De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

11 minuten leestijd

Uit de najaarszitting der Generale Synode — Prof. Smits en dr. Buskes — Het 8e lustrum van „Kerk en Wereld' — Het 25-iarig jubileum van de N.H. Bond voor Inwendige Zending op G.G.

Elke keer opnieuw is het me een raadsel, hoe de Generale Synode het klaar speelt om in ongeveer 3 dagen klaar te komen met een zeer omvangrijke agenda. Maar ze doet het. Ze heeft het ook dit jaar gepresteerd om een agenda, die er mocht zijn — dr. Koolhaas gaf er bij het begin der zitting een overzicht van, dat ik via de microfoon der N.C.R.V. beluisterde — van 7-9 november jl. af te handelen. Nu weet ik wel, de vergaderingen worden punctueel voorbereid, — de moderamina van kerkeraadsvergaderingen mogen zich er aan spiegelen! — commissies en Raden doen veel voorwerk, doch ieder punt moet het zijne hebben en het is een „grote" synode.

Ditmaal ging het met de benoemingen van een leien dakje. Men legde zich unaniem bij de voordracht neder, alleen een enkele maal was er discussie. Was dat bij de benoeming van een vrouwelijk lid in de Raad voor Kerk en Theologie? Of bij de voordracht van twee niet-hervormde leden voor het curatorium voor „Kerk en Wereld", respectievelijk de heer Bakker, een leidende figuur bij de Hoogovens, lid der geref. kerken en prof. dr. W. J. Kooiman, hoogleraar aan de Gemeentelijke 'Universiteit te Amsterdam, en aan het seminarium der Lutherse Kerk? Ik las het niet in de verslagen, welke ik onder ogen kreeg.

De classis Bommel had een viertal vragen ingezonden van de volgende inhoud: „Ten eerste wil zij volstrekt per 1 mei 1961 de tuchtuitoefening mogelijk maken; ten tweede wil zij een onderzoek instellen naar het ja-woord der proponenten; ten derde wil zij dat de synode erop aandringt dat bij benoemingen van kerkelijke en andere hoogleraren eraan gedacht wordt dat zij zich werkelijk confronteren met de belijdenisgeschriften en alles doen om deze geschriften levend te houden in de kerk; ten vierde wil zij dat bij al haar benoemingen gelet wordt op het rechte belijden van de betrokkenen".

Aan verschuiving van de datum, 1 mei 1961, zo bleek bij de bespreking, dacht niemand ter Synode. Wat de 3 andere, punten betreft, men sprak waardering uit voor de zorg der gehele classis Bommel voor de goede functionering der belijdenis, maar er waren er ook, die de vraag stelden of hier niet de belijdenis boven de H. Schrift werd gesteld. Een commissie werd benoemd om de antwoord-brief te concipiëren. Het reeds opgestelde vond de Synode te negatief.

Verder heeft de Synode een wijziging ingevoerd betreffende de leeftijdsgrens van 70 jaar, voor dienstdoende ouderlingen en emeritus-predikanten. De eersten kunnen nu dienst doen tot 75 jaar. Gelukkig dat de Synode zich in dezen van de dwaling haars weg bekeerde. Het komt vaak voor dat de ouderlingen het met hun gewone werk zo druk hebben, dat ze onmogelijk overdag arbeid in de gemeente kunnen verrichten. Waarom dan niet dankbaar aangegrepen de mogelijkheid van ambtsdragers te kiezen, die veel vrije tijd hebben, doordat ze met pensioen gingen? En waar is het Schriftbewijs, dat ze, nog kracht er voor hebbend en lust, na hun 70e niet meer mogen dienen? De tot nu toe bestaande regeling was al te dwaas. Evenals die, welke eist dat een emeritus-predikant na z'n 70e jaar, ook al is hij nog vitaal en er capabel toe, geen bijstand in het pastoraat mag zijn.

