De promotie van dr. Graafland
Donderdag 20 dezer promoveerde ds. Graafland van Woerden te Utrecht tot doctor in de Godgeleerdheid. Daar het een onderwerp betrof uit de geschiedenis van het Gereformeerde Protestantisme, was ondergetekende zijn promotor. Op verzoek van het Hoofdbestuur wordt hier gepoogd, een indruk te geven van wat het proefschrift beoogt en wat het voor theologen en gemeentenaren betekent.
Het behandelt De zekerheid van het geloof. Niet op de wijze waarop wijlen H. Bavinck een veelgelezen boekje over dit aangelegen onderwerp gaf, maar zó, dat wordt nagegaan, hoe in de loop van de eeuwen sinds Calvijn hierover is gedacht. Dat betekent niet, dat het louter van historische aard is: de zaak van de geloofszekerheid-zelf komt geregeld voor ons te staan. En de veelsoortige pogingen, om in deze recht te doen aan het Woord mogen soms wat verwarrend en ontmoedigend werken: uiteindelijk wordt hieruit duidelijk, met hoeveel hartstocht hier is gezocht en geworsteld. Wanneer de lezer in deze worsteling mede betrokken wordt, kan het niet uitblijven, of hij wordt zelf in deze belangrijke stof ingeleid en voortgeholpen.
Het begin wordt gemaakt bij Calvijn. Alleen al de uiteenzetting van Calvijn's belijden van dit stuk, het grootste stuk, dat in het boek aan één persoon wordt gewijd, zou de aanschaf en lectuur van het boek lonen. Want voor het besef van de auteur ligt hier het hoogtepunt; wat erna komt, is voor hem wel niet afval en verwording, maar wel in vele opzichten een achterblijven bij deze reformatorische inzet. Aan een al te gemakkelijk „terug naar Calvijn" denkt dr. G. zeker niet; de motieven, die na Calvijn zijn gaan meespreken en die vaak een voorzichtige aanvulling van Calvijn betekenen, zullen in die terugkeer moeten verdisconteerd worden, dat alles in betrokkenheid op en gehoorzaamheid aan het Woord.
De tijd na Calvijn, ongeveer 200 jaar, wordt vanzelfsprekend niet op de manier van een chroniek behandeld, maar ettelijke „topfiguren" worden uitgekozen (o.i. op een gelukkige wijze) en aan hen gedemonstreerd, hoe de zaak heeft geleefd in het verloop van de tijd. We ontmoeten theologen, die de doorsneedominee al niet te vaak in het oog gevat heeft en die in de gemeente al heel weinig bekend zijn. Toch is het nuttig en nodig, dat men van hen kennis neemt: Gods Rijk en die erin arbeiden, gaat onze maat ver te boven. Dat te merken, verruimt en verkwikt. Op deze wijze ontmoeten we mannen als Beza, Zanchius, Gomarus, Olevianus, Perkins, Taffin, V. d. Groe en nog ettelijke meer. Van hen allen wordt uiteengezet, hoe ze inzake de zekerheid van het geloof dachten en die gedachten worden gedurig aan Calvijn gemeten.
Dat betekent dus, dat het boek een kritische methode volgt. Dat moet voor een academisch geschrift wel vanzelf spreken, maar we aarzelen niet te zeggen: dat moest ook niet verbazen in elk theologisch, zelfs in elk stichtelijk werk. Het hele bedoelen van ons theologiseren, preken en mediteren is toch niet anders dan alle dingen te beoordelen aan het Woord van God en daarom af te scheiden en te verwerpen, wat zich met Woord en Geest niet verdraagt. Dat is bedoeld, als we dit proefschrift kritisch van aard noemen. Het blijft voor geen traditie staan, om die op roomse trant heimelijk tot maatstaf te verheffen; het laat de diverse gereformeerde theologen uit 2 eeuwen aan het woord komen, maar wijst aan, waar ze, ondanks de beste bedoelingen toch gefaald hebben. Ook Calvijn is geen laatste, enkel een voorlaatste autoriteit; wel wordt bij hem het Schriftgetuigenis in ongewoon grote zuiverheid gevonden.
We maken er geen geheim van, dat deze methode onder ons zeer weinig beoefend is en dat toch dringend nodig heeft. Als wij inderdaad de „oude schrijvers" zo hoog waarderen, als we zeggen te doen, kunnen we hen geen groter eer aandoen, dan hen aan het Woord te toetsen en waar mogelijk aan te vullen. Met het bouwen van profetengraven en het erop neerleggen van kransen zijn we niet gebaat. Want juist profeten hebben geen doel en onfeilbaarheid in zichzelf, maar zijn getuigen van God en Zijn Woord, ze wijzen daarheen en willen niet anders, dan daarvoor te staan en daarmee te vallen.
Het zou verblijdend zijn, wanneer dit proefschrift, dat daartoe geen uitdaging is, maar wel een uitnodiging, onder ons een vruchtbaar gesprek over deze zo belangrijke stof deed opkomen. „De gereformeerde waarheid" is niet een gegeven, dat we met gemak kunnen kennen, door enkel maar deze of gene gereformeerde theoloog van onze keus te laten spreken, maar ze wordt alleen bereikt, door alle „gezaghebbende" theologen en hun uiteenzettingen (de onze erbij!), onder het Gezag van Woord en Geest van God te laten doorgaan, om niet anders te laten gelden dan wat deze" proef verdraagt.
Tenslotte: dit boek is een academisch proefschrift. Het is dus geen lichte kost, geen prekenbundel of dgl. Maar het is toch zo geschreven, dat de gemeentenaar, die er in door wil dringen, er veel kan opsteken. Hij (zij) moet dan echter niet in een luie stoel gaan zitten, maar zeker wel op de tenen gaan staan. Dit is zeer dienstig tot een groeien, juist in geloof en geloofszekerheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's