De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SAULUS EN STEFANUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SAULUS EN STEFANUS

8 minuten leestijd

Hand. 7 vers 60a. En vallende op de knieën, riep hij met gerote stem; Heere, reken hun deze zonde niet toe.

Voorzover wij weten, is Saulus van Tarsen voor het eerst met de zaak van Christus Jezus nader in aanraking gebracht, toen Stephanus gestenigd werd en de marteldood stierf om de Naam zijns Heeren en om het Evangelie der genade. In dit verband wordt hij in het Woord Gods zelfs voor de eerste maal ter sprake gebracht. Voor die tijd wordt hij niet genoemd en wordt er ook geen enkele melding van hem gemaakt. 1)

Daar komt bij, dat de apostel zelf evenmin ook maar ergens verhaalt, of hij voor zijn bekering enig contact gehad heeft met Christus en met Zijn Kerk. In zijn brieven zinspeelt hij daar, naar het schijnt, nooit op.

Men heeft zich daarover zeer sterk verwonderd. De gebeurtenissen met betrekking tot Jezus van Nazareth, die Jeruzalem, Judea en GaHlea in grote beroering gebracht hebben, moeten ongeveer samengevallen zijn met het laatste gedeelte van Saulus' studietijd aan de voeten van Gamaliël. Wat de Evangeliën en het begin van de Handelingen der Apostelen ons daarvan mededelen, wekt niet de indruk in het verborgene te zijn geschied. Integendeel zelfs. De Joodse Raad heeft er zich herhaaldelijk mee bemoeid. De priesters en de schriftgeleerden zijn er ten nauwste bij betrokken geweest. Pontius Pilatus heeft er voor op zijn rechterstoel plaats moeten nemen. En onder het volk is er grote deining door veroorzaakt. Daarom moet het toch haast uitgesloten geacht worden, dat Saulus gedurende zijn leerjaren van deze dingen nimmer ook maar iets gehoord en gezien zou hebben.

Op grond van deze en dergelijke overwegingen is dan ook menigmaal de vraag gesteld, of hij soms de Heere Jezus persoonlijk gekend kan hebben.

Dat is ongetwijfeld een kwestie, die in historisch opzicht interessant wezen kan. In het geheel der theologische discussies rond de onderlinge verhouding tussen

Christus en Paulus wordt haar echter een gewicht toegeschreven, dat niet evenredig is aan het belang, dat de Schrift daarbij heeft. Vooral van de zijde der liberale theologie heeft men gedurig gepoogd aan te tonen, dat Saulus van Tarsen de Heere Christus tijdens zijn omwandeling op aarde gekend moet hebben. Men wees dan voornamelijk op 2 Cor. 5 : 16, waar de apostel zegt: „Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochthans kennen wij Hem nu niet meer (naar het vlees)". Vele Nieuwtestamentici hebben hierin een aanwijzing gezien, dat Saulus voor zijn bekering Christus in zijn aardse leven gekend heeft. Het zou een bewijs zijn van het persoonlijk contact, dat er tussen Christus en Paulus bestaan heeft.2)

Volgens prof. dr. H. N. Ridderbos schijnt evenwel de apostel met het oog op anderen de kwestie van het kennen van Christus naar het vlees in deze tekst te berde te brengen. Misschien doelt hij op tegenstanders, die zulk een kennis van Christus voor de prediking onontbeerlijk achten. Men moet Hem volgens deze ieden gekend hebben in de tijd, toen Hij nog op aarde was. Daartegenover stelt de apostel, dat de prediking van en het geloof in Christus thans van zulk soort kennis niet meer afhankelijk zijn. Prof. Ridderbos parafraseert 2 Cor. 5 : 16 dan aldus: Gesteld, dat iemand, ik zelf of een ander, Christus zó gekend heeft, dan bestaat zulk een betrekking nu toch niet meer, omdat Christus gestorven is, en de gelovigen heel hun leven alleen aan de gestorven en opgestane Christus te danken hebben, en zich daarom ook op Hem moeten richten. 3) Met andere woorden: Paulus stelt hier een mogelijkheid, hij uit een veronderstelling. Indien hij al naar het vlees Christus gekend zou hebben Maar dat hij Hem naar het vlees gekend heeft, zegt hij niet.

2 Cor. 5 : 16 bewijst dus niets. In de tweede plaats is daar ook nog 1 Cor. 9 : 1. Op het eerste gezicht zou dit vers een bijzonder sterk argument kunnen bevatten voor de stelling, dat Saulus in vroeger dagen Christus persoonlijk gekend moét hebben. „Ben ik niet een apostel? " — zo schrijft hij daar — „Ben ik niet vrij? Heb ik niet Christus, onze Heere, gezien? " Wie echter wat nauwkeuriger toeziet, die zal bemerken, dat het hier gaat om wat bij Damascus ervaren werd, toen de Opgestane aan Saulus verscheen in een blinkend licht en met een grote stem. Toen heeft hij Christus gezien. Wanneer hij immers bij andere gelegenheden in zijn brieven zijn apostelschap verdedigen moet tegenover zijn bestrijders, dan grijpt hij ook terug op deze belevenis. En iet is duidelijk, dat dit eveneens in 1 Cor. 9 het geval is. 4)

Alle voorzichtigheid ia acht nemend, die op dit punt geboden is, zouden wij willen concluderen, dat er in het Nieuwe Testament geen aanleiding gegeven wordt om te veronderstellen, dat Saulus de Heere Jezus persoonlijk gekend heeft.

