De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE Dordtse LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE Dordtse LEERREGELS

9 minuten leestijd

En dit is die wedergeboorte, die vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking van de doden, en levendmaking, waarvan zo heerlijk in de Schrift gesproken wordt, dewelke God zonder ons in ons werkt. En deze wordt in ons niet teweeggebracht door middel van de uiterlijke prediking alleen, noch door aanrading, of zulke manier van werking, dat, wanneer God nu Zijn werk volbracht heeft, het alsdan nog in de macht des mensen zou staan wedergeboren te worden, of niet wedergeboren te worden, bekeerd te worden of niet bekeerd te worden.Maar het is een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige, en tegelijk zeer zoete, wonderbare, verborgene en onuitsprekelijke werking, dewelke, naar het getuigenis der Schrift (die van de Auteur van deze werking is ingegeven), in haar kracht niet minder noch geringer is dan de schepping of de opwekking der doden; alzo dat al diegenen, in wier harten God op deze wonderbaarlijke wijze werkt, zekerlijk, onfeilbaar en krachtiglijk wedergeboren worden, en daadwerkelijk geloven. En alsdan wordt de wil, zijnde nu vernieuwd, niet alleen van God gedreven en bewogen, maar van God bewogen zijnde, werkt hij ook zelf. Waarom ook terecht gezegd wordt, dat de mens, door de genade, die hij ontvangen heeft, gelooft en zich bekeert.

HOOFDSTUK III/IV

Artikel 12

Wanneer we het begin van dit artikel lezen, horen we daar een lofzang in. Er is niet alleen de rechtvaardigmaking, hoewel daar reeds alles in is in beginsel. De Kerk juicht dan ook: „Dankende de Vader, die ons bekwaam gemaakt heeft om deel te hebben in de erve der heiligen in het licht; die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde, in dewelke wij de verlossing hebben, door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden" (CoU. 1 : 12-14).

Is de vergeving der zonden niet genoeg? Wij belijden immers: „Wat baat het u nu dat gij dit alles gelooft? Dat ik in Christus rechtvaardig ben voor God en een erfgenaam des eeuwigen levens" (zondag 23).

Het geloof in Christus is inderdaad genoeg. Maar dit geloof is zelf een schepping Gods, een vrucht der wedergeboorte en van het nieuwe leven. Dit wordt vaak vergeten. Er hoeft niets meer te gebeuren, zegt men dan, alles is gebeurd op Golgotha. Maar ligt dan de mens niet volkomen dood, een vijand van God en van Zijn geboden? Neen, zeggen de remonstranten van alle tijden. Vroeger heetten deze remonstrants-gereformeerd. Ik ben wel eens bang, dat bij sommigen dat woordje remonstrants er praktisch afgevallen is, zodat zij remonstrants zijn, doch gereformeerd heten. Een kerk zonder tucht is een kerk zonder karakter, schreef dr. W. J. Aalders. Dat is geen best ding. Laten wij er ons voor wachten. Wanneer we zo bij de reformatorische belijdenis blijven staat het voor ons vast, dat er ook in ons een wonder moet geschieden, willen wij door het geloof Christus kunnen aannemen. Dit wonder is om te beginnen de „verborgen werking van de Heilige Geest". Door deze alleen is het mogelijk, dat wij Christus genieten. Hij immers maakt de zondaar bekwaam om de Zaligmaker te ontvangen. De Geest bewerkt, dat de verloren zondaar tot zichzelf komt. Wat is het een nieuwe schepping, als een hardnekkige goddeloze schuld gaat belijden, of een mens, die met grote ijver de begeerlijkheden des vleses heeft nagejaagd, gaat hongeren en dorsten naar God.

Er zijn prachtige namen voor in de Schrift. Het eerste is: wedergeboorte. Daar wordt dus een nieuwe mens geboren. Weliswaar is de oude er ook nog, maar de nieuwe is de blijvende. De oude moet sterven. De nieuwe zal leven, eeuwig leven. Daaraan is alles nieuw: ogen, oren, begeerte, wil, verstand, alles. Eerst in beginsel en dan al maar uitgebreider. Wat men echter altijd goed bedenken moet is dit, dat de wedergeboorte verbindt met Christus. Met de geboorte uit de hemel wordt een leven uit en in Christus geschonken. Deze tweede geboorte zet de mens niet op zichzelf, maar doet hem vastgroeien in de ware Wijnstok. „Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel" (2 Cor. 5:17). Datzelfde geldt van de nieuwe schepping. „Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus tot goede werken".

