KERKNIEUWS
Beroepen te:
Oud Beijerland, J. den Besten te Dirksland — Zoetermeer, J. Spelt te Dinteloord — Amersfoort (toez.), J. J. v. d. Krift te Ermelo (vac. A. A. Koolhaas) — door de gen. synode tot pred. voor buitengew. werkzaamheden (herv. gemeente te Paramaribo), C. Groot te Brouwershaven — Vriezenveen (toez.), G. J. v. d. Bogerd te Huizum (bij Leeuwarden) — Den Burg, D. J. Froentjes te Nijega — Harkstede-Scharmer (toez.), P. H. Borgers te Birdaard — Waddinxveen, P. J. P. Lamens te Kamerik — Genemuiden J. Wieman te Oudewater — Colijnsplaat (toez.), Chr. v. d. Leeden te Hazerswoude — Bruinisse, L. Emmerzaal te Zwijndrecht — Amsterdam-Sloten-west (toez.), H. J. J. Keijzer te Maasland — Catharines, Ontario, Canada, A. O. Zijlstra te Wilnis.
Aangenomen naar:
Finsterwolde, C. D. van Goeverden, pred. met bijzondere opdracht te Mijnsherenland — Zetten- Andelst, R. de Bruin te Bameveld.
Bedankt voor:
Brouwershaven (toez.), A. M. Arntzenhius te Grotegast — St. Johannesga (toez.), G. J. Tijsseling te Suawoude.
Onstwedde.
In een overvolle kerk nam ds. H. A. van Sloten zondagmiddag 18-9-60 na een ambtsperiode van bijna zes jaar afscheid van de Ned. Herv. gemeente te Onstwedde, wegens vertrek naar Voorthuizen.
Als tekst voor zijn afscheidspreek had ds. gekozen Handelingen 20 : 32: „En nu broeders, ik beveel u Gode en het woord Zijner genade, die machtig is op te bouwen en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden".
Ds, zei aan het begin van zijn prediking dat het hem heel moeilijk viel afscheid te nemen van de gemeente die hem deze jaren lief was geworden. Hij wilde nog graag het beste doen voor onze gemeente wat hij kon, evenals Paulus de gemeente van Efeze wilde hij onze gemeente opdragen aan de Heere en het woord Zijner genade.
Na de prediking, die met grote aandacht werd beluisterd, werd Psalm 89 : 7 gezongen. Dan gaat ds. voor in dankgebed. Na de slotzang van Psalm 89 : 8, legde ds. voor de laatste keer als eigen herder en leraar de zegen op de gemeente.
Daarna volgden de toespraken. Eerst richtte zijn eerwaarde zich tot B. en W. Hij sprak een woord van bijzondere dank voor de medewerking van het gemeentebestuur bij de restauratie van onze eeuwen oude toren en het verbeteren van de kerklaan. Vervolgens werden hartelijk toegesproken: de vertegenwoordigers van de classis Winschoten, de collega's van de ring, de vertegenwoordigers van verschillende kerken, hulppredikers en besturen van omliggende evangelisaties, vertegenwoordigers van de plaatselijke kerken, bestuursleden en rector van het Chr. lyceum te Stadskanaal, vrienden uit Groningen en Assen, afgevaardigden van Voorthuizen, het onderwijzend personeel van de scholen, organist en koster, de jeugd en catechisanten. Dan een woord van hartelijke dank tot de kerkvoogden en notabelen. Het speet ds. erg dat adm. kerkvoogd de heer B. Trenning niet aanwezig kon zijn bij dit afscheid, omdat hij wegens een hem overkomen ongeval in het ziekenhuis verpleegd werd. Tenslotte nog een hartelijk woord tot kerkeraad en gemeente.
Hierna werd de scheidende predikant toegesproken door burgemeester Knottnerus.
Verder door dr. De Jonge, scriba van de classis Winschoten; ds. Herder, Geref. predikant te Onstwedde (namens de plaatselijke kerken); de heer v. d. Wal, evangelist te Vledderveen; de heer v. d. Veen, evangelist te Oude Pekela; de rector van het Chr. Lyceum te Stadskanaal; de heer Somer te Assen. Vervolgens sprak ouderling J. Wolfs namens kerkeraad en gemeente, een woord van innige dank voor het vele werk door ds. met trouw en ijver in onze gemeente verricht.
Hierna werd ds. en mevr. Vsm Slooten toegezongen Psalm 121 : 4.
