UIT DE PERS
Het ligt voor de hand, dat de reacties in de pers op de verklaring van de synode over de „zaak prof. Smits", vele waren. Ook de dagbladpers heeft deze zaak niet onvermeld laten passeren. In het confessionele weekblad „De Gereformeerde Kerk" van 16 februari doet dr. Streeder een wanhopige poging om het beleid van de synode in deze nog te verdedigen en goed te praten. De schrijver wijst er, om te beginnen op, dat prof. Smits dan toch maar uitgesproken heeft het te betreuren, dat de vorm, waarin zijn publicaties gegoten waren, verontrusting moest oproepen, en dat deze vorm niet voldeed aan de voorwaarden voor het spreken over deze dingen binnen de kerk als belijdende en gelovende gemeenschap. Een opmerkelijk paedagogisch succes dus op het punt van de wellevendheid! Bovendien is (gelukkig!) komen vast te staan, dat prof. Smits in ieder geval aan de zijde der kerk wenste te staan. En dan schrijft dr. Streeder verder:
Wat had nu de Generale Synode te doen? Zij kon het beleid van het breed moderamen afkeuren, maar zij was niet bij machte zelf ord. 13-29-5 op prof. Smits toe te passen. Een voorstel dienaangaande kon dan ook niet In behandeling worden genomen. Er bleef niet anders over dan het voorstel van het breed moderamen te aanvaarden en zich nader over de formulering te bezinnen. Ook het uitdrukkelijk vermelden, dat de uitspraken van prof. Smits het belijden der kerk weerspreken, kon In de formulering niet worden opgenomen. In dit geval liep men op het resultaat van de voortzetting van het gesprek vooruit. Maar dat de Generale Synode hiervan zich in meerderheid bewust is, hiervan geeft de formulering „verontrust over de verstoring, die prof. Smits door zijn publicaties teweeg bracht" blijk.
Op grond van deze en dergelijke over wegingen komt het dr. S. voor, dat de Synode zich op dat ogenblik niet anders uit kon spreken, dan zij deed.
Ons wil het voorkomen, dat het alleen maar van wijs beleid getuigd had, als men maar geheel gezwegen had, inplaats van te proberen om op grond van de in dit artikel genoemde argumenten het besluit van de synode nog te verdedigen. En dat nog te meer als men daar tegenover stelt de uitdagende woorden uit het links-vrijzinnige blad „Zwingli", waar men in schrijft: „Want een kerk, die zichzelf en naar reglementen („Kerkorde") respecteert moet weren wat en wie haar belijdenis zo duidelijk en niet-mis-te-verstaan weerspreekt ais juist dr. Smits meermalen, en niet onopzettelijk deed".
In hetzelfde nummer echter van „De Gereformeerde Kerk" staat ook een uitvoerig artikel van prof. v. Itterzon, dat een totaal ander geluid laat horen. Omdat dit artikel nog al uitvoerig in de pers geweest is, zullen we er hier aan voorbij gaan en alleen maar onze instemming met en onze dankbaarheid voor dit geschrevene betuigen.
In hetzelfde weekblad van een week later gaat ds. Groenewoud zich bezinnen op de gevolgen van deze beslissing der synode. Hier zijn zijn conclusies:
Dit alles overwegende, komen we tot een slotsom die ons de verontrusting der synode doet delen. En dan zijn we niet slechts verontrust over de verstoring die prof. Smits heeft teweeg gebracht, maar veel meer over het feit, dat het breed moderamen, op zulke gronden als het aangeeft, besloot prof. Smits zijn bevoegdheid als van een emeritus niet te ontnemen. Wij verwachten, dat dit besluit in de kerk in brede kring „verstoring", „verontrusting" teweeg zal brengen. Het bericht overtuigt niet en wekt daarom de indruk dat het breed moderamen gemeend heeft, niet te moeten voldoen aan wat de kerkorde voorschrijft: „De kerk weert, wat haar belijden weerspreekt". Een zeer duidelijk en krachtig woord uit de kerkorde is hier niet nagekomen. Dit is heel erg. Temeer om de volgende reden.
