De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TOT OP DEZE DAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TOT OP DEZE DAG

7 minuten leestijd

DOMINEES EN POLITIEK

29

Als ik mij niet vergis, wordt er in deze jaren bepaald over dit onderwerp niet zoveel meer gesproken. Daarmee wil ik echter niet zeggen, dat het voor goed uit de tijd is. ledere tijd brengt als het ware zijn eigen onderwerpen mee. Op het tijdstip, waarop wij dit schrijven is al geruime tijd de apartheidspolitiek in Z.-Afrika het laaiende onderwerp van de dag. Mede onder invloed van de Engelse pers praten wij vaak mee alsof wij in dat Afrikaanse land geboren en opgevoed waren.

Het is niet onmogelijk, dat het bovengenoemde onderwerp ook plotseling nog eens weer aan de orde komt. Er behoeft maar één dominee te zijn die zich hier wat bijzonder of buitennissig gedraagt, en het is weer zover.

Zulk een ogenblik was het onder andere, jaren geleden, toen de Synode onzer kerk aan de predikanten het kamerlidmaatschap verbood. Een storm van verontwaardiging ging er over op. Het werd genoemd een beknotting van onze geestelijke vrijheid. De Synode miste het recht, zo zei men, om de dienaren der kerk op dit terrein aan banden te leggen.

Intussen trad, na officiële kerkelijke goedkeuring het verbod in werking en daarmee was de uitoefening van het ambt van predikant van dat van kamerlidmaatschap gescheiden.

Jaren zijn er overheen gegaan. Men hoort van deze kwestie, althans voor zover mij bekend, niet meer.

Maar nu dan de hete hoofden al lang afgekoeld zijn, vragen wij ons kalm en nuchter af: Was deze bepaling van de Synode inderdaad zo verkeerd? Misschien ware het beter geweest, de beslissing „predikant of kamerlid" aan de dominees zelf over te laten. Mannen als wijlen minister Talma en anderen hebben dit ook wel begrepen. Wanneer iemands gaven en talenten werkelijk blijken te liggen, vooral op staatkundig terrein, waarom zou men dat terrein dan niet mogen betreden? Men behoeft dan toch geen afscheid te nemen van het predikambt en dus over te gaan tot een andere staat des levens. Men kan op de zondag nog de een of andere gemeente blijven dienen.

Alleen het ambt van herder zou aldus toch geheel in het gedrang komen. Men kan nu eenmaal niet tegelijk op twee plaatsen zijn, èn in Den Haag èn in zijn gemeente.

Wil iemand er nog bijvoegen: Men kan nu eenmaal zich niet in de politiek begeven en tegelijk het Evangelie verkondigen, dan heb ik hiertegen bedenkingen; want op deze wijze zou men enigszins een tegenstelling aanvaarden tussen politiek en Evangelie en in dat eerste woord min of meer een ongunstige betekenis leggen. Inderdaad heeft het woord „politiek" bij velen die ongunstige betekenis gekregen, bijvoorbeeld, wanneer zij spreken van „politieke dominees".

Alsof Gods Woord zelf ook voor het staatkundig en maatschappelijk leven geen regels aangaf!

Het wars zijn van alle politiek is wel te verklaren, maar allesbehalve goed te keuren. Het is beslist verboden, Gods water hier over Gods akker te laten lopen. Wij moeten respect hebben voor de mannen, die ook op politiek terrein opgekomen zijn en nog opkomen voor de ere Gods in het land en voor Zijn ordinantiën. Daar is ook moed van boven voor nodig, om van de beginselen van het Evangelie te getuigen midden in de wereld en het bruisende, onstuimige wereldleven. Ook hier kan aan de staatslieden de nood zijn opgelegd.

Dit neemt evenwel niet weg, dat iedere herder en leraar zich zelf de vraag moet voorleggen: Wat gaat bij mij nu eigenlijk voor: de politiek of mijn ambt?

Misschien hebben wij in het eerste wel eens wat „geliefhebberd". Niet, dat wij zo doorkneed waren in de politieke status. Wij waren allesbehalve wandelende encyclopaedieën in dat opzicht. Wil men hier iets presteren, dan vergt dat toch een degelijke opleiding, ja een scholing. Er zijn er trouwens wel, die een politieke scholing voor alle predikanten wenselijk vinden; iets wat ik niet beamen kan. Immers: Waar zou het eind van de scholingen zijn? Wil men in de politiek gaan, dan moet deze studie terdege bijgehouden worden.