Ds. Driebergen van Tange Alteveer sprak tenslotte namens de ring Onstwedde, als consulent en als vriend.
Daarna werd de gemeente de gelegenheid gegeven met een handdruk afscheid te nemen van haar geliefde herder en leraar en zijn vrouw.
Afscheid eerw. heer W. C. Hovius
van de Herv. Gemeente te Bilthoven op zondag 11 september.
Op deze dag nam de eerw. heer Hovius afscheid als hulpprediker van de Hervormde Gemeente te Bilthoven na een arbeid van 21/2 jaar, wegens vertrek naar het Seminarie te Driebergen. Tijdens zijn voortgezette studie mocht zijn eerw. in deze gemeente arbeiden ter verzorging van de Herv. Gereformeerden.
Met grote trouw en lust mocht hij in ons midden werken in prediking en arbeid in de gemeente, een ruime plaats in de harten innemend. Het was altijd zijn begeerte zich vrij te maken van het bloed van hen die hem waren toebetrouwd. Ook in de afscheidsprediking kwam dat weer zo duidelijk uit, toen hij het woord van Mozes in Deut. 30 : 13 tot het zijne maakte: „Ik neem heden tegen ulieden tot getuige de hemel; het leven en de dood heb ik u voorgesteld, de zegen en de vloek! Kiest dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad."
Spreker verdeelde zijn tekst in drie punten:
1. hoe er gepredikt moet worden;
2 wat er gepredikt moet worden;
3, waartoe er gepredikt moet worden.
In een ernstige en waarschuwende prediking zette hij deze punten duidelijk uiteen, de gemeente betuigende zijn prediking te confronteren met de lastbrief die Mozes gebracht heeft en ieder dienaar des Woords heeft te prediken.
In zijn toespraken tot kerkeraad, gemeente, catechisanten, verenigingen, lidmatenkring bracht zijn eerwaarde dank voor de liefde en trouw waarmede de gemeente hem had omringd. Zoals Mozes afscheid moest nemen en Jozua het volk in Kanaan moest brengen, zo moeten ook wij elkaar loslaten. Het gaat niet om de prediker, maar om het Woord Gods dat blijft tot in alle eeuwigheid. Dat heeft iedere dienaar des Woords te brengen met ernst en aandrang, opdat de gemeente wete wat de lastbrief inhoud. Wee hem, indien hij het Evangelie niet verkondigd en zich vrij weet van de gemeente. Hetzij dat ze het horen willen of niet horen willen, de boodschap moet uitgaan, naar het bevel des Heeren.
Het was spreker wel eens een wonder dat er in 1960 zelfs in Bilthoven nog mensen gevonden werden, die dit Woord der prediking willen horen, daar het toch geen prediking kon en mocht zijn naar de mens. Het was vaak scherp en niet naar de wil van de meerderheid in de gemeente, maar hij kon in zijn afscheidswoord hemel en aarde tot getuige aanroepen, het leven en de dood, de zegen en de vloek te hebben voorgesteld en met de meeste aandrang: Kiest dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw raad.
Aan het slot werd zijn eerw. hartelijk toegesproken namens kerkeraad en vereniging en werd de scheidende voorganger toegezongen Psalm 121 : 14.
Met grote darikaarheid mogen we terugzien op zijn velerlei arbeid in de gemeente, die met liefde en trouw werd verricht. Hadden we toen zijn eerwaarde kwam 36 diensten, thans waren er 56 per jaar. Van het bestuur van de afd. Geref. Bond is reeds verzocht om de stichting van een derdepredikantsplaats voor de Herv. Gereformeerden, tot nu toe zonder resultaat.
Maar de arbeid van de scheidende voorganger heeft gemaakt, onder Gods zegen, dat een predikant van de Geref. Bondsrichting zeker een waardige plaats in de gemeente zou innemen.
Landelijke Vergadering Hervormd Gereformeerd Onderwijzérsfonds.
Op zaterdag 1 oktober a.s. n.m. om 2.30 uur hoopt het bestuur van het H.G.O.-fonds, studiefonds voor Herv. Geref. kwekelingen aan de Chr. Kweekschool te Ede, een landelijke vergadering te houden te Utrecht.
Gezien de samenstelling van het programma verwachten wij speciaal van de zijde der schoolhoofden en onderwijzers alsmede van onze predikanten en kerkeraden een goede belangstelling.
