KRONIEK
Het bezoek van de Estlandse aartsbisschop — Spanningen in de Duitse Kerk — Een gemeente waar schot in zit — De Synode en de nota-Van Ruler.
De aartsbisschop van de Lutherse Kerk in Estlapd, dr. Kiivlt, is in ons land op bezoek geweest. De plaatselijke oecumenische raad in Amsterdam had hem uitgenodigd. Hij heeft in de Westerkerk gepreekt, en na afloop verschillende vragen beantwoord. Op 6 februari is hij door de Generale Synode onzer kerk ontvangen. Men heeft van een en ander in de bladen kunnen lezen.
Dit bezoek is één van de oecumenische contacten, welke in deze tijden meer worden gearrangeerd. En dr. Kiivit heeft dit bezoek mogen brengen natuurlijk met toestemming van het Sowjetbewind. Want Estland behoort tot de Unie van Sowjet-republieken. Had die toestemming de bedoeling, dat hier in Nederland uit wat de aartsbisschop mededeelde zou blijken, dat onder het Sowjet-regime voor de kerk nog wel valt te leven?
Dr. Kiivit was de gast van ds. H. A. Visser, die over dit bezoek schreef in „Hervormd Nederland" van 11 febr. 1.1.
Wat zijn gast hem over de kerkelijke situatie vertelde, deed ds. V. „van de ene verbazing in de andere" vallen. Was het werkelijk zo verbazingwekkend? In sommige opzichten wel. Niet voorzover meegedeeld werd, dat de kerk geduld werd. Dat was, dacht ik, bekend. Zij moest wel al haar bezittingen prijs geven, mag geen catechisaties houden, niets leren tegen het beleid der regering, al mag ze in haar prediking haar bezwaar tegen het materialisme plaatsen. Verwonderlijk is wel, hoe ze zich in de situatie compenseert. In de middagpreek wordt de catechismus behandeld, met het oog op de jeugd, maar ook om de ouders richtlijnen te geven voor het onderwijs aan hun kinderen. Want bij ontbreken van de catechisatie komt het onderricht in de zaligmakende leer van Christus voor een groot deel voor rekening van de ouders. Op zichzelf is dit niet slecht, al is de oorzaak zeer te betreuren. Dr. Kiivit zei ook, dat het Estlandse volk een „ware leeshonger" heeft. Als die zich verzadigt aan de Bijbel — die werd onder wat in dit verband werd gezegd niet genoemd — kan er nog veel tot stand komen. Ik wilde om een lief ding, dat onze gezinnen, de ouders, neen niet in dezelfde situatie kwamen, maar wel de hand hielden aan het „mede onderwijzen in de voorzegde leer".
Voorts memoreerde de aartsbisschop, hoe het ouderlingenambt, dat „praktisch zijn betekenis verloren had, weer in ere gekomen" was. Dat is wel een winstpunt. Ook daarop zal de aartsbisschop wel het oog gehad hebben met zijn zeggen: „We leerden te leven van de gaven die God ons in het heden gaf, en die zijn overvloedig".
Na het bovenstaande komt als vanzelf de strijd van de Evangelisch-Lutherse Kerk in Oost-Duitsland ons voor de geest. Febr. jl. laaide die weer op, toen afgevaardigden uit de Bondsrepubliek niet in Oost-Berlijn werden toegelaten, om daar mede de Synode dier Kerken te houden. Deze is toen naar West-Berlijn verplaatst. Men weet, dat de houding van dr. Dibelius gans anders, feller, veel anti-thetischer is dan die van het hoofd der Estlandse kerk. De Duitse kerk zit met veel meer moeilijkheden. Wie zal de opvolger worden van Dibelius, die gaat aftreden binnen afzienbare tijd? Dr. Lilje uit West-Duitsland of dr. Krummacher uit de D.D.R.? En mag de komende „Kirchentag" in Oost-Duitsland gehouden worden? Over de strijd, die de Lutherse Kerk in de oostelijke provinciën te strijden heeft, is ook Estland's aartsbisschop geïnterpelleerd. Wat hij daarover zeide?
Allereerst, dat de situaties niet te vergelijken zijn, omdat men in de D.D.R. veel grondiger te werk gaat dan in de andere delen van het grote Russische rijk. Dan zou dus gelden, dat de leerlingen verder gaan dan de meester, wat dr. Kiivit uitdrukte als: „Päbstlicher als der Pabst". Verder wees hij op de haat in Rusland verwekt door de wreedheden van de Duitsers jegens de Russen tijdens de oorlog.
