Kerknieuws
Beroepen te:
Harkema-Opeinde (toez.), A. P. Peschar te Ballum — Naarden (toez.), J. Veen te Beekbergen — Nunspeet (vak. N. Kleermaker), J. V. d. Velden te Dordrecht — Haarlem (wijkgem. 1), J. Streef land te Almen — Nieuw-Lekkerland, P. J. F. Lamens te Kamerik — Waddinxveen, C. Vos te Bennekom — Den Andel (toez.), W. C. Jansen te Warfhuizen — Drachten (4e predikantsplaats), F. Brouwer te Hillegom.
Aangenomen naar:
Colijnsplaat, R. Dijkmeijer te Giessen- Oudekerk — Fijnaart, J. Dol te Medemblik — Harkstede, vic. H. L. A. de Wijk te Warnsveld.
Bedankt voor:
Kootwijkerbroek (toez.), P. J. F. Lamens te Kamerik.
Elspeet.
De kerkeraad van Elspeet heeft nu de eerste stappen gedaan bij het moderamen van de classis Harderwijk om te komen tot de stichting van een tweede predikantsplaats met het oog op de bearbeiding van Uddel.
Ermelo.
In Ermelo is men bezig met het bijeenbrengen van gelden om over te gaan tot de bouw van een groot kerkelijk centrum met een flinke kerkzaal.
Reeuwijk.
Vroeger werd er alleen dienst gehouden in de oude Hervormde Kerk te Reeuwijk, Dat deel van Reeuwijk, hetwelk 't dichtst bij Gouda ligt, ligt op grote afstand van de Hervormde Kerk. Daarom worden er tegenwoordig ook diensten gehouden in Nieuw- Reeuwijk, die uitgaan van de kerkeraad. Ze blijken in een grote behoefte te voorzien.
Classicaal Bestuur van Gouda.
In de plaats van ds. Jj. Moll, die van Schoonhoven naar Driebergen vertrok is ds. P.J. Monster gekozen tot voorzitter van het clsssicaal bestuur van Gouda.
De Heidelbergse Catechismus.
D.V. 1963 valt de 400e verjaardag van de Heidelbergse Catechismus. Er worden plannen gemaakt voor de publicatie van een boek om dit feit te gedenken.
Het zal een Internationale uitgave worden, waaraan schrijvers uit verschillende landen zullen meewerken.
Kerkbouw.
Aan het bulletin van het persbureau der Ned. Herv. Kerk ontlenen we het volgende:
Sedert 1959 werden tien nieuwe kerken gebouwd; twintig zijn er in aanbouw en men hoopt in 1961 voor vijftig de nodige bouwvergunningen te verkrijgen.
Vluchtelingen uit Oost-Duitsland.
De maandelijkse vluchtelingenstroom naar het westen is aangegroeid tot 20.000.
Vanaf 1 januari tot oktober vluchtten er 168362 mensen.
Voor Jan in militaire dienst.
Zoals steeds is er ook nu weer gelegenheid Kerstpakketjes naar onze militairen te sturen... met een hartelijke brief.
Mag ik echter voor dit jaar een vriendelijk verzoek doen? Door drukke werkzaamheden heb ik nl. dit jaar weinig gelegenheid de verzending te verzorgen. Stuurt u daarom de pakjes rechtstreeks aan het P.I.T., Nieuwe Gracht 90, Utrecht, of aan de leider van het nieuwe Prot. Mil. Tehuis, Leuvenumseweg 68 te Ermelo.
Bij voorbaat hartelijk dank, namens de militairen.
J. Goedhart,
Haarlem, telefoon 02500-55951.
Bevestiging en intrede van ds. A. Romein te Noordeloos.
Het was voor de Hervormde gemeente van Noordeloos een goede dag, toen op zondag 27 november, na slechts drie weken vacant te zijn geweest, in de morgendienst kand. A. Romein uit Vlaardingen in het ambt werd bevestigd door zijn schoonvader ds. W. Vroegindeweij uit Barneveld.