Op deze vergadering zullen de reeds voorbereide plannen van het fonds besproken worden. Er zullen o.m. een 200-tal zeer fraaie kleurendia's worden vertoond, die het onderwijs aan de kweekschool te Ede laten zien en de bedoeling van het H.G.O.-fonds weergeven.
Vervolgens gaan wij met de camera Nederland door en vertonen een aantal van onze oude kerken en het typische hollandse landschap.
Mogen wij onze predikanten, kerkeraden, evangelisatiebesturen, onderwijzers en onderwijzeressen vragen deze datum nu reeds te reserveren?
Hartelijk dank.
Van uw kant zijn wij steeds met collecten en giften verrast. Graag wil het bestuur haar dankbaarheid tonen en u de plannen voor de verdere actie kenbaar maken.
Er zal vergaderd worden in de grote zaal van het wijkgebouw der Ned. Herv. Kerk, Boothstraat 6, Utrecht.
Het zomercongres der Calvinistische studenten beweging 1960.
In het navolgende willen wij een enigszins uitvoerig verslag geven van het Zomercongres der C.S.B., dat van 29 aug. tot 3 sept. in Lunteren is gehouden. Dat doen wij met de bedoeling, dat zij die daar hadden kunnen en moeten zijn, toch nog enigszins een indruk krijgen van wat zij hebben gemist.
Het is wel waar dat wij in ons vaderland aan een zekere „congresmoeheid" plegen te lijden, maar dat is toch geenszins een verontschuldiging voor het feit dat er maar vier Hervormd Gereformeerden aanwezig waren, waarvan dan nog maar één lid van de C.S.B.! En dat op een congres als dit, met ruim 50 deelnemers, uitgaande van een beweging die de gehele Gereformeerde Gezindte bedoelt te omvatten.
In zijn openingsrede wees de congresvoorzitter, mr. W. Aantjes, er op dat het C.S.B.congres de ontmoetingsplaats is voor de gehele Geref. Gezindte. Hij haalde met instemming een uitspraak aan van prof. Mekkes uit 1956, dat op het C.S.B.-congres ds werkelijke zaken binnen de Geref. Gezindte aan de orde komen! Dat dit ook nu weer het geval was, mag uit het onderstaande blijken.
Nadat op maandagavond de bekende r.k. dichter Gabriel Smit een bijzonder boeiende causerie had gehouden over „de woorden en het "WOORD", sprak prof. dr. A. L Janse de Jonge op dinsdagmorgen als eerste referent over: „Religieuse Projectie". Spr. ging voornamelijk in op de posities van dr. F. Sierksma in diens boek over de religieuze projectie. Het ügt in het wezen van de mens dat hij positie kan kiezen buiten zichzelf, dat is zijn zelf-bewustzijn. Naarmate de mens zich echter meer bewust wordt, vervreemdt hij van zichzelf. Om nu toch houvast te vinden en tot een zekere eenheid met de wereld te komen, gaat de mens datgene wat hij in zichzelf niet meer kan vinden: troost en geloof, als religie buiten zich projecteren. Ofschoon spr. meende dat wij met het verschijnsel van de projectie terdege rekening zullen moeten houden, achtte hij toch het mensbeeld, zoals Sierksma dat ontwerpt, meer een neurose te zijn dan geleefde werkelijkheid. Evenals H. C. Rümke, die het ongeloof wil zien als een ontwikkelingsstoornis, ziet spr. de geforceerde excentriciteit als een stoornis, een neurose. Spr. wilde zelf meer uitgaan van de verbondenheid in de ik-gij-relatie. In de discussie ging het er voornamelijk over, wat wij nu tegen Sierksma CS. hebben te zeggen. Prof. Janse De Jonge meende dat wij als wetenschapsmensen het christelijk geduld moeten opbrengen om naar ongelovigen als Sierksma te luisteren. Wij kunnen ons niet van de zaak afmaken, door de wetenschap te laten schieten, om dan vervolgens in het Bijbels Getuigenis positie te kiezen. Dat wordt als een uitwijkpoging afgewezen. Door de Bijbel moeten wij leren ons geloof te zuiveren van on-bijbelse projecties. Daarom is het chr. geloof een zaak van tucht en institutie. Het is heel goed voor ons, als wij eens uit de XlXe eeuwse sentimentele „warmte" in de bijbelse „kou" terecht komen.