Het kan zijn; maar bevredigen doel mij zijn uitspraak niet. Ik meen nog altijd, dat in de felle maatregelen van de zijde der D.D.R. ook meespreekt ten koste van alles de eenwording van Duitsland te verhinderen. De politiek speelt in dezen dacht ik een grote rol, gelijk heel vaak in kerkelijke moeilijkheden.
En dan klemt de vraag of het belijden der Luthers-Evangehsche Kerk in Duitsland niet positiever is dan in Estland. De gegevens ontbreken mij voor een juist oordeel. Maar ik kan de indruk niet kwijt, dat dr. Kiivit van een irenische instelling is tegenover het Sowjet-regime, dat ondanks alles het Evangelie en de Kerk van Christus gram is, wijl het opkomt uit het evangelie van de anti-christ.
In „Woord en Dienst" van 4 febr. j.l. viel mijn oog op een artikel, dat als opschrift droeg: „Een hervormde gemeente waar schot in zit". Dat blijkt de Hervormde gemeente van Hoogeveen te zijn. Ik had over deze gemeente kort geleden een bericht in „De Waarheidsvriend" gelezen en daardoor werd mijn aandacht te meer gespannen. Bovendien „Hervormde gemeenten, waar schot in zit" zijn er nu niet zo heel veel, en althans niet, die op een dergelijke in het oog lopende wijze ons voorgesteld en getekend worden.
De schrijver verhaalt van een actie voor jeugdwerk, buitenkerkelijk dan, en van de inventie om geld bijeen te brengen voor een centrum van dat werk. Het verhaal wordt ingeleid met een uiteenzetting van de structuurrveranderingen van deze Drentse plaats. De dynamiek is hier minstens even hevig als aan de IJmond. En de immigratie is navenant.
De autochtone bevolking kan dat niet bijhouden en de kerk mist de nodige „Situationsbilding" om dat vreemde woord hier eens te gebruiken. Ik ben geneigd hieraan toe te voegen: „Es ist eine alte Geschichte". Dergelijke ontboezemingen en situatietekeningen heb ik reeds zo vaak gehoord en gelezen, dat ze werkelijk een „oude geschiedenis" dreigen te worden met de nodige klachten over starheid en onverstand bij kerkelijke instanties.
Maar ter zake. Men had gekoerd, dat de kerkvoogdij de pastorie naast de kerk wilde verkopen om de bouw van een nieuwe te financieren. „Wanhopige verzoeken" om dat niet te doen, doch het gebouw te reserveren voor jeugdcentrum. De kerkvoogdij besloot in principe daarop gunstig. Maar zij wilde de nodige' financiële garantie uit de gegadigde kringen, „een stichting z(onder) n(aam)". Toen heeft men een actie op touw gezet. Men is gaan „wortelpunten" voor een grote „Konservenfabriek". Honderden kisten wortels heeft men in een daartoe ingericht lokaal van punten ontdaan en voor conservering Waargemaakt. Vrijwilligers plenty uit schoolkinderen, jongeren en ouderen. Zo had men na ruim een week ca. ƒ 1200, — bijeen, de „hoeksteen" voor het nieuwe centrum.
Tot zover het verhaal. Op zichzelf een originele actie en niet onsympathiek. Gegadigden staken zelf de handen uit de mouw. Dit is sympathieker dan verlotingen voor en ten behoeve van een te bouwen kerk, zoals dat tegenwoordig helaas maar al te vaak pleegt te geschieden in Hervormde gemeenten. Ook 'n betere weg dan in Enschedé dé Hervormde dominees insloegen, die voor een soortgelijk doel, meerdere repetities hielden om een cabaretavond te geven.
Evenwel, „wortelpunten" is seizoenarbeid. Men moet verder. „Een hoeksteen" is nog niet het geheel. Enfin, „een gemeente waar schot in zit" vindt wel meerdere wegen!
