KRONIEK
In het Walkartpark te Zeist — Le het Wolkartpark te Zeist — Le diable et le bon Dieu — Pauselijke vergissing?
Zeist heeft sinds een paar jaar in zijn mooie Walkartpark een „sprekershoek". Dat is in navolging van wat in Londen in het Hyde Park meegemaakt kan worden, waar verschillende personen, die behoefte hebben hun meningen, ideeën, inzichten, plannen of wat ze meer bijzonders op hun hart hebben, openbaar te maken, dit in de daarvoor gereserveerde „corner", kunnen presteren. Deze hoek in het Hyde Park behoort tot de attracties voor touristen. Misschien heeft het gemeentebestuur van Zeist of het college van B. en W. zijn toestemming tot een dergelijke imitatie in het Walkartpark wel gegeven om „de parel der Stichtse lustwarande" — zo wordt Zeist vanouds wel betiteld — nog meer attractief voor pensiongasten en vakantiegangers te maken. Een wijs besluit?
Hoe dan ook, het mooie park aan de Slotlaan, heeft 's zomers zijn „debating"hoek. Allerlei meningen worden er verkondigd. Lou uit Muiderberg, door zijn volgelingen als een god vereerd, heeft er in 1959 zijn godslasterlijke leer verkondigd, zij het niet zonder protest uit de kring der toehoorders.
De zomer van het vorig jaar heeft daar het hoofd van de mohammedaanse beweging in Nederland — de moskee staat in Den Haag — de gelegenheid aangegrepen om een propaganda-rede te houden voor de Moslim-religie. Ik meen zelfs tot tweemaal toe. En zijn propaganda ging gepaard met een felle aanval op het christendom. Ik las daarvan in een ..Ingezonden" in „Hervormd Weekblad", een paar maanden geleden. Het stuk was een „cri de coeur". De schrijver ontlastte zijn hart. Vooral over de smadende taal tegen zijn Heiland. Hij had moeten getuigen, hoewel hij zich niet opgewassen kende tegen de spreker. Het deed hem echter bijzonder leed, dat een predikant, die hij — de eerste maal, dacht ik — onder de toehoorders had gezien, in alle talen had gezwegen. Hij meende, dat in elk geval een predikant, een dienaar van Christus, een leidsman der gemeente, het voor de Koning der Kerk had moeten opnemen.
Ik moet, wat dit betreft, de schrijver volkomen bijvallen. Het is van iedere predikant niet te vergen, dat hij de theologie van de Islam kent als de christelijke, ook al heeft hij aan de universiteit het Mohammedanisme moeten bestuderen. Er hebben trouwens ook nog telkens in de Islam-theologie verschuivingen plaats. Daarvan spreekt een bijzonder oriënterend artikel van J. Bouman in „Herv. Nederland" (d.d. 10-12-'60). Maar een getuigenis als de ere van de Koning wordt aangerand mag toch van . een herder der kudde wel verwacht worden. De bedoelde dominee heeft door zijn zwijgen een slechte beurt gemaakt, dat kan niet ontkend. En het was loffelijk van de schrijver van bedoeld „Ingezonden", dat hij niét zweeg. Er was voor mijn besef iets in van wat Calvijn deed zeggen: „Een hond blaft als zijn meester wordt aangerand, zou ik zwijgen als mijn Koning gelasterd wordt? " Maar de vraag klemt of de instantie die vergunning gaf tot die openbare spreektribune, wel waarlijk handelde in het welbegrepen geestelijk welzijn van inwoners en bijwoners, de jongere en oudere generatie.