Herhaaldelijk is door verschillenden in de kerk uitgesproken, dat zij de bepalingen inzake de leertucht te slap vonden, enigszins in de geest van de organisatie van 1816. Daartegenover werd steeds weer betuigd: „Neen, we menen het ernstig met de leertucht; er staat immers: „de kerk weert wat haar belijden weerspreekt".
Welnu, in dit geval is dit dappere woord een dode letter gebleken. Het gevolg zal zijn, dat in brede kringen in de kerk gezegd wordt: „Zie je wel, dat het toch bij het oude gebleven is? Het breed moderamen heeft zich in dit opzicht op één lijn geplaatst met de vroegere synoden". De gedachte dat het moderamen geen leertucht wil, dringt zich te meer op, als we bedenken, dat het aanvankelijk tegen juist advies in, een niet-bevoegd kerkelijk orgaan met deze zaak heeft belast. Het kan niet anders of dit brengt verwijdering tussen breed moderamen en kerkvolk teweeg.
Bij het lezen van deze opmerkingen gaan onze gedachten weer terug naar de discussies over de kerkorde vóór 1951; en de gedachten van menige „zwartkijker" van de Geref. Bond zullen zich bij het lezen van deze woorden van ds. G, vermenigvuldigen.
Maar wat nu de eigenlijke gevolgen zijn van deze beslissing van de synode, daar merkt ds. G. het volgende over op:
Maar het ligt ook voor de hand, dat we nu op dit punt een soort herhaling krijgen van wat in de vorige eeuw geschiedde. Toen werd de Confessionele Vereniging opgericht om de kerk te herinneren aan haar taak inzake de belijdenis. Welnu, thans kan men verwachten, dat groepen in de kerk opnieuw zich rondom deze taak der kerk gaan concentreren. Men heeft nogal eens de neiging „richtings"organisaties te disqualificeren als partijen, die er in de kerk niet moesten zijn. Thans echter heeft men in de hand gewerkt, dat deze groepen zich tegenover het breed moderamen opnieuw en sterker concentreren op de vraag naar het belijdend karakter der kerk.
In het „Gereformeerd Weekblad" (uitg, Kok, Kampen) wijdt prof. Ridderbos zijn „Van-week-tot-week" rubriek ook aan deze synodale beslissing. Hij acht dat het motief tot dit besluit niet zozeer te zoeken is in theologische aarzelingen, maar in de onoverkomelijke moeilijkheden, die de samenstelling van de Herv. Kerk aan zulk een ingrijpen in de weg legt. Hij schrijft daarover:
Was prof. Smits een vreemde vogel en was zijn theologie een randpositie, zonder verbindingen met het midden der kerk, dan zou men stellig wel hebben gehandeld of laten handelen. Want de synode vindt het natuurlijk in grote meerderheid allerongelukkigst en ellendig, dat prof. Smits zo is opgetreden. Maar men moet niet vergeten, dat vlak naast Smits, wellicht iets meer naar rechts, anderen staan, die slechts in nuance van hem verschillen. En naast dézen weer anderen, wéér iets minder vrijzinnig, maar op hun beurt weer nauw verbonden met anderen, die meer in het midden van de kerk staan. Enzovoort. Zou men dus aan de buitenzijde beginnen met te weren wat het belijden der kerk weerspreekt, dan zou dit onafwendbaar zeker ook meer naar binnen zijn repercussies en consequenties hebben. Er is daarom geen reëele en eerlijke mogelijkheid om prof. Smits van zijn ambtelijke rechten te ontheffen, zonder dat dit onoverzienbare repercussies geeft en de hele situatie op drift zou komen. En om dit te voorkomen heeft men er voorshands en stellig niet zonder pijn genoegen mee genomen, dat prof. Smits zich in de vorm wat zal matigen en dat het „gesprek" (het grote middel om alles onbeslist te laten en toch het gevoel te hebben dat er iets gebeurt) voort te zetten.
