De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TOT OP DEZE DAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TOT OP DEZE DAG

3 minuten leestijd

BEGRAFENISFORMULIER

27

In verscheiden middenorthodoxe gemeenten is het een vast gebruik geworden dat er aan het graf een Begrafenisformulier wordt gelezen. Ik kan mij voorstellen, dat dit formulier, dat in het zogenaamde Dienstboek der kerk enige jaren geleden, mee is opgenomen, door vele dominees met graagte is begroet. Hierin vonden zij immers de oplossing van de vraag: Wat er nu eigenlijk aan het graf gebeuren moest. Dit formulier nam de moeilijkheid weg. Men las het plechtig voor en sloot wellicht met gebed. Is dit nu echter toe te juichen, vragen wij. Hier rijzen vele bezwaren. Eerst wel, wat het formulier zelf aangaat. Hoe zit het eigenlijk met het ontstaan er van? Het is er mee gegaan op dezelfde wijze als met de Nieuwe Vertaling. Het is in gebruik genomen, zonder dat het kerkelijk ingevoerd was.

Dat is toch eigenlijk geen toestand. Het baat niet of men al zegt: Ieder blijft vrij, om het te gebruiken of niet. Daarmee is ook al weer de halfslachtigheid getekend.

Wij hebben er principieel bezwaar tegen, dat dit formulier boven het graf wordt gelezen. Een paar maal heb ik het meegemaakt, dat een voorganger het las. Eenmaal hoorde ik het boven het graf van mijn studievriend. Dat deze in de volle verzekerdheid des geloofs was heengegaan, daaraan twijfelde ik geen ogenblik. Ik kon dus ditmaal volkomen instemmen met. de woorden in het formulier: „Daar het de almachtige God behaagd heeft, onze thans gestorven broeder tot Zich te nemen, zo bestellen wij zijn lichaam ter aarde; aarde tot aarde; as tot as; stof tot stof, ziende op Hem, Die gesproken heeft: „Ik ben de opstanding en het leven!"

Wat is hier het geval? Dit formulier draagt altijd, wanneer het boven een graf gelezen wordt, een persoonlijk karakter. De uitdrukking: „Onze thans gestorven broeder" of: „onze thans gestorven zuster" wordt zonder meer toegepast op hem of haar die begraven wordt. Maar wanneer nu iemand begraven wordt, die zich, voor zover bekend, met godsdienst niet inliet (immers ook bij dergelijke begrafenissen wordt nog wel eens een dominee gevraagd), kunnen wij daar dan voorlezen: „onze broeder" of „zuster"? Zo wij dat deden, dan bestond er groot gevaar, dat hier een onwaarheid werd uitgesproken. De menigte, die er omheen staat, komt onwillekeurig in de mening, dat het met die persoon toch ook nog wel goed afliep.

Met andere woorden: Dat begrafenis-formulier wiegt in veel gevallen de mensen in slaap.

Daarom dus: Geen begrafenisformulier bij het graf! Althans dat van het Dienstboek ligt ons niet. Wij zouden immers het gebruik er van afhankelijk moeten stellen van onze beoordeling. En in dat oordeel zouden we ons ook nog kunnen vergissen. Maar vooral: dat oordeel past ons niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

TOT OP DEZE DAG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's