Niet één keer wordt daarover gesproken. Wat de oorzaak daarvan is, wordt niet gezegd. Men heeft wel aangenomen, dat Saulus na zijn studie nog enige jaren naar zi n vaderstad in Cilicië is teruggekeerd, en daarom niet in Palestina was, toen Christus daar optrad, leed, stierf, opstond en ten hemel opvoer. 5) Onzes inziens is het beter geen gissingen te maken, en eenvoudig te belijden, dat de Schrift ons hieromtrent niet inlicht, hoe gaarne wij over deze vraag ook meer geïnformeerd zouden willen zijn.

De redenen, waarom de liberale theologie van enige generaties terug zo zeer voor de stelling, dat Saulus Christus gekend moet hebben, geijverd heeft, zijn helder en klaar: men wi de de prediking van de apostel verklaren uit „natuurlijke" oorzaken, met uitschakeling van alles wat maar enigszins naar openbaring zweemde. Die prediking zou alleen voor het verstand begrijpelijk zijn, wanneer de zedelijke persoonlijkheid van de Heere Jezus een onuitwisbare indruk in de ziel van de apostel had nagelaten. En vervolgens: de bekering bij Damascus zou dan psychologisch verklaarbaar zijn. Het zou gemakkeliker aannemelijk gemaakt kunnen worden, dat Saulus reeds tevoren een beeld van Jezus bezat, dat hem nooit heeft losgelaten, en dat een grote crisis in zijn geestelijk leven teweeggebracht heeft, waaruit zijn bekering logischerwijze voortkomen moest.

De Schrift geeft ons niet het recht tot zulke beschouwingen. Zij laat Paulus' prediking opkomen uit goddelijke openbaring. En zij maakt van de ontmoeting op de weg naar Damascus niet een conflict, dat tot uitbarsting kwam, na jarenlang in de ziel gesmeuld te hebben. Wie met een psychologische methode de bekering van Saulus van Tarsen doorlichten wil, bant het werk Gods in dezen volkomen uit. Voor hem is het licht en de stem van Christus niet een feit, maar een fictie, een mytische inkleding van een zielsproces.

Typerend is ook, dat in de brieven van de apostel nergens op vrij uitvoerige manier over het leven van Jezus gesproken wordt. Dat wil niet zeggen, dat hem dit aardse leven totaal onbekend geweest is. De apostel weet van de geboorte van de Zoon Gods uit een vrouw in de volheid des tijds. Voorts van Zijn afkomst uit 't zaad van David naar het vlees. Ook van het feit, dat hij, voor zo veel het vlees aangaat, tot de kinderen Israels behoord heeft, welker is de aannneming tot kinderen, en de heerhjkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen. Hij weet, dat hij een dienaar der besnijdenis geworden is, vanwege de waarheid Gods. Hij heeft het over de broeders des Heeren. En hij noemt Jacobus, een van die broeders, met name. 6).

Het is hem bekend, dat de Heere 's nachts verraden is; dat hij gestorven en begraven is; gekruisigd en opgestaan; gehoorzaam geweest is; de mensen gelijk geworden is, uitgenomen de zonde; zachtmoedig en goedertieren geweest is; onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft; lijdzaam (volhardend in het lijden) geweest is; en de smaadheden voor anderen gedragen heeft.7')

Dit alles zij voldoende. Talloze andere plaatsen zouden nog aangehaald kunnen worden. Dat is niet nodig. Wat genoemd is, is genoeg om er van overtuigd te zijn, dat de apostel goed op de hoogte was van Christus' aardse leven.

Deze gegevens zijn echter niet van die aard, dat zij ons dwingen te erkennen, dat Saulus onmiddellijk contact met Christus gehad moet hebben, voordat de Heere Zelf hem tegenkwam, als de Verheerlijkte, Die één is met Zijn Kerk.

En omdat de Schrift hein voor het eerst bij het proces van Stephanus ten tonele voert, bhjft ons niets anders over, dan te zeggen, dat zijn nadere aanraking met Christus en Diens zaak op dat ogenblik plaats vond. Wie dit vasthoudt, wordt bewaard voor vruchteloze fantasieën, en voor nodeloze speculaties betreffende de relatie tussen Christus en Saulus!


1) Cf. Hand. 7 : 58 en 8 : 1.

2) Cf. P. Feine: „Theologie des Neuen Testaments", Berlin, 1953, S. 161.

3) Cf. H. N. Riddebos: „Paulus en Jezus", Kampen, 1952, pag. 44 v.v.

4) Cf. Ch. de Beus: „Paulus, de apostel der vrijheid", Amsterdam, z.j., pag. 39.

5) Cf. J. Holznier: „Paulus", Voorhout-Ant-werpen, 1955, pag. 36.

6) Cf. Gal. 4 : 4; Rom. 1 : 3; Rom. 9 : 5; Rom. 15 : 8; 1 Oor. 9 : 5; Gal. 1 : 19.

7) Cf. 1 Cor. 11 : 23; 1 Cor. 15 : 3 en 4; 1 Cor. 1 : 23; Rom. 8 : 3; Phil. 2 : 5; 2 Cor. 10 : 1; 1 Tim. 6 : 13; 2 Thess. 3 : 5; Rom. 15 : 2 en 3.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SAULUS EN STEFANUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's