Wijlen dr. O. Noordmans heeft indertijd tegen het nu opgeheven verbod, heftig geprotesteerd. Hij heeft eens gezegd: „Als ik 70 jaar mag worden, denk ik er over naar het Leger des Heils te gaan, daar kijken zij voor de dienst van Christus niet op je jaren, maar op je gaven". Jammer, dat hij deze „retractatio", deze intrekking, niet heeft beleefd.

Een geruime tijd heeft de Synode besteed aan het eenstemmig rapport der commissie ad hoc over de „Uitverkiezing". Dr. Koolhaas heeft in het bovenvermelde radio-overzicht, over die „eenstemmigheid" zijn grote blijdschap uitgesproken. Er was nl. bij een vorig rapport, een minderheids-nota. Heel begrijpelijk in een heterogene commissie over een zo ingrijpend en fundamenteel leerstuk. De minderheid der vorige commissie maakte geen deel uit van de tweede. Begrijpelijk, ook hierdoor, dat er in de Synode nogal debat over dit „eenstemmig" rapport was. „De Synodeleden zijn niet te stuiten, vooral de theologen onder hen. Theologie bleek toch wel echt vakwerk". Dit citaat ontleen ik aan het Synodeverslag van „Herv. Nederland", d.d. 19-H-'60, van ds. Ruitenberg.

Dit verslag — in tegenstelling met dat uit Hervormd Weekblad d.d. 17-ll-'60, waaraan ik voor het bovenstaande de gegevens ontleende — doet mij wat wrang aan. Vooral wat het van de discussie over „Theologische bezinning op het Vormingswerk" opmerkte, wijst dat m.i. uit. Ds. R. schrijft nl., „dat de heren, die hierover aan het woord zijn, staan voor de ondankbare taak aan de Synode, die kennelijk méér weet van de uitverkiezing, dan van de problemen van overdracht van het evangelie aan mensen aan de rand en buiten de kerk, duidelijk te maken, waarom men een theologische grondslag wil vinden en dan niet met versleten woorden kan komen."

Besloten werd het rapport over de „Verkiezing", omgewerkt tot een handreiking — juister „pastorale overweging en niet als verklaring der Synode" — de kerk te doen ingaan. „Gelukkig" zou ik hierbij willen aantekenen. Want ik meen, dat er heel wat zaken zijn, welke de kerk beter kunnen dienen, dan een „Synodale verklaring" over de Verkiezing. Ik zou kunnen noemen een uitspraak inzake de „kwestie-Smits". Doch, afgezien daarvan, dacht ik aan het probleem van de mentale of paraparochie. Waarom geen wegen gebaand, dat die zo kan functioneren als in Schotland en Amerika — prof. Schippers schreef daarover onlangs nog — waar gemeenteleden, die zich daarbij voegen, daar ook hun lidmaatschapsrechten kunnen uitoefenen, ook al wonen zij in een andere parochie. Verbreking van de eenheid? Maar die is toch al doorbroken door overgangsbepalingen 238 a-h.!

Genoeg over de Synodezitting van november. Dr. Koolhaas heeft die voor de laatste maal geleid. Zijn praesidiaat was veeljarig. Zijn beleid is meermalen als uitnemend en strikt objectief geprezen. Hij ging heen als een gewaardeerd praeses.

Prof. Smits heeft de laatste tijd weer van zich doen spreken. Allereerst is daar wat hij zeide in gesprek met dr. Szczesny op diens tournee. Dat deed deze de vraag aan hem (Sm.) stellen, waarom hij nog bleef in een kerk, die de Christus Gods belijdt. Ik geef het weer met mijn woorden. Prof. Sm. zou misschien zeggen, dat ik een en ander niet juist doorgeef, wat ook de verslaggever van „Het Parool" als beschuldiging moest incasseren inzake bovenvermeld gesprek Szczesny- Smits.

