NOOD
4
We hebben onze nood, de nood van ons geslacht getekend als gemis van Godskennis en met name gemis van Godsvrucht. Door velen wordt dit in het geheel niet beseft en, indien men er op wijst, niet ernstig genomen. Zo ver is een mens van zijn hoogste levensbelangen verwijderd en vervreemd.
En toch is deze onwetendheid niet zo radicaal, dat hij er zich voor de rechterstoel Gods op beroepen kan, en tot zijn verontschuldiging aanvoeren. Het is nl. zó, dat de openbaring van het „kennelijke Gods", de z.g. algemene openbaring, tot allen doordringt. De Schrift getuigt daarvan in Rom. 1:18 vv. en in Rom. 2: 14 en 15. Sommige theologen, aanhangers van de z.g. „nieuwe theologie", ontkennen een algemene openbaring en de daardoor verkregen Godskennis. Zij willen van een z.g. „natuurlijke" Godskennis niet weten. Het gaat intussen helemaal niet over „natuurlijke" Godskennis. Er kan geen sprake zijn van natuurlijke Godskennis, zoals we in de vorige stukken hebben aangetoond. Nog eens, daar gaat het niet over. Romeinen spreekt van het „kennelijke Gods", dat door openbaring tot allen komt. God heeft het hun geopenbaard. (Zie vs. 19). Hieraan ligt dus een daad Gods ten grondslag. Bovendien wordt er aan toegevoegd „opdat ze niet te verontschuldigen zouden zijn" (vs. 20).
We beweren niet, dat deze algemene Godskennis bij velen tot ware Godsvrucht gedijt. Dat kan men zelfs in het algemeen en voor alle tijden niet beweren van de bijzondere openbaring, die God door Christus, de apostelen en de profeten gegeven heeft en doen optekenen. Door de Heilige Schrift wil God Zijn waarheid in gedachtenis gehouden hebben. Doch allen, die met haar in aanraking komen, zijn nog geen waarachtig gelovigen en worden dat ook niet.
Als de vrucht, die de Christen uit de aard der liefde zo gaarne zou willen zien, nl. dat velen, ja, dat allen tot kennis der zaligheid in Christus kwamen, zó weinig is, staat het er dan met het Koninkrijk Gods eigenlijk niet armoedig bij? Lijkt het niet op een mislukking en hebben zij, die van het bankroet van het Christendom durven spreken en het heidendom prijzen boven de Christelijke religie, (zie Kroniek in De Waarheidsvriend, d.d. 10 nov. jl.) misschien nog gelijk?
Toch niet, want de Schrift laat niet na er op te wijzen, dat er in het laatst der dagen een grote afval zal komen. (2 Thess. 2:3). De Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij geloof vinden op aarde? (Luc. 18:8).
En zullen de profeten niet gedood worden op de straten?
Neen, de verachtering van het kerkelijk leven, de afval, de verslapping, het is alles geen argument om van bankroet te spreken, of te lasteren.
Mensen, die dat doen, kennen de Christus der Schriften niet. Zij bedenken dingen, die uit de boosheid van hun eigen hart opkomen. Als ze zo over de Christelijke religie spreken, spreken ze over dingen, waarvan zij geen verstand hebben.
We mogen ons bedroeven over de afval, maar die kan voor de Schriftgelovige nooit een aanleiding tot twijfel of wanhoop aan de komst van het Koninkrijk Gods zijn.
Ook dergelijke uitingen van kritiek en laster aan het adres van de Christelijke religie zijn in de grond der zaak reacties op de algemene en bijzondere Godsopenbaring.
Ook vijandschap, haat en ongeloof, reacties op de Godsopenbaring?
Zonder twijfel.
De algemene openbaring, die tot allen uitgaat, geeft reeds een besef van God. In de Christelijke landen, waar sedert meerdere generaties, ja, gedurende eeuwen het Evangelie gepredikt werd, en de saamleving in meerdere of mindere mate ging doorzuren, werd door opvoeding en onderwijs, door litteratuur en kunst, door instellingen en stichtingen de kennis van de Christelijke religie, in verstandelijke zin althans, algemeen goed.
Indien er geen openbaring, algemene, noch bijzondere ware, zo ware er geen kennis, geen bewustzijn, geen reactie. Aangezien dit echter wel het geval is, en het algemeen volksbewustzijn werd gekerstend, daar kan men tweeërlei reactie op de in dat alles werkzame prediking opmerken: een gelovig erkennen en aannemen, en een ongelovig negeren, verwerpen en bestrijden.
We denken daaraan niet altijd, doch ook ongeloof is een reactie op de Godsopenbaring voor zover die tot ons kwam. Zelfs de loochening van God (atheïsme) is daarvan een voorbeeld en zelfs bewijs: men kan niet loochenen, of er moet iets of iemand te loochenen zijn, dat zich op enige wijze voor ons stelt.
Ook het ongeloof bevestigt, dat God zich niet onbetuigd heeft gelaten. Heeft Jesaja niet geschreven, dat God Zijn Woord zendt om te doen alles, waartoe Hij het zendt? Dit woord zal niet ledig wederkeren. (Jes. 55 : 11).
De dienst des Woords heeft een godgelijke bestemming in de vervulling van de Raad Gods, niet alleen tot volmaking der heiligen, maar ook als voorbereiding van het eindgericht, als de Zoon zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden. Christus zelf spreekt onderscheidene malen over het oordeel.
Dat oordeel wordt bepaald door onze levenshouding ten aanzien van het Woord: Die in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven, maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toom Gods blijft op hem. (Joh. 3:36).
Die niet gelooft, is alreeds geoordeeld. (Marcus 16 : 16, 1 Joh. 5: 10). Het is bij velen gebruik geworden om te spreken van een antwoord, dat we God zullen geven. Vaak maakt het de indruk, of God op dat antwoord zit te wachten, alsof Hij iets van ons nodig had.
Ook is 't soms helemaal niet duidelijk, wat men daarmee bedoelt.
In de zin van de reactie op de Godsopenbaring, zou men dat kunnen gebruiken. Ons antwoord is dan geloof en aanbidding, of ongeloof en versmading.
Het ongeloof maakt de nood der wereld eerst recht openbaar. Als openlijke versmading der hoogste Gerechtigheid en Genade werpt het zijn schaduw vooruit op het gericht, dat de wereld wacht. Ongeloof, negatie en lastering van het Evangelie des kruises zijn de voorboden van het oordeel op de grote dag des Heeren.
Het zij ons tot een vermaning en roep tot bekering, opdat we een toevlucht mogen vinden in de Heere Jezus Christus. Want zovelen Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden. Zijn barmhartigheid roemt tegen het oordeel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's