De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

11 minuten leestijd

De toogdag van de Mannenhond — Nyborg, het kerkelijk Jeruzalem van Europa? — Inauguratie en erepromotie van prof. dr. H. Berkhof — Zendingsexpansie.

Zaterdag 8 okt. jl. heeft de Ned. Herv. Bond van Mannenverenigingen op Geref. grondslag in Utrecht zijn jaarlijkse toogdag gehouden. In groten getale zijn de leden naar de oude bisschopsstad opgetrokken, zodat het N.V.-gebouw op de Oude Gracht, vooral 's middags, vol was. Er was in dat samen opkomen van de velen uit verschillende oorden des lands iets van: „Hoe vrolijk gaan de stammen op ..." (Ps. 68 : 13, ber.). De „mannen"toogdag wordt door groeiende saamhorigheidszin meer en meer een gebeurtenis in onze Herv.-gereformeerde beweging. Ik was blij ditmaal weer eens in het midden der broederen te kunnen zijn. Een verslag van de toogdag te geven, is niet mijn taak. Ik beperk mij tot enkele flitsen of moment-opnamen.

In stijl met het aan de orde gestelde thema „De Heilige Geest en Zijn werk", was de openingsrede van de voorzitter, ds. A. Vroegindeweij, met als titel:

„Vuur", afgestemd op Matth. 3 : 11.

Dat openingswoord was beheerst, en oriënterend op het aan de orde zijnde onderwerp van de dag.

Prof. S. V. d. Linde had voor zijn rekening het onderwerp: „De Heilige Geest en het kerkelijk leven". De behandeling was meesterlijk. Reeds direct al het begin, waarin hij, omdat de kerk zich in de wereld openbaart, handelde over het werk des Geestes in de Schepping. Hier raakte hij aan het vraagstuk van de cultuur, al noemde hij het woord niet. Maar ook het vervolg was rijk en sprankelend. Schier ieder woord was geladen. Het is alleen maar jammer, dat hij het stuk niet in druk gaf. Begrijpelijk, want zoals hij het onderwerp openlegde, kan alleen een boek de uitwerking dienen, gelijk hij opmerkte. Het is te hopen, dat hij tijd — en liefst spoedig — vindt om dat boek te schrijven.

Ds. L. Vroegindeweij had: „De Heilige Geest en het persoonlijk leven" in te leiden. Ook dit was goed, pastoraal-bewogen, waardoor uiteraard in aanpak en uitwerking anders dan het stuk van prof. V. d. L. lk kan mij indenken, dat sommigen het wat schematisch vonden, een tikje scholastisch.

En toen kwam het forum. Iets nieuws op onze toogdag. Maar aan de bundels vragen op de bestuurstafel, en aan het feit, dat men tot het einde — circa half zes — bleef, was wel te merken, hoezeer dit „nieuwe" in de smaak viel. Debat trekt altijd, en al is een forum nu niet direct een debating-club, het heeft er iets van, want de leden, die het vormen, mogen nog wel eens een opmerking op wat een medelid zegt plaatsen. Hoe dan ook, het forum was een goede greep van het Hoofdbestuur. Misschien zou het in het vervolg mogelijk zijn de referaten in de morgenvergadering te plaatsen; dan zou er meer tijd vrij komen voor het forum. Wellicht is het te overwegen.

Dr . A. A. Koolhaas, pas van de conferentie in Nyborg terug, waardoor hij eerst in de middagvergadering aanwezig kon zijn, voerde namens de Generale Synode der Herv. Kerk het woord.

De toogdag van dit jaar is zeer geslaagd geweest. En dat is zeker niet het minst te danken aan de goede voorbereiding van het Hoofdbestuur. Ja, het was goed, 3 oktober in Utrecht. God alleen de dank en ere. Hij zegene deze dag, voor persoonlijk en kerkelijk leven, door die Geest, over Wiens werk en genade treffende dingen zijn gezegd.

Ik noemde in het bovenstaande terloops de conferentie in Nyborg (Denemarken). Voor het eerst is daar het vorig jaar door afgevaardigden van Europese Kerken vergaderd. Het was alles nog in een beginstadium. Nu is er meer consolidatie gekomen. Er is een secretaris benoemd, die met een bureau de contacten verzorgt en meer wat uit de consolidatie voortvloeit.

Nyborg staat geheel los van de Wereldraad van Kerken, al noemde de secretaris van die Raad, dr. Visser 't Hooft, de conferentie wel „een goede propaedeuse voor de oecumene".

Nyborg wil zelfstandig blijven, mede omdat aan deze conferentie ook de gereformeerde kerken in Nederland en kerken van achter het ijzeren gordijn — de r.k. kerk neemt aan de conferentie in Nyborg geen deel — medewerken en er alzo waardevolle contacten over en weer kunnen aangehouden en gekweekt worden. Inderdaad heeft dit zijn voordelen. Dr. Koolhaas wees daarop ook in zijn toespraak ter vergadering van de Mannenbond.

