De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

7 minuten leestijd

Historische herdenkingen — 4e eeuwfeest van de Reformatie in Schotland — Arminiusherdenking.

Evenals 1959 — men denke aan de op velerlei wijze gevierde Calvijn-herdenking — nodigt ook 1960 ons uit, ons te bezinnen op gebeurtenissen ia het verleden, die dit jaar een eeuwgetij hebben.

Allereerst betrek ik de doorbraak en vestiging van de reformatie in Schotland, 4 eeuwen geleden, in ons gezichtsveld. Die doorbraak geschiedde op een wijze, die nogal verschilt van wat in ons land en elders dienaangaande plaatsgreep.

Enkele maanden geleden heeft prof. Bakhuizen v. d. Brink uit Leiden in enkele „aethercolleges" daarop de aandacht gevestigd en in enkele nrs. van „De Wekker", schrijft prof. Van Genderen uit Apeldoorn erover.

Lang voor de reforüiatorische beweging zich in Schotland baan brak, waren er al invloeden werkend, die men in verband brengt met John Wiclif en zijn volgelingen. Ook is wel van invloed geweest, dat de rijke geestelijkheid het arme Schotse volk verdrukte. De losbandigheid en de onkunde van vele geestelijken hebben eveneens grote ontevredenheid en weerstanden tegen de kerk opgeroepen.

Hoe waar dit zij geweest, het grote is, dat de Heilige Geest de harten heeft bewerkt en honger en dorst heeft gewekt naar „de zaligmakende leer van Christus". De eerste predikers — en martelaren — waren Patrick Hamelton, die in Wittenberg heeft gestudeerd en teruggekeerd de rechtvaardiging door het geloof verkondigde, en de eveneens onverschrokken George Wishart. De aartsbisschop, die beide had laten terechtstellen, werd vermoord. Een groep reformatorisch gezinden verschanste zich in het kasteel St. Andrews. Onder hen was ook John Knox, de „reformator van Schotland". Toen de bezetting van St. Andrews moest capituleren, werd Knox veroordeeld tot de galeien. Hij wist al spoedig te ontvluchten en kwam na vele rondzwervingen — hij was ook in Geneve, waar hij door Calvijn nog verder geschoold werd — in 1559 in Schotland terug.

Van die tijd af berustte de leiding bij hem. Met kracht zette hij door. De 17e augustus 1560 werd de door Knox en drie medestanders opgestelde Belijdenis — de Schotse geloofsbelijdenis — door het parlement met grote meerderheid aanvaard en was in Schotland het pleit voor de Reformatie gewonnen.

De Schotse geloofsbelijdenis is dus eerst van staatswege aanvaard. Enkele maanden later kon er een synode bijeenkomen, die haar tot de belijdenis der Schotse kerk stempelde. In 1647 is deze belijdenis, welke nogal de trekken van haar meer politieke dan kerkelijke origine vertoonde, door de Westminster Confessie vervangen.

De „Free Church of Scotland" heeft dit feit in mei jl. in haar synodevergadering herdacht. De „Church of Scotland", wij zouden ze in navolging van prof. Van Genderen, aan wiens artikelen ik ook hiervóór verschillende gegevens ontleende, „de grote kerk" kunnen noemen hoopt deze herfst de herdenking te houden.

Van een herdenking in de „Free Presbyterian Churches", uit wier kringen de Erskines stamden, heb ik nog niet gelezen.

De „Schotten" zijn en worden nog onder ons kerkvolk met graagte gelezen. Ze waren tot veel zegen. Daarom is het goed, zij het uit de verte, mee te leven met de daden Gods, bewezen aan het Schotse volk.

De 10e oktober e.k. zal het 4 eeuwen geleden zijn, dat te Oudewater geboren werd Jacobus Hermansz Arminius. Hij stamt uit een „eenvoudig Hervormd milieu", verloor vroeg zijn vader, en kwam voor zijn opvoeding en vorming eerst in Utrecht onder leiding van een „hervormingsgezinde oud-priester", en vervolgens in Marburg onder de zorg van de sterrenkundige SnelHus. Op de tijding, dat Oudewater door de Spanjaarden was veroverd en platgebrand en zijn moeder daarbij was omgekomen, reisde hij naar het vaderland terug. De Rotterdamse predikant Bertius nam hem in huis. Arminius werd een der eerste studenten aan de jonge Leidse universiteit, werd door een gilde in Amsterdam in staat gesteld in Geneve onder Beza te studeren, bezocht nog andere universiteiten en werd — volgens belofte bij aanvaarding van de beurs — predikant in Amsterdam. Zijn jeugd viel dus wel „in roerig klimaat".

