TOT OP DEZE DAG
BEGRAFENISSEN
Als er één ding is, waartegen een jong predikant vooral opziet, dan is het wel tegen begrafenissen. Zoals de bediening van het Heilig Avondmaal voor de eerste maal een gebeurtenis is in zijn ambtelijk leven, zo ook zijn eerste begrafenis.
Temidden van zwijgende mensen moet hij daar de stilte verbreken en het Woord Gods doen horen. Er is moed en vrijmoedigheid voor nodig, in het land van de stilte des doods het Woord des levens te doen weerklinken.
In de dorpen moet dat geschieden op twee plaatsen: in huis en op het kerkhof.
Ik heb eens iemand horen zeggen: „Als er aan het graf niet gesproken wordt, is het net of er een beest begraven wordt".
Zeker is, dat het spreken uit Gods Woord nergens misplaatst is; èn in het sterfhuis niet èn aan het graf niet.
Overigens kan ik het mij begrijpen, wanneer onder een rouwcirculaire er wel eens bij vermeld staat: „aan het graf geen toespraken".
Begrafenisplechtigheid en drukte moeten vooral niet langer duren dan strikt nodig is, en lange toespraken zijn menigmaal een soort begrafenisbloemen, die de kilheid van de dood bedekken moeten en niet kunnen.
Wanneer een ambtsdrager naar een begrafenis gaat, dan moet hij altijd weer vragen: „Heere, wat zal ik spreken? Geef mij de rechte bewogenheid met de waarlijk bedroefden; vooral met de bedroefden naar U!"
Er doen zich menigmaal zoveel beletselen voor. Op een begrafenis zijn allerlei mensen bijeengekomen. Gelovigen en ongelovigen zitten er tegenover elkaar of dooreen.
Er zijn er, die kerkelijk meeleven. Dat u op de begrafenis gevraagd werd is een bewijs dat men daarop nog prijs stelt. Of anders dat men krachtens traditie voor het gestorven familielid nog een christelijke begrafenis wenst. Er zijn vaak ook aanwezigen, die met Gods Woord en de kerk gebroken hebben, maar zich voor ditmaal toch tot luisteren zetten, omdat zij moeilijk anders kunnen.
Ook zijn er onder al die mensen soms keurmeesters, die nieuwsgierig en kritisch er op wachten, „waar de voorganger de overledene zal brengen", zoals men dat noemt. Wee hem, zo hij zalig spreekt, waar zij het doemvonnis reeds hadden uitgesproken.
Tenslotte, of laten wij zeggen: eerst, zijn er de familieleden, die 'n woord van troost in hun droefheid nodig hebben.
Ook hier liggen dan weer moeilijkheden, waaraan men zich echter niet mag storen, want er zijn soms aanwezigen, die denken of wel eens zeggen: „U weet niét eens of deze mensen naar de enige troost vragen".
Zo kan zich op een begrafenis van alles voordoen. Er kunnen sprekers zijn, die van een begrafenis een dispuutvergadering willen maken, om onder hardop zuchten en geteem, dominee een spaak in het wiel te steken. Zulken waren er althans voorheen, al geloof ik, dat dit geslacht nu aan het uitsterven is.
Kortom: Welk een zee van omstandigheden kan vóór u liggen. Hoe krijgen en hoe houden wij hier soms een overzicht?
Het is op een begrafenis een buitengewone gelegenheid voor de prediking van het Evangelie. Gewoonlijk weerklinkt zij in de kerk. Nu wordt zij gehoord ook in het sterfhuis en op het kerkhof.
Wat heeft hier de voorganger nodig? David bad eens een schoon gebed:
„Heer', open Gij mijn lippen door Uw kracht!" Zeker had hij eerst ook om een open hart gebeden en de Heere geeft altijd twee dingen: open hart en open lippen. Hij leert ons dan ook, wat wij spreken zullen.
Meestal valt er van de overledene weinig of niets te zeggen. Een voorrecht is het, wanneer de gestorvene in vrede heenging. Wij kunnen daar dan op wijzen ter vertroosting van de bedroefden naar God en daaraan ons woord ontlenen. Daarbij en daarom moet tevens de waarschuwing steeds worden gehoord.
Wat gaat er dan een rust uit van het Woord Gods, dat wij opslaan! Dat zij en blijve ons uitgangspunt en wij hebben dan stof genoeg.
