De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

Advent

10 minuten leestijd

Maar Noach vond genade in de ogen des Heeren. Genesis 6 : 8.

De adventklokken overstemmen de doodsklokken. De Heere in Zijn trouw zorgt er voor, dat Zijn Woord (beloften) vervuld wordt.

Het teksthoofdstuk tekent in vers één het vermenigvuldigen van mensen op aarde. Dat is een zegen. Maar een zegen Gods kan op verschrikkelijke wijze miskent worden. De mensen van Noachs tijd misbruikten die zegen in de dienst der zoude.

In ons tekstverhaal doemen voor ons op twee geslachten. Het geslacht van het vrouwen- en dat van het slangenzaad. In de tenten van het slangenzaad leeft men niet uit en bij het Woord van God. Het adventsverwachten is er niet. De bralende taal klinkt er op: de aarde is ons paradijs.

Kaïn bouwt zich een stad. Daarmee spreekt hij uit, dat hij het in zijn leven niet van de Heere verwacht, maar van de zelfverlossing, van de mens. In die stad bloeit op de cultuur zonder Christus er in te kennen. De zonde heerst er, de Godsmiskenning, de verwerping van het Woord van God aangaande de komende Christus. Lamech is er de man. Hij heeft met God en Zijn Woord afgedaan en bezingt zijn eigen grootheid. Men schept zich in de tenten van het slangenzaad een zo aangenaam mogelijk bestaan zonder God. Jabal verzekert het leven op aarde door de uitvinding van de tent. Tubal-Kaïn smeedt de wapenen om zich te verdedigen. En Jubal verbant de zorgen des levens door muziek. Naëma, Lamechs dochter, brengt het vrouwelijk geslacht tot het bedenkelijk peil van de schoonheidscultuur en verleidingsmacht. Lamechs tent is de zondetent. Men rekent er niet met God en de beloofde Christus. Het Kaïnsgeslacht, met het gesloten paradijs achter zich en een vervloekte aarde rondom zich en een Heilig God boven zich en de dood voor zich, wordt niet klein voor God. Er wordt geen droefheid naar God gevonden. Het zoeken van de Beloofde Christus wordt niet beoefend. De zonde gaat er vruchten dragen. Het menselijk leven is „rijk" geworden. Laat ons eten en drinken want morgen sterven wij. De vijand, de dood heerst wel, maar daar heeft men zich mee verzoend. De vrolijke noot verdrijft de gedachte aan de dood.

In vers vier staat dan, dat er mensen van naam waren. Cultuurmensen. Die beschikken over lichaamskracht, die industrie hadden en aan wie de techniek ter beschikking staat. De wereld wordt er door geld, spel, geweld en de vrouwen beheerst.

En hoe staat het nu met de kerk? Is zij adventskerk? Leeft zij uit het Woord van God, uit de beloofde Christus?

Ach, werd eerst de grens tussen vrouwen- en slangenzaad nog gehandhaafd, de scheiding door God gewild, werd van de zijde van het vrouwenzaad verbroken. Henoch en Lamech, Noachs vader hebben dat nog beleefd. De adventsverwachters hebben een zware strijd in de wereld en de kerk. Zij buigen voor en leven uit het Woord van God, maar zij worden daarbij eenzamen, uitzonderingen in de wereld. Hun waarschuwend woord wordt in de wind geslagen. Hun verwachting van het heil Gods wordt miskend. Het zaad van de heilige linie is niet bestand tegen de verleidingsgeest. De ware vreze des Heeren wordt gemist. Hun godsdienstig belijden wordt een leer, een gewoonte, een sleur.

Zo lezen wij dan in vers 2: Gods zonen zagen de dochters der mensen aan, en zij namen zich vrouwen uit allen die ze verkoren hadden.

De Héére had Kaïn en zijn geslacht weggezonden van Adams tenten. Hij trok de grenzen. Maar de Sethtieten doorbreken 's Heeren grenzen.

