De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verhouding der richtingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verhouding der richtingen

6 minuten leestijd

Enige opmerkingen over:

Het is niet de bedoeling, in dit artikel het in de hoofdtitel genoemde onderwerp in zijn geheel aan de orde te stellen. Het gaat slechts om een dupliek.

In De Waarheidsvriend van 4-18 augustus j.l. werden artikelen opgenomen „Bezinning nodig op de situatie in gemeenten met niet-gereformeerde minderheden".

In het nummer van 8 september van het Hervormd Weekblad Gereformeerde Kerk, het orgaan van de Confessionele Vereniging, reageerde ds. Groenewoud daarop. Hij bracht daarbij de houding der richtingen ten aanzien van de cultuur ter sprake. In het Hervormd Weekblad van 22 september verklaarde hij desgevraagd uitdrukkelijk, de richtingverschillen daar niet toe te willen herleiden, maar toch wel nieuwsgierig te zijn naar hoe onzerzijds de cultuur en aanverwant wordt beschouwd; tevens schrijft hij de onwilligheid van de (nietgereformeerde) minderheden (in gereformeerde gemeenten) toe aan de „strakheid in de leer" die in zulke gemeenten wordt betracht.

Daarbij voegt zich ds. Hoeve van Tienhoven, waarvan in het hervormd Weekblad van 29 september een „Ingezonden" werd opgenomen.

Dat beide heren het cultuuraspect van de verhouding der richtingen ondergeschikt achten aan de verschillen inzake „de leer" is verheugend. Maar, zegt ds. Groenewoud, ik had dan ook niet die verhouding der richtingen als geheel aan de orde gesteld; ik wilde zo maar eens van gedachten wisselen over het culturele aspect daarvan.

Nu, op zichzelf is er natuurlijk geen bezwaar tegen, de hervormd gereformeerde houding of houdingen ten aanzien van de cultuur eens te behandelen. Maar niet nu, en in dit verband. Want wie daarover onzerzijds ook zou schrijven, schrijver dezes heeft — zoals hij ook al in het Hervormd Weekblad betoogde — er wel bezwaar tegen, dat dit ter sprake komt als een integrerend onderdeel van de zaak van de niet-gereformeerde minderheden in de hervormd-gereformeerde gemeenten. Onzerzijds willen wij elke schijn van gelijkstelling van culturele en theologische aspecten vermijden. Dat zou voet geven hieraan, dat deze minderheden zouden kunnen zeggen: „wij zijn wel niet zo strak in de leer als jullie (deze uitdrukking zal denkelijk in de mond van de minderheden niet zo'n aanstoot geven); maar daar staat tegenover dat wij jullie cultureel weer een lesje kunnen geven". Alsof naast de gereformeerden met hun getrouw-willen-zijn aan Schrift en belijdenis deze niet-gereformeerden in hun cultuurbelangstelling een kerkelijke „inbreng" zouden hebben die hun op grond daarvan een volkomen volwaardige plaats in de gemeente zou moeten verzekeren.

Ik ben het met ds. Hoeve eens, dat het in wezen gaat om het wezen en de ruimte der belijdenis. Ook ds. Groenewoud is bereid, over dit „meer algemene" het gesprek voort te zetten. Dat „algemene" zou men kunnen aanduiden met: de richtingen en de belijdenis.

Daarover van gereformeerde zijde wat in het midden te brengen, vereist wel het vooraf uitgieten van wat olie op de golven.

Ds. Groenewoud spreekt van een verabsolutering van eigen inzicht bij de Bond, waarin alle ootmoed ontbreekt; ds. Hoeve schrijft ons de uitdrukking toe: „wij hebben de waarheid", met de onuitgesproken bijgedachte: „en de niet-gereformeerden niet". De Geref. Bond beschouwt „de anderen" niet werkelijk als kerk, zeggen ds. Groenewoud en ds. Hoeve beiden. En dus leven wij uit het beginsel van „de ware gereformeerden", denken als de Geref. Kerken voor Assen, zijn sectarisch, enzovoorts.

