De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MACHTELOOS!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MACHTELOOS!

6 minuten leestijd

In het najaar van 1951 werden voor de microfoon van de V.P.R.O. de volgende merkwaardige maar niet-onduidelijke volzinnen uitgesproken:

„De gedachte als zouden de bepalingen inzake het opzicht over de dienst des Woords speciaal tegen vrijzinnige predikanten gericht zijn, is voor ieder die de verhoudingen in onze kerk maar enigszins kent, te dwaas om er veel woorden aan te verspillen."

En verder: „Wij zijn het er tenslotte allen over eens, dat op de een of andere wijze moet kunnen worden opgetreden tegen een predikant, die bijv. de Maria- cultus in de Hervormde Kerk zou willen invoeren, die anti-semitisme zou prediken of die zijn gemeente zou aanzetten tot een frisse atoomoorlog tegen Rusland".

Aldus werd er woordelijk door een vooraanstaand vrijzinnig-hervormd predikant namens de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden gezegd.

In het voorjaar van 1959 deed de als predikant eervol ontslagen en met de rechten als van een emeritus-predikant begiftigde vrijzinnige Leidse hoogleraar prof. dr. P. Smits in het weekblad „Kerk en Wereld" zijn openlijke ontstellende aanval op Paulus' geloofsgetuigenis aangaande de verzoening in Romeinen 5. Op niet voor misverstand vatbare wijze en met een glimlach rekende prof. S. in deze publikatie af met „zoveel gekunstelde logica van joods-christelijke huize van 19 eeuwen geleden". Met kracht poneerde prof. S. dat het zijn eer te na was dat iemand voor zijn schuld zou boeten. Hij wenste zélf te staan voor de gevolgen van zijn daden.

Het woord des kruises, zoals dit door profeten en apostelen wordt gepredikt, is prof. S. een dwaasheid. Dit wordt door het artikel „Waarvoor stierf Jezus? " onomwonden gedemonstreerd.

De „boodschap" die prof. S. de kerk en de wereld inzond, is in flagrante strijd met het getuigenis der Schrift aangaande het plaatsvervangend lijden en sterven van onze Heere Jezus Christus en met de artikelen 20—23 van de belijdenis onzer kerk. De leer die in zijn artikel tot uitdrukking komt, draagt niet het karakter van een toevallige dwaling. Zulk een dwaling is wel vergefelijk. De leer van prof. S. is dwaalleer, en hét vreselijke daarvan is daarin gelegen, dat met een aangematigde autoriteit de zielen worden verleid: het is toch een dominee, ja een hoogleraar die het zegt 1). De tweede brief van de apostel Johannes spreekt daarvan op drastische wijze, drastischer dan wij het in onze georganiseerde kerk plegen te doen.

Sinds dien heeft prof. S. nog verscheidene andere beweringen geuit, die in niet mindere mate in strijd waren met het belijden der kerk.

Het zal de lezers van ons blad bekend zijn, dat het geruchtmakende artikel van prof. S. zowel in als buiten onze kerk vele reacties heeft opgeroepen. Oók dat van meet aan is aangedrongen op een de kerk waardig antwoord aan prof. S. Onze kerk weet zich immers volgens haar kerkorde geroepen te weren wat haar belijden wederspreekt!

Na twee jaar van verwarring omtrent de procedure is dan eindelijk een beslissing gevallen: het breed moderamen van de Generale Synode heeft besloten prof. S. zijn bevoegdheid als van een emerituspredikant niet te ontnemen, en de Generale Synode heeft deze beslissing van haar breed moderamen, zij het met een gevoel van onbehagen, aanvaard. De positie van prof. S. als emeritus-predikant blijft dus onaangetast. En dit op grond van het feit dat hij de vorm van zijn gewraakte artikel heeft teruggenomen en dat hij het breed moderamen heeft toegezegd voortaan zijn inzichten niet meer op zó krenkende wijze uit te dragen. Prof. S. mag dus als emeritus-predikant blijven preken en de sacramenten blijven bedienen. In beschaafde vorm kan hij zijn met het belijden en met de belijdenis onzer kerk strijdige leer van de kansel en in geschrift blijven doorgeven.

De opmerking is gemaakt dat er met prof. S. wel degelijk te praten viel. Niet alleen over de vorm van zijn uitlatingen, maar ook over het hart van het belijden der kerk 2). Betekent dit nu dat de hoogleraar overstag is gegaan, d.w.z. dat hij een principieel andere visie heeft gekregen op het getuigenis der Heilige Schrift inzake de verzoening o.a. in Rom. 5? Uit de gepubliceerde verslagen over de behandeling van de „zaak prof. S." blijkt dit niet. Want in dat geval had het breed moderamen daarvan zeker mededeling gedaan aan de Generale Synode. Deze laatste zou zich dan in haar zorg voor het belijden der kerk niet langer hebben verontrust over de publieke uitingen van prof. S. Zoals — gelet op de bekende verklaring van de Generale Synode — thans wèl het geval is.

Door de beslissing van de Generale Synode is het nu met onze kerk in feite zó gesteld dat daarin nog steeds de dwaalleer vrijheid geniet naast de rechte leer. Maar dan is noodgedwongen de rechte leer ook geen rechte leer meer, en de orthodoxie geen zuivere verkondiging. De drie kenmerken van de ware kerk, t.w. de zuivere prediking van het Evangelie, de zuivere bediening der sacramenten en de uitoefening der kerkelijke tucht (art. 29 van de N.G.B.) zijn uit het oog verloren, omdat het besef van de maatstaf, waaraan de ware kerk behoort te voldoen, ten enenmale is vervaagd of verdwenen.

De bepalingen inzake het opzicht over de dienst des Woords zijn blijkbaar niet speciaal gericht tegen predikanten die een andere Jezus prediken of een ander evangelie uitdragen — immers dat verdraagt men, zéér wel   3) — maar o.a. tegen hen, die van een romaniserende, antisemitische of militaristische gezindheid blijk geven en deze van de kansels der kerk propageren. Zoals uit de in de aanhef van dit artikel geciteerde volzin blijkt.

In een kerk, waar het opzicht op deze, wijze „functioneert" laat zich niet voluit rechtzinnig leren en leven. In de plaats van de wering van wat het Evangelie onzer behoudenis weerspreekt, komt het „gesprek" over het belijden, d.i. hèt grote middel om alles onbeslist te laten en toch het gevoel te geven dat er iets gebeurt  4). Breng de „eenheid" van de Hervormde Kerk niet in gevaar! luidt het gebod dat blijkbaar stilzwijgend is uitgegaan. In de situatie, waarin onze kerk verkeert, zou de ontzetting van prof. S. uit zijn ambtelijke rechten onafzienbare gevolgen hebben gehad. De ganse kerk zou in opschudding zijn gekomen. Omdat alles nu eenmaal met alles verbonden is.

De behandeling van de „zaak prof. S." heeft de machteloosheid van de Hervormde Kerk om tucht te oefenen afdoende aan het licht gebracht. De vraag laat zich dan ook niet onderdrukken of zij nog meer is dan een kerk in schijn.


1) Wijlen dr. J. Koopmans in „Toen stelde de Heere zich daar", 1945, blz. 33.

2) F. H. L. in „Hervormd Nederland" van 18 febr. jl.

3) 2 Cor. 11 : 1—6.

4) Prof. dr. H. Ridderbos in het „Gereformeerd Weekblad" van 24 fehr. jl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MACHTELOOS!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's