De nieuwe mens is Gods maaksel. Hij staat in een nieuwe verhouding tot God. De besnijdenis is niets en de voorhuid is niets, maar de nieuwe schepping (Gal. 6 : 15) daar gaat het om. Deze nieuwe schepping is de schepping van het geloof in de mens. In Efeze 2 : 8 staat, dat het geloof een gave Gods is. Dat geloof omhelst Christus en Deze is het nieuwe van de mens. Zo wordt de zondaar gered. En dan wordt hij geplaatst op goede werken om met Ef. 2:10 te spreken. God heeft goede werken bereid. Die goede werken zijn het verlossend werk van Christus. Van dit werk genieten de gelovigen. In de werken van Christus wandelen de gelovigen en volgen Hem na. Al het nieuwe van de mens is in Christus, maar — en dat is ook het nieuwe — Christus is in de gelovige. Zo is hij een nieuwe schepping, een nieuwe boom, die wonderlijkerwijze goede vruchten voortbrengt. Op deze wijze is het een vernieuwing. Het eigenlijke nieuwe is de Zoon van God, die in de gelovige woont door de Geest. De Heilige Geest, die alles nieuw maakt is de fontein, waaruit alle hemelse schatten ons toevloeien. Zo is de vernieuwing de Heilige Geest, Die de band is, waarmee Christus ons met Zichzelf krachtig verbindt en verenigt.

Altijd is Christus het nieuwe en de wortel van alle nieuwe dingen, die uitspruiten bij de gelovige. Want het is onmogelijk, wie Christus door een waar geloof is ingelijfd, dat hij niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid. Het nieuwe is dus de Zaligmaker en de werking van Zijn Geest, waardoor de zondaar arm en verloren wordt, want de Heere Jezus verenigt Zich alleen met hongerigen en verlorenen.

Deze wedergeboorte wordt ook een opwekking van de doden genoemd en een levendmaking. Beide woorden komen voor in Efeze 2. In vers 5 is sprake van levend maken en in vers 6 van opwekken. „Maar God, die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus (uit genade zijt gij zalig geworden), en heeft ons mede opgewekt, en heeft ons medegezet in de hemel in Christus Jezus".

Met grote duidelijkheid wordt hier de mens voorgesteld als dood voor God. Hier wil ik de aandacht op vestigen. Wij leven in een moeilijke tijd voor de ware Kerk. Velen willen alles met alles vermengen. Rooms en protestant moet op ene kansel, dan ben je pas echt een christen. Midden-orthodox, vrijzinnig en gereformeerd moeten samen Avondmaal vieren (al zegt de Schrift, dat men een ketters mens zal verwerpen) dan ben je pas een echt gelovige. De prediker moet op de kansel niet meer onderscheiden. Hij moet allen opwekken om zich voor gelovigen te houden. Vroeger was er de leer van de veronderstelde wedergeboorte bij de kinderen. Tegenwoordig prediken sommigen de veronderstelde wedergeboorte voor de volwassenen alsmede het veronderstelde geloof. De schapen leiden op deze wijze honger en de bokken worden vetgemest, want zij vinden zon veronderstelde wedergeboorte en zulk verondersteld geloof en verondersteld christen-zijn prachtig. In groten getale trekken zij op naar de dis des Heeren, die Christus voor Zijn discipelen en de ware wedergeborenen heeft gegeven. Wat is het verschil? De H. Schrift zegt: Beproeft uzelf of ge in het geloof zijt. De ware gelovigen doen dat. Maar de veronderstellende gelovigen hebben niets te beproeven. Zij veronderstellen, dat zij geloven al is er ook niets, dat er op wijst. Dat zijn gevaarlijke generalisaties. Ook van dit generaliseren op en onder de kansel geldt, dat het de grootste zonde is. Daarom zou ik graag ieder willen opwekken zich met hand en tand tegen deze wind van leer te verzetten. De geest des tijds heeft op zwakke figuren dikwijls zon sterke invloed. Laten we daarom blijven bij het Woord, dat ons allen dood verklaart, zodat er een wonder aan ieder moet gebeuren en, als dit gebeurt, verandert er iets in de mens. Het blijft niet verborgen. Het heeft zijn kenmerken. De Schrift noemt er vele.