Intussen heb ik er nooit voor gevoeld, op begrafenissen een preek te gaan houden. Uitgaand van het gelezen Woord, is het onze taak, nu eens in het werkelijke leven af te dalen. Dacht u, dat het de mensen over het algemeen zou interesseren om van een hoofdstuk tekst voor tekst te horen verklaren? U vergist zich!
Laat een dominee toch oppassen voor woorden, woorden en nog eens woorden om daarmee de tijd te rekken en eigenlijk altijd weer hetzelfde te zeggen. Wij moeten de vrees overwinnen, dat een en ander te kort zal duren. De mensen moeten aangesproken worden in deze bepaalde omstandigheid. Ze hebben er nu geen behoefte aan, om allerlei exegetische bijzonderheden over een tekst te horen. Daar hebben de werkelijk bedroefden nu hun gedachten niet bij.
Grote begrafenissen brengen vaak grote bezwaren mee. Het intieme in de eigen familiekring gaat er vaak mee verloren. Men zou tot de naaste bloedverwanten wel eens dingen willen zeggen, waar de grote massa niet mee te maken heeft.
Persoonlijk is het mij in een sterfhuis met de familie altijd beter geweest, dan in een kerk of lokaal, al weten wij wel, dat het dikwijls niet anders kan. Intussen blijft het altijd een moeilijkheid, om het onderscheid tussen het spreken in huis en dat aan het graf te onderscheiden. Zal men aan het graf weer hetzelfde zeggen, wat men in huis al sprak? Wel gebeurt het soms, dat er op het kerkhof over een gestorvene wat meer moet en kon gezegd worden dan gewoonlijk.
Zo hij, die heenging, iemand was, die veel voor anderen deed. Die een voorbeeld voor zijn omgeving was en wiens leven getuigde van zijn geloof in Christus, waarom zouden wij dat dan niet zeggen? Wij kunnen ook wel eens al te bang zijn, om over mensen te spreken, omdat wij gevaar zouden lopen, in mensenverheerlijking te vervallen. Maar het kan toch ook anders. Wanneer de schoonheid van Gods werk er in geprezen wordt, dan moet er vrijuit gesproken worden, opdat een ieder zich afvrage of hij dat leven uit genade in Christus ook heeft leren kennen. Heerlijk, wanneer over de stilte van dood en graf het: „zalig voor eeuwig!" mag weerklinken.
In bepaalde gedeelten van ons land is de zogenaamde „nagroeve" („naogroove") tot een oude, vaste traditie geworden. De bekenden zonder meer zijn dan naar huis gegaan. Alleen de familie en vrienden en buren zijn dan naar huis teruggekeerd en aan een ouderling is de taak opgedragen, de broodmaaltijd met gebed te openen, een gedeelte uit Gods Woord te lezen en dan te sluiten. Een dominee heeft daar meestal de tijd niet voor, want hij zou op die manier bijna de gehele dag bezet zijn.
De leden van een dorpsgemeente vragen, wat dat aangaat, wel eens teveel van hun leraren, vooral, wanneer die gemeente groot is. Moet dominee dan overal aan te pas komen, tot aan het tafelgebed toe? Er zou op die wijze zo langzamerhand een „domineesgeloof" kunnen ontstaan alsof zijn eerwaarde de gebeurtenissen nog wat plechtiger kon maken! Het is echt dorps, om te menen, dat een dominee overal bij moet zijn, anders is het niet goed. Dit moeten wij ons nooit laten aanleunen, want de aardse kerk heeft haar voorgangers, maar houdt toch ook vast aan het priesterschap der gelovigen.
In de grote steden liggen de begrafeniskwesties wel wat anders. Wanneer een dominee daar gevraagd wordt, laat hij dan toch vooral gaan. Het gebeurt immers lang niet altijd, dat men wordt gevraagd. Ja, het komt daar wel voor, dat men een zieke een paar maal heeft bezocht en zelfs geen bericht van overlijden ontving, laat staan een uitnodiging ter begrafenis. Dat zijn wel ontstellende toestanden, niet zozeer om het onbeleefde er in, maar omdat hier ook elk godsdienstig besef afwezig bleek.
Erger wordt het nog, wanneer men wel gevraagd werd, maar zich verontschuldigde met een: „tot mijn spijt verhinderd wegens een vergadering of vanwege uitstedigheid'.
Er zijn tijden in het mensenleven, waarin de mens voor een ernstig woord uit het Evangelie meer dan anders toegankelijk is. Wee hem, die zulke tijden verwaarloost.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's