8-'60).

Dit is wel een enigszins ander geluid dan tot nu toe is vernomen, als zou uit Joh. 17 : 21-24 de eis van Christus tot zichtbare eenheid volgen. Het hogepriesterlijk gebed, waarin Christus bidt om de eenheid der Zijnen, stelt m.i. die eis niet. Hiermede bedoel ik allerminst de gespletenheid in bescherming te nemen of te bevorderen, welke onder ons, ook in onze engere kring, vaak welig tiert en gecultiveerd wordt. Het ware te wensen, neen het is wel eis des Heeren, dat de bede van de Heere Jezus ons meer tot verootmoediging en een gebedsleven brengt, waarin wij niet naar ons toe, maar van ons af naar God toe bidden, opdat in de samensnoering van wie uit de éne wortel des geloofs begeren te leven, Gods naam heerlijk worde in de wereld en Zijn ere ons teer. Wij gelijken maar al te veel op hen van wie de Christus zegt, dat „zij de eer der mensen lief hadden, meer dan de eer Gods". (Joh. 12 : 43)

In Woudschoten was in dezelfde week waarin de conferentie in St. Andrews aanving, de I.C.C.C. in congres bijeen. Deze samenkomst was niet in haar opening en vervolg zo pompeus als die van het centraal-comité van de Wereldraad van Kerken. Ook las ik niet van een officiële ontvangst van het gemeentebestuur van Zeist, gelijk de gemeenteraad van St. Andrews het „parlement" vereerde, waar zelfs de pastoor ter plaatse sandwiches serveerde. Dit was wel in merkwaardig contrast met wat in een in het r.k. kerkje van het Schotse stadje te koop aangeboden boekje staat over de grote hervormer van Schotland, Johïi Knox, n.l., dat er van hem „werkelijk niet één goed woord te schrijven valt, eenvoudig omdat de man in heel z'n leven niet anders dan verkeerde dingen gedaan heeft" („Trouw" d.d. 19-8-'60). Maar dit terloops. Ik keer terug naar Woudschoten.

Oppervlakkige kennisneming van het ter conferentie van de I.C.C.C. gebodene zou de indruk kunnen wekken, dat zij zich afzet tegen de Wereldraad van Kerken, of nog anders: haar kracht zoekt en uitput in bestrijding van die beweging. Maar wie dit gevoelen aanhangt, vergeet, dat de I.C.C.C. is ontstaan uit reactie tegen de Wereldraad, naar voren is gekomen om te bundelen de kerken, die geen vrede kunnen hebben met de grondslag, leidende figuren in die „Raad" en aantasting van de Waarheid der Schriften tenkoste van een nagestreefde eenheid, speuren. Juist, omdat zo de dingen liggen, is een zekere antithetische instelling te verstaan.

Ten conferentie op Woudschoten is dan ook het nodige naar voren gekomen over de leiding in en de basis-formule van de Wereldraad van Kerken. Deze schijnt zelf ook niet met de huidige formulering van zijn grondslag tevreden te zijn, wijl er op de assemblee, het e.k. jaar in Nieuw-Delhi te houden, een concept van herziening aan de orde zal gesteld worden.

Het congresthema op Woudschoten was: „Het Koninkrijk der hemelen". Zowel de praeses, dr. Mcintire, als de andere sprekers hebben verschillende aspecten van dit thema behandeld. Vooral is de nadruk gelegd op het „gezag der Heilige Schrift". Gewezen werd op de voortgaande invloed der Schriftkritiek. Wel werd in het licht gesteld, dat de oude liberale kritiek haar tijd heeft gehad, doch dat door de invloed van de dusgenaamde „nieuwe orthodoxie" de „kritiek" zich doorzet. Aldus staat het in de resolutie, waarvan ik het voornaamste hier laat volgen.

„Sinds de vrijzinnige bijbelkritiek de christelijke theologie begon binnen te dringen is in grote delen der christenheid het gezag der Schriften ondermijnd. De opkomst van de zogenaamde nieuwe orthodoxie heeft daar maar weinig verandering ten goede in aangebracht. Ofschoon zij bepaalde denkwijzen in de liberale theologie heeft verworpen, heeft zij de grondgedachte van de bijbelkritiek bewaard, volgens welke de bijbel bestudeerd moet worden als alle andere oude boeken en niet als Gods aan ons geopenbaarde Woord".

Het congres heeft zich ook op zijn positieve roeping ten opzichte van „Het Koninkrijk der hemelen" bezonnen en in principe maatregelen genomen om overal, waar God de leden (kerken en individuele) plaatst, „wachter op Sions muren" te zijn, gelijk een der sprekers de taak van de I.C.C.C. aanduidde. Vermeld zij nog, dat onder de congressisten ook vele jongeren waren.

Als ik de conferenties in St. Andrews en op Woudschoten met elkaar vergelijk, meen ik, dat op de eerste meer het geloof in de eenheid der kerken overheerste, terwijl op de tweede bijzonder de „enigheid des Geestes en de enigheid des geloofs en der kennis van de Zoon Gods" (Efeze 4 : 3 en 13) op de voorgrond trad.

In de Kroniek van „Kerk en Theologie" 3e afl, juli 1960, handelt prof. Lekkerkerker ook over „Het Schriftgezag". Zulks naar aanleiding van het gesprek over „de Verzoening" in de kringen der vrijzinnigheid, een gevolg van de „kwestie-Smits".

