ZIJN NAMEN
gedicht
Jesaja 9 : 5b
„O wonder Kind, wat zijt Gij arm geboren! Waarachtig God van eeuwigheid! Hoe hebt Gij eens mijn beestenstal verkoren. Boven eeuwige hemelheerlijkheid!"
„Wilt Gij met mensenkindren U vermaken En niet met heilige engelen om Uw troon? Met mensen, die U iedre dag verzaken; Die altijd weer U steken naar de kroon? "
„Wat zijt Gij wonderlijk, o Heer', in 't dragen! Gij gingt met al mijn lasten door het leven heen En op het kruis liet Gij U pijnigen en plagen, Totdat na duisternis de zon weer scheen".
„Hoe wonder is Uw liefde, ook in 't vergeven. Gij hebt nog nooit gezegd: dit is de laatste keer, Wanneer een zondaar onder heilig beven, In 't stof der aarde viel, voor Uwe voeten neer".
„Gij zijt ook Raad, voor alle radelozen. Gij pleit bij Vader steeds in een verloren zaak. En leert ons bidden: „Heer', Verlos ons van de boze!" Hij laat ons vrij, want Uw pleidooi is raak".
„O hulploos Kind, en toch: wat sterke armen Strekt Gij naar zondige Adamskindren uit! Gij wilt hen aan Uw hart verkwikken en verwarmen. Legt hen voor Vader neer als Uw gewonnen buit".
„O wonder Kind, dat hier aan tijd gebonden, Uw arendsvleuglen reeds hebt uitgebreid. Gij, Die gestorven zijt voor al mijn zonden, Zijt ook de Vader van mijn eeuwigheid!"
„O, Vredevorst, Gij kunt van vrede spreken; Want in Uw Rijk zal nooit meer oorlog zijn. Wil ook in mij de tegenstand verbreken Opdat ik echt een vredekind mag zijn!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's