Persoonlijk hebben wij ons in oude dagen, onder andere in verkiezingstijd, ook wel eens op het politieke pad begeven. Zo'n enkele avond kon er dan voor een paar maal wel af.

Nu ligt daar vaak over zo'n avond een zekere spanning, vooral wanneer er ook debat zal zijn tussen mensen van zeer uiteenlopende politieke overtuiging.

Was mij dat even spannend! Je hart bonsde al, vóór er iets aan de gang was. En wat deed het dan eventjes goed, wanneer onze spreker spijkers met koppen sloeg en de tegenstander er geducht van langs kreeg.

En wanneer wij dan zelf ook nog een duit (oude munt) in het zakje deden en enig applaus oogstten van onze partijgenoten, wat was dat dan echt iets opwindends. Vooral wanneer wij op weg naar huis gevolgd werden door communisten.

Maar wij waren niet bang, want achter hen kwamen enige rijen der onzen.

En als wij dan thuis kwamen en begonnen na te denken, wat was dan het resultaat? Eerst dit: Wat hadden wij een heet hoofd! In de hitte van de strijd voelden „de helden" het niet. Wij hadden ons zó warm gemaakt, dat ons hart er koud van geworden was. Duidelijk voelden wij op dat ogenblik: Neen, dat werk en die daverende dingen liggen ons niet.

Iemand zal zeggen: Daar moet je stalen zenuwen voor hebben en die heeft men de eerste beste keer niet, maar men krijgt ze wel langzamerhand door oefening.

Die avond, waarop ik thuis kwam, dacht ik echter: Daarvoor, namelijk voor de politiek, moet men aparte roeping gevoelen; anders blijft men beter bij het ambt.

Zó wordt men ook van deze politieke bevliegingen wel genezen. Hiermee is niets kwaads gezegd van politieke avonden, waarin op principiële wijze tegenover de revolutie de beginselen van het Evangelie gezet worden. Integendeel: Met hart en ziel ben ik daar voor.

Op zulke avonden gaat het er toch niet om, elkander voortdurend vliegen af te vangen, hetgeen een flauw kunstje is, maar om met Gods Woord en Wet ook in het staatkundig leven voor de dag te komen.

Het is nog niet zo lang geleden, dat ik eens zo'n avond heb bijgewoond. Een van onze uitnemende voormannen was daar aan het woord en sprak o.a. ook over de voetbaltoto. Voor het debat meldden zich - twee mannen aan, die lid waren van de partij van de arbeid. Deze mannen gedroegen zich vrij behoorlijk, al zeiden ze ietwat smalend, dat ze de Bijbel wel eens gelezen hadden maar verder „nergens aan deden".

Het klonk haast als een bekentenis en men kon voelen, dat zij althans min of meer onder de indruk waren van het woord van de redenaar. Daarna kwam sprekers repliek. Zelden heb ik zulk een waardig en principieel antwoord gehoord. Geen sprake van enige hatelijkheid of verdachtmaking. De argumenten der tegenstanders werden klaar en toch vriendelijk weerlegd. Hadden de tegenstanders smalend gezegd, dat ze zich met die „dingen uit de oude doos" niet inlieten, hoe schoon drukte de spreker hun diezelfde dingen op het hart en zei, dat hij daarmee zeer gelukkig was en ze htm ook voor het leven toewenste; zo iets als wat Paulus indertijd tot Agrippa sprak.

Daarna gebeurde er iets, wat ik nooit tevoren heb meegemaakt. Eén der debaters vroeg nogmaals het woord en kon niet nalaten, zijn oprechte dank te betuigen voor de wijze, waarop de geachte spreker hun had te woord gestaan en beantwoord. Hij moest erkennen, dat deze avond op hoog peil stond.

Het dankgebed was eveneens ontroerend en de „andersdenkenden" werden in de goede zin des woords daarin niet vergeten.

Het was een mooie, ja gezegende avond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

TOT OP DEZE DAG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's