Deze dienst, in een goed gevulde kerk, werd met Psalm 108 : 1 en 2 begonnen en na wetsverkondiging en schriftlezing uit Markus 4: 1—9 volgde de prediking aan de hand van de woorden uit dit hoofdstuk, het 26e tot het 39e vers.Dat Koninkrijk komt de jonge predikant u brengen. Niets anders dan het Woord van God wil hij u brengen. Dit wil niet zeggen dat de andere terreinen van het leven dit niet raken. Maar juist het Koninkrijk van God dient heerschappij te hebben over alle vakken van ons menselijk bestaan. Laten wij niet denken dat de kerk blijft bestaan in een dominee, maar God Zelf staat voor Zijn werk in. De Heilige Geest zelf zorgt er voor, zodat de dominee ook slapen kan gaan; en na gedane arbeid rusten, zodat als de grote oogsttijd daar is, de Grote Maaier de sikkel zal kunnen slaan in de oogst. Aldus sprak ds. Vroegindeweij.
Aan de handoplegging werd vervolgens deel genomen door ds. J. de Waard van Meerkerk en ds. J. Vroegindeweij van Kamperveen.
De intrededienst mocht zich in een overvolle kerk verheugen. Na lezing van Psalm 124 en Coll. 1 : 9—20 volgde de prediking over Psalm 124 5:8. Onze hulp is in de Naam des Heeren, die Hemel en aarde gemaakt heeft.
Deze Gods-verwachting werd ten tijde van Calvijn als votum ingesteld bij het begin van de dienst.
Maar hier vinden we het aan het einde van onze Psalm nadat de psalmist diep heeft mogen ademhalen. Dit wil niet enkel zeggen een streep onder het verleden, maar ook een hulp voor de toekomst.
Wij zeggen het wel, maar toch trachten we het met eigen kracht te kunnen. Wanneer geven we ons gewonnen aan Hem? De waarachtige hulp is in de naam van Hem die Zich zelf bekend gemaakt heeft.
Door het Woord der prediking wil Hij bekend maken wat Hij is en wat Hij wil. Of Hij kan helpen, vraagt de psalmist niet, maar Hij laat zien dat Hij hemel en aarde geschapen heeft. Kunt u zich veiliger bergen dan in Hem, Jezus Christus? In de wetenschap dat vandaag het werk van de Heilige Geest voortgaat doet ons zien de God van het verleden, en van het heden, maar ook voor de toekomst. Doet het ook aan ons Heere, ook in ons hart. En met die woorden „En wij zullen Zijn aangezicht zien, en het zal op onze voorhoofden geschreven staan" was deze prediking ten einde.
Vervolgens klonken nog woorden tot de bevestiger, burgemeester, aan het classicaal verband Gorkum, ring-collega's, de consulent, maatschappelijk werkster, Geref. en Chr. Geref. gemeente, studenten vereniging Voetius, hoofden der scholen, kerkeraad, kerkvoogdij en notabelen, kosters, organist, catechisanten, jeugdverenigingsleden en tenslotte aan de dames die de pastorie hebben schoongemaakt.
In de rij der sprekers sprak burgemeester M. W. Schakel het eerst. U bent in Noordeloos de 46ste predikant na de reformatie, en u staat op een kansel die rust op een doopvont van voor de reformatie, doch deze is nu omgekeerd! Daarna ds. v. d. Velden van Nieuwpoort namens de classis Gorkum en de ring Vianen. U komt hier in een streek van Geref. belijdenis, dat wij dat ook zullen tonen te zijn.
De studenten-vereniging Voetius verkreeg vervolgens het woord. Er werd herinnerd aan wat ds. Romein heeft betekend voor deze vereniging, inzonderheid in een kamp van de Herv. Geref. jeugdverenigingen. Ds. de Waard droeg zijn consulentschap wederom over, nadat hij ook nog de hartelijke groeten overbracht van ds. Van 't Ende, Onstwedde. De rij van sprekers werd gesloten door ouderling Bikker namens kerkeraad en kerkvoogdij, deze verzocht de gemeente te zingen Psalm 134 : 3. En hiermede ging de gemeente weer uiteen.