Schrijver dezes was bepaald verbluft over dit overweldigende effect van de door hem in het Hervormd Weekblad gebruikte eenvoudige uitdrukking „de strakheid in de leer" (van de hervormd gereformeerden).

Natuurlijk moet ieder trachten, de ander goed te verstaan. Ik meen dan van ds. Groenewoud en ds. Hoeve te begrijpen, dat zij zich stoten aan het op één lijn stellen, het in één adem noemen van „de reine leer", „de leer der apostelen", „de leer der godzaligheid, naar het Woord" met „de gereformeerde leer", „de leer waarnaar in hervormd-gereformeerde gemeenten wordt gepredikt en in niet-hervormd-gereformeerde gemeenten niet wordt gepredikt", om nu maar zo duidelijk mogelijk uit te spreken hoe men denkt dat wij denken.

Nu, dat klinkt natuurlijk ook uitermate irriterend. Het vereist enige commentaar, omdat genoemde tegenstelling nóch geheel beaamd, nóch geheel ontkend kan worden.

Niet geheel beaamd om verschillende redenen.

Men moet in een niet eindeloos uit te dijen artikel onvermijdelijk generaliseren. Bij nadere beschouwing van onze Kerk blijkt:

1. dat er niet-hervormd-gereformeerde gemeenten zijn waar (gelukkig) toch wel gereformeerd wordt gepreekt.

2. dat er ook in preken van dominees die bepaald niet gereformeerd preken nog wel „flarden" van de gereformeerde leer, de leer die verbonden is aan de Reformatie, terug te vinden of te herkennen zijn. Zoveel kracht ligt daar nog wel in.

3. dat van niet-gereformeerde prediking weliswaar veel op onwil jegens —, maar óók veel op onbekendheid met — en een niet-opgroeien in de leer der Kerk is terug te voeren; waarbij deze onbekendheid mede te wijten is daaraan, dat van gereformeerde zijde een en ander niet zó naar voren is gebracht, dat daarin de bedoeling duidelijk werd de gehele Kerk te dienen.

4. dat de gereformeerde leer in gereformeerde gemeenten ook niet altijd onverkort, in zijn evenwicht en in de juiste verbanden doorkomt, en afgezien daarvan het gemeentelijk leven ook daar bepaald niet onmiskenbaar herinnert aan de eerste christengemeente.

Maar ook niet geheel ontkend. Want de algemene tendentie is er wel. Niet zozeer omdat een niet-beantwoorden van de prediking aan de regel des geloofs in hervormd-gereformeerde gemeenten naar verhouding minder voorkomt, maar meer omdat gereformeerden altijd gevoelig zijn voor een appèl op de Schrift of op de belijdenis. O neen, zij zullen zich er heus niet altijd aan gelegen laten liggen. Maar nooit vanuit de gedachte, dat nu juist dat Schriftgedeelte misschien wel tijdgebonden was; of dat dat bewuste belijdenisartikel meer om hun persoonlijke gevoelens dan om een niet-corresponderen-op-de-Schrift eigenlijk maar eens op een kerkelijke vergadering aan de orde gesteld moest worden. Dat komt onder gereformeerden niet voor. Zij zouden daarmee ophouden, gereformeerd te zijn.

Omdat zij openstaan voor een appèl op de Schrift en op de belijdenis is het schromelijk onbillijk, te spreken van een verabsoluteren van eigen inzicht, de eigen leer. Men verabsoluteert bij de hervormd gereformeerden niet de eigen leer, maar men wil de leer der Kerk, de leer der apostelen, de reformatorische leer tot gelding gebracht zien. Het is rondweg een schande voor de niet-gereformeerden als zij dat „willen" van de hervormd-gereformeerden op zichzelf als een „eigen leer" of een „eigen inzicht" hekelen. En als er een uiteenwijken is van de leer der Kerk zoals die in de Reformatie naar voren is gekomen, en van de leer die door de hervormd-gereformeerden naar voren wordt gebracht, welke zijn die verschillen dan? Wij zijn heus niet te weinig ootmoedig of te weinig bescheiden om dat aan te horen.

Over het sectarisch denken en de statische beschouwing van de belijdenis de volgende maal.

(Slot volgt.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De verhouding der richtingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's