Meditatie
GODS HERSTELPLAN !
Uw muren zijn steeds voor Mij. Jesaja 49 vers 16 b.
Somber is het beeld, dat de wereld laat zien. Wat zal er ia de toekomst nog gebeuren? En het ergste van alles is wel, dat de ware vroomheid meer en meer verdwijnt en de Kerk des Heeren slechts een ruïne schijnt te zijn. Is het wonder dat er geklaagd wordt: Wie zal ons het goede doen zien?
En nu zou het er wel zeer donker uitzien, als de Heere zelf niet zorgde, als Hij niet de belofte gegeven had dat daar tot het einde der wereld een volk gevonden wordt, dat op Zijn Naam is hopende.
Daarover spreekt ook onze tekst: „Uw muren zijn steeds voor Mij". Een woord, dat zich richt tot een volk in ballingschap. Zij wisten Jeruzalem in puin en de tempel verwoest. Vandaar ook da gezucht werd: De Heere heeft ons verlaten. Niet, dat allen daar in Babel ware droefheid over kenden. O neen, er waren er die het in Babel ó zo goed konden vinden. Er waren er ook, die zich over hun lot beklaagden. Maar toch was er ook een deel, dat om die verwoesting zichzelf aanklaagde. Het waren zij, die aan hun schuld waren ontdekt en het moesten uitroepen: Wij hebben, o God, gedaan wat kwaad was in Uw ogen. Uw vonnis is volkomen rechtvaardig. Zij waren ontdekt aan de oorzaak der ballingschap en zagen de puinhopen van Jeruzalem als een rechtvaardig oordeel.
Is er zo ook bij u, lezer, een erkennen van 's Heeren gerechtigheid? Er is zo weinig schuldgevoel en daarom geen plaats voor Jezus. Omdat er geen ontdekking wordt gekend, kan er geen vervulling worden genoten. De mens staat van nature zonder God in de wereld, leeft daardoor in het land der ballingschap. Maar de grote massa leeft daaraan voorbij. Het Godsgemis wordt niet beseft. En nooit zouden we bij dat gemis bepaald worden, over dat gemis treuren, als de Heere zelf niet ontdekkend werkzaam was in deze wereld. Wat een voorrecht, als wij het gemis leren verstaan en om de oorzaak van het gemis leren treuren, want dan zal de rijkdom van de belofte worden verstaan: Uw muren zijn steeds voor Mij.
Jeruzalem ligt in puin, de tempel is verwoest. Maar zij zullen hersteld worden. Het herstelplan Gods ligt uitgedrukt in de woorden van onze tekst. De tekening en het bestek van de nieuwe stad en tempel liggen bij God gereed. Naar dat plan zal alles herbouwd worden. Zo zal ook het gehele gebouw van het in- en uitwendige leven hersteld worden naar het plan Gods. Van eeuwigheid af zag God Zijn volk liggen, gebonden in de banden der zonde. Wat eens een pronkstuk in Zijn schepping was, is een ruïne geworden. En nu zal de Heere uit die puinhoop iets heerlijks maken. Hij zal ze gelijkvormig maken aan Zijn Zoon, naar Zijn evenbeeld herscheppen.
Het treurende Sion mag dan niets dan verwoesting zien. God ziet reeds de voltooiing. De verheerlijkte gestalte van de Kerk staat voluit voor Gods ogen getekend. En Zijn werk komt klaar, omdat Zijn Raad zal bestaan.
Eenmaal zal het gebouw als een kunstwerk voltooid zijn.
Eenmaal zal het voltooid zijn. Maar nu in de tijd wordt het uitgewerkt. De Heere is de Bouwmeester, die de levende stenen. Zijn kinderen, bouwen gaat op het hechte fundament Christus Jezus. Zo ontstaat het geestelijk huis, dat God aangenaam is in de Heere. Maar daar is heel wat werk toe nodig. Veel werk reeds om het firmament te leggen. Want Hij, Die geen zonde gekend heeft, is tot zonde gemaakt. Een geweldig werk, als de Zoon Gods moest uitroepen: „Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten". En toch, door dat werk werd het hechte fundament gelegd.