In ons goede vaderland is enige deining geweest over de opvoering van Sartre's toneelstuk: „Le diable et Ie bon Dieu", de duivel en God. Ik ken het stuk niet, mag ook niet zeggen, dat ik de franse filosoof Sartre in zijn ideeën ken. Hij is een der representanten van het existentialisme, een stroming, die bedoelt de mens tot op zijn naakte bestaan, existentie, bloot te leggen. Prof. v. Niftrik schreef over „de boodschap van Sartre", een boodschap in negatieve geest, die in haar prediking van de ellende van het nihilisme, welke, in het licht van de hope der opstanding, gesteld, zou kunnen dienen om de uitkomst, die het Evangelie biedt, temeer aan te bevelen en begeerlijk te maken. Maar die boodschap mag dan gegeven worden naar aanleiding van het oeuvre van Sartre, ze wordt in de stukken zelf als zodanig niet geboden. Ook niet in „ie diable et le bon Dieu", waarin als men goed kan horen, een kritiek wordt gegeven over de voorstellingen van God, welke voor velen de plaats van de levende God innemen. En het is mede daarom, dat in de gemeenteraden van Arnhem en Rotterdam de opvoering van bedoeld stuk in bespreking is gebracht; zowel van r.k.-zijde als van protestants-christelijke kant. In haar weergave van het debat in de Rotterdamse raad, sprak de N.R.Crt. van een zeer hoogstaand debat. Deze besprekingen vermochten niet de opvoering te verhinderen.
Nu heeft na de opvoering in de Rotterdamse schouwburg een bespreking van het stuk voor belangstellenden plaats gehad ten overstaan van en door een forum uit een achttal personen van verschillende „levensbeschouwelijke richting". Dr. K. J. Kraan, geref. evangelisatiepredikant had de leiding. In zijn inleidend woord gaf hij als zijn mening over het stuk, dat „het van nihilistische tendenzen is (God is afwezig)". Een „positieve boodschap" was naar zijn mening de „marxistische: een stuk klassenstrijd." Uit wat de N.R.Crt. d.d. 20-l-'61 verder in haar verslag gaf, neem ik het volgende over:
„Mevrouw mr. dr. F. T. Diemer-Lindeboom: Beweerd wordt dat Sartre een profeet is. Maar in het licht van het evangelie is hij een valse profeet. Hij laat immers de mens in eenzaamheid. God daarentegen heeft de mens niet in eenzaamheid gelaten. Spreekster blijft bij het standpunt dat zij in de gemeenteraad heeft ingenomen: dit stuk is godslasterend en ontluisterend. Het is niet te verwerken dat God de mens aan zijn lot overlaat. In plaats van een medicijn geeft het stuk de mens de doodsteek. Het is niet de hoogste norm het stuk naar zijn artistieke waarde te beoordelen.
Mevrouw dr. E. Beerman-de Roos: Sartre kent Jezus niet en is dus niet in staat een christen te schilderen. Zijn hoofdpersoon, Goetz, doet geen goed, hij doet alleen maar kwaad. Vandaar dat er in het stuk niets goeds is te herkennen".
De beide vrouwelijke forumleden — mevr. D. is lid van de a.r. gemeenteraadsfractie — mogen we erkentelijk zijn voor haar positief getuigenis.
Het schijnt niet mogelijk te zijn, dat een gemeenteraad de vertoning van een dergelijk stuk verhindert. Men kan dat betreuren, het blijkt nu eenmaal voort te vloeien uit het onder ons heersend democratisch bestel. Ondanks dat gepoogd is — o.a. door andere forumleden — een positieve boodschap in het stuk te ontdekken, meen ik, dat er niets zou verloren zijn, wanneer vertoning van dit stuk achterwege ware gebleven. De nihilistische stromingen, die helaas in ons sociale leven voortwoekeren, zijn ook zonder het stuk, maar al te zeer openbaar. Schrikt de gemeente er van, schrikken wij er door op? Ais er dit niet is en prikkelt tot krachtiger getuigen, is het heel erg. Ontrouw, aan de grote Herder der schapen, die met innerlijke ontferming bewogen was en is over de schare.
Koningin Elizabeth II van Engeland doet deze weken met haar gemaal een reis in het verre Oosten, Dat is op zichzelf niets bijzonders. Dergelijke bezoeken worden door vorsten en hoge regeerders meer gebracht. Vooral in deze tijden, waarin reizen zoveel vlugger en comfortabeler gaat dan voorheen. Het bijzondere van deze reis is, dat zij geschiedt in India, een zelfstandig geworden Engelse kolonie!