Uit de verschillende verslagen, welke ik onder ogen kreeg, bleek mij dat de 180 afgevaardigden soms nog al heftig in discussie zijn geweest, o.m. toen het ging over de stappen, die, naar men meende, gedaan moesten worden door de kerken, „om de volkeren en hun regeringen te bewegen de weg te verlaten, die zou leiden tot oorlog." Men zag wel algemeen de huidige situatie, vergeleken bij die, waarin de vorige conferentie werd gehouden, verslechterd. In menig land zijn de tegenstellingen verscherpt. Dat is niet te loochenen. Onlangs bleek mij dat uit een stuk van dr. Nijenhuis in „Woord en Dienst", d.d. 1-10-'60, waarin hij schreef over de strijd, welke bisschop Dibelius ter Synode van zijn kerk had gevoerd over de vraag of de Oost-Duitse regering kon gezien worden als een overheid als in Rom. 13 : 1 vv. aangeduid. In zijn brochure „Obrigkeit" heeft hij dat ontkend.

De Synode, in welker midden een grote stroming tegen het standpunt van Dibelius zich op exegetische en andere gronden verzette, heeft geen uitspraak gedaan.

Uit dit bericht, dat ik terloops hier invoeg, blijkt hoezeer ook in een en dezelfde kerk, verschillende standpunten worden ingenomen. Dan is het geen wonder, dat men in Nyborg niet eenstemmig was. Een bisschop uit Praag poogde de conferentie te winnen voor het standpunt van de onlangs gehouden „Praagse vredesconferentie", in welke het Westen voor de huidige spanningen verantwoordelijk is gesteld. Dit nogal communistisch getinte gevoelen is afgewezen. Ook het voorstel van bisschop Wendland uit Berlijn — een van de afgevaardigden van het patriarchaat van Moskou — om een vredesboodschap te richten aan de Verenigde Naties, is niet aanvaard. Wel zal een gebed voor de vrede opgesteld worden, dat men zal zenden aan alle vertegenwoordigde kerken, met verzoek, dat te gebruiken. Dit werd met algemene stemmen aangenomen. (N.R.Crt., d.d. 12-10-'60).

Ook over het onderwerp „de taak van de kerk in de wereld", was geen eenstemmigheid. Dr. van Leeuwen, de directeur van „Kerk en Wereld", heeft dit onderwerp ingeleid en kwam tot de uitspraak, „dat de ontkerstening van Europa ons eindelijk duidelijk maakt, dat de kerk er eigenlijk alleen maar is om de wereld te dienen". „Hierbij schudden de afgevaardigden der orthodoxe kerken uit het oosten hun hoofd". („Trouw", d.d. 12-10-'60). Van de doelstelling inzake de kerk, hadden die oostersen een gans andere opvatting. Zij stelden in het licht, dat de kerk „bestaat om de Naam des Heeren te loven en Zijn daden van barmhartigheid te prijzen". De verslaggever van „Trouw" concludeerde uit dit ver­schil in zienswijze tussen dr. van L. en de oostersen, dat „in de aanvang de conferentie in de mist zat". Die mist schijnt opgetrokken te zijn; de oosterse afgevaardigden hebben zeer beklemtoond, dat het „Ere zij God" aan het „Vrede op aarde" voorafgaat en dat deze schriftuurlijke volgorde in de prediking der kerk moet praevaleren.

Naar ik uit het verslag van „Trouw" opmerk, hebben de westersen van de oostersen een correctie moeten incasseren. Nu ben ik heus geen bewonderaar van de oosters-orthodoxe kerk, maar in wat haar afgevaardigden in Nyborg naar voren brachten, sta ik aan hun zijde. Zegt Ps. 51 : 17 niet: „Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen"? en Ps. 22 : 26: „ Van U zal Mijn lof zijn in een grote gemeente"? En heeft de Dienst des Woords niet de roeping vóór alles de daden Gods in Christus Jezus, de boodschap der verzoening, te verkondigen? Het onvervalste Evangelie is nog immer „de schat der Kerk". Daarover waren Luther en Calvijn het met elkaar eens.

Boven het verslag van „Trouw" staat: „wij leren veel van elkaar". Gelukkig, wat het bovenstaande betreft. Het zij tot genezing van de vaak al zeer naar het „amerikanisme" — „social Gospel", de taak van 't evangelie voor 't sociale leven — ontsporende kerkelijke praxis ten onzent. Een zich verdiepen in de H. Schrift, een duik in de werken der reformatoren, met name Calvijn, kan onder de zegen des Heeren de kerk en haar leiders in het Westen, ook in Nederland, van heilzame betekenis zijn. Moge de conferentie van Nyborg — vragender wijze door de verslaggever van „Trouw", als „Het kerkelijk Jeruzalem van Europa" betiteld — daartoe een middel blijken.

