De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerknieuws

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerknieuws

14 minuten leestijd

Zwijndrecht.

De wijkkerkeraden van Zwijndrecht hebben een schrijven gericht aan de generale synode, waarin in verband met de geruchtmakende kwestie prof. Smits er ernstig op aangedrongen wordt om in de kortst mogelijke tijd de volledige inhoud van art. 10 aangaande het belijden der kerk in praktijk te brengen.

Wieringerwaard (N.H.). Afscheid D. van Vliet.

Na precies 12 jaar te Wieringerwaard als evangelist werkzaam te zijn geweest heeft de eerw. heer D. van Vliet zondag 9 april LI. in de Herv. Kerk te Wieringerwaard afscheid van de plaatselijke afdeling genomen. Het kerkgebouw was voor dit bijzondere geval afgestaan aan de evangelisatie, door de kerkvoogden der Herv. gemeente aldaar. De dienst ving aan met het zingen van Psalm 25 vers 2 en 4. Na het lezen van de geloofsbelijdenis werd gezongen Psalm 47 vers 1. De Schriftlezing was uit Openbaringen 1 vers 1 tot 20.

Tekst was gekozen uit Openbarinigen, 2 vers 8 en een deel van vers 10.

De scheidende evangelist wees zijn kring voor de laatste keer als officieel hulpprediker op het geloof in Christus. De prediking werd met grote aandacht beluisterd.

Na de dienst volgden verschillende toespraken. Aan het eind werd de heer van Vliet toegezongen Psalm 134 vers 3.

De heer van Vliet is bezig met de studie voor predikant en vertrok naar Kolham, een kleine gemeente in Groningen, waar hij enkele dagen per week pastoraal werkzaam zal zijn.

Afscheid ds. A. O. Zijlstra van Wilnis.

Na een verblijf van 41/2 jaar nam ds. A. O Zijlstra op zondag 16 april afscheid van de gemeente Wilnis om op zondag 30 april intrede te doen in zijn nieuwe gemeente Amersfoort.

Op woensdagavond 12 april was reeds een afscheidsavond - belegd voor de gemeenteleden. In deze intieme samenkomst werd door de jeugdvereniging namens de gehele gemeente geschenken aangeboden.

De leiding van deze samenkomst was in handen van ouderling J. J. Vrielink, die tevens sprak namens kerkeraad en gemeente.

Ds. Zijlstra sprak na de pauze de gemeente, kerkeraad, kerkvoogdij, verenigingen, commissies en personen toe, waarna een ieder bij de uitgang van de zaal met een handdruk van de predikant afscheid nam.

Zondagmiddag hield de predikant zijn afscheidspredikatie naar aanleiding van 2 Corinthe 13 : 13 : „De genade van de Heere Jezus Christus, en de liefde van God en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u allen. Amen". Ds. Zijlstra sprak over de laatste regel van Paulus' brief aan de Corinthieërs, waarin deze afscheid neemt van hen.

Nu moet ik, aldus ds. Zijlstra, ook van u afscheid nemen en 't laatste woord moet ik nog spreken. Tot u zou ik hetzelfde als Paulus willen zeggen, want iets beters en rijkers is er niet. Alle andere wensen zoals, dat het de gemeente goed gaat, dat er spoedig een andere predikant komt, dat er eendracht in de gemeente is, is niets bij de w^oorden van Paulus. Deze woorden van de apostel zijn geen vrome wens en is niet iets onbereikbaars en voor een enkeling weggelegd. Gods liefde immers was zo groot, dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft die de kloof die was ontstaan tussen God en mens moest overbruggen en die de Geest gaf, die leert zeggen „Abba Vader" en die ons Gods stem doet verstaan, die zegt „Gij, mijn kind". En, aldus spreker, als u dit moeilijk vindt, denk dan aan uw doop. God zegt, : Ik wil uw Vader zijn, Jezus Christus heeft beloofd : Ik wil uw Heiland zijn en de Heilige Geest zegt: „Ik wil in u wonen", 't Is iets geweldigs, dat God ons dit schenken wil! Met minder kunt u echter niet toe. Wilt u, gemeente, in dit grote, rijke gezelschap van genade, liefde en gemeenschap leven ?

De wens van Paulus wil ik toewensen aan de kerkeraad, aan de gemeente, aan allen die een functie te vervullen hebben en zo zal het u goed gaan. Ik laat u wel achter, aldus besloot ds. Zijlstra zijn predikatie, maar laat u niet alleen, want al gaat de dienaar weg, de Zender blijft.