Dit alles nu heeft dr. Buskes in de pen doen klimmen in „In de Waagschaal". Dr. Buskes had op zekere aandrang beloofd nog te zwijgen. Hij kon nu echter niet langer aan dat verzoek gehoor geven. De maat was vol! Waarom eigenlijk dat verzoek? En van wie? Moet ten koste van alles de zaak-Smits in de doofpot? Is dat in overeenstemming met de waardigheid van onze kerk? Waarom houdt de Synode zo vast aan het formele? Is het niet klaar als de dag, dat prof. Sm. zelfs de rechten van een emeritus-predikant niet kan en mag hebben in een kerk, die Christus wil belijden als Zaligmaker, God en Heere, Wiens verzoenend lijden en sterven prof. Smits, helaas, aantast, ja verwerpt?

Prof. Smits heeft dr. Buskes van antwoord gediend. Een briefwisseling, als tussen Buskes en De Wilde, wil hij niet. Hij schrijft o.m., dat dr. Buskes van de Herv. Kerk 'n kerk in de trant der Gereformeerde Kerken wil maken. Maar dan is de overgang van het Hersteld-Verband naar de Herv. Kerk eigenlijk van geen nut geweest en zou dr. Buskes, bij verkrijging van zijn wens, weer in een kerk zijn, met welke hij meende te moeten breken. Op zichzelf is dat niet ongeestig opgemerkt. Doch de dingen liggen natuurljk anders.

Dat zal dr. Buskes prof. Smits wel duidelijk maken. Misschien ook nog wel meer. Prof. Smits zegt nl. dat hij zich wel thuis voelt in de Herv. Kerk, aangezien deze een richtingskerk, alias modaliteitenkerk is. Hij zegt: „dankbaar te zijn te leven in de ruimte van echte richtingskerk" (Trouw" d.d. 26-11-'60).

Nu had ik van prof. Smits dit verwarrend geluid niet verwacht. Modaliteiten zijn niet gelijk te stellen met richtingen. Deze toch tekenen zich af in een kerk, als daarin zich geestesstromingen openbaren, die in strijd zijn met wat de kerk als haar geloof belijdt. Richtingen tenderen naar ketterij. Modaliteiten zijn nuances binnen hetzelfde belijden, accentverschillen alzo, gelijk men ze kan zien tussen de Paulinische brieven en de brief van Jakobus. Dat kan prof. Smits weten. In hoeverre nu de Herv. Kerk een richtingskerk is moet hij maar met dr. Buskes uitmaken.

Prof. Smits heeft ook gesproken op de jaarvergadering van de Ned. Protestantenbond in Arnhem. De N.R.Crt. van 23 november jl. vatte zijn onderwerp samen onder het opschrift: „De vrijzinnigheid heeft haar natuurlijke grenzen".

Ik zal hieruit alleen citeren de zin, waarmede het verslag aanvangt: „Het rechtzinnige en vrijzinnige type christendom vertegenwoordigen in waarheid twee principieel onverzoenlijke godsdienstige waarheidssystemen. Het is dus onjuist om 't rechtzinnige en vrijzinnige type christendom als twee verschillende mentaliteiten te beschouwen die zich uiteraard wijzigen met de ontwikkeling van maatschappij en cultuur en daaruit ook geleidelijk naar elkaar toe zouden groeien". Indien de Synode haar kerkorde, met name art. X handhaaft, wil uitkomen gelijk ze pretendeert, als „Christusbelijdende volkskerk" kan prof. Smits niet gehandhaafd blijven. Dit zeg ik niet als een, die verlangt, dat met ingang van 1961 „de messen zullen geslepen worden" — 1961 heeft hiermede niet te maken! — doch gedreven door de begeerte, naar waarheid en klaarheid.

Boven het verslag, dat „Trouw" gaf van dit referaat staat: „Vrijzinnigheid uiterst zwak". Dit kan verwarrend werken. Zo stond het niet in de N.R.Crt. Wel — en dat bedoelt „Trouw" misschien — dat de vrijzinnigheid zich opnieuw had te bezinnen op haar fundamenten.

