„...OM TE WEREN EN UIT TE ROEIEN ALLE AFGODERIJ EN VALSE GODSDIENST”
Deze zinsnede werd in 1905 door de Synode der Gereformeerde Kerken uit artikel 36 der Nederlandse Geloofsbelijdenis geschrapt, nadat dr. Kuyper en de zijnen in 1896 een gravamen hiertegen hadden ingediend.
Rondom deze zinsnede en de uitleg hiervan is een gehele litteratuur ontstaan. Ik ben niet van plan u hiermede te vermoeien, maar de uitleg van deze zinsnede speelt de grote rol in dit besluit. Dr. Kuyper c.s. menen, dat dit zo verstaan moet worden: de overheid heeft de roomse godsdienst en andere ketterij desnoods met het zwaard te verdrijven.
Nu is de grote vraag: hebben onze vaderen dit ook zo bedoeld en begrepen? Om de betekenis te verstaan, moet men ook weten, wat onze vaderen onder het begrip vrijheid verstonden. Dr. Hoedemaker schrijft in zijn discussie met dr. Kuyper in zijn boekje Artikel 36 het volgende:
„Onze tijd mist de gave der onderscheiding, daarom kan de dwaling zo gemakkeUjk ingang vinden. Men is bevreesd voor de toepassing der Gereformeerde beginselen, omdat men gewetensvrijheid niet of nagenoeg niet van godsdienstvrijheid onderscheidt, haar vereenzelvigt met de vrijheid om propaganda te maken voor zijne denkbeelden, deze vrijheid op één lijn stelt met de vrijheid van te lasteren, en deze vier soorten van vrijheid verwart met de theorie van de Revolutie dat de Overheid als zodanig geen eigen overtuiging mag hebben en daarom geen Kerk als de ware mag erkennen".
Dr. Hoedemaker beroept zich dan op de Synopsis, het leerboek, dat Leidse hoogleraren in de 17e eeuw hebben samengesteld. Hierin is het volgende te lezen:
„Ofschoon de Magistraat hunnen onderhorigen mogen verbieden de godsdienst, die hij goedkeurt, in het openbaar te lasteren, hij mag ze niet verplichten het geloof aan te nemen, d.i. de vorm der belijdenis, die van publieke rechte is, goed te keuren en dit voor de mensen te belijden en te verzekeren.
Het geloof ontstaat door overreding, niet door dwaling.
Niets moet zo geheel aan de mens zelf worden overgelaten als de godsdienst,
De Christen-magistraat moet niets zozeer vermijden, als de dwaze, onstuimige gestrengheid die huichelaars kweekt, en de onderdanen noopt met de mond te belijden, zonder met het hart te geloven".
De vaderlandse geschiedenis is er wel een duidelijk bewijs voor, dat dr. Kuyper niet gelijk kan hebben met zijn uitleg. Onze vaderen hebben dit nimmer op deze wijze in praktijk gebracht en hebben nooit aanleiding gevonden om ook maar een rooms-katholiek om zijn geloof te vonnissen en ter dood te brengen,
Niet alleen van Haamstede heeft in 1559 andere opvattingen over dit weren en uitroeien dan dr. Kuyper. Hoe men dit verstond blijkt uit verschillende feiten.
Na de beeldenstorm in 1566 te Antwerpen heeft Jean Taffin uit naam van de Gereformeerde predikanten te Antwerpen een schrijven ingeleverd bij de magistraat, waarin de beeldenstorm werd afgekeurd, en waarin werd verzocht „dat er verboden wierd malkanderen, met woordt of daed, ter saecke van 't verschil der Religie te lasteren of te verbitteren". Want hun enig doel was „vrijheid van gelove, en die geenszinds genegen zijnde anderen te benemen",
Op 29 januari 1567 wordt er te Delft een verdrag gesloten tussen Roomsen en Gereformeerden, waarbij zij zich verbinden.
Dat niemand,wie hij zij, hem vervorderen sal te beletten ofte doen beletten den Dienst, Sermoenen, ende andere Oefeningen van de Geestelijckheidvan de Oude Cathelijcke Religie, en waarbij aan die der „nieuwe Religie niet slechts drie Predikanten worden toegestaan. maar ook wordt gewaarborgd: „Dat oock Niemant den selven in heure Predicatien ter plaetsche voorschreven, ofte heiren hoorders eenige storinge ofte beletselen zal mogen doen, noch yemant daeromme misdoen ofte injurieren mit woorden ofte wercken".
Ook de volgende uitspraak van Voetius is voor geen misverstand vatbaar en gaat rechtstreeks in tegen de uitleg van dr. Kuyper: Voetius wenst niet „datter een ketterdodinghe, gelijck men het noemt, ingevoert ende de vrijheidt der conscientie wegh genomen werde (gelijckerwijs de Remonstranten lasterhjck plegen te swetsen) gheensins.
De ontwikkeling is deze geweest, dat aanvankelijk de roomsen op verschillende plaatsen vrijheid van godsdienst verkregen. In Holland en Zeeland werd daarna de openbare uitoefening van de roomse godsdienst verboden, omdat men hen van spaansgezindheid verdacht. De gereformeerden namen de kerkgebouwen in beslag en drongen de roomsen uit alle ambten. Soms liet men oude magistraten van roomse belijdenis nog zitten. Maar dit betekende toch niet, dat de roomsen geen godsdienstoefeningen mochten houden. In particuliere huizen werd dit toegestaan.
Ik meen dan ook, dat artikel 36 zo verstaan moet worden: de overheid heeft ook de hand te houden aan de kerkedienst, opdat daardoor de valse godsdienst en afgoderij zal verdwijnen en het Koninkrijk van Jezus Christus zal bevorderd worden.
Dit komt overeen met de opvatting van van Haamstede:
Derhalve moet zij — zoals het aan christenen betaamt — de behoedster zijn van de beide tafelen der wet, godslasteraars, boosdoeners en tovenaars straffen (dat enerzijds!), secten of ketterijen en afgodendienst door vrome en geleerde mannen uitroeien, en de ware dienst des Heeren door dienaren des Woords bevorderen (dat anderzijds!).
In het openbare leven heeft de overheid godslastering te straffen, ketterijen heeft zij te bestrijden alleen door de kerkedienst te bevorderen.
De Belijdenis staat echter niet op het standpunt, dat alles getolereerd mag worden en dat de overheid onverschillig moet staan ten opzichte van het geestelijke leven van het volk. Het gaat echter buiten het bestek van dit artikel hierop thans in te gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's