De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

6 minuten leestijd

Een Profeet, uit het midden van u, uit uwe broederen, als mij, zal u de Heere, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen. Deuteronomium 18:15.

Een mens wil graag in de toekomst doordringen en weten, wat die in haar schoot verbergt. Men zou dit kunnen beschouwen als een overblijfsel van wat hij eens, ongerept, in het Paradijs bezat. Daar toch stond de mens als profeet, priester en koning. Hoewel dit drievoudige ambt door de val verloren ging en veelal tot een karikatuur ontaardde, bleven er, desniettemin, in het menselijk leven verschijnselen, die op wat de mens bezeten had, terugwezen.

Nu heeft de Heere Zijn oude volk aangaande de toekomst niet onkundig gelaten. Zelf ontstak Hij daarover het licht; Hij gaf aan Israël de profeten, die, ook over het toekomende, Gods licht deden schijnen. Maar, dan had Israël ook tevreden te zijn met wat God hun, dienaangaande. Het verkondigen en mocht het niet, op heidense wijze — dus buiten de openbaring des Heeren om — in het verborgene proberen door te dringen. Neen, God Zelf ontstak het licht der profetie en daarmede moest Israël tevreden zijn.

Welnu, in onze tekst is sprake van een profeet. Een profeet is, naar de betekenis van het grondwoord, een uitroeper, een doorgever van de wil des Heeren, een spreker ten behoeve van anderen, een vertolker van het Woord Gods. En, zegt onze tekst, die Profeet, die God verwekken zal, zal overeenkomst met Mozes vertonen,

Mozes toch trad als middelaar op, en, met name bij de Sinaï, als openbaringsmiddelaar. En dat zou ook het geval zijn bij deze beloofde Profeet en bij alle profeten, die God schonk. God zou hun Zijn woorden in hun mond leggen en die woorden zouden zij tot het volk spreken. Daarmee is dus de taak van de profeet aangewezen, al zou ook deze beloofde Profeet Mozes oneindig overtreffen!

Mozes toch had ook gevallen, waarmee hij, zonder nadere openbaring, geen weg wist. Hij stond buiten Gods raad, maar Christus niet!

De Heere belooft in onze tekst dus een Profeet. Dat wijst, in eerste instantie, wel op een gewone profeet, of op de profeten, die God zou zenden. Doch in laatste instantie op de Heere Jezus Christus. Die de Profeet bij uitnemendheid is en naar Wie de profeten heenwezen.

En wat staat deze Profeet ver boven die oude profeten! Hij stelde die aan en zij spraken door de Geest van Christus, die op hen was. Zo is Christus dan, de eeuwen door, de grote Leermeester van Zijn Kerk en nam Hij van eeuwigheid op Zich, om, in de volheid des tijds, ons vlees en bloed aan te nemen en ons Gods raad tot zaligheid volkomen te openbaren. Bovendien: Hij zat in Gods raad en voert die bewust uit! Daarom rijst Hij ook hierom ten enenmale boven de profeten uit!

Maar, wat bepaalt dit ons ook bij onze diepe val en bij Gods genade! Och, wie zou er, in zijn geestelijke vijandschap en onkunde, nog naar de Heere omgezien hebben? Doch deze Profeet ontdekt ons aan onze onwetendheid en opent onze blinde ogen zodat er een zien komt van onze verloren staat en een zaligmakend vragen naar de Heere. Gelukkig zijn wij, zo deze Profeet ons wijs maakte tot Zaligheid!

Onze tekst zegt ons ook waar deze Profeet verwekt zou worden, nl. in Israël. Hij zou zijn uit de broederen van Mozes. Hierin hebben wij weer een verduidelijking van de moederbelofte (Gen. 3 vers 15) terwijl er meerdere zouden volgen.

Maar: het feit, dat Hij uit Israël zou geboren worden, wijst op Zijn waarachtig mens-zijn. Hoewel Zone Gods, wilde Hij als een arm Kindeke nederliggen in de kribbe, was er bij Hem ook groei en geestelijke toename en wilde Hij, na een voorbereidingsperiode, in het openbaar als de van God gezonden Profeet optreden, na Zich door Johannes de Doper te laten aanwijzen.

In die richting wijst onze tekst ook, want er staat: naar Hem zult ge horen. Natuurlijk, dat geldt ook met betrekking tot de andere profeten, doch vooral van Hem. En ook deze opwekking, om naar Hem te horen, getuigt tegen ons! God betoont daarin te weten wie Israël was en ook wie wij zijn! Want Israël wilde best naar valse profeten horen, maar in het algemeen gesproken niet naar de profeten des Heeren. En zo luistert de mens van nature liever naar satan en zijn instrumenten, dan naar Gods getrouwe knechten. Bij Israël gingen de valse profetieën er in, maar Jesaja moet klagen: „Wie heeft onze prediking geloofd!" Waar dit nu de mens eigen is, nl. naar alles en nog wat te horen doch niet naar wat God hem laat verkondigen, daar gaat de opwekking Gods uit: hoort Hem!

Nu weten wij uit het Nieuwe Testament hoe Israël aan deze oproep gehoor gegeven heeft. Het feit, dat niemand zich opmaakte om de geboren Koning te eren, sprak al duidelijke taal. Mocht er, toen Hij openlijk optrad, aanvankelijk een luisteren naar Hem zijn, straks zou het blijken, dat dit alles maar uitwendig was en dat men Hem niet wilde als Profeet, noch als Priester en Koning. Zo verwierp Israël zijn Verlosser.

En dit is te verstaan waar de mens van nature geen kermis heeft aan zijn val en bondsbreuk, geen weet heeft van zijn verlorenheid, niets verstaat van zijn zonde en schuld, en er geen last van heeft, dat hij een gevangene des duivels is. Daarom houdt die mens er nog wel

godsdienst op nal Daar is de wereld vol van! Ieder, die een leer brengt naar de mens, kan op aanhang rekenen. Echter de Heere zorgt voor Zijn eigen zaak. Hij brengt de Zijnen toe. Hij leidt hen in hun ellende en blindheid in. Hij opent hun ogen voor hun onheiligheid, verdorvenheid, verwerpelijkheid. Hij maakt rijken in zich zelf tot armen en gezonden tot zieken en zogenaamd zienden tot blinden, die deze Profeet, Priester en Koning nodig krijgen. Dan gaan ze ook naar Hem horen, op Wiens lippen genade uitgestort is.

Welnu, kwam het bij u al zo ver? Leerde gij het kostelijke van het snode al onderscheiden en uw wijsheid, deugden en gerechtigheden al voor de mollen en vledermuizen werpen? Och, geeft nog gehoor aan Gods raad: hoort Hem en laat uw gebroken bakken en valse profeten maar in de steek. Want, al verwierp Israël Hem en al doen velen in onze dagen het zelfde, de toekomst is aan Hem en Zijn volk, en de dag nadert, waarop alle ziel, die deze Profeet niet zal gehoord hebben, zal uitgeroeid worden uit den volke. (Hand. 3 : 23).

Daarom:

Zo gij Zijn stem dan heden hoort. Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord; Verhardt u niet, maar laat u leiden. Ps. 95:4.

(Nijkerkerveen)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's