Na enkele woorden gesproken te hébben tot het gemeentebestuur, vertegenwoordigers van classis, ring, Geref. kerk, de stichting voor maatschappelijk werk „Ronde Venen", tot ds. A. Meijers als voorzitter van de visitatoren-provinciaal en tot kerkeraad, gemeente en consulent, werd nog het woord gevoerd door de burgemeester van Wilnis mr. J. van der Haar, ds. A. L. v. d. Smit, namens de classis Breukelen, ds. A. Meijers, ds. G. de Vries, Geref. predikant ter plaatse, door de consulent ds. J. Kerekes te Waverveen en door ouderling J. J. Vrielink welke verzocht de scheidende herder en leraar toe te zingen Psalm 121 ; 4, waarna deze dienst werd besloten door het uitspreken van de zegenbede : De genade van onze Heere Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u allen.

Ds. J. Wieman neemt afscheid van zijn gemeente.

OUDEWATER — In een overvolle Mlchaëlskerk heeft ds. J. Wieman op zondag 9 april afscheid genomen van zijn gemeente. Nadat er in de loop van de laatste veertien dagen reeds vier gemeenteavonden waren gehouden, waar honderden van zijn gemeenteleden persoonlijk van hem afscheid hadden kunnen nemen, was op deze zondag het moment aangebroken, waarin hij voor het laatst in onze gemeente, als de eigen herder en leraar in de Dienst des Woords zou voorgaan.

Deze dienst werd bijgewoond door vertegenwoordigers van de burgerlijke overheden van alle gemeenten, waarover onze kerkelijke gemeente zich uitstrekt van de classis Gouda en de ring Woerden, door afgevaardigden van de Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Gemeente en andere organisaties.

Ds. Wieman vroeg zich in het begin van de prediking af, in hoeverre het toegestaan was in een Dienst des Woords als deze, persoonlijke gevoelens te doen gelden. In het algemeen zal dat niet goed zijn. Maar toch is er de mogelijkheid. Wanneer we dat doen in overeenstemming met de gedachtegang van David, de dichter van Psalm 28. De tekst. Psalm 28:9, zegt ons als gemeente, hoe we uit dat persoonlijke kunnen komen tot de eeuwige zorg van God. David is in nood gekomen. Misschien door de vervolging, georganiseerd door zijn eigen zoon Absalom, die tegen hem is opgestaan. Hij klaagt: Hoor de stem van mijn smekingen. Maar hoe verder we de Psalm lezen, hoe groter de dankbaarheid wordt en hoe meer, het persoonlijke op de achtergrond geraakt. Geloofd zij de Heere, want Hij heeft mijn smekingen gehoord. Hij groeit boven zijn eigen verdriet uit en bidt aan het eind van de Psalm, in de tekst der prediking, niet meer voor zichzelf, maar voor anderen. Er komt perspectief en er komt heilsverwachting. Dit geldt ook voor ons.

Hij bidt: Verlos Uw volk. Daar ligt een zekere glans over deze woorden, een glans, die ook wij moeten herkennen. Ook de glans van de komende Christus, Die volledig verlossen zal. Die glans wordt sterker in de tweede bede: Zegen Uw erf. Die zegen hebben we allen nodig, want ze veronderstelt geluk, bloei, rijkdom. Soms geldt de vervloeking. Daar waar Gods genade geen ingang meer vindt. En waar Christus niet is, daar is de vloek. Daarom bidt David voor Gods erve. Wij zijn niet van onszelf, wij zijn Gods bezit. Dat geldt ook voor ons als gemeente, die naar de Naam Gods is genoemd. Want in de zegen des Heeren is het ware geluk gelegen.

In de derde bede komt het werk van de Heere Jezus, de Christus, al duidelijker tot openbaring: Weid Uw volk. Weid ze. Dat betekent allereerst: Geef voedsel. Dat is het wat Christus doet. Hij is de goede Herder. Hij stilt het leed en leidt Zijn kudde in grazige weiden. En daarom wijs ik u, als herder der gemeente, op die Opperste Herder. Kennen wij Zijn stem? We zijn in Zijn handen. De vraag, die zich nu aan ons opdringt is: Wat hebben wij met dat ons toegereikte voedsel van de laatste tien jaar gedaan? Heden gaat weer Zijn stem uit en steeds. Totdat er eenmaal een tijd komt, waar ook de prediking zal ophouden. Laten we ons niet verharden.

Tenslotte bidt David ook nog om levensbeveiliging voor zijn volk: En verhef ze tot in eeuwigheid. Dit is het hoogtepunt van de tekst. Want dit beveiligen, dit verheffen, is allereerst dragen. God, de Heere moet ons bewaren en de Herder moet ons in Zijn armen nemen, zoals een gewoon herder de lammeren in zijn, armen draagt. Niemand zal ze uit Mijn handen rukken, zegt Christus. In die handen beveel ik u aan.

