Kerknieuws
Beroepen te:
Wezep, W. Vroegindeweij te Barneveld — Krimpen aan de Lek, J. van Drent te Ooltgensplaat — Boven-Hardinxveld, J. R. Cuperus te Waddinxveen — Loon op Zand, W. Vroegindeweij te Bleiswijk — Goutum en Zwichum, R. K. de Jong te Oosterlittens — Zoetermeer, J. R. Cuperus te Waddinxveen — Middelharnis (toez.), Iz. Kok te Zegveld.
Aangenomen naar:
Goes (vak. J. W. Coenraad, toez.), W. Janssen te Rekken — Leeuwarden (toez.), A. Groenenboom te Pernis — het beroep door de generale synode tot pred. voor buitengewone werkzaamheden (staf-medewerker „Kerk en Wereld"), T. Poot te Middelharnis — Hilversum (wijkgem. 4), P. M. van Galen te Gorinchem — de benoeming tot hulppred. te Julianadorp-Callandsoog, W. J. Gunning, pred. voor buitengewone werkzaamheden te Barneveld.
Bedankt voor:
Lunteren (toez.), Jac. Vermaas te Veenendaal — Alkmaar, G. Juckema te Nijverdal — Almen (toez.) A. van Roon te Pijnaoker.
Benoemd:
tot bijstand in het pastoraat te Bergijk, dr. M. V. d. Voet, a.s. em.pred. te Den Haag.
Urk.
Het bestuur der Ned. Herv. (Geref. Evangelisatie deelt aan belanghebbenden mede dat het secretariaat is gewijzigd. Secretaris is thans: J. ten Berge, Nieuw Guineastraat 5, Urk. Telefoon 05277-203.
Dr. J. C. de Vos overleden
Op donderdag 20 april jl. is op 45-jarige leeftijd overleden dr. J. C. de Vos. Woonachtig te Arnhem, was hij twee weken tevoren naar het ziekenhuis Eudokia te Rotterdam overgebracht, doch de behandeling daar heeft niet meer mogen baten.
Hij was afgevaardigde ter synode voor de classis Arnhem, tot zijn gezondheidstoestand hem noopte, dit neer te leggen.
In de vele verbanden waarin hij zich bewoog — o.a. in de landelijke en regionale kring van hervormd gereformeerde intellectuelen — was hij om zijn gaven van hart en verstand zeer gezien. Wij zullen zijn scherpzinnige, altijd eerlijke en opbouwend bedoelde opmerkingen zeer node missen.
De Heere trooste en sterke de achterblijvenden, zoals Hij het de afgelopen weken heeft willen doen door het getuigenis, dat dr. De Vos mocht geven van de hoop, die in hem was.
Renkum.
Zondagavond 16 april heeft ds. H. N. van Hensbergen afscheid genomen van onze gemeente na een verblijf van 7 jaar, om zich op 30 april aan de gemeente van Dirksland te gaan verbinden.
De aanvangspsalm in deze dienst was Ps. 84 vers 5 en 6, terwijl na de geloofsbelijdenis gezongen werd Ps. 118:14. Na de Schriftlezing uit Hebreeën 13:1-21 en gebed werd nog gezongen Ps. 46 : 1, 2 en 6.
Als tekstwoorden had zijn eerwaarde gekozen Hebreeën 13:8: „Jezus Christus Is gisteren en heden dezelfde en tot in alle eeuwigheid".
Aan welke gemeente de apostel Paulus deze brief richt zullen we nooit te weten komen, maar het was een gemeente met uitnemende voorgangers. Voorgangers die het Woord van God recht verkondigden en die bovendien hun geloof versierden met een godsvruchtige levenswandel. Voorgangers waar alle predikanten wel jaloers op mogen zijn. Maar... en nu komt het maar, die voorgangers waren er niet meer. Misschien overleden of gevangen genomen en vermoord. Want de satan legt het er altijd op toe om de voorgangers weg te nemen en dan zullen de schapen der kudde vanzelf worden verstrooid. Maar dan valt de Apostel zichzelf als het ware in de reden: Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in alle eeuwigheid.
Al vallen dan de-voorgangers weg, Jezus Christus blijft altijd dezelfde. In verleden, heden en toekomst blijft de onveranderlijke Christus.
Een blik in het verleden werpend spreekt ds. over de vele ledige plaatsen die er gekomen zijn, hoe menigmaal hebben wij medelevende en niet medelevende leden der gemeente gevolgd naar het kerkhof. Ook in zijn kleine familiekring zijn ledige plaatsen gekomen. Maar ook mag hij gedenken de vele zegeningen die God geschonken heeft. In al die 7 jaren heeft God hem de kracht gegeven om Zijn Woord te prediken, slechts eenmaal is hij door een lichte ongesteldheid daartoe verhinderd geweest. Ook in zijn gezin heeft God hem rijk gezegend.
Met vreugde heeft hij ook altijd de catechisaties mogen leiden.
Hij wil echter niet lang bij persoonlijke herinneringen stil staan, opdat niet hij maar Christus in het middelpunt moet staan.
De paradox in het koninkrijk Gods is, dat hoe onbelangrijker de prediker is in eigen oog, hoe groter hij is in het Koninkrijk Gods. Dan is in elke kerkdienst de dominee slechts een stem, een stem van de Spreker met een hoofdletter. Dan is het een van zichzelf afwijzen en een heenwijzen naar Jezus Christus. Heerlijke taak van de voorganger om dat te mogen doen. Ds. hoopte dat hij dat ook in die zeven jaren gedaan moge hebben. Het is ook een verantwoordelijk werk, want eenmaal gemeente zal ik voor de grote witte troon van God rekenschap hebben af te leggen hoe Ik gepredikt heb, en u gemeente hoe gij het gehoord hebt. Want gemeente vergeet dit nooit: Christus is tot in alle eeuwigheid de onveranderlijke, maar wij allen moeten veranderd worden, omgekeerd, bekeerd.
Van nature is ieder mens een vijand Gods. God geve dat velen onder ons daaraan ontdekt mogen worden, onder het recht Gods mogen verloren gaan en zo mogen komen aan de voet van het kruis. Laat u met God verzoenen.
Ds. eindigde zijn prediking, die met stille aandacht werd beluisterd, met het vers dat na de doopsbediening zo vaak gezongen is: God zal Zijn waarheid nimmer krenken. Maar eeuwig Zijn verbond gedenken. Zijn woord wordt altoos trouw volbracht. Tot in het duizendste geslacht. 't Verbond met Abraham Zijn vrind, bevestigt Hij van kind tot kind. Want Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in alle eeuwigheid.
Voor dat ds. met dankgebed eindigde werd nog gezongen Ps. 73 : 12 en 13 en met het zingen van Ps. 79 : 4 werd deze kerkdienst beëindigd.
Op verzoek van ds. werden geen toespraken gehouden nog door hem iemand toegesproken. Alleen werd hem, op verzoek van ouderling Van Roest, staande toegezongen Ps. 121 : 4.
Van de gelegenheid om ds. en mevrouw na de dienst persoonlijk de hand te drukken werd door zeer velen gebruik gemaakt.
Bevestiging en intrede ds. P. F. J. