De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ds. W. L. Tukker oneens met mutatie-nota

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. W. L. Tukker oneens met mutatie-nota

6 minuten leestijd

Voor een talrijk gehoor heeft ds. W. L. Tukker (Katwijk aan Zee) op donderdag 5 januari in de samenkomst op Woudschoten van Herv. predikanten behorende tot de Geref. Bond de nota betreffende het mutatie-vraagstuk behandeld.

Hoewel ds. Tukker gaarne de goede bedoelingen van het rapport der commissie Vossers erkende en de nauwkeurigheid der statistieken, zodat wij het serieus hebben te nemen, kan men toch z.i. bezwaren inbrengen reeds tegen de wijze van voorstellen van zaken. Ongetwijfeld is er nood en ook wel stil verdriet in verscheidene pastorieën, doch moeten wij dit tragisch maken en de ziektegevallen als norm nemen?

In de lange lijst van gevaren, die dreigen bij een te langdurig verblijf in dezelfde kleine gemeente, worden dingen genoemd, die iemand buiten het ambt moesten plaatsen. Verder; erger dan het gemis aan relatie met niet-kerkelijke sectoren van het dorps-leven is gemis aan relatie met de godsdienstige sector. Tenslotte: in een pastorie leeft men altijd ietwat geïsoleerd van de gemeente, terwijl ook wie regelmatig verhuist waken moet tegen clichéwerk en routine.

"Wanneer gesteld wordt dat zo weinig predikantszonen thans het ambt begeren, geldt dit minder naar mate men meer naar rechts ziet. En is het wel juist dat het ambt alleen aantrekkelijk is „voor de lagere sociale lagen"?

Terwijl 't oorspronkelijk de bedoeling was, dat de positie van de vicaris, de adjunctpredikant zou worden bestudeerd, heeft men deze materie laten liggen en is men nu gekomen met een voorstel betreffende de mutatie en vraagt de synode bezinning op een zestal vragen:

a. over de wenselijkheid om te komen tot een betere roulering van het predikantencorps;

b. over de vraag of maatregelen daartoe beperkt zouden moeten blijven tot de kleinere gemeenten (groep V en IV);

c. over de vraag* of hierbij aan de gemeenten geheel of ten dele de vrijheid moet worden gelaten om zich aan een periodieke mutatie te onttrekken;

d. over de vraag, of hierbij ook aan de predikanten geheel of ten dele zulk een recht zou moeten worden toegekend;

e. over de vraag of een tijdelijke maatregel hier gewenst zou zijn;

f. over andere wegen, die men begaanbaar acht, om tot een oplossing van het gestelde probleem te komen.

Toegegeven moet worden dat de werkverdeling in de Kerk niet efficiënt is, doch dit is moeilijk te verhelpen. De samenvoeging van 4 of 5 miniatuur gemeenten in N.­ Holland of Groningen betekent 'n tekort aan regelmatige prediking in elke gemeente en dus een uitleveren aan Rome of aan het nihilisme. Zo zijn er (door aankoop van boerderijen) kleine gemeenten in Limburg geheel door Rome opgeslokt.

Ds. Tukker merkte nog op, dat stichting van predikantsplaatsen (en kerkbouw), zoals in Den Haag is geschied, van meer belang is (ook met het oog op de verticale doorstroming) dan het beroepen van predikanten in algemene dienst. Feit is tevens, dat in middelgrote gemeenten het belijden beter bewaard bleef dan in de grote centra.

In dit rapport, waarin de moeilijkheden meer verplaatst dan opgelost worden, staat o.m. een lijst van onvervulbare vacatures: merkwaardig dat links de meeste onvervulbare- en rechts de meeste vervulbare blijkt te hebben. Opgemerkt dient nog te worden, dat de niet talrijke „vrienden van Kohlbrugge" alsmede de principieel-confessionelen in de betreffende tabel bij de middenorthodoxie zijn ondergebracht. Zullen zij — zullen ook de links-vrijzinnigen in de voorgestelde „raad voor de mutatie van predikanten" met vertrouwensmannen zijn vertegenwoordigd? Zullen anders hun belangen aldaar behartigd worden? En - wie kan dit doen met betrekking tot de gehele Geref. Bond? Men trekt nu eenmaal aan de teugel van de kant, waar men zelf staat. En: niet de vertrouwensman, doch de raad beslist uiteindelijk.

De raad legt een officieel register aan van minder gangbare predikanten: officieus ontstaat daarnaast een andere van de gangbare!

Daarnaast nog een lijst van minder gunstige gemeenten.

Men stelt voor om dit kerkordelijk op te nemen in de ordinantie voor het pastoraat (ord. 13) en niet in die van de verkiezing van ambtsdragers (ord. 3). 't Presbyteriale karakter der kerkorde wordt alzo op een principiële plaats verlaten! Wordt dit voorstel aangenomen, dan is 't bisschoppelijke stelsel voor meer dan de helft over de brug!

'Wanneer opgemerkt wordt, dat de gemeenten en de predikanten een stukje van hun vrijheid prijsgeven om daarmede echter voor zichzelf en voor de Kerk andere en grotere voordelen te behalen, dan wil ds. Tukker dit liever omkeren: een groot stuk vrijheid wordt geofferd om gering voordeel te verkrijgen.

De predikant kan bij toewijzing niet bedanken of solliciteren. Zijn belangen worden door een betere kring behartigd, die voor hem beslist. Hij behoeft niets te overwegen, doch heeft slechts te gaan.

De zelfstandigheid der gemeente (wij spreken hiervan liever dan van autonomie) wordt wel degelijk aan getast en 't is de vraag, of een gemeente, die eenmaal op de lijst staat, daar weer af kan komen?

Dat de gemeenten (kerkeraden) de predikanten geestelijk peilen.... het valt weg. Zo ook de tucht die hiervan kan uitgaan. In ieder geval het „wettig door Gods gemeente en mitsdien door God Zelf geroepen" te zijn. De predikant wordt ambtenaar, die zich een standplaats ziet toegewezen.

In de discussie werd nog opgemerkt, dat wanneer de gemeente niet meer behoeft te bedenken „wij hebben hem zelf beroepen" en de predikant niet meer „ik heb het zelf aangenomen" de geestelijke moeilijkheden eerst recht groot worden!

Negatief.

In heel dit rapport worden geen bijbelse noties gevonden dan alleen één negatieve: de opmerking, dat het N.T. niet spreekt van autonomie der gemeente noch ook van vrijheid van predikanten.

Is het wel juist, dat de synode een voorstel aan de Kerk ter overweging aanbiedt, waarin de presbyteriale structuur der Kerk in zijn wezen wordt aangetast? Als enig historisch argument wordt naar Bucer verwezen, die tussen Luther en Calvijn instond.

Wij willen, aldus ds. Tukker, gaarne wat op calvinistische bodem groeide behouden en wijzen daarom deze voorstellen af. Het presbyteriale stelsel is een hoog goed, dat echter voorzichtig gehanteerd dient te worden.

De referent wilde niet volstaan met een afwijzing van de in de nota aangewezen weg, doch gaf het navolgende voorstel in overweging:

1) laat men zich van de grootste tot de kleinste gemeente houden aan de wettelijk voorgeschreven leer naar Schrift en belijdenis;

2) laten wij in heel de Kerk in de vreze des Heeren staan;

3) laat men breken met onbijbelse leeftijdsgrenzen en oog hebben voor de waarde van het in godsvrucht gerijpte leven;

4) laat men de rem van de vier jaar (d.i.. dat men minstens vier jaar aan een standplaats gebonden is) loswerpen;

5) laat men, waar mogelijk, de kleinere gemeenten via de kas voor de predikantstractementen financieel steunen in de weg van het belijden (in de zin van: naar het belijden toe);

6) laat men in de grote centra het aantal predikantsplaatsen uitbreiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Ds. W. L. Tukker oneens met mutatie-nota

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's