Dus dit is het uitgangspunt: wij zijn dood. Alle kerkgangers, gedoopten, lidmaten, dominees, ouderlingen, diakenen, kerkvoogden, kosters, organisten enz. zijn van nature dood. De genoemde kwalificaties maken niet ambtshalve levend. Dat is de werkelijkheid. Maar er is ook een andere werkelijkheid. God maakt levend en wekt op uit de doden zovelen het Hem behaagt. De Heere maakt hierbij van veel personen en zaken gebruik. Het gaat er in artikel 12 niet om, dat de prediking, de bediening der sacramenten, de opvoeding, de school met de Bijbel, de verenigingsarbeid voor niets gehouden zou moeten worden. Maar als het tot op de grond bekeken wordt blijven wij nochtans met dit alles zo dood als we tevoren waren.

De wedergeboorte, de levendmaking, de opwekking uit de doden is alleen een werk Gods, dat Hij volvoert zonder ons. Dat is de gereformeerde leer, genomen uit de H. Schrift, waar staat geschreven: „en dat niet uit u, het is Gods gave". Het zijn de uitverkorenen uit Ef. 1 : 4, die worden levendgemaakt, herschapen, opgewekt uit de doden.

Hier valt niets te veronderstellen. Het gaat niet om gedachten of ideeën. Sommige preekstoelen lijken katheders van idealistische filosofen: het ene idee volgt uit het andere en de gemeente wordt de veronderstelde zaligheid ingeredeneerd. Wij moeten echter geen filosofen zijn, maar predikers, die het werk des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes aan ons, voor ons en in ons bekend maken. Het gaat niet om gedachten, maar om bevinding, werkelijkheid, werkelijke verbreking des harten, werkelijkeverlichting van ons verstand, werkelijke overbuiging van ons hart, werkelijke omhelzing van Christus. Dat werkt God in ons zonder ons. Er komt geen zucht van ons bij. Dat is de waarlijk bevrijdende prediking.

Waarom? Wel, als Gods Geest een mens bekwaam maakt, om met Calvijn te spreken, om de genade van Christus te ontvangen, wordt hij volkomen ontledigd van alle schijn van eigen klacht. Daar staat hij nu. Het is voor hem onmogelijk om zalig te worden. Hij erkent ten volle de eis om, te geloven, doch hij kan het niet. Het is bij hem onmogelijk gelijk bij ieder mens (Matth. 19 : 26). Maar wat is het dan een fijne prediking als de echte dienaar des Woords hem mag zeggen: u hoeft ook niets te werken, God werkt wedergeboorte, geloof, herschepping in ons zonder ons.

In de dagen der reformatie en nog lang daarna leefden velen uit de kracht der werking-Gods. Wat is een mens arm als hij niet leeft uit de machtige daden Gods, die hem levend maakte in Christus Jezus, die hem wederbaarde, die in hem het geloof werkte, die hem eerst tot een zondaar en goddeloze maakte en bracht in een tollenaarsgestalte. Wat is een mens arm, die meent, dat hij gelooft en het hebben moet van redeneringen en veronderstellingen en verstandelijk geloof. En dan wat er nog bij komt. Hij is niet alleen arm, doch bovendien houdt hij zich voor rijk en verrijkt en weet niet, dat hij is ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt (Openb. 3 : 17).

Maar de ware gelovige weet, dat hij niets vermocht en vermag, doch dat God alles in hem werkte. Zo krijgt de Almachtige de eer en de gelovige de zaligheid uit vrije genade. God werkt het in ons zonder ons.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE Dordtse LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's