Na de Dienst des Woords sprak in een sober en prachtig woord de scheidende predikant de afgevaardigden toe, terwijl in antwoord daarop ds. Graveland ds. Wieman voor zijn werk in de classis dankte en ds. Meyndert hem als consulent toesprak. Na het dankwoord van ouderling Verhagen namens alle colleges en verenigingen, zongen we onze scheidende prediker de bekende zegenbede toe. Na het dankgebed beleden we als gemeente de eer van God met Psalm 72 : 11.

Zo is ook aan het prachtige werk van ds. Wieman in onze gemeente een einde gekomen. De dienaren verwisselen, maar de Herder blijft.

Nunspeet.

Zondag j.l. was het voor de Herv. gemeente een feestelijke dag, daar, na een vacature van ruim vijf maanden, ds. J. Wieman, gekomen van Oudewater, zijn intrede deed in de gemeente van Nunspeet en Hulshorst.

De bevestiging vond plaats in de morgendienst door ds. J. Vermaas uit Veenendaal, die, nadat hij 2 Tim. I : 1—14 had voorgelezen, als tekst voor deze bevestigingsdienst koos Marcus 5 : 36 (laatste gedeelte) : „Vrees niet, geloof alleenlijk".

Na deze met grote aandacht gevolgde prediking werd het bevestigingsformulier voorgelezen, waarna, na het antwoord van ds. Wieman, de gemeente haar nieuwe herder en leraar toezong Psalm 20 : 1.

In de middagdienst bediende ds. Wieman het Woord uit Psalm 56:4 en 5 : „Ten dage dat ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen. In God zal ik Zijn Woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen".

Na de prediking richtte ds. Wieman zich tot ds. Vermaas, die hem thans voor de derde maal had bevestigd, tot ds. van Niel als collega en consulent, tot afgevaardigden van classis en plaatselijke zusterkerken, tot het college van burgemeester en wethouders en de gemeente-secretaris, hoofden van christelijke scholen, kerkvoogden, notabelen, kosters, hulpkoster, organisten, de jeugd met hun leiders en leidsters, mannen- en vrouwenvereniging, vrienden uit Oudewater, tot de kerkeraad en tenslotte tot de gehele gemeente. Hij wenste niet zijn woord maar het profetisch Woord, dat zeer vast is, te brengen. Hij hoopte tevens op een biddende gemeente, die getrouw onder de woordbediening opgaat. Dit Woord zal, in tegenstelling tot het woord van een predikant, nooit teleurstellen.

Hierna sprak ouderling Nagelhout uit Oldebroek namens de classis Harderwijk, ds. Pouwels, de plaatselijke Geref. predikant, namens de Geref. Kerk en Chr. Geref. Kerk, en ds. van Niel namens de ring Elburg, namens de kerkeraad, kerkvoogden en notabelen, en tenslotte persoonlijk als collega. Hij verzocht de gemeente haar nieuwe predikant toe te zingen Psalm 132 : 6.

Ds. Wieman dankte sprekers en gemeente en legde daarna voor het eerst als eigen herder en leraar de Zegen op de gemeente.

Voor beide diensten bestond grote belangstelling.

Bodegraven.

Zondag 16 april '61 was een blijde dag voor de gemeente Bodegraven. Na ruim 2 1/2 jaar vakant te zijn geweest, werd nu de 2e predikantsplaats weer bezet in de persoon van ds. A. de Hartog. In de morgendienst werd ds. de Hartog aan de gemeente Bodegraven verbonden. Bevestiger was ds. C. v. d. Bosch, eveneens uit Bodegraven. Deze sprak naar aanleiding van Jesaja  52 : 7 : „Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen die tot Sion zegt: Uw God is Koning".

Na de bevestiging werd de nieuw bevestigde staande toegezongen Psalm 119:9, waarna ds. v. d. Bosch in zijn toespraak tot de nieuw bevestigde predikant sprak van de grote dankbaarheid, die bij hem en de gemeente was voor het ontvangen van een nieuwe vreugdebode. Wij hebben veel teleurstellingen gehad, aldus ds. v. d. Bosch, maar nu zij Gods Naam groot gemaakt. Als danklied werd tot slot gezongen Psalm 146 vers 1 en 8.

's Avonds om 6.30 uur deed ds. de Hartog in een volle kerk zijn intrede. Ds. de Hartog begon zijn dienst met het laten zingen van Psalm 122 : 1 en 2, waarna hij 1 Cor. 15 : 19 en 20 uitsprak, waar we lezen : „Indien wij alleen in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden en is de eersteling geworden, dergenen die ontslapen zijn".

Voor deze dienst had hij als tekst gekozen Joh. 20 : 19, 20.

Na de prediking richtte ds. de Hartog zich in een kort woord tot de gemeente en allen die aanwezig waren. Hij memoreerde, dat hij drie maal beroepen was en zag daarin een vertrouwen en een verwachting. Tot de velen die uit Amersfoort gekomen waren zeide hij : Wij hebben erg veel achter gelaten Amersfoorters, maar ik kan alleen dit zeggen : „Vrede zij ulieden".

