TOT OP DEZE DAG
EEN OUDE IDYLLE
31
Haast zou ik hier een lied van weemoed zingen over dat, wat eertijds was, maar nu sinds lang verdween. Ik zou dan echter gevaar lopen, in droef gemijmer te vervallen over die goede, oude tijd, die inderdaad wel anders maar niet beter was dan de hedendaagse. Wij zouden dan aan het overdrijven gaan en de nuchtere werkelijkheid voorbijzien.
Ik wil u iets vertellen van Leerdam, zoals het mij van bijna een halve eeuw geleden voor de geest komt staan.
Of ik dan met: „een oude idylle" Leerdams natuurschoon bedoel? In genen dele! Wel is mij iets van de schone ligging der kleine veste bijgebleven, waartoe ongetwijfeld medewerkt een schilderstuk van Leerdam in mijn studeerkamer.
„Hoe lieflijk ligt uw stedeke, Leerdam; Daar, op het plekje, waar de speelse Linge kwam. Om in het licht der zon uw spiegelbeeld te zetten. Dat 'k op uw wal, uw hofje en uw kerk zou letten. Ik draag dit beeld nog in mijn leven mee".
Neen, aan natuurschoon dacht ik niet bij bovengenoemd onderwerp, maar aan heel iets anders. Niet om een schoon gelegen streek neemt een dominee het beroep naar een bepaalde gemeente aan. Het moeten andere banden zijn, die hem boeien en trekken. Wanneer een gemeente ons werkelijk aantrekt, zó, dat wij er niet los van kunnen komen, dan nemen wij de natuur er vanzelf wel bij. En dan kan het ons soms in de grote stad wel eens een gevoel van heimwee geven in de maand augustus, als wij dan denken aan de bloeiende heide, maar dat overkomen wij wel.
Wat mij in Leerdam bleek aan te trekken was dan ook meer van geestelijke .aard.
Het was een plaats voor twee predikanten. Zij hadden ieder hun eigen wijk en de scheidslijn liep midden door het stadje heen: Noord-Zuid. Zo werd de gemeente verdeeld in 2 wijken: Oost-West. Heel eenvoudig.
Daaraan hielden wij ons trouw. Wij hadden samen afgesproken, om niet in elkanders wijken te gaan „grasduinen", maar te blijven binnen de grenzen. Dat was goed, maar ook nodig.
Het kon namelijk gebeuren, dat er een vraag om huis- of ziekenbezoek uit andere wijk tot u kwam. Wanneer men dan vroeg: „Waarom komt u bij mij? Is de andere dominee niet thuis? ", dan werd wel geantwoord: „Wij hadden u liever!" Dan was het zaak, om hieraan niet toe te geven.
Natuurlijk was men niet slaafs gebonden maar in elk geval was het nodig om terstond zijn ambtsbroeder op de hoogte te stellen.
Hetzelfde kon zich ook wel eens voordoen met catechisanten. Er liep er wel eens een weg, om dan stilletjes naar de andere dominee te gaan. Die andere zou echter geen eerlijk man zijn geweest, zo hij dat „cadeautje" stilletjes had aanvaard.
Al deze dingen moesten geregeld met elkander worden overlegd, opdat het in de hele gemeente duidelijk zou zijn: Onze twee dominees trekken samen één lijn. Daar alleen gaat kracht van uit. Er is al verdeeldheid genoeg in het kerkelijk leven. Zelfs kerkelijke afscheidingen hebben zich wel eens voltrokken als gevolg daarvan, dat de ene hoogwaardigheidsbekleder hier aan de andere niets toegaf. „Hanengevechten", ook in het kerkelijk leven, moesten eigenlijk niet voorkomen.
In Leerdam vond ik indertijd nog iets, wat mij trof en mij tot heden bijbleef. Wanneer de ene dominee 's morgens preekte, zat de andere (er was maar één kerk), meestal onder zijn gehoor. Na afloop van de Dienst bracht hij dan zijn ambtsbroeder naar huis en dronk daar even een kop koffie.
Het klinkt haast als een sprookje. Maar in die dagen kon dat wel, want er waren maar weinig vacatures en de auto's stelden de dominees nog niet in staat, stad en land af te reizen.
Maar dan, wanneer de Bediening van het Heilig Nachtmaal plaats had! Dan zaten de predikanten daar naast elkander aan de Tafel des Heeren. Wat kostelijke aanblik! Daar ging een verheffende invloed van uit voor de hele gemeente.
En wanneer ik dat nu vergelijk met de dag van heden, dan heb ik zeker wel recht, van „een oude idylle" te spreken, al vindt u dit woord hier misschien wat pathetisch.
Er is veel veranderd in de kerk sinds die Leerdamse tijd. Zou zo iets heden nog mogelijk zijn? vragen wij.
Ik ben mij wel bewust, dat dit voor velen geen vraag meer is, omdat dit volgens hen buiten alle werkelijkheid omgaat.
Het is waar: Er zijn in steden en dorpen heel wat predikanten en kerken bijgekomen. Van één keer preken op zondag is immers geen sprake meer. Er zijn al predikanten, die op één zondag vier keer voorgaan, zo geen vijf keer; niet in eigen gemeente natuurlijk, maar ook op andere plaatsen.
Wordt dit alles niet wat weerzinwekkend? Men zegt: Andere gemeenten moeten ook geholpen worden. Dat moge zo zijn; maar een dominee vrage zich wel af of hij in dit geval daartoe is geroepen. De auto is een heel geduldig en gemakkelijk vervoermiddel maar zijn de sabbatsreizen der ambtsdragers vaak niet al te ver. Is dat heen en weer vliegen op de dag des Heeren nu bevorderlijk voor de preek?
In dit opzicht komt mij het oude gebruik in Leerdam nog wel eens in de gedachten als een „Elim" in de dagen van ouds.
Intussen make niemand er zich ongerust over, dat ik voor de nuchtere werkelijkheid geen oog zou hebben. Wat voorbij is, is voorbij. Het blijft een zeldzaamheid, dat bij een Avondmaalsbediening de ene dominee bij de andere aan 's Heeren Tafel zit.
Maar ik vraag mij wel af of het nu zo onmogelijk zou zijn voor een predikant, die geen Dienst heeft, zijn vrije beurt, die hij elders zou vervullen, eens voor één keer op te offeren, om mee te kunnen zitten aan de Tafel des Heeren.
Hier zou ik willen zeggen: „Dominee denk ook eens om uw eigen ziel!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's