De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE Dordtse leerregels

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE Dordtse leerregels

11 minuten leestijd

Voorts, wanneer God dit Zijn welbehagen in de uitverkorenen uitvoert, en de ware bekering in hen werkt, zo is het, dat Hij niet alleen het Evangelie hun uiterlijk doet prediken, en hun verstand krachtiglijk door de Heilige Geest verlicht, opdat zij recht zouden verstaan en onderscheiden die dingen, die des Geestes Gods zijn; maar Hij dringt ook in tot de binnenste delen des mensen met de krachtige werking deszelfden wederbarenden Geestes; Hij opent het hart, dat gesloten is. Hij vermurwt, dat hard is. Hij besnijdt, dat onbesneden is. In de wil stort Hij nieuwe hoedanigheden en maakt dat die wil, die dood was, levend wordt; die boos was, goed wordt; die niet wilde, nu metterdaad wil; die wederspannig was, gehoorzaam wordt; Hij beweegt en sterkt die wil alzo, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen.

HOOFDSTUK III/IV

Artikel 11

We zitten met artikel 11 midden in het stuk der wedergeboorte. Zoals de lezers zullen weten wordt vaak onderscheid gemaakt tussen wedergeboorte in engere zin en wedergeboorte in ruimere zin. Het is niet zo, dat hierin de ene schrijver tegenover de andere staat en dat er een keuze gedaan moet worden. Neen, dezelfde schrijver gebruikt het woord wedergeboorte nu eens in ruimere en dan weer in engere zin.

Wat wordt bedoeld met de wedergeboorte in ruimere zin? De wedergeboorte in engere zin plus de heiligmaking. Dus het begin, de voortgang en de voleindiging van de levensvernieuwing van de zondaar. Waar wij van heiligmaking of bekering spreken, gebruikt Calvijn menig maal het woord wedergeboorte. Maar niet alleen Calvijn. In de eerste tijd der reformatie is 't vrij algemeen om het woord wedergeboorte ook ruim te gebruiken. Daarom kan art. 24 van onze geloofsbelijdenis zeggen: „Wij geloven, dat dit waarachtig geloof, in de mens gewrocht zijnde door het gehoor des Woords Gods en de werking des Heiligen Geestes, hem wederbaart en maakt tot een nieuw mens". Dus dan is er eerst het geloof en daarop volgt de wedergeboorte gedurende het gehele leven. Aan de vernieuwing van de gelovige arbeidt Gods Geest tot aan het sterven toe. Dit is een grote waarheid, die ons dierbaar is. Daar is in het hart van de gelovige en in zijn leven een voortdurende strijd van de Geest tegen het vlees. Zo uitwendig genomen wint het vlees dikwijls van de Geest. En toch is er een voortgaande heiliging. De gelovige wordt armer en kleiner in zichzelf. Hij krijgt Gods geboden meer lief. Hij wordt afhankelijker en aanhankelijker van en aan Christus. Tenminste, als er in zijn geestelijk leven geen verval intreedt.

Maar is nu de verhouding van wedergeboorte en geloof alleen zo, dat de laatste de moeder is van de eerste? Neen, er is ook een wedergeboorte vóór het geloof. Alleen de wedergeborene kan geloven en gelooft;

Wat is dan deze wedergeboorte in engere zin? Ik kan mij het beste vinden in de opvatting, die de wedergeboorte onderscheidt in actieve en passieve hemelse geboorte. Het is éne wedergeboorte, maar wie hier goed onderscheidt, werkt mee aan een juist begrip.

Wat is dan de actieve wedergeboorte? Wie is er werkzaam? God is actief. De actieve wedergeboorte is de wederbarende werkzaamheid Gods. Deze werkzaamheid bestaat in de inwendige roeping. Actieve wedergeboorte en inwendige roeping zijn twee namen voor één en dezelfde zaak. In deze krachtdadige roeping onderscheiden we de verlichting van het verstand en de overbuiging van het hart. Over deze verlichting hebben we in het vorige artikel geschreven. Zij is een daad Gods waardoor er in en aan een mens iets verandert. De verlichting is meer dan een overreding van het bestaande verstand. Daar gebeurt iets met deze mens. Zonder dit ingrijpen van Gods Geest is het onmogelijk voor de zondaar om te geloven d.i. Christus aan te grijpen. Door de verlichting worden de ogen van het verstand geopend, zodat deze ogen capabel worden om het licht van het evangelie op te nemen. Daar wordt in onze dagen nogal veel over geloof gesproken, zonder dat melding wordt gemaakt van de noodzakelijkheid der wedergeboorte. Dat niemand onzer lezers zich met dit geloof van het natuurlijk verstand bedriege. En dat geen dominee meehelpe om te bedriegen. „Tenzij", sprak de Heere Jezus, „iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien." Welnu, tot deze wedergeboorte behoort, dat ons verstand wordt verlicht d.i. in staat gesteld om God en Christus en onszelf te zien. Calvijn schreef: capaces lucis evangelicae. De geest schept geen nieuwe organen, die er tevoren niet waren. Wij hebben nog ons verstand. En dat verstand wordt in staat gesteld iets waar te nemen, wat het tevoren niet zag. Maar acht dit niet gering, want deze verlichting heeft de kwaliteit van een nieuwe schepping. Een paar uitdrukkingen van Calvijn mogen er toe bijdragen dit nader toe te lichten. David vraagt in Psalm 119 : 169: „maak mij verstandig naar Uw Woord". Calvijn merkt hierbij op in een preek: „Door deze gave aan God te vragen, belijdt hij van zichzelf, dat hij een arme blinde is en dat hij er nooit iets van zou hebben begrepen, al had hij het Woord Gods in zijn handen en kon hij dat lezen en al was er inderdaad in het Woord alle ware wijsheid op volmaakte wijze. Hij zou desniettemin altijd als een arme blinde gebleven zijn, indien God hem niet had verlicht. Laten wij dan ook erkennen, dat het een bijzondere gave is, die God aan ons doet, wanneer Hij ons de ogen opent om ons te doen verstaan, wat ons in Zijn Woord is getoond, 't zij dat wij het lezen, 't zij dat het ons wordt gepredikt. En als David nu van God dit begrip nodig had, hebben wij het niet minder nodig. Laten wij ons niet verbeelden, dat wij het missen kunnen. Het is ons nodig, dat God onze harten verlicht door Zijn Heilige Geest. Gebeurt dit niet, zo spannen wij onze oren tevergeefs in. Nooit zal het evangelie, dat wij hebben gehoord zonder deze verlichting ons van nut zijn."