Wat ook bijzonder was, tenminste naar mijn smaak, is, dat zij vlak voor haar vertrek, — op de valreep zou men kunnen zeggen — de aartsbisschop van York, dr. Ramsey, tot aartsbisschop van Canterburey en alzo tot opvolger van dr. Fisher aanwees. Was daar nu zo'n haast bij? Temeer stel ik die vraag, omdat het bezoek aan het verre Oosten 6 weken zal vorderen, en dr. Fisher's ontslag eerst begin april zal ingaan. Nu kan de voortvarendheid inzake de benoeming verband houden met voorbereidende maatregelen, voortvloeiend uit de verhouding van kerk en staat in Engeland. De regerende vorst is altijd nog hoofd van de Anglicaanse Kerk. „Defender of the faith", verdediger van het geloof is in dit opzicht de eretitel. Het is echter ook mogelijk, dat de deining over dr. Fisher's bezoek aan de Paus in de kerk van die aard is, dat een snelle keuze van een opvolger urgent was. Men weet nu waar men aan toe is.
Deining rondom het bezoek van de Engelse prelaat aan de „heilige vader" was er, ze was en is niet gering! En daarom is het ook nog altijd punt van gesprek en geschrijf. Wat dit betreft heeft „Strandvonder", in „Herv. Weekblad" van 19 januari jl. het „beleefdheidsbezoek" nog eens besprekend, de aandacht gevestigd op een pauselijke vergissing, — hij spreekt van een „bokje" — in de samenspreking. Paus Johannes zeide o.m. dat het bezoek (van dr. Fisher) hem „de herinnering opriep aan zijn grote voorganger Gregorius de Grote, die de eerste zendelingen naar Engeland zond".
„Strandvonder" bewijst dan met de stukken — het materiaal is zeer uitvoerig en nauwkeurig samengelezen — dat, toen Gregorius' missie naar Engeland kwam, het christendom daar al lang gevestigd was, en dat de gezondenen — roomse monniken — de opdracht hadden de bestaande kerken onder de suprematie van de pauselijke stoel te brengen. Van deze „invasie", die met behulp van de koningin — zij was van afkomst een Frankische christin — resultaat had, zijn bloedige twisten het gevolg geweest. En wat daarna bereikt is, werd door Hendrik VIII ongedaan gemaakt, toen hij de Engelse Kerk los maakte van Rome en zelf er het hoofd van werd.
„Strandvonder" plaatst vervolgens de vraag of deze vergissing — „vervalsing van de geschiedenis" — een „historisch bokje" is. „Het lijkt", zegt hij in dit verband, „eer een kerkpolitiek vosje, dat in de Engelse (nog immer door Rome begeerde) wijngaard wordt losgelaten. Zo'n pauselijke uitspraak infecteert de publieke opinie".
Waar een Engelsman in doorsnee antirooms is — althans volgens „Strandvonder" —, laat het zich denken, dat ook na dr. Fisher's bezoek, mede door wat uit de besprekingen uitlekte, de deining niet luwde. En het is daarom wellicht, dat dr. Fisher's opvolger zo snel na zijn (dr. F's) ontslagneming een feit werd.
Dr. Ramsey moet een uitstekend theoloog zijn en een eminent kanselredenaar. Hij zou uitgelaten hebben, dat hij evenals zijn voorganger veel wil reizen. Of hij voorts ook in diens sporen zal gaan, zal de tijd leren. Velen in Engeland zullen wel hopen, dat hij de romaniserende tendenzen van het aftredend hoofd van de Anglicaanse Kerk niet zal bevorderen. Een wens, die vervuld, een zegen apart zou zijn. Doch ik vermoed, dat — gehoord althans de nadere berichten — deze hoop een „vrome wens" zal blijken en de zaak op dezelfde voet wordt voortgezet!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's