De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

Dankt God in alles

6 minuten leestijd

1 THESSALONICENSEN 5 : 18.

Het is nu weer de tijd, dat in den lande de dankstonden voor gewas en arbeid worden gehouden. De indruk is onmiskenbaar, dat dit jaarlijks in mindere mate geschiedt en dat de belangstelling daar, waar het gebeurt, zeker niet groter wordt.

Toch acht men in vele streken van ons land de bid- en dankstond voor het gewas natuurlijk, in de zin van „voor de hand liggend". Want men voelt zich sterk verbonden met de natuur en de afhankelijkheid van mens en dier wordt menigmaal sterk ervaren. Daarbij wordt dan een tekstwoord als het bovenstaande ook als min' of meer natuurlijk beschouwd, omdat het immers gepast is in deze tijd een woord te overdenken, waarin de dank wordt uitgesproken.

Deze enkele woorden uit de brief van Paulus aan de Thessalonicensen zijn zeer eenvoudig om te lezen en te horen. Zelfs komt misschien bij ons wel even de vraag op, of daarvoor niet een wat veelzeggender woord kan worden gevonden. Dit weten wij toch allen wel? Ja zeker, weten doen wij het wel, maar waar is de praktijk?

Zoals de Statenvertaling het aangeeft, is het woord „God" er door de vertalers omwille van de duidelijkheid aan toegevoegd. Dan blijft een drietal woorden over: „Dankt in alles". Op Wie deze dank zich zal hebben te richten is overigens zeker geen vraag, gelet op het geheel van dit vers 18.

Wat allereerst opvalt, is de veeleisendheid van dit woord. Wij staan hier voor een vordering, waarbij wij zelf met onze gehele persoon en al het onze betrokken zijn. Het is bepaald niet vrijblijvend of zodanig, dat wij er alle kanten mee uit zouden kunnen gaan.

Het verband, waarin Paulus dit zegt is ook opmerkelijk. Hij heeft gesproken over de laatste dingen. De jongste dag kan onverwachts komen. Daarom zijn nuchterheid en waakzaamheid geboden (vs. 8) en hij geeft in dat licht vele ver­maningen van allerlei aard. Opmerkelijk is, hoezeer de apostel erop bedacht blijft om juist dit leven onder beslag van Gods Woord te houden. Hoe sterk de verwachting van de wederkomst ook zij, er blijft een taak in deze bedeling. En heel dit leven, in geestelijk en stoffelijk opzicht blijft staan onder beslag van Gods recht daarop. En daarom luidt het parool voor de gemeente, die Gods naam draagt:

„Dankt God in alles".

Dat danken zal vooral geschieden door het gebed (vs. 17). En door de banden tussen het gebed en de dankzegging zal ook het woord „verblijdt u te allen tijd" (vs. 16) vervulling vinden. Als wij dit alles in het oog houden krijgt ook ons bidden een ander karakter. Hoe vaak moeten wij niet met schaamte ontdekken, dat wij wel aan God al onze noden weten voor te stellen, maar Hem niet de eer toebrengen, die Zijn heerlijke Naam toekomt?

Daarom is een woord als dit zo ontdekkend. Het moet niet alleen gebruikt worden, als het ons te pas komt, maar de Heere wil het toegepast zien op al onze levensverhoudingen en omstandigheden. En wat zullen wij er dan van terecht brengen uit onszelf? Wie kan dat? Dan komen wij zelfs met onze dankstonden, die geestelijke hoogtepunten leken te zijn, in verlegenheid.

Maar dit laatste is niet erg. Want het zal ons doen verstaan hoezeer wij God nodig hebben. Ja, ook de praktijk der dankbaarheid is een zaak van groei. Dan wordt God steeds groter, de mens al kleiner. Dan kan het overdenken van Gods zegen in gewas en arbeid ons tot geestelijke wasdom brengen. Hebt u daar wel eens bij stilgestaan?

Het bijbelse woord „danken" grijpt echter verder dan ons gebed en onze lofzang. Letterlijk betekent dit woord: „de offergave brengen". Ziet u hoe veeleisend dit is? Wij moeten dat niet van zijn kracht beroven door een verwijzing naar het Oude Testament. Duidelijk ligt daarin besloten de gedachte aan de werken der dankbaarheid, zoals onze catechismus die uitvoerig uiteenzet. Wij kunnen het onder dit eenvoudige woord nog benauwd krijgen. Hoe zullen wij er ooit mee klaar komen?

„Dankt God in alles". Dit onderstreept wat wij reeds zagen. Het gaat niet om alles, waarvoor wij dankbaar menen te kunnen zijn. Want dat is niet aan ons oordeel overgelaten. „In alles" doet denken aan alle omstandigheden.

Als wij dan nog even aan „het gewas" denken, heeft het laatste jaar ons twee uitersten te zien gegeven: eerst de ernstige droogte en nu de wateroverlast. Daardoor is ieder weliswaar niet in gelijke mate getroffen, maar allen hebben wij er weet van. En nu de roeping om in dit alles toch God te danken. Dat kan, wanneer wij letten op wat wij verdiend hadden, dan is er ondanks mogelijke schade nog ruimschoots reden om te danken.

„In alles" heeft dan echter ook onze hele persoon nodig. Geen scheiding in een terrein voor God en een terrein voor wereldse zaken. Dat zullen wij wel beamen, maar wat ligt dat in de praktijk vaak verkeerd. Hoe goed wij ook weten dat God niet met een halve mens genoegen neemt, wat hinken wij vaak op twee gedachten!

Deze eis is absoluut en alomvattend. Niemand kan dat bestrijden of ontkennen. Wel moet juist de klem van dit woord ons doen begrijpen, dat het ons voor een onmogelijke opgave stelt. De moed kon ons a.h.w. bij voorbaat in de schoenen zinken, hoe aanlokkelijk de opgave ook is. Want het leven der dankbaarheid is een gezegend bestaan. Het is alsof Paulus dat heeft aangevoeld. Want in het tweede deel van vs. 18 voegt hij er aan toe: „want dit is de wil van God in Christus Jezus over u". Dat lijkt versterking van de eis. Want Gods wil is onaantastbaar. Doch het wordt gesteld in het licht van Jezus Christus.

Zo wordt „alles" overstraald door Zijn Licht. Om Hem kan alles en door Hem komt alles. En zoals Gods wil vervuld is in Christus, zo moet die wil vervuld worden in die van Christus zijn. Zij kunnen met niet minder toe dan hun Meester. Dat behoeft ook niet, want zover zij in Hem zijn, hebben zij deel aan Zijn werk. „In Mij draagt gij veel vrucht".

De eis der dankbaarheid dringt ons dan toch tot de Zaligmaker. Welk mens kan iets van zichzelf? „Ik vermag alles door Christus, Die mij kracht geeft", zegt Paulus elders. Dan is het geheim verstaan.

God geve ons daarom niet alleen de eis van dit woord te zien, maar evenzeer de vervulling, zoals die in de Heiland geschonken is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's