TOT OP DEZE DAG
KERKEWERK
25
Of de Kerk van Christus geroepen is, nog meer te doen? Alsof het ooit genoeg ware, wat zij tot heden deed; alsof de Kerk niet schuldig ware in zoveel, dat verzuimd is! Ik wijs u even op de achterstand inzake kerkbouw. Nieuwe straten, nieuwe wijken, maar geen kerk.
De Roomsen waren er eerder bij. Als er nog geen huizen stonden, verrees er al een kerk.
Wanneer die achterstand wat ingehaald wordt, komt de vraag ter sprake of men in die kerken zal bouwen op het enige Fondament Christus, en een ieder zie toe, hoe hij daarop bouwt. De kwestie van schoonheid uit architectonisch oogpunt beschouwd, van een gewijd en toch gezellig interieur mag zeker onder de ogen worden gezien, men overdrijve dit echter niet. Het is waar, dat de harde, soms zeer smalle banken in oude kerken nu niet bepaald aanlokkelijk zijn. Maar als men de mensen zou willen lokken met blauwig, gedempt licht of met deftige luie stoelen, of ook met een sterk liturgisch interieur, dan is men er ver naast.
De rechte prediking van het Woord en de bediening van de heilige Sacramenten naar de instelling van Christus moet de eigenlijke schoonheid der kerk uitmaken.
Vervolgens komt de vraag naar voren: hoe krijgen wij de mensen weer naar de kerk? Het afwennen van kerkbezoek ging als vanzelf. Men kwam als vreemdeling in de grote stad. In het dorp, waar men vandaan kwam, ging men 's zondags vrij geregeld, maar in de stad voelde men zich vreemd en men wist niet waarheen. Het is de taak der kerk, de band met die mensen zo spoedig mogelijk aan te knopen, ook dan, als zij alleen maar dooplid zijn.
Hier ligt een taak, ook voor de kerkgangers zelf. Wanneer de prediking van Gods Woord u persoonlijk wat waard is, spreek er eens over met uw buren rechts of links en probeer eens of u ze mee kunt krijgen. Misschien willen of durven ze wel met u naar een evangelisatielokaal, naar een van de voorportalen der kerk. Hier ligt voor ons allen ook werk, meer dan genoeg.
Doch, om tot de jeugd terug te keren: Moet er niet meer gedaan worden, dan dat de kerk de jonge mensen naar de prediking en de catechisatie roept? Dat is, dunkt ons, zo klaar als de dag. Sinds wij het vers leerden: Zij zullen het niet hebben, De goden van den tijd, zijn die goden enorm gegroeid in aantal en in gestalte. De wereld is er meer dan ooit op uit, de jeugd op te eisen en straks op te nemen in hare gelederen. Wij herinneren ons nog maar al te goed de Duitse Hitlerjugend en waarop dat uitliep.
Hebben wij nog een vaan? of hebben wij die niet? De vijand durft zijn rode vlaggen, zijn hamer en sikkel, wel te ontplooien. Is onze vaan het niet waard, dat wij daaronder optrekken?
Het wachtwoord voor jong en oud in deze tijd is dan ook: Sluit u aaneen! Organiseert u! Vormt ook uw kringen, waarin gij, opgebouwd door het geloof in Christus, elkander tot steun zijt!
Luister niet naar het smalen van hen, die de draak steken met „uw christelijke ditjes en datjes", zoals zij zeggen en u raden, juist als christenen in neutrale verenigingen of bonden te gaan.
Wij weten ook wel, dat het woord „christelijk" alleen als etiket, de dingen niet christelijk maakt. Maar wij weigeren toch, om over te steken naar hen, in wier statuten geen plaats is voor God en Zijn Woord. Dat overlopen zou een verraad zijn aan onze christelijke beginselen. Daarom moet ook door de ouderen de jeugd gesteund worden en christelijk worden geleid. Laten de leiders meegaan op hun weekendtochten, opdat zij op gepaste wijze mogen genieten van het schone en goede, dat de Heere ons hier nog wil schenken.
Hiermee is niet beweerd, dat de kerk voor alles verantwoordelijk is. Nog kort geleden lazen wij over baldadigheden der jeugd op de dag des Heeren op het eiland Urk. Daarbij werd een mening geopperd over de verantwoordelijkheid der kerkeraden inzake de vrije tijdsbesteding der jeugd op de dag des Heeren.
Misschien heb ik het niet goed begrepen, maar ik dacht bij mij zelf: Moeten de kerkeraden ook hiervoor zorgen? Hebben de ouders van gezinnen hier dan zelf geen roeping en plicht? Hebben zij dan de macht niet meer, om over hun kinderen te regeren, hetzij binnen- of buitenshuis? Hun kinderen zijn toch niet nacht en dag als het ware geestelijk uitbesteed aan de kerkeraad. Dominees en ouderlingen zijn toch geen politieagenten.
Moeten de jongeren 's zondags ook bijeengebracht worden in verenigingslokalen, nadat zij eerst behoorlijk ter kerk gingen? Men hoede zich hier voor „geestelijke overvoeding".
Of het moest wezen, dat men bedoeld heeft, de jonge mensen er in de week op te wijzen, dat zij zich ook op de dag des Heeren behoorlijk hebben te gedragen.
Dat zou iets anders zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's