De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

De tragiek van onze welvaart

8 minuten leestijd

. . . .alzó zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen . . . Lukas 17 : 26 b.

In de grauwe winterdagen tussen Kerstfeest en de Lijdensweken plegen wij een blik te slaan op de werken en woorden van de Zaligmaker. Wij willen u geen theologisch betoog, of lerend preekje voorzetten, doch slechts pastoraal meditatief enkele gedachten neerschrijven over de tekst, zoals naar ik meen de bedoeling is van een meditatie.

Met de dagen van de Zoon des mensen wordt bedoeld de dag van Christus' wederkomst en wat daarna zal gebeuren. Een geweldig Godsgericht zal dan plaats vinden en Jezus leert ons in Lukas 17 hoe het zal toegaan op de aarde in de tijd, die aan het einde voorafgaat. De bedoeling van de hier volgende overdenking is niet te zeggen: het wereldeinde staat binnenkort voor de deur, want niemand weet dag of uur van de verschijning van Christus in heerlijkheid. Wij willen slechts de door Jezus getekende karakteristiek van de laatste dagen overwegen en ons afvragen: vertoont onze tijd ook dergelijke trekken en gaan deze het beeld van onze samenleving meer en meer beheersen? Het is onjuist, wanneer een christen niet anders doet dan tijdloos mediteren, wanneer hij over het geestelijke nadenkt. Het christelijk leven is iets anders dan alleen maar met een eeuwenoud boekje in het befaamde hoekje zitten. Ongetwijfeld vertoont het geloofsleven alle eeuwen door dezelfde eigenschappen, maar het is niet minder waar, dat het gekenmerkt wordt door eigenaardigheden, die voortspruiten uit het feit, dat de christen een kind van zijn tijd is. Wie mediteren wil, doe dat zonder het oog te sluiten voor de werkelijkheid, waarvoor de periode van de wereldgeschiedenis die wij meemaken, ons plaatst. Dan kan de onstuimige jeugd er evengoed iets aan hebben als de eenzame ouderdom.

In de eindtijd zullen de mensen zijn als in de dagen van Noach en als de inwoners van Sodom en de omringende plaatsen, voordat zij door de catastrophe werden overvallen. Deze mensen aten en dronken, kochten en verkochten, huwden en werden gehuwd, planten en bouwden. Wij zijn geneigd ons af te vragen: Wat deden deze heden voor bijzonders? Sommige geleerden zien in de beschrijving, die Jezus van deze vroege bewoners der aarde geeft, dan ook een aanduiding van het gewone leven. Zij ontwikkelden activiteit op sexueel en materieel gebied, leefden op primitieve wijze in luxe en feestten op hun bruiloften. En dat was alles. Zie, dat is het nu juist: dat was alles voor hen. Het ontbrak hen aan ernst, zij dachten niet over een komend oordeel.

Hiermee is het verhaal over de primitieve aardbewoners ineens op verschrikkelijke wijze actueel geworden. Is ook voor ons het sexuele en materiële, de arbeid en de vrije tijd niet alles geworden? Zeker, men kan zeggen: zo is de mens alle eeuwen door geweest.

Toch mag het ons niet ontgaan, dat vanaf de 19de eeuw de geestelijke goederen minder gewaardeerd zijn dan in vorige eeuwen, althans in West-Europa. Het bezit van radio en televisie, het aanschaffen van een auto, het maken van buitenlandse reizen dreigt het gehele leven van de mens van heden te beheersen. Het volgen van een cursus wordt belangrijker geacht dan catechetisch onderricht, de kerkelijke bijdrage wordt besnoeid ten behoeve van de aankoop van weeldeartikelen. Het zou een onjuiste beoordeling van onze tijd zijn, wanneer wij beweerden, dat bovennatuurlijke. krachten in het geheel geen aandacht kregen. Er is een erkenning van het mysterieuze, waar te nemen, maar helaas niet een onderwerping aan de goddelijke wet. Wij weten van een huiveringwekkende dreiging en een mogelijke vernietiging, evenals Noachs tijdgenoten de arkbouw zagen en de profetie van de ondergang hoorden. Doch evenmin als de mensen van de eerste wereld nemen wij de prediking aan. Zoals toen feest en arbeid, maaltijd en huwelijk doorging, gaat ook nu het leven zijn gang, ondanks het spreken van „demonische machten" in oorlogstoebereiding en technische ontwikkeling. De mens van heden brengt het niet verder dan een bijgelovig sidderen voor wat als een onafwendbaar noodlot en een bedreiging der welvaart wordt gezien.

Het kan ons opvallen, dat in de uitbeelding van de laatste dagen geen sprake is van de kerk. De ontwrichting in de wereld is verergerd geworden door de ingezonkenheid van de christelijke gemeente. Ook zij is vermaterialiseerd. Zij stelt een perfecte organisatie menigmaal hoger dan de werking van de Geest, zij probeert zich met wereldse methoden te handhaven in de belangstelling der aardsgezinde mensen. Zelfs onder hen, die aan de Schrift willen vasthouden, treffen we in het persoonlijk godsdienstig leven aardsgezindheid aan in de vorm van een vertrouwen op indrukken, ervaringen en stemmingen, zonder het kinderlijk geloof, dat zich aan God vastklemt als een verloren, doch om Christus' wil verloste, zondaar. Blijmoedigheid en zekerheid des geloofs zijn schaarse (en vaak verdachte) zaken, zodat het niet te verwonderen is, dat er van het christendom zo weinig kracht uitgaat.