Tenslotte sprak alleen ds. C. v. d. Bosch namens allen. Wij zijn, aldus ds. v. d. Bosch, zeer verheugd omdat u ons Christus Jezus zo hebt laten zien. Ontvangt hem, uw bode, gemeente, en bidt voor hem, opdat hij zijn werk met vreugde kan verrichten.

Hij liet de nieuw bevestigde vervolgens toezingen vers 3 en 4 van de morgenzang, waarna ds. de Hartog de gemeente de zegen oplegde.

Na afloop was er in het vergaderlokaal van de kerk gelegenheid voor de kerkeraad, de wijkbroeders, de colleges van kerkvoogden en notabelen en de kerkcommissie van de Bethlehemkerk, om kennis te maken met de nieuwe predikant.

Proefpreek.

Onder voorzitting van prof. dr. S. v. d. Linde heeft de heer G. J. Wisgerhof, cand. theol. zijn proefpreek gehouden op dinsdag 18 april in de Pieterskerk te Utrecht.

Beroepbaarstelling.

Cand. T. Lekkerkerker, thans vicaris te Lunteren hoopt zich D.v. per 1 mei a.s. beroepbaar te stellen.

Gouda.

In verband met zijn vertrek naar Barneveld werd aan ds. Monster een afscheidsavond bereid door zijn wijkkerkeraad, op donderdag 6 april, in de grote zaal van „Het Anker". Hiervoor bestond veel belangstelling. Een twaalftal sprekers hebben namens diverse organisaties en colleges, waarvan ds. Monster in zijn Goudse tijd deel uit maakte, het woord gevoerd en daarbij hun dank uitgesproken voor al wat de vertrekkende predikant had verricht. Het comité, dat de afscheidsavond had voorbereid heeft na een zeer gezellige koffiepauze, namens de gemeente enkele cadeaux overhandigd : een vloerkleed, een koperen lichtkroon, een bureauklok en een schrijfmachine. In zijn dankwoord gaf ds. Monster uiting van zijn grote erkentelijkheid voor het bijzonder hartelijk medeleven, dat hij steeds van de Goudse gemeente heeft mogen genieten, maar alle gesproken dankwoorden gaf hij door aan zijn Zender, die, zo zeide hij, mijn werk hier niet alleen mogelijk, maar ook tot een vreugde heeft gemaakt. Er bleek die avond hoe sterke banden gelegd waren met de jeugd van Gouda en hoe moeilijk het de scheidende predikant viel om van „zijn jongeren" (het aantal catechisanten was in zijn tijd uitgegroeid tot vier honderd) afscheid te nemen.

De afscheidsdienst.

Deze vond plaats in een zeer volle St. Janskerk op zondag 9 april. De tekst was gekozen uit Efeze 1:16b—18a, de priesterlijke voorbede voor de gemeente, waarvan Paulus gescheiden was en waarmee ds. Monster de Goudse gemeente legde in de handen van de Heere der Kerk, Wiens werk doorgaat, ook al vertrekken de dienaren naar elders. Die dienaren zijn als de pen in de houder. De pen wordt vervangen, maar de brief van Christus wordt verder geschreven door de Heilige Geest. Zo zal het ook in Gouda gaan. Als scheidende voorganger, aldus ds. Monster, gedenken we uwer in onze gebeden, opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis, namelijk verlichte ogen uws verstands. Het werk des Heeren, dat door gaat bestaat enerzijds in het geven van de Heere en anderzijds in het ontvangen door de gemeente. Helaas overtreft het aanbod des Heeren de vraag. Toch gaat de Heere door om alle dingen te doen medewerken tot de lof en eer van Zijn Naam.

tot de lof en eer van Zijn Naam. Na het zingen van Psalm 34 vers 1 werden toespraken gehouden, welke werden beantwoord door ouderling Mulckhuise namens de Classis Gouda, die ds. Monster dankte voor zijn werk als praeses van de Classicale vergadering van Gouda en als secretaris van de Commissie voor het opzicht ; dr. G. Huls dankte zeer hartelijk namens de collega's, met wie in de beste harmonie werd samengewerkt ook al bleef ds. Monster altijd, die hij was : „wij vinden het erg jammer, dat u heengaat" aldus dr. Huls. Tenslotte sprak ouderling Hoogendijk namens de wijkkerkeraad een dankwoord, dat hij toesloot met het verzoek aan de gemeente om ds. Monster toe te zingen Psalm 134 : 3. Met het zingen van Psalm 72 : 9 en 11 werd deze indrukwekkende dienst besloten. Zeer velen hebben daarna met een handdruk van de scheidende predikant en zijn gezin afscheid genomen.

Brief afd. Ger. Bond aan de C.K., Den Haag.

Wegens plaatsgebrek moest deze brief overstaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerknieuws

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's