(Op verzoek nemen wij onderstaand verslag op, hoewel in ons vorig nummer reeds een summier verslag werd geplaatst. Redactie).
Bevestiging ds. N. Kleermaker.
Zondag 20 november jl. verbond ds. N. Kleermaker uit Nunspeet zich aan de Rotterdamse gemeente (Herv. Wijkgemeente „de Samaritaan"), zulks ter vervulling van de vacature ds. W. L. Tukker.
In de morgendienst, welke in de prachtige St. Laurenskerk werd gehouden, werd da nieuwe predikant bevestigd door zijn zwager, prof. dr. H. Jonker uit Utrecht, die als tekst gekozen had een gedeelte uit Efeze 4 (vers 11-14).
„Het zijn lange teksten", aldus de Utrechtse hoogleraar, „waarin de visie van Paulus op de gemeente tot uitdrukking komt. Het zijn ook prachtige en zwaar geladen woorden, die een krachtige inhoud bezitten. Daarom zou ik u en mijzelf vanmorgen willen helpen met een paar samenvattingen, opdat wij met elkander zouden kunnen afdalen in de diepten van de waarheid, die Paulus ons vanmorgen mededeelt. Paulus preekt hier over:
1. Het Levensgeheim van de gemeente (vers 11)
2. De zichtbare openbaring van de gemeente (vers 12)
3. De groei van de gemeente tot geestelijke mondigheid (vers 13-14).
Achter de gemeente van Jezus Christus staat een geheimenis, de sprake van het Woord Gods. De gemeente van Jezus Christus is niet uitgedacht door mensen, 't Is niet een menselijk initiatief, dat er zo iets bestaat als een gemeente van Jezus Christus. Die gemeente bestaat krachtens het feit, dat God redenen 'uit Zichzelf genomen heeft, om een gemeente uit deze wereld te trekken en uit te verkiezen tot het eeuwige leven.
Achter deze gemeente staat de werkelijkheid Gods, dat God deze wereld niet aan haarzelf heeft overgegeven, dat God deze wereld niet heeft doorgestreept.
Achter de gemeente van Jezus Christus staat het Woord van Gods machtige genade en heil, geopenbaard in een wereld van nood.
Het levensgeheim van de gemeente is niet de religie van de gemeente, is niet de gemeenschap van de gemeenteleden onderling. Het levensgeheim is dat onzichtbare Woord, de hemelse leer, de doctrina, om het met Calvijn te zeggen; die doctrina, die God door mensen laat verkondigen in het midden van deze wereld. Dat is het geheim, daartoe zijn wij alleen maar gemeente van Christus, niet omdat wij zulke beste, brave mensen zijn, allerminst. Maar het wezen en het fundament der gemeente ligt in het Woord van Gods machtige heilsopenbaring.
De leer, de doctrina, het Woord Gods, is maar geen objectieve beschouwing, maar is een kracht, die een mens verandert? En nu kom ik tot het tweede punt: de zichtbare openbaring van de gemeente.
Er gebeurt wat met die gemeente. Die gemeente gaat veranderen. Die gemeente wordt bekeerd. Er komt nieuw leven in die gemeente. Maar hoe openbaart zich dat dan? Lees vers 12. Kort samengevat: dat Woord Gods is zo bezig, dat de mensen worden toegerust tot dienst en gemeenschap. Dat zijn de twee trefwoorden. Calvijn vertaalt het woord „volmaking" als: weder-oprichting der heiligen. Samenvoeging der heiligen slaat op dienst en gemeenschap. Het Woord Gods voegt samen, is bezig de mensen te brengen tot diaconale arbeid. Tot diaken, ja merkwaardig, dat. staat er eigenlijk. Alle leden moeten worden: diakenen, dienaren. Dat is nu een punt, dat ik vanmorgen nu eens graag in uw midden zou willen neerleggen. De gemeente mag geen hoor-gemeente zijn. Een hoor-gemeente is in strijd met het wezen van de gemeente van Jezus Christus. Zo kwamen de eerste Christenen helemaal niet bij elkaar. Wij moeten dienaren worden. Van wie? Van elkander! En van wie nog meer? Van de wereld!