Hoogleraar in Leiden geworden — niet met volle instemming van Gomarus — kwam zijn afwijkend gevoelen ten opzichte van de praedestinatie — door zijn bijbellezingen in Amsterdam over Romeinen was er al het een en ander van aan het licht gekomen — scherper naar voren, en kwam hij in botsing met Gomarus. Dit veroorzaakte onrust in de kerk, en zette zich door in een strijd, die in het politieke en kerkelijke leven zulke afmetingen aannam, dat alleen krachtig ingrijpen door de overheid in beide orde op zaken stelde en een Nationale Synode mogelijk maakte.

Het is begrijpelijk, dat het geestelijk nakroost van „Armijn" zich beijverd heeft een grootse „Arminius-herdenking" te vieren. Nationaal, maar ook internationaal. De Remonstrantse broederschap heeft eerst haar herdenking gehouden en daarna is zij gastvrouwe geweest van een „internationaal Arminius symposion" in de Ie week van augustus jl. Daar waren vertegenwoordigers uit kerken en groepen in Engeland en de Verenigde Staten bijeen, om als volgelingen van Arminius — „schapen uit één stal" — met dankbaarheid voor wat zij als vrucht uit zijn gedachtenwereld in hun leven en streven hadden ontvangen, hem te gedenken.

Arminius is daar geprezen als „de vader der individualiteit", als de man „die een nieuw type kerk" voorstond, en die het „sublieme" woord heeft gesproken: „Niemand zal het recht hebben uit te maken wat ketterij is en wat niet". (N.R.Crt. d.d. 8-8-'60).

Op 7 augustus — de datum, waarop in 1575 Oudewater in handen der Spanjaarden viel, een feit, dat nog immer die datum herdacht wordt — heeft men de Arminius-tentoonstelling in Oudewater bezocht, waarbij een ontvangst ten stadhuize was.

Op velerlei wijze is ook in de pers Arminius herdacht. Er is geschreven over zijn tolerantie, zijn opvatting van de functie der belijdenis en wat daarmede samenhangt. Natuurlijk werd ook de heftige kerkstrijd niet vergeten, waarbij werd gememoreerd wat de Remonstranten te Dordt was wedervaren. Met instemming werd in „Kerk en Wereld" (d.d. l-7-'60) geciteerd wat een Schots theoloog over de wegzending der geciteerde remonstranten moet geschreven hebben: „then I bade good bye to John Calvin, toen nam ik afscheid van Jan Calvijn". Ik kan een en ander op de juistheid niet controleren. Maar het is, dacht ik, wel oppervlakkig voor wat men in de behandeling der zaak terecht of ten onrechte meende te moeten laken, Calvijn aansprakehjk te stellen. Dat lijkt mij niet in de trant der „Schotten", die ik in het eerste deel dezer „Croniek" memoreerde.

In een geestelijke (kerkelijke) strijd is helaas steeds veel vleselijks. En ofschoon dat vleselijk element immer waar en wanneer ook te veroordelen is, dat mag ons nooit verhinderen het echt geestelijke, het grote waarom het gaat, „de heilige leer" in het oog te vatten. Dr. Noordhoff, die in de N.R.Crt., d.d. 11-6- '60, een studie aan Arminius wijdde — ik heb in het voorafgaande daaruit enkele dingen overgenomen — zegt in een zeker verband: „In de hartstocht waarmee theologische en kerkelijke strijdvragen worden behandeld zit tenslotte ook een stuk geloofsstrijd, waakzaamheid en verantwoordelijkheidsbesef, waardoor bijvoorbeeld een tijd als die van Arminius en Gomarus in dit opzicht toch wel gunstig afsteekt tegen de periode van geestelijke vervlakking die wij beleven".

Hij voegt er aan toe: „Het had met minder scherpslijperij gekund".

In een tijd van lauwheid en oppervlakkigheid, die dweept met tolerantie en weinig een strijd voor „het geestelijk erfgoed" kan verstaan, zij dit woord ons een prikkel tot de goede, de schone strijd voor de eeuwige woorden van het Kruis. En dan in de weg van Paulus' woord: „Hebt acht op uzelf en de leer; volhard in dezen". (1 Tim. 4 : 16).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's