Nee, die schrikkelijke zonde komt er maar niet opeens. Die komt gelijdelijk tot stand. De tenten der bozen zagen er aanlokkelijk uit. En nu gaan de mannen uit de heilige linie eens kijken. Maar het afgezonderde zaad is niet bestand tegen de verleidingsgeest, die zij niet onderkennen. Zij schuwen niet in 't geloof de listen van Satan. Het leven uit het Woord van God missen ze. Zó hebben ze in tegenstelling met Henoch, Lamech, Noach en anderen, de genietingen van de wereld liever dan de positie van dorpelwachter te zijn in hun Bonds-Gods-woning. De zonen Gods, dat zijn de mensen uit het geslacht van Seth, de gedoopten, trokken een juk aan met de ongelovigen en verloochenden zó de eenheid, die er moet zijn met Christus, de eenheid in het wachten op verlossing en het mede-arbeiders Gods zijn voor de komst van hèt Grote Vrouwenzaad. Maar zó worden de erfgenamen van het verbond nu mede-erfgenamen met de gevloekte wereld. Het Woord Gods wordt niet in het geloof omhelsd en beleefd. Het mede-arbeiders Gods te mogen zijn, wordt niet begeerd. Het natuurlijk leven bloeide op, maar Gods oordeel kwam er over. De Godvergeten-eenheid is de eenheid geworden in de ondergang onder al Gods golven en baren. Christus-verlating leidt tot de eeuwige dood.

Nu waarschuwt Christus ons in Zijn Woord zeer ernstig voor deze zonde. Hij zegt ons: in de toekomst van de Zoon des mensen zal het zijn naar de geest van de dagen van Noach. Er is ook vandaag een uitwissen van de grenzen door God gesteld. Lamechs tenten lokken ons aan. Heel velen beginnen kerk en kermis, christendom en wereld gewoon te vinden. Dat de Heere ons hele hart, ons hele leven vraagt, gaan velen negeren. Dat ze Zijn komen moeten verwachten in de vreze Gods, wordt al minder beoefend en begeerd. Het wegdoezelen van de grenzen neemt steeds meer toe. De zonde van onverschilligheid en onbewogenheid heeft velen in haar greep. Zó rijpen de levens voor het oordeel Gods. Kerk van Christus waakt en vraagt naar Christus, Die wederkomt op de wolken des hemels. Sta naar een leven uit de dienende Christus. Zoek Hem met uw hart. Maak de banden Gods niet los in zorgeloosheid en wereldzin. Maar vraagt om een leven aan Zijn dienst geheiligd en gewijd.

Hij die gekomen is in Bethlehems stal, komt weer als Rechter van 't heelal. Hebben wij het doel Gods met ons leven leren zien? Wie dat geheim vandaag mist gaat met de stroom mee. Wie het heil Gods leerde beminnen en beleven, heeft de stroom wel tegen, maar hij behoeft niet te vrezen, want de Heere is een zon en schild in het strijdperk van dit leven. Des Heeren kracht wordt in zwakke mensen verheerlijkt. Een verwachtend volk wordt niet beschaamd.

De wereld van Noachs dagen heeft eigen weg bewandeld. Men greep naar het zinnelijke en heeft het adventsverwachten niet gevonden. Maar aan het tergen van de Heere komt een einde. In vers 3 lezen wij, dat God de zonde van de afkerige bondskinderen gaat bezoeken. Nu Zijn Woord miskend wordt, zal Hij zich aan dit geslacht gaan onttrekken. Het bedenken des vleses is vijandschap tegen God. Het weigert zich te stellen onder de tucht van Gods Geest en Woord. Dat roept Gods Heilige toorn op.

De Heere zoekt het afkerige in Christus nog te behouden. In Zijn lankmoedigheid geeft Hij nog tijd tot bekering. Maar komt er geen verandering, dan ... komt het einde. Hoe ondoorgrondelijk is 's Heeren ontferming. Gedurende die tijd laat God Noach nog optreden. Elke hamerslag is een veroordeling van het: laat ons eten en drinken en vrolijk zijn. Maar komt de verootmoediging niet, dan komt het oordeel. Dan staat er het diep aangrijpende woord: En God zag, dat de boosheid des mensen vermenigvuldigd was op de aarde.