Vanuit het Levensgeheimenis van het Woord Gods in de openbaring tot dienst en de gemeenschap met elkander komen we nu tot de derde gedachte: dit alles groeit naar de geestelijke mondigheid.
Er is een groei! De gemeente mag niet blijven stilstaan bij de eerste beginselen. Er moet een groei zijn! Ook Paulus spreekt hierover. Opgroeien, wassen en toenemen. Wat is die groei? Volgens de tekst: dat je steeds meer dienaar wordt. En dat je steeds meer de ander leert zien in de gemeenschap der gemeente. Want daar gaat het toch om, zegt Paulus. Dienstbetoon en opbouw van de gemeente, opbouw van het Lichaam van Christus.
De groei tot mondigheid, d.i. dat je steeds meer inzicht krijgt in je eigen onmondigheid. En dat je er zo weinig van terecht brengt. Maar dat de Heere Jezus Christus zo groot en zo machtig is.
De volle kennis van Jezus Christus, dat betekent heel eenvoudig: groei in de diepte. Dat je de Heere Jezus steeds meer gaat beminnen en dat je steeds meer tot de erkentenis komt, dat je buiten Hem niet kunt leven en zonder Hem niet kunt sterven. Dat is groei. Dat is de geestelijke mondigheid door de dienst en de gemeenschap heen.
Maar het is tenslotte ook een groei in de zekerheid. Ons aan de waarheid houdende groeien wij in de liefde in elk opzicht naar Hem toe, Die het Hoofd is: Christus Jezus. Groeien in de liefdekennis, dat geeft tegelijk de liefde: zekerheid; dat is de geestelijke mondigheid. Dat is groeien in de diepte en tegelijk in de verbondenheid met elkander. Staande in de zekerheid dat God Zijn gemeente in stand houdt en dat Zijn Waarheid zal triumferen.
Na in de morgendienst door prof. dr. H. Jonker bevestigd te zijn als predikant van de Hervormde. Gemeente Rotterdam (wijkgemeente „de Samaritaan") deed ds. N. Kleermaker uit Nunspeet 20 november 1960 zijn intrede. De dienst vond plaats in de St. Laurenskerk.
De nieuwe predikant had als tekst gekozen een gedeelte uit Efeze 6 en wel vers 18a, 19 en 20a.
De intreeprediking was ingehaakt op de bevestigingspreek van prof. Joiiker.
„Het wezen der gemeente", aldus ds. Kleermaker, „is u vanmorgen op een voortreffelijke wijze getekend door mijn bevestiger. En deze tekening van de gemeente Gods wordt voortgezet in Efeze 6, waar ons diezelfde gemeente getoond wordt om haar geestelijke wapenrusting. Na de tekening: het zwaard des geestes, welke is het Woord van God, houden de meeste mensen met de tekening van. Gods gemeente op. Maar er volgt nog iets: HET GEBED. Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in de geest. Dat zegt Paulus. En dat behoort nauw bij zijn tekening van de geestelijke wapenrusting Gods. Dat volgt er zo maar niet achteraan. Dat hoort er wezenlijk, essentieel bij.
