De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

12 minuten leestijd

De zomermaanden schijnen bij uitstek geschikt te zijn voor het organiseren van alle mogehjke congressen op interkerkelijk gebied, zowel op nationaal als internationaal niveau. Dikwijls gaan al dergelijke samenkomsten voor „oecumenisch" door.

In ons land hebben wij o.a. gehad het „Groot-Gereformeerd congres" op Woudschoten, het YMCA-congres in Loosdrecht, en het C.S.B.-congres in Lunteren. In Straatsburg vond plaats de studieconferentie van de Wereld-Christen Studentenfederatie; te Lausanne de eerste Europese Oecumenische Jeugdconferentie; in Berlijn een conferentie over Oecumenisch Hulpwerk van de afdeling „Interkerkelijke hulp en dienst aan vluchtelingen" van de Wereldraad, en nog enkele andere meer.

Van twee heel belangrijke samenkomsten volgt hieronder een uittreksel van de verslagen in de kerkelijke weekbladen, nl. van de zomervergadering te St. Andrews in Schotland van het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken, en van de conferentie van de Europese Alliantie van de ICCC op Woudschoten.

Van de bovengenoemde vergadering van het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken, waarbij ook onze kerk is aangesloten, geeft prof. Berkhof uit Leiden, lid van het Centraal Comité, dus insider en goed geïnformeerd, in „Hervormd Nederland" van 3 sept. jl. zijn indrukken weer onder de titel: „St. Andrews, drie neens en driemaal ja".

Men vergaderde in Schotland, omdat op deze wijze deze vergadering van het Centraal Comité kon worden gecombineerd met de plechtige herdenking van de eerste oectimenische conferentie, die in 1910 in Edinburgh werd gehouden.

Deze vergadering van het Centraal Comité was zeer levendig, vooral omdat de vergadering enkele zeer belangrijke besluiten heeft genomen en omdat ze vooralsnog geweigerd heeft enkele andere te nemen.

De drie neens betreffen de studies over verantwoordelijk ouderschap, de godsdienstvrijheid en de hulp aan achtergebleven gebieden.

VerantwoordeHjk ouderschap! Hierover merkt prof. Berkhof op:

Vroeger stierven er in de z.g. onderontwikkelde gebieden zoveel kleine kinderen, dat de bevolking niet of nauwelijks groeide. Nu de medische wetenschap de kindersterfte daar weet tegen te gaan, groeit de bevolking zo angstig snel, dat ondanks de verbetering van de landbouw, de hongersituatie blijft. Moeten de kerken in die streken in de huidige periode niet aandringen op een bewuste geboorteregeling? Maar kan dat uit christelijk oogpunt? Ja, zeggen de meeste kerken. Neen, zegt de oosters-orthodoxe kerk met grote felheid: wij moeten dit aan de Voorzienigheid overlaten. Het Centraal Comité heeft deze zaak grondig laten bestuderen. De grote meerderheid zou graag een duidelijke uitspraak doen. De zaak is van alle kanten bekeken en de conclusie was: voorlopig niet. Niet alleen omdat we het niet eens kunnen worden met de oosters-orthodoxen, maar ook omdat bleek dat de ethische problemen, waarvoor in dit verband b.v. de kerken van India gesteld zijn nog lang niet genoeg zijn doordacht. Wel zullen de kerken gewezen worden op de klem van dit vraagstuk en op het steeds aanwezige studiemateriaal.

En over de godsdienstvrijheid:

De Wereldraad staat overal voor de vrijheid van godsdienst. Dat is helaas in onze wereld nog lang geen vanzelfsprekende zaak. We willen daarover een niet al te uitvoerige, maar tegelijk grondige studie uitgeven, die de theologische grondslag duidelijk aangeeft en tegelijk de politieke en juridische kanten van de zaak belicht. Op grondslag van zulk een studie kan dan b.v. met het Vaticaan over Spanje en Columbia worden gesproken. Er was een ontwerp, maar de vergadering gaf, vooral op theologische gronden, een onvoldoende cijfer en stuurde de commissie weer met haar huiswerk terug, volgens het principe: helemaal goed of helemaal niet.