Ter vrijzinnige predikantenvergadering, dit voorjaar naar traditie in Amsterdam gehouden, is z.i. theologie bedreven. Hij noemt het „wel merkwaardig, dat tijdens de predikantenvergaderingen april 1960 de beslissende onderwerpen te Amsterdam aan de orde kwamen", en vervolgt dan: „Voor de ontspanning kon men in Utrecht blijven, en midden-orthodoxe predikanten gaan tegenwoordig graag naar een film; voor het theologisch gesprek over de Verzoening moesten we naar Amsterdam zijn gegaan". Zelf zou hij dat zeker gedaan hebben, zo zegt hij verder, indien hij niet voor een conferentie die tijd buitenslands had moeten zijn.

Wat prof. L. in bovenstaand citaat opmerkt, is wel een bedenkelijk symptoom. Ontspanning is natuurlijk ook predikanten van harte gegund. Maar moet ze nu juist in de aangeduide vorm gezocht? Het is niet te verwonderen, dat het levenspeil in de gemeente onrustbarend daalt, en dat filmbezoek etc. in christelijke kringen doodgewone zaken zijn, wanneer de voorgangers een levensstijl openbaren gelijk prof. L. die signaleerde. Dat het „gezag der H. S. bij theologen en predikanten twijfelachtig wordt, hoogstens gebaseerd schijnt op innerlijke ervaring, staat m.i. niet los van de huidige „christelijke" levenstoon. Het gemis van het profetische: „alzo zegt de Heere", wreekt zich. Geen wonder, dat de prediking verschraalt, en het leven der gemeente onrustbarend verwereldlijkt.

Maar terzake. Het gesprek over de Verzoening is in vrijzinnig-theologische kring aan de orde. Maar als logisch gevolg daarvan is eveneens het Schriftgezag weer midden in de belangstelling gekomen. Want wie de Verzoening, en ik kan er aan toevoegen: het plaatsvervangend karakter van het lijden van de Christus, verwerpt, gelijk prof. Smits doet — „en hij is heus niet de enige", merkt prof. L. op — doet zulks, omdat het getuigenis der H. S. in dezen niet bindend voor hem is. En dit hangt onlosmakelijk samen met een tegen-bijbelse instelling ten opzichte van het werk des Heiligen Geestes, inzake de inspiratie der H. S. en in de enkele persoon. Wat prof. L. over deze drie: Verzoening, Schriftgezag en werk van de Heilige Geest schrijft, met name over de discussie hierover in vrijzinnige kringen, is bijzonder oriënterend. Tenslotte ziet hij velen, gegeven de uitlatingen, weer naast de oud-moderne prof. Scholten terecht gekomen, die in zijn „Leer der Hervormde Kerk" betreffende het getuigenis des Heiligen Geestes zegt: „Zij is de zelfstandige, van alle uiterlijk gezag onafhankelijke overtuiging, door de kracht der waarheid, mitsdien door God Zelf, bij de mens verwekt en in de gemeenschap met Christus verstrekt, dat de christelijke godsdienst de ware godsdienst is". „Uiteindelijk", zo vervolgt prof. L., „is dit getuigenis niet een bovennatuurhjke gave, die de mens op een of andere geheimzinnige wijze wordt ingestort, maar de natuurlijke werkzaamheid van de menselijke rede, waardoor de mens aan God verwant is, en de aanleg heeft om de Geest van God te bezitten". Dit gevoelen komt niet uit boven „het inwendige licht", of „inwendig getuigenis", waardoor ook meerderen die zich gereformeerd noemen, zich laten leiden.

Prof. L. „constateert met droefheid en verbazing, dat aan een belangrijk aantal vrijzinnigen de grote wending in kerk en theologie na de eerste wereldoorlog geheel is voorbijgegaan". Theologie bedrijven is nog iets anders dan geleid worden door de Heilige Geest. Dan komen we als veroordeelden onder het Woord der bedreiging, om alle redding te verwachten uit het Woord der goedertierene beloften Gods in Jezus Christus. En dan zijn we uit boven het zich laten leiden door „inwendig licht", aWas gevoelige stemmingen en ervaringen.

In de „Friese Koerier", zo meldt het Persbureau der Ned. Herv. Kerk, d.d. 20-8-'60, is de wens geuit, dat de vergaderingen der Herv. Synode ook toegankelijk zouden worden voor de Pers. Alzo een verlangen naar meer openbaarheid.

Dit zal wel zijn naar aanleiding van wat ter jongste Synodezitting over de „kwestie-Smits" is gezegd. In het synodeverslag van „Hervormd Nederland", d.d. 18-8-'60 las ik, dat „naar aanleiding van ingekomen brieven, wel 20 afgevaardigden het woord hierbij hadden gevoerd, maar dat besloten is, „de gehouden discussie niet te publiceren, maar te zijner tijd verslag uit te brengen aan de classicale vergaderingen". „Te zijner tijd" ... wanneer zal dat zijn? Nog weer wachten! En dan, als het verslag komt, de hele discussie of een geprepareerd verslag? Bij een dergeHjke gang van zaken, is de wens van de „Friese Koerier" begrijpelijk. Of hij vervuld wordt? Meer openbaarheid betreffende het kerkelijk gebeuren, ook van het verhandelde in kerkeraden, zal het meeleven van het kerkvolk vorderen. Het „lux in tenebris", licht in de duisternis, is nog altijd een gulden regel.

Naar Prof. Dr. H. Berkhof 25-8-'60 voor de microfoon der N.C.R.V. meedeelde wordt voorgesteld als basis-formule: „Christus God en Heiland naar de Schriften", in trinitarische zin.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's