De deelname aan hét Heilig Avondmaal
1
Dit onderwerp werd door ds. L. Blok op de Evangelistenconferentie, uitgaande van de Ned. Herv. Bond voor Inwendige Zending op G.G., van 18—20 juni 1960 te Baarn gehouden, behandeld. Er volgde een zeer leerzame discussie. Na afloop ontvingen wij een keurig gestencild exemplaar van dit onderwerp.
Wij hopen het onderwerp zoveel mogelijk in afgeronde gedeelten aan te bieden, opdat het geheel voor de lezers overzichtelijk zal blijven.
Het onderwerp heeft de volgende onderdelen:
1. De plaats van het Avondmaal in de kerk.
2. De scheiding van belijdenis doen en Avondmaal.
3. In strijd met de Heilige Schrift.
4. De leer en praktijk van de Oude Kerk.
5. De leer en praktijk van de kerk der Hervorming.
6. Het verval.
7. De huidige Avondmaalsschroom.
8. Kerkeraadsleden die afblijven.
1. De plaats van het Avondmaal in de kerk.
De Kerkhervorming is geweest een grootse wederkeer tot de gehoorzaamheid aan het Woord des Heeren. Door de kracht van de Heilige Geest overtuigd van de waarheid Gods, heeft de kerk zich losgeworsteld van allerlei diepingewortelde tradities. Juist die gebondenheid aan het Woord des Heeren bleek te zijn de sterkste macht tot vernieuwing van geloof en leven.
Maar het is niet zo: eens hervormd, blijft men hervormd. Door ons toedoen is er telkens weer geweest een afwijken van de waarheid der Schriften, maar „door toedoen" van de Heilige Geest komt er toch ook weer herhaaldelijk een hernieuwde bezinning op het Woord des Heeren en een zich weer losmaken van ingewortelde afdwalingen.
Die hernieuwde bezinning op 't Woord des Heeren, verbonden aan of veroorzaakt door hernieuwde aansluiting bij de leer en de praktijk der Hervorming, openbaart zich ook op het terrein van het Heilig Avondmaal. Het Avondmaal is bezig weer een meer centrale plaats te verkrijgen in het leven van de gemeente.
Dit is heel lang anders geweest in vrijwel alle kringen van onze kerk. Aan de ene kant is er, met name bij de vrijzinnigen, een verregaande vervreemding geweest van het sacrament van de dood des Heeren — men leefde niet uit de kruisdood des Heeren, dus ook niet bij het sacrament daarvan — anderzijds is er ook in de rechtervleugel van de kerk een grote ontwenning geweest aan het heilig Avondmaal. Verschillende oorzaken zullen daarvoor geweest zijn. Zeker ook geesteloosheid, dogmatische verstarring, maar ook schroom voor het heilige. De gemeente kwam levensvreemd tegenover het sacrament te staan. In de catechese, zelfs in de belijdeniscatechese; in de prediking, zelfs in de voorbereidingsprediking, werd het Avondmaal meermalen in sterke mate verzwegen. De lastige confrontatie met deze tastbare oproep tot geloofsbeslissing was voor een groot deel uitgeschakeld.
Ouderling D. Broer en heeft indertijd een onderzoek ingesteld naar de Avondmaalsviering in de kerkprovincie van Zuid-Holland naar de hand van de gegevens der schriftelijke kerkvisitatie over de jaren 1947—1948 en verwerkte deze gegevens in een artikel over „De plaats van het Heilig Avondmaal in de gemeente" in het weekblad „De Hervormde Kerk" van 5 juli 1952.
Totaal aantal gemeenten in Zuid-Holland 202.
In 6 gemeenten werd het Avondmaal vaker dan 4 maal per jaar gevierd; in 145 gemeenten 4 maal; in 16 gemeenten 3 maal; in 17 gemeenten 2 maal; in 18 gemeenten slechts 1 maal.