Er is zo grote overeenkomst tussen onze tijd en de dagen van de Zoon des mensen, dat de vraag gewettigd is: Naderen wij het wereldeinde, of staan wij slechts voor de volkomen ineenstorting der Westerse cultuur? Aangezien niemand in Gods Raad gezeten heeft, blijft het'een open vraag. Wat wij wèl weten is, dat de waarschuwende woorden van de tekst bedoeld zijn om ons op te roepen tot bekering. Het goddelijk gericht komt onverwacht. Het onverwachte oordeel komt. Wij zullen moeten staan voor de gerichtstroon van Christus.. De tekst roept ons toe: Vlucht voor de komende toorn! Wie zal bestaan voor de toom van het Lam?

Bekering is voor iedere generatie een actueel begrip. Zich bekeren is: vluchten uit het materialisme van heden, zich afwenden van een subjectivisme zonder Christus. In de bekering zien wij onze zonden als schuld voor God. Onze schuld is voor een deel heel persoonlijk, maar wij zijn allen medeplichtig aan de ongerechtigheid van onze eeuw. In de bekering moet onze gemak- en genotzucht ons tot schuld voor God worden. Onze zonde is gebrek aan bereidheid om te dienen. God en de naaste. Waar zijn de arbeiders in Gods Koninkrijk, waar de werkers en werksters op het terrein van christelijk hulpbetoon? Zo wordt de aanklacht, welke God ons in het aangezicht slingert door de mond van Christus, profeten en apostelen, actueel. Onze zonden worden waarlijk niet slechts in gedachten bedreven, maar in onze woorden en daden, zowel door te spreken als te zwijgen, zowel door verkeerde handelingen als door nagelaten arbeid.

In deze situatie verkerend horen wij Christus prediken, die de juiste houding tegenover het aardse innam, maar die ook de schuld verzoende. Hier is troost voor hen, die hun schuld voor God leerden inzien en betreuren. God vergeeft de zonde uit louter genade om het offer, dat Christus bracht in Zijn leven, lijden en sterven. God vergeeft de schuld aan hen, die als rechteloze zondaren Hem te voet vallen.

En voor de begenadigden bevat de tekst de oproep zich rein te bewaren van de wereld. Dat is heel actueel gezegd: te bezitten als niet-bezitters. Niet op te gaan in wat de aarde oplevert, doch er een dankbaar gebruik van te maken, een dankbaar gebruik. Als een gelovige opgaat in de dingen van deze wereld, raakt hij de gemeenschapsoefening met Christus kwijt, want de Bruidegom der kerk gedoogt niet, dat Zijn bruid lonkt naar iets anders. Hij is haar alles en moet door haar ook als haar Alles gewaardeerd worden. Het geloofsleven is op dit punt bijzonder teer. Steeds moet het gebed levend blijven. Het geestelijke moet Gods kind oneindig veel meer waard zijn dan het aardse, hoe betekenisvol dat ook als geschenk Gods moge zijn. Zo behoort de christen nabij de Heere te leven, wachtend op diens wederkomst, welke de eeuwige verlossing brengt.

Het bestaan op aarde kan wel eens moeilijk worden midden tussen zondaren, die ons willen meetrekken in het stoffelijke. Wees als de aartsvaders, die — omdat zij een vaderland zochten — de aangeboden verlossing op aarde niet aannamen. Ge zult gebukt gaan onder de ongerechtigheid in u en om u heen, evenals Lot in Sodom zijn rechtvaardige ziel kwelde. Maar de Heiland belooft: Ik ben met u al de dagen, ook de dagen, die verduisterd worden door stofaanbidding en zondige levensdrang.

Ook als we jong zijn, behoren we zó te leven, dat wij de waarde van een mensenziel hoger schatten dan heel de wereld.

Jonge mensen moeten evengoed bekeerd worden, want ook zij kunnen sterven. Door Gods genade kunnen zij bekeerd worden. Zij zullen dan de wereld minder achten dan het Koninkrijk Gods. Dat is geen dweperij, waarvoor wij ons moeten houden, maar een leven in de vreze Gods, de zonde vermijdend uit liefde tot Hem in wiens hand ons leven is. Bekeert u tot de Heere, als ge nog vreemd zijt van de vreze van Zijn Naam, opdat het ook van u gezegd kan worden: zij hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. Gasten en vreemdelingen op de aarde, waar welvaart heerst, die het tragisch gevolg heeft, dat de zondige mensen God vergeten. Gasten en vreemdelingen op de aarde, levend in de vreugdevolle wetenschap des geloofs, dat God zich niet schaamt uw God genaamd te worden^ die u genaderijk redt uit het gericht, dat in de dagen van de Zoon des mensen de zondaren zal overvallen, maar dat voor alle gelovigen de aanvang betekent van een eeuwige, heilige welvaart voor de troon van God en van het Lam.

(Rotterdam-Delfshaven)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's