Het gebed is de adem van de ziel. Een gemeente zonder gebed is dood. Wordt er in Rotterdam een biddende gemeente gevonden? Te allen tijde bezig met bidden en smeking? Zijn we aangeraakt door de adem van de Heilige Geest? Die Geest Gods, die derde Persoon van het Goddelijk Wezen? Hij wordt in de Bijbel genoemd: de Geest der gebeden. Dat is één van die verrukkelijke namen, diefde Bijbel ons van die Geest geeft. Dat is dus de Geest, Die het gebed werkt in het hart van de Gemeente. Ziet dan zijn we pas waarlijk gemeente van Jezus Christus. Een levende gemeente, vol van gebed. Gebed voor de dienaar des Woords. Dat is ook het verzoek van de Apostel Paulus aan de gemeente vati Efeze. En ook ik mag tot u zeggen: nu ik hier sta om vanavond mijn intrede te doen in de Hervormde Gemeente van Rotterdam „bidt vooral voor mij en voor al de dienaren des Woords".
Een dienaar des Woords heeft het eens tegen zijn gemeente gezegd: bidt mij vol en ik zal me leeg werken. Welk een zinvolle uitdrukking is het, zich gedragen te weten op de vleugelen van het gebed. Paulus voelde, dat hij dat gebed, dat samenspel van een gemeente zo nodig had om zijn apostolische taak te kunnen verrichten. Wat was dan die apostolische taak van Paulus? We lezen het in onze tekst: bidt vooral voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening van mijn mond, om met vrijmoedigheid de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken. Dit is ook mijn opdracht hier in Rotterdam, om het Woord van God aan de gemeente bekend te maken.
Ik gevoel vanavond zo zeer mijn afhankelijkheid, omdat ik weet, dat ik een mens ben. En daarom wil ik dit voor u neerleggen: bidt voor mij, opdat mij gegeven worde het Woord Gods in de opening van mijn mond-
Paulus moet de verborgenheid van het Evangelie bekend maken. Verborgenheid. Dat is een mysterie, het is iets ondoorgrondelijks, iets onbegrijpelijks. En die verborgenheid van het Evangelie moet Ik ook u bekend maken, gemeente van Rotterdam. Of vindt u het geen mysterie, dat de eeuwige God in Zijn Zoon Jezus Christus Zijn hand reddend uitsteekt naar een diep verloren, goddeloze wereld, die van zichzelf onder het oordeel Gods ligt?
Is het geen mysterie, dat God in Zijn eigen welbehagen vanuit Zijn eeuwige liefde van voor de grondlegging der wereld een kerk tot zaligheid heeft uitverkoren? Dat Christus daartoe als het onschuldige Lam Gods op de kruisheuvel Golgotha het moest uitroepen: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Of is hst geen ondoorgrondelijk mysterie, dat ik hier in Rotterdam aan mensen, aan tollenaren en zondaren, kerkelijk of buitenkerkelijk, braaf, aanzienlijk of liggend in de goot van dit leven, aan hen, die hun schuld voor God hebben leren kennen, mag verkondigen, dat die God in Zijn nederbuigende liefde, in Jezus Christus Zijn Zoon een deur der hope heeft ontsloten?
David zegt: Heere, open Gij mijn lippen. Paulus zegt: Bidt vooral voor mij. Begrijpt u daarom dat ik ook aan u vraag: bidt vooral voor mij en voor al de dienaren des Woords, dat ons gegeven worde het Woord in de opening van onze mond, om de verborgenheid van het Evangelie Gods bekend te maken. Dat is samenspel in de ware zin des woords.
En op dat gebed zal God aan Zijn dienaren rijkelijk geven de gave van de Heilige Geest, zodat zij op hun studeerkamer een helder inzicht mogen ontvangen in dat Woord en dan zullen de dienaren des Woords u bekend mogen maken de schatkameren van Gods genade. Zij mogen dan de gemeente Gods leiden door alle gangen en schatkamers van het volle heil Gods. Dan zal ook mijn ambtswoning in Rotterdam zijn tot volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouw van het Lichaam van Christus, tot lof van de Drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest Die te prijzen is tot in alle eeuwigheid".
Aan het einde van deze indrukwekkende dienst zong de gemeente haar nieuwe herder en leraar toe Psalm 134 vers 3.
C. van der Heijden.
Wegens plaatsgebrek moeten enige berichten en verslagen tot volgende week overstaan.
Red.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's