UITWONEN - INWONEN
2 Cor. 5 : 8 ... en hebben meer behagen om uit het lichaam uit te wonen en bij de Heere in te wonen.
Is 't niet teveel, mijn God, dat 'k bij U in mag wonen, Voor Wien de engelen dekken 't heilig aangezicht? Dat Gij een arme slaaf nog met uw gunst wilt kronen? Hem bergen wilt in eeuwig, zalig licht?
Mijn aardse huis toont overal gebreken, 't Is uitgewoond van zonde en van schuld. O, als de oude muren konden spreken: Oneindig veel hebt Gij van mij geduld.
Wij zijn geen mensen hier voor hemelse paleizen; Somtijds hoogstens kindren van het ogenblik. Wij stemmen in met allen, die U prijzen; Maar onze lofzang breekt vaak in een snik.
Toch hebt Gij, Heer', eens bij ons willen wonen. Gij naamt genoegen met een krot, een stal. , Wij in het huis, als waren wij de zonen; Gij bij het vee; de Koning van 't heelal.
Ook daarna hebt Gij, Heer', de volle last gedragen En zijt geheel alleen naar Golgotha gegaan; Beladen met mijn schuld en al mijn plagen; Om in mijn plaats voor Vader daar te staan.
Nu kan ik zonder U op aarde niet meer leven, 'k Voel in mijn oude woning altijd weer 't gemis. Ik weet wel: naar de Geest zijt Gij hier nog gebleven; Maar ik verlang daarheen, waar thans mijn Jezus is.
Een hoog vertrek bij U! 't behoeft niet groot te wezen. Eén kamertje bij U; waar nooit meer zonde is. Daar worde Uw Naam in eeuwigheid geprezen; Met al Uw kindren aan Uw Bruiloftsdis!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's