TOT OP DEZE DAG
KERKEWERK
Wanneer velen dit woord horen, dan blijkt het, dat zij daaronder verstaan het werk onder de buitenkerkelijken.
Hier ligt mijns inziens al enige begripsverwarring. Zeker heeft de Kerk van Christus op aarde een schone taak naar buiten, maar daaraan gaat toch vooraf de roeping naar binnen.
Wanneer oudtijds het bezettingsleger van een stad een uitval deed naar de vijand in het open veld, dan moest men wel oppassen, de vesting zelf niet van troepen te ontbloten, want de gevolgen zouden anders funest kunnen wezen, zoals voor de inwoners van Ai, die naar buiten gingen, maar de stad onverdedigd Heten.
Zo hebben de ambtsdragers dus eerst te letten op het werk, dat binnen de Kerk hun wacht. Het bestond, zoals wij zagen, in huis- en ziekenbezoek.
Wat het jeugdwerk aangaat, blijft de catechisatie nummer een. De kinderen van de leden der Kerk moeten onderwezen worden in haar leer, die in haar belijdenisgeschriften nader is uiteengezet. Het zou toch meer dan erg zijn, wanneer men straks belijdenis deed, terwijl men niet eens goed wist, waarover het ging. Ook de verstandelijke kennis mag hier niet ontbreken.
Hoe zou het immers komen, dat zovele lidmaten der kerk licht weggaan en afvloeien naar andere kerken of secten? Omdat zij eigenlijk een grondige opleiding in hun eigen kerk hebben gemist. Daardoor hebben ze geen verweer tegen de zogenaamde apostelen van allerlei soort en zijn vaak gauw omgepraat.
Men name denk ik hier aan de overgangen naar de Roomse Kerk. Zeg nu niet: tegenover al de overgangen naar de Roomse Kerk staan er minstens zovele van die Kerk naar onze Protestantse kerken. Wij houden hier geen wedstrijd in getallen. Wij moeten hier ons zelf niet min of meer gelukkig prijzen, daarmee, dat het met die overgangskwestie nog wel meevalt. Beter is het te proberen na te gaan, wat de diepere oorzaak van zulk een overgang kan zijn.
Mij is iemand bekend, die als jong meisje door haar ouders geheel vrij gelaten werd, ten opzichte van de kringen, waarin zij verkeerde. De ouders waren hervormd en gingen liefst op onder een gereformeerde prediking. De dochter had haar vriendinnen onder de meisjes van een Rooms pensionaat.
Was het wonder, dat zij later verloofd raakte met een Rooms Katholieke man en spoedig Rooms werd? Zij had een degelijke opleiding in de gereformeerde leer gemist en nu vond zij alles zo mooi, waarmee Rome kwam.
Anderen zijn er, die er een soort zwevende theologie op na houden. Ze zijn zo vaag, zo onomlijnd en hebben geen vaste grond onder de voeten. Ze voelen in de Eredienst heel sterk voor de liturgie en zó trekt de Roomse ceremoniëndienst hen aan.
Ik vraag mij bij al die mensen af, geleerd of ongeleerd, hoe hun opleiding is geweest. Al beweer ik niet, dat opvoeding en kerkelijke opleiding er alles toe doet, toch staat voor mij wel vast, dat een overtuigd calvinist niet Rooms wordt.
Daarom is het wel verdrietig, dat er juist op het terrein van de catechisatie zoveel tegenwerking vaak ligt in onze eigen omgeving. Op allerlei wijze openbaart zich dat wel.
In de eerste plaats in het vaak doodzwijgen van dit werk. Het is niet te zeggen, welk een verlammende invloed dit heeft op het catechetisch werk zelf.
Het is mij, als voorzitter van de kerkeraad in de stad meermalen overkomen, dat een of andere ouderling, nota bene! bij de rondvraag nog kwam met deze vraag: „Wat doet de kerkeraad nu eigenlijk voor de jeugd? "
U begrijpt, dat na zulk een vraag de stemming in de vergadering plotseling gespannen en geladen was. Niet zozeer daarom omdat dit toch geen onderwerp voor een rondvraag was, maar vooral voor zover hier een zekere minachting uit sprak voor het catechetisch werk der predikanten. Het bewijst in elk geval, dat zo'n vrager weinig of geen besef heeft van een zeer belangrijk werk van de dominees. Met zevenmijlslaarzen stapt men er overheen.
Wat wil men dan? Wil men de jeugd der kerk, zonder degelijk onderricht, straks met een „Hallelujah!" op de wereld loslaten?
Wat men ook doodzwijge of wat men ook bewere: de catechisatie blijft het jeugdwerk der kerk!
Christus sprak eens tot Simon Petrus: „Weid Mijne lammeren!" Dat woord is nog van kracht voor alle herders en leraren. De ouders hebben de plicht, hun kinderen toe te vertrouwen aan het kerkelijk onderwijs wanneer dat tenminste in overeenstemming is met Gods Woord en de belijdenis; om dat te steunen met hart en ziel.
Over dat marchanderen met de luren spreek ik nu liever niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's