Ook over de grootscheepse hulp aan achtergebleven gebieden is gesproken:

Daarvan dromen velen in de Wereldraad. Nu we een grondige studie van dit probleem in handen hebben, willen we verder. Maar wat? Technische hulp? Een groot fonds? Opleiding en uitzending van christelijke leiders? De vergadering vond, dat er nog te veel droom en te weinig gestalte was. Eerst concreet weten, wat men wil en hoe men aan geld en mensen wil komen. Daarom werden de nog te vage plannen teruggestuurd.

Prof. Berkhof merkt op, dat deze neens heilzaam zijn en bovendien voorlopig. Misschien kan een ander jaar op al deze punten positief worden gereageerd. Het eerste punt zal wel het moeilijkste blijken te zijn, naar onze mening, omdat hier een terrein is vol voetangels en klemmen voor een christelijke ethiek, die volop bijbels wil blijven en tegelijkertijd recht wil doen aan de ontzaggelijke problemen, die hier liggen.

De drie ja's betreffen de uitbreiding der bevoegdheid van de commissie voor geloof en kerkorde, de vereniging van wereldraad en internationale zendingsraad, en de uitbreiding van de grondslag van de wereldraad.

Ten aanzien van het eerste ja schrijft prof. Berkhof:

Ik bespaar u de voorgeschiedenis en de details. Het gaat hierom, dat de deelnemende kerken steeds ontevredener worden. Ze hebben nu uitgesproken, dat het doel hoger ligt, in een zichtbare eenheid, tegelijk plaatselijk en over heel de wereld, in prediking, sacrament en ambt. En ze willen dat de Wereldraad zelf, die geen bepaalde eenheid kan voorschrijven, toch meer in die richting zal werken en dringen. Dat betekent studie, maar ook en vooral: een geest van zelfverloochening, van bereidheid der kerken om te sterven en in nieuwe gestalte op te staan. Als dit doorgaat, zal het ons ook heel diep in het Nederlandse kerkelijk vlees gaan snijden.

Over de intergratie van wereldraad en internationale zendingsraad:

Aan de voorbereidingen voor dit grootse plan werd in St. Andrews de laatste hand gelegd. Toen kwam de eindstemming. Zouden de oosters-orthodoxen weer zo fel opponeren als ze vorig jaar in de vergadering op Rhodes deden? Neen, ze verklaarden dat hun bezwaren waren vervallen en dat ze alleen daarom zich van stemming onthielden, omdat de Patriarch van Konstantinopel (die het plan al evenmin afwijst) zijn definitieve beslissing nog niet heeft genomen. Het is in het algemeen duidelijk, dat de crisis in de verhouding met de oosterse kerk overwonnen is en dat men van die zijde met groeiende beslistheid in de Wereldraad meedoet. De enige stem tegen het verenigingsplan was van de Oud-Katholieke Kerk, die vreest, dat de deelname der zendingsmensen de aandacht voor het sacramentele leven der kerk zal verdringen ten gunste van een protestantiserend activisme.

En over de verbreding van de basisformule:

Toen drie jaar geleden het Centrale comité een verandering van de basis („Jezus Christus als God en Heiland") met grote meerderheid verwierp, had niemand kunnen voorspellen, dat datzelfde Comité drie jaar later zonder één stem tegen een uitbreiding van de grondslag zou aanvaarden, om die in het komende jaar aan de Algemene Vergadering voor te stellen. De basis zou dan worden:

„De Wereldraad van Kerken is een gemeenschap van kerken die Jezus Christus naar de Schriften als God en Heiland belijden, en tezamen hun gemeenschappelijke roeping trachten te vervullen, tot eer van de éne God, Vader, Zoon en Heilige Geest".