Maar nu een andere zijde. Ik vernam van tot oordelen bevoegden in Hoogeveen, dat „de Jonge Kerk" is opgeheven uit gebrek aan belangstelling. In meerdere gemeenten vlot het niet met die jeugdarbeid. Men wil het dus nu in de „stichting z.n." — misschien heeft ze ondertussen een naam gekregen — in Hoogeveen met de buitenkerkelijke jeugd zien te klaren. Dat is het goed recht van de initiatiefnemers.
Doch kerkelijk Hoogeveen bestaat niet enkel uit de groepering, welke de „wortelpunt"-actie op touw zette. Er is ook een grote Herv.-Gereformeerde groep. In haar is een groeiende belangstelling voor jeugd- en andere acties. Ze wil gaarne in het centrum meerdere diensten. Tot voor kort was er een regeling, welke daarin voorzag. Nu is de kerkeraad daarop teruggekomen, en heeft het aantal beurten — men kon het enkele weken geleden lezen in „De Waarheidsvriend" — voor de Herv.-Gereformeerden in het centrum dusdanig verminderd, dat men zich genoodzaakt ziet van die zijde tot instelling van eigen beurten over te gaan. Men wil het liever, veel liever, zoals het tot voor kort was. Een adres, getekend door ca. 260 gezinshoofden, werd aan de kerkeraad verzonden. De visitaties — provinciaal en generaal — zijn er aan te pas gekomen. Definitieve uitspraak is er nog niet. Zal die voor onze mensen in Hoogeveen gunstig zijn? En zo ja, zal dan de kerkeraad dat advies, of hoe het mag heten, opvolgen.
De situatie is in kerkelijk Hoogeveen, vergeleken bij vroeger, veranderd. Dat geldt meerdere gemeenten krachtens structuurveranderingen. De schrijver van het artikel in „Woord en Dienst" klaagt over de oude generatie, die haar tijd niet zou verstaan hebben en nog niet. Stel dat dit zo is — ik beoordeel dat niet — dan mag men van „een gemeente waar schot in zit", in haar leidslieden zoveel te meer begrip van de situatieverandering en zoveel realiteitsbesef verwachten, dat zij de gemeente niet wil wringen in een eenheidsstructuur, die niets met de eenheid van Joh. 17 gemeen heeft dan de naam. Dat leidt tot verdrukking en uiteenrukking, welke het gemeente-leven in haar geheel aantasten. Wij, gereformeerden in de Herv. Kerk, behoeven niet de macht, doch hebben te staan op wat wij zien als ons Schriftuurlijk en kerkelijk recht, op een prediking van Gods Waarheid naar de Belijdenis.
De rondgezonden folder roept daartoe op. Daar zal niet minder „schot in zitten dan in de andere actie. God sterke onze broeders in hun strijd.
Tenslotte nog iets m\ de jongste Synodezitting. Daar is in bespreking geweest een nota opgesteld door prof. v. Ruler. In die nota is o.m. gewezen op de moeilijkheden van tuchtoefening in deze tijd. De vraag is gesteld of tuchtoefening wel mogelijk is nu er „geen overheid is die haar effectueert". Er staat ook in — aan het slot —: „De Synode verklare dat zij niet recht weet hoe zij op een verantwoorde wijze in dit opzicht haar taak kan vervullen". Deze nota — zij werd opgesteld in verband met het in werking komen van de volle tuchtprocedure na 1 mei 1961 — is nog in beraad gegeven. Gaat het echter de kant op in bovenstaande citaten aangegeven, dan zal er van leertuchtoefening niet veel terecht komen: „een Synode, die uitspreke, dat zij het niet recht weet", hoe haar taak te vervullen!
Prof. V. Itterzon, die in „Herv. Weekblad" d.d. 16-2-'61 tegelijk met de uitspraak over prof. Smits deze nota — „openhartig, eerlijk en bekwaam" — bespreekt, concludeert, dat als het deze kant opgaat, „wij de kerkorde verlagen tot een reglementenbundel. Want zonder leertucht, in welke soepele vorm ook, is de kerkorde het aanzien niet meer waard. Dan liggen alle principiële getuigenissen na de oorlog gegeven, heel onverwacht in duigen. Want staat er (niet in de bijkomende Ordinantiën, maar in de kerkorde zelf) niet het kloeke woord: „De Kerk weert al wat haar belijden weerspreekt"? Prof. v. Itterzon zei het scherp en raak. Het zou met de leertucht na 10 jaren voorbereiding een snelle afloop der wateren zijn!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's