Vrijdag 7 oktober jl. heeft dr. H. Berkhof in het groot-auditorium der Leidse universiteit zijn ambt als kerkelijk hoogleraar vanwege de Ned. Herv. Kerk, in dogmatiek en de bijbelse theologie aanvaard, met het uitspreken ener rede over: „God voorwerp van wetenschap". Een gedurfd onderwerp, dat hij — afgaande op de persverslagen — m.i. wel knap heeft verdedigd tegen de „diepe argwaan, waarop bij theologen en niet-theologen de dogmatiek stuit." Dat is hem trouwens wel toevertrouwd. Zal dit een eerherstel der theologie en met name der dogmatiek zijn aan Nederland's eerste universiteit? Berkhof is alumnus aan de Leidse universiteit geweest; op unaniem advies van de theol. faculteit heeft de Generale Synode hem benoemd. Het zal hem een eer zijn het zijne te doen, dat Leidens theol. faculteit weer iets van haar oude glorie herneme. Berkhof voelt voor Leiden. Ik heb hem eens schertsend horen zeggen, dat Utrecht in vergelijking met Leiden — de Academie — een „ambachtsschool" was. In hoeverre dat toen juist was, kan ik niet beoordelen. ledere universiteit heeft haar „ups and downs". Maar gezien, wat ik van Utrecht meemaakte, plaatste ik een protest.

Het frisse geluid, dat ik in het verslag beluisterde, zij voorbode van een „nieuwe lente". Uitdrukkingen als: „theologie is een vorm van het God liefhebben met het verstand" en „het gaat om de Heer, Hij komt tot ons in de gestalte van de leer", zeggen in dit verband wel iets. En de „herleving van het Griekse denken" in een bepaald verband genoemd, betekent wel een zekere reactie, tegen een stroming, die men „isrealietisch" zou kunnen noemen, wat nog niet hetzelfde is als Bijbels.

Een kleine week na zijn inauguratie is prof. Berkhof in Edinburgh een eredoctoraat door de universiteit daar verleend, ter gelegenheid van 't 4e eeuwfeest der reformatie in Schotland. Een verslag daarvan is via de microfoon der N.C.R.V. gegeven door de heer Felderhof, waarbij ook de ere-doctor zich even Het horen. Uit zijn woord bleek wel grote erkentelijkheid voor de eer hem met deze promotie verleend. Prof. Berkhof onze gelukwensen met deze onderscheiding. God make zijn weg en werk in Leiden tot een zegenrijk hoogleraarschap in de dogmatiek, om voor studenten en allen, die hem volgen te vertolken het „lied", dat in het dogma schuilt. Dan zal het zijn: Deo gloria.

Tenslotte keer ik nog even terug naar Utrecht. De 25e september jl. heeft daar de G.Z.B. zijn jaarvergadering gehouden, waarop met algemene stemmen het Hoofdbestuur is gemachtigd, de plannen voor een nieuw arbeidsterrein in Zuid- Afrika uit te voeren. Deze vergadering — ik kon ze helaas niet bijwonen — lijkt me van grote, van historische betekenis. Men heeft gehandeld naar de roep Gods: „Zeg de kinderen Israels, dat zij voorttrekken!" (Exodus 14 : 15). Wie zou zich daarover niet verblijden? Men hoopt straks ds. Tichelaar, nu predikant in St. Anthoniepolder — hij was voor het oude terrein bestemd, maar kon geen visum krijgen — die zich voor het nieuwe werk wil geven, daarheen te kunnen afvaardigen. Wellicht straks ook ds. 0. Lam uit Lunteren, gelijk men in het vorige nummer van ons blad heeft kunnen lezen.

In de voorvorige week werd ons in de pers bericht, dat ook de Chr. Geref. Kerken pogingen doen in Zuid-Afrika zending te drijven. Onder de Bantoe-bevolking. Een commissie, bestaande uit ds. A. Bikker en prof. v. d. Schuit en een medicus, dr. E. Helms, zal eerst nog terrein verkennen. Brengt ze goede tijding mee, dan hoopt eerlang ds. L. Floor uit Almelo het werk te aanvaarden, gesuccundeerd door dr. E. Helms voor de medische dienst. Het is wel treffend, dat de beide groepen, G.Z.B, en Chr. Geref, Kerken, die op Celebes werkten — niet zonder onderling contact — nu in Afrika weer tegelijkertijd ongeveer het grote werk in uitbreiding aanvatten. Het zij bij beiden een heilige concurrentie om door het Evangelie des Kruises, daar te winnen, te bouwen en te bewaren de Kerk van Christus, „Wiens Rijk geen einde zal hebben". (Belijdenis van Nicea).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's