De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ANTWOORD AAN DS. ABMA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ANTWOORD AAN DS. ABMA

4 minuten leestijd

Wie kaatst moet de bal verwachten. De bal, die ds. Abma mij in De Waarheidsvriend van 2 februari 1961 toespeelde, is behoorlijk hard aangekomen „Valse voorlichting" zou ik de lezers van Woord en Dienst gegeven hebben. Ik schrok er van! Ik moet deze beschuldiging van overtreding van het negende gebod echter van de hand wijzen. Op z'n hoogst kan ds. A. zeggen, dat ik de N. H. Bond voor Inwendige Zending en zijn theologie verkeerd beoordeeld heb. Maar dat is iets anders dan valse voorlichting. 

Op een paar dingen wil ik graag ingaan.

1. Dat in de titel van mijn artikel het woord „Inwendige" is uitgevallen, is de schuld van de corrector van Woord en Dienst; ik heb er mij bij de redactie ter­stond over beklaagd.

2. Ik erken, dat in veel nieuwere vormen van apostolaat een gemis voorkomt aan nadruk op het door en door bijbelse aspect van het komend gericht des Heren. Daarin toont dit nieuwere apostolaat geen recht te doen aan de hele Bijbel. Hoe dit manco te verklaren is, laat ik onbesproken. Het zij genoeg het te erkennen.

3. Ondanks de citaten, die ds. Abma uit de brochure aanvoert, blijf ik de indruk houden, dat in dit geschrift meer de zgn. middeleeuwse verwerking van de bijbelse eindverwachting aan het woord komt dan wat de Bijbel zelf biedt. Daarop wijzen m.i. de termen: hel of hemel, dood en leven, strijdende en triomferende kerk. Deze termen kunnen wel eschatologisch verstaan worden, maar worden heel vaak gebruikt met het oog op de persoonlijke zaligheid of rampzaligheid na dit leven, zonder dat zij opgenomen zijn in het handelen Gods, dat het geheel van de geschiedenis omvat. Ik mis in de brochure te zeer het bijbelse visioen van de geschiedenis, die dé Here God met Israël en de volken heeft; een geschiedenis, die dank zij het werk van Jezus Christus, de Wereldheiland en Wereldrechter, voleindigd zal worden, opdat God zij alles in allen, Ik vond deze visie wèl in het artikel van ds. Noordegraaf.

4. Geen moment heb ik betwijfeld, dat de Bond alles verwacht van het werk des Geestes. Ik deel deze verwachting. Evenmin maak ik bezwaar — hoe zou ik! — tegen het theologisch uitgangspunt, dat de Geest Zijn werk doet door het Woord. Doch daarmede is alleen iets gezegd over de genademiddelen, en nog niets over de methoden of wegen, die de evangelist gebruikt om tot een gerichte verkondiging van het Woord te komen, Wat de methodiek betreft blijf ik de brochure vaag vinden. De verwijzing naar „persoonlijk contact via huisbezoek" is voor mijn besef niet toereikend om de methode(n) van de Bond helder voor de geest te krijgen. Ds. A. spreekt in zijn reactie dan ook alleen van „grondlijnen voor de methode van werken".

5. Het zou mij spijten als mijn artikel de indruk zou wekken, dat ik het werk van de Bond op de hak heb willen nemen. Dat lag en ligt mij ver. Mijn bedoeling was en is positief. Ik maakte slechts een paar kanttekeningen, die beoogden de Bond te prikkelen tot voortgaande of hernieuwde (ook theologische) bezinning op het bijzonder moeilijke waagstuk van de communicatie van het Woord Gods aan de mensen van nu. Het zou mij veel waard zijn als wij deze bezinning samen konden doen. Want wij hebben elkaar nodig, denk ik.

F. J. Pop.

Mijnerzijds weinig. De brochure „25 jaar" (in Bennekom, Julianalaan 29a verkrijgbaar) bevat een overzicht en twee toespraken op de jubileumsamenkomst uitgesproken. Het lijktme niet juist in dit geschriftje een volledige methodiek van evangelisatie te zoeken.

Temeer omdat de Bond tweeërlei opdracht heeft. De Bond behartigt de belangen van zgn. „minder-heden-evangelisaties" in vrijzinnige gemeenten. Daarnaast het stimuleren van de arbeid onder buiten-kerkelijken.

De uitdrukking „zogenaamde middeleeuwse verwerking van de bijbelse eindverwachting" is verhelderend. Of 't juist is blijft de vraag. Ik krijg de indruk dat de termen hel en hemel uit de tijd zijn. Persoonlijke zaligheid is ook niet van belang als dit niet is opgenomen in wijder verband. Duistere opmerkingen voor mij. Het kan aan mijn middeleeuwse geest liggen. Ik meen dat het evangelie aan alle volkeren dient gepredikt, maar dat alle eeuwen geldt: strijdt gif om in te gaan. Alle eeuwen roept God de schapen van deze en gene stal bij name.

Mijn grief tegen het geschrijf van ds. Pop was dat hij losweg een citaat aan ds. Noordegraaf ontleende om zo de lezers van „Woord en Dienst" diets te maken dat in de Bond lieden zijn die de moderne opvattingen huldigen, terwijl anderen nog in de duistere middeleeuwen vertoeven. Die voorstelling is allerminst  adaequaat de werkelijkheid hoop ik.

H.G. Abma

De discussie is hiermee gesloten. Redactie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ANTWOORD AAN DS. ABMA

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's