Predikende over Efeze 5 : 11—14 spreekt Calvijn: „Denk er om, wij wandelen niet zo in de duisternis als ziende in de nacht, maar wij zijn blind en wandelen in donkerheid. Ziehier dan het middel dat ons de Zoon van God heeft aangebracht, wanneer wij door de prediking van het evangelie worden onderwezen. Dan geeft Hij ons het gezicht terug. Want ons zijn de ogen uitgegraven door de zonde van onze eerste Vader Adam, die al te duidelijk heeft willen zien.... in plaats van dat licht te krijgen is hij afgestompt of idioot geworden en wij met hem, zodat wij allen blinden zijn geworden en gebleven. Daarom is het nu nodig, dat de Heilige Geest ons voorziet van een gezichtsvermogen en dat ons de ogen teruggegeven worden. En dan is er in deze wereld niet anders, dan een dikke duisternis, zo zwaar, dat wij geen stap kunnen doen zonder te struikelen of zon­der te verdwalen. Het is dus nodig, dat wij worden geleid en dat de Heere Jezus ons de weg toont." Alles bijeen is het weer duidelijk, dat wij wel mogen spreken van het geloof als antwoord van de mens op de roeping Gods. Maar zo spreken we alleen terecht als wij weten, dat het antwoord alleen gegeven kan worden, nadat God de organen, die Zijn roeping vernemen, eerst geschapen heeft. De natuurlijke mens mist deze organen, ook al is hij een kind des verbonds en gedoopt en belijdend lid.

Hoe noodzakelijk echter deze verlichting ook is, zij is niet genoeg. Geloof is in de eerste plaats geen werking van ons natuurlijk verstand zonder meer. De vaste en zekere kennis, waarin het geloof o.m. bestaat is niet een blote verstandskennis. Het is een kennis, die door een ingrijpen van de Heilige Geest geschapen is. Calvijn schrijft dan ook: „Want de kennis daar wij hier van spreken is zoveel hoger, dat het verstand des mensen zichzelf te buiten en te boven moet gaan om daartoe te geraken". Deze kennis is dan ook meer gevoel dan kennis of begrijpen. Laat niemand denken dat de hoofdzaak van het geloof is een verstandelijk helder kennen. De hoofdzaak is gevoel, gevoel des harten. Het is een verdichtsel zegt Calvijn, dat ook diegenen het ware geloof beoefenen, „die door geen vreze Gods en door geen gevoelen der godzaligheid getroffen en ontroerd worden.... Het geloof mag op geen enkele wijze van het vrome gevoel (a pio affectu) worden losgemaakt." (Inst. III, 2, 8). Daar moet gevoel en bevinding in ons hart zijn anders hebben wij niet het ware geloof. Tot het geloof behoort een besef van de zekere kennis „te weten zulk een besef, waardoor de goedheid Gods, mits ons klaarlijk voorgedragen, gesteld wordt buiten alle twijfeling. En dit kan niet geschieden zonder zijn zoetigheid waarlijk te gevoelen en in ons zelf te bevinden". (Inst. III, 2, 15.)

