UIT DE OF UIT HEMEL DE MENSEN?
We kermen allen de vraag van de Heere Jezus, die Hij richtte tot de overpriesters, schriftgeleerden en ouderlingen, toen zij tot Hem kwamen en zeiden: „Zeg ons door wat macht Gij deze dingen doet". (Lukas 20 : 1-8.)
Christus antwoordde hun met een wedervraag: „De doop van Johannes, was die uit de hemel of uit de mensen? "
Dat was een moeilijke vraag voor de overpriesters en de oudsten: Zeggen we uit de hemel, dan zal Hij zeggen, waarom hebt gij hem niet geloofd? Zeggen we uit de mensen, dan zal het volk ons stenigen, want zij houden voor zeker, dat Johannes een profeet was.
Zij antwoordden, dat ze het niet wisten, waarop Christus zeide: „Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe."
Het kwam er eigenlijk op neer, dat Christus een beroep deed op hun geweten. Zij gevoelden wel, dat de tekenen en wonderen, die Christus deed, bovenmenselijk waren, hoewel zij dat niet wilden erkennen. Hadden ze vroeger niet beweerd, dat Hij de duivelen uitdreef door Beëlzebul? En had Christus ze niet openlijk betuigd, dat zulk een onderstelling ongerijmd en met de waarheid in strijd is?
De Schriftgeleerden konden Herodes inlichten, toen deze informeerde, waar de Christus zou geboren worden. De Messiaanse tekenen, door de Geest der profetie geopenbaard, waren hun niet onbekend. Zij vonden in Jezus van Nazareth treffelijke vervulling. Doch zij geloofden niet en zij wilden ook niet geloven.
Dat deed de Heere Jezus hen duidelijk gevoelen, ja, Hij heeft het ze openlijk gezegd. Sla het aangegeven hoofdstuk slechts op om te zien, dat de gelijkenis van de wijngaardeniers er op volgt. De wijngaard zal van hen genomen worden en aan anderen gegeven. Zij begrepen de zin daarvan. Die gedachte was onverdraaglijk voor hen. Immers, zij wilden de staat hunner inbeelding overeind houden, en zochten Hem daarom te doden. Zouden ze het nu toch verliezen? „Dat zij verre!" zeiden zij.
Christus ziet ze aan en zegt: Wat is dit dan, hetwelk geschreven staat: De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, deze is tot een hoofd des hoeks geworden?
Hij weet, dat ze Hem verwerpen en zegt het hun in het aangezicht onder verwijzing naar de Schrift.
Intussen hebben we hier weer een getuigenis van Christus zelf, waaruit blijkt, dat Hij het gezag van de Heilige Schrift erkent en leert. Niet alleen spreekt Hij van de Schrift, als een eenheid. Hij heeft elders gezegd, dat de Schrift niet kan gebroken worden (Joh. 10 : 35), en dat een mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord, dat door de mond Gods uitgaat (Matth. 4 : 4). „Er staat geschreven", zo komt Hij in de verzoeking de duivel tegen, daarmede aantonende de vastheid van het profetische woord. (Vgl. 2 Petr. 1 : 19 v.v.) De eenheid en waarheid der Schrift worden door de Heere Jezus in deze uitdrukkingen betuigd. Het behoeft daarom niemand te verwonderen, dat de discipelen dit getuigenis hebben vastgehouden en de gemeente daarin zijn voorgegaan. (2 Tim. 3 : 16; 2 Petr. 1 : 21.)
We moeten daarop telkens weer de nadruk leggen, want hoewel ook onze belijdenis daarover zeer duidelijk spreekt, zijn er in onze dagen zelfs kerkelijke mensen, die zich van het voorbeeld van Christus en de apostelen losmaken. Zij volgen de zienswijzen van het kritisch Schriftonderzoek en zoeken die met het geloof te verenigen. Uit de aard der zaak leven deze strevingen bij vakgeleerden, die zich met de letterkundige studie der Schrift bezig houden en bij de theologen, die hen daarin menen te moeten volgen. De ervaring leert, dat dit verschijnsel niet tot de studeerkamer der geleerden beperkt blijft, maar ook zijn invloed laat opmerken op de kansels en in de leiding der kerk. Dit geschiedt niet zonder grote schade voor het zedelijke en geestelijke leven in het algemeen.
Dat wil niet zeggen, dat de predikers zich er aan misgaan de veronderstellingen en resultaten van het kritisch Schriftonderzoek op de kansel te behandelen. In het algemeen is dat niet het geval.
Doch aangezien de moderne Schriftkritiek gebroken heeft met de erkenning van het objectief en normatief, wijl goddelijk gezag van de Heilige Schrift, kan een prediking, welke daardoor beïnvloed is, niet nalaten de geloofsbelijdenis der kerk omtrent de goddelijke autoriteit der Schrift te verzwakken en op de duur te ondermijnen, al ware het slechts door het ontbreken van een positief getuigenis op dat stuk.
Aan de andere kant kruipt het bloed, waar het niet gaan kan en zoeken ook de Schriftkritische theologen gaarne argumenten om toch nog met behoud van hun standpunt op enige wijze van Gods Woord te kunnen spreken.
Het is jaren geleden, dat de zoon van een confessioneel predikant in één onzer universiteitssteden mij vertelde, dat een hoogleraar, beoefenaar van het kritisch Schriftonderzoek, trouw bij zijn vader kerkte. Op de vraag, waarom hij dat deed, ondanks zijn „kritisch" standpunt, was het antwoord: „Ik hoor nog maar het liefst uit de Schrift als één geheel preken."
Een merkwaardige situatie. Men moet zich daarover toch niet al te zeer verwonderen. Want, hoewel alleen het geloof de Heilige Schrift als Gods Woord ontvangt en als zodanig bevindt, spreekt zij toch allen aan, die met haar bezig zijn of met haar in aanraking komen, al leidt dat niet altijd tot waarachtig geloof.
Het is waarlijk meer dan een oppervlakkige overeenkomst, als we er op wijzen, dat er een openbarende daad Gods nodig is om in Jezus van Nazareth de Christus, de Zoon van de levende God te ontdekken. Niettemin hield het volk Hem voor een profeet, voor Elia, Jeremia en heel , de rechtshandel der overpriesters, der Schriftgeleerden en der ouderlingen des volks verraadt, dat het vermoeden mogelijk toch met de Messias van doen te hebben, hun niet vreemd was. Vandaar de vraag: „Zeg ons door wat macht Gij deze dingen doet".
Zo iets is er met de Bijbel ook gaande. Hij werkt als orgaan van Godsopenbaring, als een geestelijke macht. Vanwaar die macht?
Ook op de Heilige Schrift zouden we de wedervraag van Christus over de doop van Johannes kunnen toepassen: De Schrift is zij uit de hemel of uit de mensen?
De gemeente van Christus belijdt met de apostel Petrus: „niet door de wil eens mensen, maar de heilige mannen Gods door de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken".
Wat zeggen de anderen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's