Maar hoe dit ook zij, duidelijk heeft de orator uitgesproken, dat rechtzinnig en vrijzinnig type christendom principieel onverzoenlijk zijn. (Cursivering van mij). Hier kan geen misverstand door verslaggevers zijn. Het zijn de eigen woorden van prof. Smits.

Het instituut „Kerk en Wereld" te Driebergen heeft zijn 3e lustrum gevierd op 19 en 20 november jl.

„Hervormd Nederland" d.d. 26-11-'60, gaf een verslag in beeld, d.w.z. een pagina, waarop allerlei „snapshots" met bijschriften. „De Rotterdammer" van 12 nov. '60, gaf een uiterst oriënterend verslag, waarin het „dynamisch element in Nederland" van dit instituut in het licht werd gesteld. Bedoeling van de oprichting was, zo verhaalt de schrijver, „Kerk en Wereld" in te zetten voor het „Apostolaat". Maar er heeft een zekere evolutie in de doelstelling plaats gehad. Na het „apostolaire" werd het „diaconale" geaccentueerd en thans heeft het maatschappelijk en industrieel aspect vooral de primeur in de opleiding, d.w.z. de opleiding is niet uitsluitend, doch wel voornamelijk op laatstgenoemde vlakken gericht.

Betekent dit, dat het „Apostolaat" faalde, of „Kerk en Wereld" in zijn apostolaire opleiding?

Over een groeiende waardering in de kerk zegt de schrijver het volgende nog:

„De verbreding van het werk komt ook hierin uit, dat van lieverlede alle modaliteiten in de Hervormde Kerk aan Kerk en Wereld verbonden zijn. Speciaal in de kringen van de Gereformeerde Bond stond men aanvankelijk afwijzend of aarzelend tegenover het instituut. Vandaar dat uit die kringen niet veel jongeren naar Kerk en Wereld zijn gekomen. Maar er is een duidelijke verandering merkbaar. Speciaal onder de jongere „bondspredikanten", die door hun verblijf op het seminarie der kerk (tijdelijk nog in het Eykmanhuis op het terrein van De Horst) van nabij het belang van deze opleiding leerden inzien".

Ik kan de juistheid hiervan niet beoordelen en laat het gezegde geheel voor rekening van de auteur, die goed (? ) geïnformeerd is en alzo oriënteert. Voor de dynamische expansie van het instituut „Kerk en Wereld" pleit ook de benoeming van twee niet-hervormde leden in het curatorium (zie boven).

H.M. de Koningin woonde een deel van de jubileumviering bij.

Woensdag 30 november jl. heeft te Utrecht de N.H. Bond voor Inwendige Zending op G.G. zijn 25-jarig bestaan herdacht. Niet zo pompeus als „Kerk en Wereld" zijn 15e verjaardag. De meer intieme herdenking was een middagvergadering in K. en W. in Utrecht. De openbare in de Jacobikerk, waarin de oud-voorzitter en de tegenwoordige, respectievelijk ds. B. N. M. Bouthoorn en ds. Abma, gesproken hebben. Het „Gaat uit in de wegen en steggen en dwingt ze in te komen" (Lukas 14 : 23) staat in het werk van deze onzer Bonden wel sterk op de voorgrond. Dit „apostolaire" werk is niet gemakkelijk, veelszins moeilijk. Maar het is „opdracht" en als de Heere daarbij geeft de vreugde van het mogen „brengen", dan zal er ook voor de werkers de vreugde des Heils zijn.

Hebben wij de Bond bedacht met een jubileumgave? Hij kan het goed gebruiken. Wellicht ook voor „de leeftocht" der broeders, die zich geven voor het werk. De kerk zorgt goed voor de wika's. Wij moeten daarvoor niet onderdoen. Wij hebben onze broeders te omringen met ons gebed, doch ook te zorgen, dat ze het werk des Konings „niet al zuchtende" behoeven te verrichten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's