En op dat fundament moet nu het gebouw oprijzen. Ook dat vraagt werk, want van nature is de mens slechts een dode steen, die vast zit aan de rots der wereld. Daarvan moet hij losgescheurd worden en pasklaar gemaakt voor het gebouw des Heeren. Dat lijkt onmogelijk, als wij zien op die grote, vaste, harde steenklomp. Maar 's Heeren Geest is onwederstandelijk in Zijn werk. Door losscheurende genade worden dode stenen losgemaakt om geformeerd te worden tot levende stenen. Zo werkt Hij, als Hij het Woord indraagt in dode zondaarsharten en de vraag doet geboren worden: Is er nog een mogelijkheid tot behoud? Hij werkt, als Hij de dode stenen in gemeenschap brengt met de heerlijke Hoeksteen Christus. Dan gaan ze leven, want van Hem krijgen ze glans en door Hem worden ze waardevol voor de eeuwigheid.
Er is veel werk. Heel wat moet er gebroken en verbrijzeld worden, gezaagd, geschaafd, gepolijst en geslepen, om ze bouwstenen te doen zijn. Dat geschiedt in de werkplaatsen Gods. Daar worden rijken arm, groten klein, volle harten raken er leeg en vromen worden goddeloos. Die zich rechtvaardig meenden gaan hun doemwaardigheid zien. Maar in zulk een bearbeiding wordt Christus dierbaar boven alles. En toch, hoe onmogelijk wordt het de mens juist, als hij in Gods smidse vertoeft, om er te komen. Toen de heerlijkheid voor het eerst aan het hart werd geopenbaard en de weg der verlossing in Christus ontsloten, heeft menigeen gedacht er volkomen te zijn. Maar toen steeds meer ontdekking volgde, scheen het geheel afgesneden. Bergen van schuld, aanvechtingen van duivel en eigen hart maakten ons steeds meer tot een ongevormde steenklomp. En dan wordt gezucht: Wij... een steen van het Godsgebouw? Doch Gods werk gaat door. Als alle verwachting van onze kant wordt afgesneden, laat Hij zien het Lam, dat alle zonden wegneemt en dan zegt het geloof: De Heere, onze gerechtigheid.
Als levende stenen worden ze opgebouwd op de Hoeksteen. Want het Fundament deelt zijn heerlijkheid aan de Zijnen mee. In vereniging met Hem krijgen de stenen glans. Er komen vruchten, omdat Gods werk openbaar worden moet. Maar daar is dan ook voortdurende ontdekking toe nodig en meer en meer te leren: zonder Mij kunt gij niets doen.
In de smidse Gods moeten we steeds weer gebracht. En daar is veel werk, dat we niet begrijpen als de behandeling en bewerking plaats vindt, maar van achteren mag Gods Kerk door het geloof het verstaan, dat alles moet medewerken ten goede.
Het ganse bouwplan staat God voor ogen. Het herstelplan wordt uitgevoerd. Maar zijt gij een levende steen? Hebt ge er droefheid over, dat Jeruzalem in puin ligt? Heeft het u tot de Heere uitgedreven? Vreest dan niet. Hij zegt het: uw muren zijn steeds voor Mij! Ik zorg zelf voor het herstel, de heerlijke wederopbouw.
Nu is het heerlijk, een steen van het Godsgebouw te mogen zijn. En er zijn stenen van verschillende kleur en grootte. Maar ook kleine steentjes weet God te gebruiken. Er zijn stenen, die opvallen, er zijn stenen, die schier door niemand worden opgemerkt, doch hoe ze ook zijn, alle dragen deze inscriptie: „Genade". „Het is door U alleen, om het eeuwig welbehagen".
Gods herstelplan wordt uitgevoerd. Moogt ge dat verstaan door het geloof? Is dat u een oorzaak van blijdschap temidden van de donkerheid der tijden? O, dan kunt ge zingen:
Ik weet, hoe 't vast gebouw van Uwe gunstbewijzen, Naar Uw gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's