De volgende dag sprak prof. dr. G. E. Meuleman over: „Anthropologie in de Théologie Nouvelle". Met deze „nieuwe theologie" wordt bedoeld de posities van sommige R.K. theologen in Frankrijk. Dit zijn voornamelijk Jezuïten van de Theologische Faculteit van Lyon-Fourvière. Wat deze theologen willen, is in het kort het volgende: terug naar de tijd vóór de Scholastiek, naar Augustinus e.a.; hernieuwde bijbelstudie; confrontatie met de moderne filosofie; asindacht voor de vragen die ontkerstening en schisma aan de Kerk stellen. M.b.t. de anthropologie sluit men zich in allerlei uitlatingen nauw aan bij Augustinus en de Synode van Orange, men erkent dat de mens uit zichzelf alleen maar kan. zondigen. De officiële kerkelijke instanties onthouden zich voorlopig van commentaar op de Théologie Nouvelle, spr. heeft de indruk, dat het kerkelijk leergezag steeds meer ruimte laat aan de theologische bezinning. In de discussie wilde men graag weten of deze nieuwe ontwikkeling van de R.K. theologie ook betekenis zal krijgen voor het gesprek tussen Rome en de Reformatie. Prof. Meuleman weer er daarbij op, dat, hoewel men grote belangstelling heeft voor de Protestantse theologie — voortreffelijke studies over Karl Barth —, men toch op de wezenlijke verschilpunten niet veel verder is gekomen. Rome ziet de mens nog steeds in een zelfstandige positie tegenover God en spreekt nog steeds van medewerking met de genade.
Het hoogtepunt van het Congres was wel de feestrede ter gelegenheid van het 30jarig bestaan der C.S.B., op de avond van dezelfde dag uitgesproken door ds. J. Hessels Mulder. De titel was: „30 jaar C.S.B." en de spr. poogde in deze rede de betekenis van de C.S.B, voor de Geref. Gezindte te schetsen. Daarbij had hij geen behoefte aan illusies: de Geref. Gez. is niet verdeeld, maar versplinterd! Doch wij mog!en ons daarbij niet neerleggen, want Christus is niet gedeeld! De C.S.B, is nooit bedoeld als concurrent van de N.C.S.V., maar als een Geref. studentenbeweging met sterk geestelijk leven, want niet iedere student kan lid van de N.C.S.V. zijn (H. Bavinck). Spr. ging nu de ontwikkeling van de C.S.B. na, en wees er daarbij op dat na een aanvankelijk overwegend kerkelijk-geref. invloed, de laatste jaren ook andere visies naar voren komen, met name Herv, Geref. Dit is een verheugende ontwikkeling, want binnen de Geref. Gez. mag niet één bepaalde opvatting de boventoon voeren. De onderwerpen op de congressen zijn steeds gekenmerkt geweest door actualiteit. Er is vroeger en nu wel geklaagd, dat de Wijsbegeerte der Wetsidee zulk een grote plaats in de programma's opeiste, maar wie de programma's uit de afgelopen 30 jaar beziet, zal dat allerminst beamen. De vraag naar meer wijsgerige scholing is integendeel steeds vanuit de studenten opgekomen, en wij mogen dankbaar zijn voor de hulp door de Calv. wijsbegeerte verleend. Tenslotte zag ds. Mulder als de taak van de C.S.B., de bijdrage tot het herstel van de kerkelijke eenheid der Geref. belijders door te blijven praten en zich steeds meer te concentreren op de belijdenis der Reformatoren.
0p donderdagavond hield prof. dr. H. Dooyeweerd een referaat over: „De ware betekenis van de religieuze grondmotieven volgens de Wijsbegeerte der Wetsidee". Onder de religieuze grondmotieven verstaat de W.d.W. de centrale drijfkrachten die vanuit het hart, het religieuze centrum van de mens, richting geven aan zijn denken en aan zijn leven. Er zijn slechts twee grondmotieven: dat van Gods Woordopenbaring, die de gevallen mens in zijn hart wederbaart en hem weer op God richt, de drieslag Schepping-Zondeval-Verlossing, en dat van de afval, die de mens van God aftrekt en richt op de ervaringswereld. Het motief van de Woordopenbaring is één en ondeelbaar, dat van de afval neemt verschillende gestalten aan. Drie religieuze motieven hebben het Westerse denken beheerst:
1. het Griekse, dualistische motief van vorm en materie;
2. het synthetische van de Scholastiek: natuur en genade;
3. dat van de Renaissance: na tuur en vrijheid, de autonome melis.