Gerekend naar het aantal belijdende lidmaten namen gemiddeld 14% deel aan het Avondmaal in de grote steden bedroeg dit aantal slechts 5-10%.
Zelf heb ik indertijd eens een overzicht opgesteld over de classis Kampen over dezelfde jaren.
In 23 van de 25 gemeenten werd het Avondmaal 4 maal per jaar gevierd; in een gemeente 3 keer; in een andere gemeente 2 of 3 keer. Het gemiddelde aantal Avondmaalsgangers was daar 23.1% van de belijdende lidmaten. In de specifiek Geref. Bondsgemeenten bedroeg dit percentage 10; in de andere gemeenten was het 28%.
Globaal genomen heeft de heer Broeren wel gelijk als hij concludeert: „Piëtisme en Modernisme ontvolken het Avondmaal".
Van Oud Katholieke zijde is er wel eens op gewezen, dat bij ons Protestanten aan het Avondmaal zo weinig aandacht wordt besteed; dat het maar weinig wordt gevierd en dat het dan nog door slechts weinigen gevierd wordt. En men verwijt ons hier een afwijking van de praktijk der Oude Kerk.
Inderdaad is dit zo geworden.
Bij de Hervormers zelf en hun tijdgenoten was dit geheel anders. Zij waren voor wekelijkse Avondmaalsviering — al heeft Calvijn dit in Geneve niet kunnen doorvoeren — en er zijn verschillende bewijzen, dat in de Hervormingstijd er aanvankelijk een grote deelname aan het Avondmaal geweest is. Dit geldt niet voor ons land. Hier is de Avondmaals-viering in menige gemeente slechts moeizaam op gang gekomen.
2. De scheiding van belijdenis doen en Avondmaal.
Maar welke moeilijkheden er in de praktijk ook waren, een principiële scheiding tussen belijdenis doen en Avondmaalsviering werd niet aanvaard. Dit verval is van later datum. Menigeen is daar tussen opgegroeid. Ook ik ben bij deze praktijk groot gebracht.
Het doen van belijdenis bleef gehandhaafd, maar alle verband met Avondmaalsviering werd verzwegen of min of meer ontkend. Dit is aanvankelijk ook min of meer mijn praktijk als predikant geweest, maar in de loop der jaren begon mij deze ontwaarding van de belijdenis des geloofs te kwellen en ben ik begonnen mij enigermate te verdiepen in de leer en de praktijk van de Oude Kerk en vooral van de Hervormingstijd, met name van Calvijn. En al sta ik nog voor de praktische moeilijkheden, ik ben er van overtuigd, dat de losmaking van de openbare belijdenis des geloofs van het Avondmaal in strijd is met de Heilige Schrift, dus met Gods openbaring, in strijd is met de leer en de praktijk der Oude Kerk en in strijd is met de leer en de praktijk der Reformatorische Kerk. Dit is een zware beschuldiging, maar het is met de stukken aan te tonen, dat dit juist is. Dus onze roeping is aantonen of dat de Oude Kerk zowel als de Reformatorische kerken gedwaald en de leer der Heilige Schrift onjuist verstaan hebben of wij moeten wederkeren tot een belijden en leven in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en in overeenstemming met het belijden der Vaderen.
Door de losmaking van de openbare belijdenis van de deelname aan het heilig Avondmaal wordt het doen van belijdenis beroofd van zijn ware karakter n.l.: belijdenis des geloofs en zo worden de a.s. lidmaten hier ontheven van hun allereerste roeping tot bekering en geloof. In de kringen van het Leger des Heils en van de Vrij Evangelischen wordt ons verweten, dat wij de mensen veel te vrijblijvend onder het Woord Gods laten zitten en hen te weinig oproepen tot bekering en geloof. Wij zouden ook dit beslissings-karakter veel sterker bewaard hebben, als wij getrouwer geweest waren inzake de belijdenis des geloofs. Dan wordt hier aangedrongen op een levensbeslissing.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's