Meditatie
CHRISTUS, DE HERDER
Doch gaat heen, zegt Zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea. Marcus 16: 7a.
Wanneer de engel aan het geopende graf spreekt tot de vrouwen, die het lichaam van de Heere Jezus willen gaan zalven, dan zegt hij eerst, wat de mensen Jezus aangedaan hebben, nl. „Die gekruisd was." Hij laat er echter direct op volgen, dat Jezus is de Overwinnaar. De mensen mogen Jezus al in het graf leggen, zij kunnen Zijn overwinning niet tegenhouden. „Hij is opgestaan." Hij is de Overwinnaar van het graf en van de zonde. „Zie, de plaats waar de mensen Hem gelegd hadden is leeg." Alle mensenwerk is door Deze Overwinnaar aan kant gezet.
Maar de engel is nog niet klaar met zijn boodschap als hij Jezus als Overwinnaar heeft getekend. Hij spreekt ook van Jezus als de Herder en Verzorger der Zijnen. „Doch gaat heen, zegt Zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galiléa."
Toen de Heere Jezus enkele dagen geleden gevangen - genomen werd, waren al de discipelen gevlucht. Zij lieten Jezus alleen achter in de handen van Zijn vijanden. En de discipelen werden verstrooid. Daarover hebben de vijanden zich verblijd. De Satan verheugt zich altijd in het uiteengaan van wat bij elkander hoort. De zonde verscheurd altijd. De zonde verbreekt wat bijeen hoort. De verdeeldheid der Christenen is tot blijdschap van al de tegenstanders van Christus. De vijand laat nooit na verdeeldheid te zaaien. En dat zaad der verdeeldheid ontkiemt goed en groeit welig.
Maar Christus zal, wanneer Hij opgestaan is uit de doden, Zijn discipelen bijéénvergaderen. Hij zal ze om Zich heen verzamelen. Het door de zonde verscheurde wil Hij helen. Het verbrokene wil Hij helen. Daarom komt de boodschap van de engel tot de vrouwen: „Zegt Zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galiléa."
Christus alleen kan de ware éénheid weer schenken. Wij rnensen, zelfs de discipelen van Jezus, maken alle eenheid stuk. Wij mensen kunnen, wat door de zonde verbroken is, niet helen. Alle gemaakte eenheid van ons mensen brengt geen ware eenheid. Jezus, als de Enige ware Herder, verzamelt al de Zijnen weer bijeen. Hij gaat dan ook vóór. Hij is dus ook het Middelpunt van de ware eenheid. Daarom is alle eenheid waarvan Christus niet het middelpunt is geen ware eenheid. Hij is het die Zijn gemeente vergadert. Het verstrooide en afgedwaalde zal Hij weer bijeenbrengen. Het was hun ontrouw, hun zonde, hun zwakheid, waardoor zij Hem loslieten.
En als ze Hem kwijt zijn is ook alle eenheid verdwenen. Zou dat misschien de oorzaak zijn van de grote verdeeldheid van vandaag, dat we Jezus uit het oog verloren hebben? Zonder Jezus is er geen overwinning over de dood en over de zonde. Maar zonder Jezus is er ook geen ware eenheid.
Wanneer Christus de zonde verzoend heeft en Zijn vijanden overwonnen heeft en door de opstandingskraoht het graf gesloten heeft, dan gaat Hij de verdwaalde en afgedwaalde discipelen weer bijeenroepen: „zegt Zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galiléa". Ze moeten gaan verzamelen. Hij gaat hen vóór. Daar op die verzamelplaats zullen ze Christus weer ontmoeten. Zijn opzoekende liefde laat de discipelen niet in de verstrooiing. O, naar recht had Hij die discipelen aan hun lot kunnen overlaten. Dan waren zij verstrooid gebleven.
Nooit zou er één zalig zijn geworden. Maar zie hier de grote liefde van deze opgestane Herder. Hij gaat ze voor naar Galiléa.