Maar de Heilige Geest doet meer dan verstand en hart verlichten. „Hij dringt ook tot in de binnenste delen des mensen door". Daar moet heel wat gebeuren in de mens om hem te brengen tot het ware geloof. Niet alleen moet zijn verstand verlicht worden. Daar moet ook een krachtige werking op zijn hart, de zetel van zijn wil, worden uitgeoefend. In de grond zijn wij vijanden van God. Ook leeft in ons een sterk wantrouwen. De Geest Gods moet daarom een voortdurende innerlijke werking uitoefenen. Eerst kan het Woord niets uitrichten zonder de verlichting des Geestes. Maar, „het is ook niet genoeg dat het verstand door Gods Geest verlicht is, tenzij ook het hart door Zijn kracht versterkt en ondersteund wordt Zo is dan het geloof op beide wijzen een bijzondere gave Gods, eerstelijk ten aanzien daarvan dat het verstand des mensen gereinigd wordt om Gods waarheid te smaken, en ten andere doordien het hart in de waarheid vastgezet wordt. Want de Geest is niet alleen een beginnen des geloofs, maar Hij vermeerdert datzelve bij trappen, totdat Hij ons door het geloof brengt in het hemels koninkrijk."

Wat is nu eigenlijk die werking des Geestes waardoor ons verstand wordt overgebogen? Dat is een verzegelende werking, waardoor het gezag van de beloften in de harten wordt ingedrukt. De verlichting van het verstand dient niet 't minst om de heerlijkheid van Christus te doen aanschouwen. Maar als dan de mens van Hef de tot de Zaligmaker brandt vanwege zijn beminnelijkheid en noodzakelijkheid, komt vaak de vrees naar voren óf hij de vrijheid wel mag nemen om zich Christus toe te eigenen. Diep in het hart is een grote bekommering. Men voelt en acht zich deze Christus zo onwaardig. Het wantrouwen des harten is immers zo groot. Wat doet de Heilige Geest nu? Hij brengt het aanbod van genade met veel nadruk op het hart. Daar moet tenslotte het geloof zijn wortels inslaan. „Want het Woord Gods is door het geloof niet ontvangen als het boven in de hersens omzweeft, maar wanneer het in de grond des harten geworteld is, opdat het zij een onoverwinnelijke borstwering om allerlei geweld der aanvechting op te houden en af te weren. Indien het waarachtig is dat de verlichting door Gods Geest het ware verstand van onze geest is, zo blijft Zijn kracht veel klaarder in zodanige versterking des harten. Het mistrouwen des harten is immers veel groter dan de blindheid van het verstand. Het is ook zwaarder het hart gezond te maken dan het verstand met kennis te vervullen. Daarom bedient de Geest het ambt van een zegel, om in onze harten te verzegelen dezelfde beloften welkers zekerheid Hij eerst in onze verstanden ingedrukt heeft." (Inst. III, 2, 36.) De Heilige Geest heet de Geest der beloften omdat Hij het evangelie zeker en vast maakt. Dat doet Hij, schreef ik, door het aanbod van genade met diepe indruk op het hart te brengen.

Wat is de vrucht daarvan? Dat er kracht uit gaat van de beloften. De zondaar krijgt nu een overtuiging, dat de nodiging voor hem is en dat het Gods gebod is, dat een zondaar, een verlorene, een goddeloze, hoe ellendig hij ook is, in de Borg niet alleen mag, doch ook moet geloven. Zo wordt het wantrouwen weggenomen en de wil wedergeboren. De

zondaar geeft liet ja-woord aan Jezus. Hij zet het zegel op Gods getuigenis, dat de Heilige Geest aan hem verzegeld heeft. Hij roept uit: „o God, mag en moet een zondaar, wiens zonden als scharlaken en karmozijn bevonden worden, op Uw eigen Woord tot de Borg komen; zie, hier ben ik. Gij zijt mij te machtig. Ik ben overreed. Mij geschiede naar Uw Woord." Zo wordt het stenen hart veranderd in een vlezen hart. De overbuiging van de wil in de wedergeboorte is dus evenzeer een nieuwe schepping als de verlichting van het verstand. En zo heeft nu de wedergeboorte plaats. Het is niet zo, dat zij afhangt van onze wil, maar wel zo, dat wij gewillig worden gemaakt.

En wat is nu de eerste vrucht van deze wedergeboorte? Het geloof in Jezus Christus. In de wedergeboorte ontsteekt de Heilige Geest in ons een waar geloof waardoor wij Christus omhelzen. Hoe zwak dan het geloof in de aanvang ook zij, zodra als dit geloof Christus omhelst is de mens wedergeboren. Als wij het zo zien is de overtuiging van zonde dus de wedergeboorte nog niet. Ik meen, dat we zo het zuiverst op de weg des geloofs blijven, omdat op deze wijze Christus in het middelpunt blijft. Calvijn schrijft bij Hand. 5 : 32: „zo gaat de verlichting des Geestes aan het geloof vooraf, omdat zij de oorzaak daarvan is; daarna volgen echter andere genadegaven tot verdere volmaking, overeenkomstig het woord: den hebbende wordt gegeven. Ook wij moeten, indien wij met nieuwe gaven des Geestes verder verrijkt willen worden, de schoot des geloofs voor Gods aangezicht openen." Dus eerst wedergeboorte, dan het geloof, dat Christus omhelst, dan nieuwe blijken van Zijn gunst. Wedergeboorte is hier de verlichting van het verstand en de overbuiging van het hart en dit bijzondere werk is ieder onzer nodig. Dan verstaan we, wat de Apostel zegt: „Eertijds waart gij duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere". (Efeze 5 : 8.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE Dordtse leerregels

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's