Bij het lezen van dit artikel van prof. Ridderbos blijkt het, dat er toch ook nog weer een lichtpuntje zit in deze overigens zo trieste zaak rondom het geval Smits. Het wordt namelijk uitgesproken, dat er bij de Gereformeerde Kerken een begeerte en drang leeft naar meer gemeenschap en eenheid, een bewogenheid vanwege de gescheurdheid. Overigens is het wel merkwaardig, dat deze geluiden met name gehoord worden als er situaties zich voordoen, waarvan men moet zeggen: Kijk, onder zulke omstandigheden is voor ons (helaas) de mogelijkheid van toenadering onmogelijk gemaakt. Als men zo het tijdstip en de omstandigheden van dergelijke ontboezemingen eens nagaat, dan gaat het er wel eens op lijken, dat men eigenlijk innerlijk (misschien onbewust) helemaal niet zo brandt van verlangen om terug te keren naar de kerk die men verliet. En dit kan men dan achteraf gaan verdedigen voor anderen en ook voor eigen geweten, door te grijpen naar feiten die het duidelijk moeten maken, dat het opheffen van de gescheurdheid voorshands onmogelijk is.
In het Herv. Weekblad „De Gereformeerde Kerk" van 2 maart wordt in een drietal artikelen commentaar geleverd op de verklaring van de synode over de zaak prof. Smits. Het gaat eigenlijk over de vraag of de zaak Smits nu afgesloten is, ja of nee. Prof. Lekkerkerker betoogt, dat er nu twee wegen bewandeld zijn, die beide zijn doodgelopen. Maar er is nog een derde weg, zo betoogt hij tegen de mening van prof. Mulder, de voorzitter van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden. De weg van ord. 11, hfdst. 2 en 3 is (z.i. ten onrechte) geblokkeerd door de uitspraak van de Gen. Comm. voor het Opzicht. Op de weg van ord. 13-29-5 is het breed moderamen thans doodgelopen; maar nu blijft nog een derde weg, namelijk ord. 11, hfdst. 4, de zgn. lange leertuchtelijke procedure met de vele fasen. Prof. L. vindt overigens deze weg een zeer vermoeiende en vrijwel uitzichtloze zaak.
Het tweede artikel is van dr. Streeder, waarin ook hij zelfs voorzichtig meedeelt, dat het br. moderamen aan prof. Smits zijn bevoegdheden als van een emeritus predikant had dienen te ontnemen volgens ord. 13-29-5. De schrijver wijst er dan verder op, dat er zowel bij de rechtzinnigen als bij de vrijzinnigen een gevoel van onbehagen is. Aan beide zijden wil men weten waar men aan toe is, want ook prof. Mulder vreest, dat 4^ synode toch nog een verkapte leertuchtprocedure op het oog heeft volgens ord. 11, hfdst. 4. De strekking van dit artikel van dr. S. is dan voorts een vaderlijke vermaning. U moet namelijk weten, dat het verlangen om te weten waar we aan toe zijn, zowel bij rechts- als vrijzinnigen, voortkomt uit juridisch ingestelde mensen. En dat is heel erg, want in alle gesprekken en handelingen moet het pastorale element overheersen. Als waarschuwing tegen het laten domineren van het juridische element wordt ons dan het voorbeeld van de gereformeerde kerken voor ogen gesteld.
Het derde artikel is van prof. v. Itterzon. Ook hij weet wel van die derde mogelijkheid, maar voor hem staat het vast, dat dit een doodlopende weg is. We vrezen, dat hij maar al te zeer gelijk zal krijgen. In zijn uitvoerig en voortreffelijk artikel roept hij de synode hartstochtelijk op om de kerk uit de mist te helpen. We sluiten ons daar van ganser harte bij aan, maar kunnen de vrees maar niet van ons afzetten, dat de synode en het breed moderamen met de bevolen voortzetting van het „gesprek" met prof. Smits bezig is een rookgordijn te leggen over het gehele geval van d(i wering van alles wat het belijden dei kerk weerspreekt.
En nu maar zoveel mogelijk allerlei stormen en rukwinden uit allerlei hoeken van de kerk bezweren, opdat die rook voorlopig niet weggeblazen zal worden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's