Misschien is men wel even geschrokken van Noachs prediking. Maar men heeft de angst weer weggelachen. Men blijft in dwaze zelfverheffing voortleven. Doch dan laat de Heere die mens los, vers 7. De zonde betaalt zijn loon.

Kunnen wij bestaan? De Heere bepaalt ons nog bij het genade-vinden, vers 8. Hij is niet alleen rechtvaardig in Zijn richten, maar ook vol van genade en barmhartigheid. Hoe schittert in vers 8 Gods-trouw-aan-Zijn-Woord uit Genesis 3 : 15. In het Vleesgeworden Woord, in Christus behoudt de Heere een overblijfsel naar Zijn verkiezing te midden van het oordeel.

Het voltrekken van Gods oordeel aan de verwerpers in Noachs dagen houdt enkel barmhartigheid in voor de toekomst. Had de Heere niet ingegrepen, dan had naar de mens gesproken de gehele mensheid zich doodgezondigd.

Maar de Heere behoudt zich een volk in Christus. Hij begiftigt Noach met genade, opdat het Heilsplan Gods voltooid zal worden. Nee, het geheim der genade is niet uit Noach te verklaren, maar enkel en alleen van God uit. In de geschiedenis Gods wordt ons het wonder geopenbaard. Maar de Heere doet dit in de middellijke weg. Noach vond genade, terwijl anderen het verachten en miskennen. Dit is vrije gunst van God.

Noach vond. Dit vinden spreekt van ernstig zoeken. Het levende Woord van God heeft Noach tot een ernstig zoeker gemaakt. Hij vond. Hij kwam tot het geloof. Hij kwam daarin in de gemeenschap van God te staan. Een eenling te midden van zijn tijdgenoten. Hij heeft de adventsklokken horen luiden zoals zijn vader Lamech, Enos en Henoch. Die gelovigen van de oude tijd hebben de enige troost in Christus leren smaken. Daarom stonden ze als getuigen van Christus in de wereld en in de afvallige kerk. De onzienlijke en toch nabije God had hun leven ingenomen. In Christus lag hun leven veilig en wèl gefundeerd. Zijn gerechtigheid was Noachs gerechtigheid. Van die gerechtigheid Gods heeft Noach door woord en daad gesproken. Geloof ziet niet op wat voor ogen is, maar op de Heere. En het geloof wordt niet beschaamd.

Hebben wij nu ook genade gevonden in de ogen des Heeren? Hebben wij een geopend oog voor de tekenen der tijden? De mens viert zijn triumf op de aarde.

Maar de greep naar het leven van de aarde is een misgreep. Vroeg of laat moet zulk een wereld zichzelf de dood aandoen.

De geloofsgreep is de greep naar het leven. Het genade vinden in de ogen des Heren is het Heil Gods vinden. Zonder dit heil in Christus zijn wij doodarm. Laat u door Gods Woord waarschuwen. Leer bidden om de listige taktiek van de duivel te leren onderkennen. De tekenen der tijden prediken ons Christus' komen. God ziet, zegt vers 5. Hij gaat ons meten aan het recht van Zijn Heilig Woord. Buiten Christus is geen heil. Nu niet en straks niet. Zoek de banden Gods gelegd door roeping en verkiezing vast te maken. Dat kan, dat mag, dat wil de Heere door Zijn Woord in u werken. Dan vinden wij genade in de ogen des Heeren. Dat volk heeft toekomst. Wel komt het met hun eigen afkerig hart steeds weer aan Christus voeten met belijdenis en schuld. Maar in Christus ziet God het in genade aan. En in Christus zal het in Zijn komen ten oordeel eeuwig bevrijd worden.

Leeft gij bij die dag? Het adventsverlangen wordt door een slordige levenswandel vaak te weinig openbaar. Sta dan naar een teer geloofsleven. Dan is Gods Woord uw gids en kracht en moogt ge steeds ervaren: Hij is nabij de ziel die tot Hem zucht, Hij troost het hart dat schreiend tot Hem vlucht.

(Vriezenveen)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's