Niemand ziet daarin een principiële verandering, wel een uitdrukkelijk uitspreken van wat in de huidige formule al lag opgesloten (Schriftgezag, Drieëenheid). Daarmee is aan verzoeken van de Noorse lutheranen, de oosters-orthodoxen en de Amerikaanse congregationalisten voldaan. En tegelijk is het nu niet meer alleen een grondslag om op te staan, maar wordt deze dienstbaar gemaakt aan de weg, die wij hebben te gaan en die wij steeds duidelijker voor ons zien liggen: onze gemeenschappelijke roeping waarvan Efeze 4 spreekt, tezamen vervullen.

Dit laatste ja is verblijdend. Of hiermee nu alle vaagheid en onklaarheid aangaande de basisformule is weggenomen, laten wij in het midden, maar tegenstanders van de wereldraad zullen niet kunnen ontkennen, dat in dit opzicht sprake is van een toenemende helderheid in de principiële grondslag van de wereldraad, tenzij de wereldraad zelf in haar praktisch beleid deze verbrede basisformule niet genoegzaam laat functioneren door uitgesproken vrijzinnige leden-kerken niet kritisch op hun lid-zijn van de wereldraad op de grondslag van deze basisformule aan te spreken.

Hieronder volgen enkele resoluties van de ICCC-vergadering, opgenomen in „Waarheid en Eenheid" van 2 september jl. Deze ICCC is, zoals bekend kan zijn, de internationale raad van christelijke kerken, een organisatie, die samenwerking van kerken nastreeft op principieel reformatorische grondslag, het absolute gezag van de H. Schrift. Zij heeft grote bezwaren tegen de grondslag van de wereldraad, die men te vaag en te weinig belijnd vindt, hoewel deze bezwaren sinds de verbreding van de basisformule van de wereldraad nadere kritische toetsing zullen behoeven.

Op genoemde vergadering nu zijn 2 resoluties aanvaard. De eerste spreekt over het koninkrijk der hemelen en zijn komst, en luidt:

Volgens de heilige Schrift is het koninkrijk der hemelen niet van deze wereld (Joh. 18 vers 36). Het is een geestelijk koninkrijk, dat gekomen is en dat in zijn volkomenheid nog komen zal.

Het rijk der genade is het koningschap Gods door Jezus Christus en de Heilige Geest in de harten der wedergeborenen (Joh. 3:3). De „deur" die toegang geeft tot dit koninkrijk is Christus, die zegt: „Ik ben de deur" (Joh. 10:9).

De zicihtbare verschijning van het koninkrijk Gods op aarde is de gemeenschap der heiligen, het lichaam van Christus, waarvan Hij het hoofd is. In dit koninkrijk regeert Hij over het hart en leven der zijnen door zijn Woord en zijn heilige Geest.

Tal van theologen en kerkelijke leidslieden en ook kerkleden loochenen tegenwoordig de godheid van Christus en beroven daarmee het koninkrijk der hemelen van zijn eigenlijke Heer en Koning. Er zijn er die leren dat dit koninkrijk een louter menselijke sociale orde is, een co-operatieve welvaartsstaat met een religieus accent, gebouwd door de kerkelijke en sociale prestaties van de mens. De Schrift leert evenwel dat het is „rechtvaeirdigheid, vrede en blijdschap door de heilige Geest" (Rom. 14 : 17). Zij die dit „sociaal evangelie" propageren, prediken een algemeen vaderschap Gods en een broederschap van alle mensen, alleen op grond van het feit dat alle mensen schepselen Gods zijn.

De valse voorstellingen van het koninkrijk Gods op aarde gaan in de regel gepaard met een afwijzing van de christelijke hoop met betrekking tot zijn toekomstige verwezenlijking. In plaats van de bijbelse leer te aanvaarden omtrent Christus' wederkomst om zijn iheerlijk koninkrijk op te richten in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont (2 Petr. 3 : 13), richt dit moderne evangelie de ogen der mensen op een goed en welvarend leven op aarde.