Zegt Zijn discipelen: Hij gaat vóór. De discipelen, dat is Zijn gemeente, moet weten, dat Hij voorgaat. Zij moeten dus volgen. Hij wil de eenheid van Zijn gemeente. Zonder Hem is er geen eenheid.
Door middel van deze Paasprediking van de engel komt de boodschap ook tot ons. Deze prediking is een oproep tot bekering. Wij moeten leren luisteren naar Hem. We moeten weten wie Hij is. Die voorgaat. Dat is de enige Overwinnaar en Verzoener der zonde. Kent gij die Opgestane Christus? Dan moet ge Hem leren volgen. Hem voorop laten gaan. Als wij vooropgaan is het mis. Wat een liefde van deze Herder, Die Zijn leven gegeven heeft voor Zijn schapen. Hij roept de afgedwaalde schapen bijeen. Opdat zij bij Hem zullen zijn.
Er staat nog wat bij: „en Petrus". Dat „en Petrus" spreekt boekdelen. Dat is dus een persoonlijke roeping voor Petrus. Een persoonlijke genade voor Petrus.
Christus is de band der eenheid voor heel Zijn gemeente. Hij is ook de band der eenheid voor de enkeling. Om de veelheid der discipelen vergeet de Goede Herder de enkeling niet. En Petrus!
Moeten we herinneren aan wat Petrus gedaan had? Wat was Petrus ver afgedwaald. Hij had zijn Meester verloochend. Hij was zijn Meester geheel en al kwijt. Petrus wist ook niet terug te keren tot de Meester. Maar de Meester zal terugkeren tot Zijn afgedwaalde discipel. Hij wist hoe Petrus geweend had. De droefheid van Petrus was Hem niet onbekend. Door Zijn blik was immers het berouw in Petrus hart gewekt. En nu geeft Hij aan de engel de opdracht om Petrus apart te noemen. Dat is genade, dat is troost en bemoediging van deze Goede Herder voor Zijn afgedwaalde schaap. Daaruit blijkt Zijn vergevensgezindheid. Daaruit weten wij, dat Hij niet één van de Zijnen vergeet. Hoever ook afgedwaald Hij vergeet ze niet. Hoe diep ook gevallen, Hij noemt ze bij name.
Misschien zijt ge wel een vergetene van de mensen. Mogelijk kijkt er niemand naar u om. Daar is Een, die geen enkele van de Zijnen vergeet. Misschien zijn er wel onder onze lezers, die denken: de paasblijdschap is wel voor die en die, maar mijn zonde is te groot en te veel dan dat ze vergeven kunnen worden. Maar hier hoort ge, dat de Opgestane Christus Zich met de diepstgevallen Petrus bemoeit.
„En Petrus"! wat een rijke bemoediging voor een vereenzaamde. Daar is hoop voor u. Hebt gij Jezus uit het oog verloren door uw zonden? Misschien zijt ge wel heel verwijderd van de kring Zijner discipelen. Wanneer er waarlijk berouw is over uw zonde, hoor het dan: „en Petrus!"
Maar Petrus moet weer terug naar de kring der discipelen. Hij moet ook naar Galiléa, evengoed als de andere discipelen. Hij krijgt wel een aparte boodschap, maar hij mag niet alleen blijven staan. In Zijn grote zondaarsliefde zoekt Jezus Zijn afgedwaalde discipelen op, maar ze moeten zich verzamelen met de anderen. Ze mogen niet op zichzelf blijven staan. De Heere wil Zich laten zien. Hij wil de Zijnen ontmoeten. Maar dan ook op de door Hem voorgeschreven plaats.
Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg. Maar de Goede Herder roept Zijn schapen terug. En als we Hem ontmoeten op de plaats door Hem voorgeschreven dan ervaren we:
Hij heelt gebrokenen van harte en Hij verbindt z' in hunne smarte, die in hun zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing wenden.
(Nieuwerkerk a/d IJssel)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's