NIET COMPETENT
Zoals onder ons werd gevreesd: Het breed moderamen der Synode heeft prof. Smits de bevoegdheden als van de emeritus niet ontnomen.
En de Synode? Verontrust zegt men. Wij hebben nog geen officieel verslag gezien. Zij heeft zich klaarblijkelijk verontrust of niet verontrust bij de beslissing van het breed moderamen neergelegd.
Het minste, wat we hadden mogen verwachten was intussen een motie van afkeuring van de behandeling van deze zaak door het breed moderamen. De dagbladen melden niet, dat een dergelijke motie is voorgesteld. Indien het zo ware en deze een meerderheid had gevonden, zou het o.i. wel gepubliceerd zijn geworden. We zullen dus moeten aannemen, dat de meerderheid der synode genoegen neemt met de gang van zaken.
Dat is intussen heel erg en belooft weinig met betrekking tot de uitoefening van de leertucht. Van deze synode en van dit moderamen is niets te verwachten, wat dienen kan tot sanering van de kerk en tot wering van alles, wat de belijdenis weerspreekt.
Indien zij een zo duidelijk sprekend geval, met een zo duidelijke kerkordelijke situatie als hier zich heeft voorgedaan, niet aangrijpen, geven zij een duidelijk bewijs van incompetentie om de kerk te regeren. Het breed moderamen, omdat het de aangewezen weg in ord. 13 art. 29.5 niet heeft gevolgd, en de Synode, omdat ze het moderamen niet tot de orde heeft geroepen en handelend is opgetreden.
De redactie van Zwingli heeft gelijk, als ze schrijft, (zie het nummer van 4-2-'61): „Want een Kerk, die zich zelf en haar Reglementen („Kerkorde") respecteert, moet weren WAT en wie HAAR BELIJDENIS zo duidelijk en niet-mis-te-verstaan WEERSPREEKT als juist ds. Smits meermalen, en niet onopzettelijk deed."
Het kan nooit in overeenstemming met de waardigheid of de belangen der Kerk zijn zo iets te laten begaan.
Laat men ook geen uitvlucht zoeken in de bewering, dat er een „lek" in de Kerkorde zou zijn, zodat men niet anders kon handelen. Ord. 13, 29, 5, is duidelijk. En wil men met allerlei spitsvondigheid de wet buiten werking stellen, dan verzwaart men het bewijs van incompetentie van de kerkregeerders, die zich daarachter willen verschuilen, en maakt de geste van 1951, waarbij de Bijbel op de kerkorde werd gelegd, tot een ijdele vertoning. De Bijbel op de kerkorde moest toch minstens een waarborg zijn, dat men het hart van het Evangelie niet straffeloos en — met behoud van de bevoegdheden als van de emeritus — mogelijk van de kansel kan loochenen.
Klaarblijkelijk neemt men de Bijbel niet ernstig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's