Slechts warmeer het volle getuigenis der Schrift wordt aanvaard en gevolgd, zal het koninkrijk der hemelen zijn kracht openbaren in het midden van deze wereld en zo alleen zullen mensen worden toebereid voor de ingang in het rijk der heerlijkheid die God geven zal aan de ware onderdanen van het rijk van Zijn genade. Daarom houden wij niet op te bidden: Uw Koninkrijk kome! Ja, kom. Here Jezus!

De tweede resolutie betreft het Schriftgezag en is als volgt geformuleerd:

Door alle eeuwen heen heeft de kerk de Bijbel geloofd en gehoorzaamd als het gezaghebbend Woord van God, op grond van zijn eigen getuigenis in oud en nieuw testament.

Sedert evenwel de vrijzinnige theologie met haar bijbelkritiek de christelijke kerk en haar prediking binnendrong, is in grote delen van het christendom het gezag van de Schriften ondermijnd. De opkomst van de zogenaamde neo-orthodoxie heeft daarin geen verandering ten goede gebracht. Ofschoon het bepaalde trekken van de vrijzinnige theologie heeft verworpen, heeft het het beginsel van de schriftkritiek gehandhaafd.

In vele gevallen blijft deze afval voor het christelijk publiek verborgen. Slechts zelden wordt zij duidelijk uitgesproken en dikwijls gebruikt men de term „het Woord van God" maar niet in dezelfde zin als de Bijbel dat doet. Daarom moet deze ondermijning van het gezag der heilige Schrift in het licht gesteld worden. De verwerping van het gezag van de Bijbel baant de weg voor de verwerping van zijn inhoud, voorzover die voor het menselijk denken onaanvaardbaar schijnt.

De Bijbel zelf leert duidelijk zijn gezag. Dit gezag is onafscheidelijk verbonden aan zijn inspiratie door de heilige Geest. Daarom geldt van het Bijbelwoord: „alzo spreekt de Here". Zodra het onmogelijk en ook onnodig geacht wordt de goddelijke ingeving en het gezag van de Bijbel te aanvaarden, is er geen enkele garantie dat zijn inhoud op de rechte wijze zal worden geloofd. Er zijn in deze tijd dan ook tal van leidende theologen die de historische echtheid van de grote bijbelse waarheden waarop onze zaligheid rust, evenals van de andere in de Bijbel verhaalde wonderen disputabel stellen, terwijl sommigen die zelfs loochenen.

Als het goddelijk gezag van de Schrift en van haar fundamentele waarheden wordt geloochend of betwijfeld, of ook maar verzwegen, verliest de prediking haar gezag en haar kracht tot zaligheid; de oproep tot be­ kering blijft zonder gevolg; de beloften des evangelies zijn niet betrouwbaar, en van waarachtige heilszekerheid in het hart van de christen kan geen sprake zijn.

Daarom, aangezien in vele kringen de goddelijke waarheid van de Bijbel en het evangelie als de kracht Gods tot zaligheid wordt verloochend, dienen de bijbelgelovige kerken en christenen het gezag van de heilige Schrift duidelijk, beslist en vurig te belijden. Het evangelie der zaligheid worde met profetisch gezag verkondigd en met opwekking tot bekering en geloof.

Beide resoluties zullen onze volledige instemming hebben. Zoals het enerzijds moeilijker zal blijken te zijn zich voor een absoluut negatieve houding tegenover de wereldraad te rechtvaardigen, zo zal anderzijds de beschuldiging niet waar gemaakt kunnen worden, dat de ICCC een sectarisch karakter draagt, gezien de inhoud van boven genoemde resoluties. Het zou Christus' Kerk op deze aarde ten goede komen, als beide organisaties elkaar konden vinden op een grondslag, die recht doet aan de intenties van de ICCC, die nog altijd hun kracht houden tegenover de wereldraad, gezien hun schriftuurhjk karakter, en die tevens de wereldraad de ruimte blijkt te bieden om in deze woelige wereld haar opdracht van Christus' wege in velerlei opzicht te vervullen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's