De christen moet hier kiezen, want een synthese tussen het Bijbelse en een on-Bijbels motief is niet mogelijk. De discussie cirkelde voornamelijk om de vraag of men de motieven eigenlijk niet veeleer filosofisch, dan wel religieus moet noemen. Spr. meende dat zodra men een aspect van de werkelijkheid gaat verabsoluteren, men het betrekkelijke religieus maakt.
De volgende morgen sprak ir. H. van Harten over de Eenheid der Kerk. Spr. is lid van de Vereniging tot Herstel van de Eenheid der Geref. Belijders. Wij moeten het gesprek over de eenheid niet teveel aan de theologen overlaten. Niet de theologen, maar de gemeenteleden zijn de kerk. Wij zijn te fatalistisch ingesteld t.a.v. de verscheurdheid. Spr. zag drie oorzaken van deze verscheurdheid:
1. Wij hebben de mondigheid van de kerkmens teveel uit het oog verloren en zijn zo gestrand op de klip van het theologisme. De theologische geschillen leven niet in de gemeenten.
2. Wij lijden aan overschatting van de kerkelijke organisatie: kerkisme. Dit ontstaat overal waar de uitwendige organisatie zijn dienende functie verliest.
3. Wij hebben geen weet meer van ware christelijke verdraagzaamheid.
Deze impliceert niet vergeving, want dan moet eerst de schuld over en weer zijn beleden. Maar wij moeten eerst beginnen te leren elkaar te verdragen, zoals Christus onze kerken verdraagt. God tuchtigt ons, laten wij ons daarom voor Hem verootmoedigen. Ons bouwen bepaalt het vooruitzicht niet. Christus zal Zijn werk voleindigen! In de discussie deed men moeite om tot concrete gezichtspunten te komen, hetgeen niet eenvoudig bleek te zijn. Spr. waarschuwde tegen het activisme. Maar in de praktijk zien wij veelal juist het tegenovergestelde: men doet helemaal niets!
Terugziende op dit congres, moeten wij denken aan een woord van ds. Mulder, toen hij zeide, dat door de C.S.B.-congressen de Geref. studenten aan hun luiheid worden ontdekt. Zo is het. Dat geldt ook voor ons, Herv. Geref. Willen wij binnen de Geref Gez. iets betekenen, dan zullen wij veel meer ons moeten bezinnen op de Geref. principia over alle terreinen des levens. Er zijn alleen in Utrecht al meer dan 70 Herv. Geref. studenten. Waar waren zij? Waren de behandelde onderwerpen voor hen soms niet belangrijk?
Hervormd Gereformeerd Onderwijzersfonds.
Er is in vele toonaarden gewezen op 't grote tekort aan Herv. Ger. onderwijzend personeel. Zij, die het tekort aan den lijve ondervinden weten het beste wat dit zeggen wil. Dit tekort is helaas voorlopig niet weggewerkt. Dit duurt jaren. Maar er wordt aan gewerkt. Mede dank zij uw giften aan het H.G.O.-fonds. Ook ons fonds komt helaas tekort om alle plannen te verwezenlijken. Maar dit is slechts financiële nood. Daar is op korte termijn wel wat aan te doen. Dat onze oproepen verstaan worden bewijst ook nu weer onderstaande verantwoording.
Verantwoording:
Collecte kerkeraad Oudshoorn ƒ104, 43
Collecte kerkeraad Wierden „460, —
Collecte Evangelisatie Schiedam „261, 65
Collecte Evangelisatie Wassenaar „ 42, 38
Collecten kerkeraad:
Herkingen „ 56, 32
Kesteren „ 59, 35
Zwartebroek „111, 16
Nederhemert „ 57, 79
Gouderak „ 57, 01
Oud. a. d. IJssel „177, 24
Huizen „836, 58
Waardenburg ; „157, 13
Lexmond „ 68, —
Lopik „104, 41
Giften:
Dr. H. Steur, Den Haag „ 10, —
Fam. B. via ds. V., R'dam „ 2, 50
Ver. Opr. Inst. Chr. sch.. Vaassen „ 5, —
Fam. Bongers, Gouda „ 10, —
N.N., Terschuur „ 15, —
Kerkeraad, Noorden „ 50, —
Kerkeraad, St. Annaland „ 40, —
H. J. V. d. Brandt, Ede „ 15, —
H. Blokland, Werkendam „ 25, —
Notaris J. Baars, Strijen „ 50, —
Contributie via ds. v. D., St. Philipsland „ 2, 50
Contributie via J. L. v. Breughem, Bergsenhoek „122,
Contributie J. v. Ballegoon, R'dam „ 2—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's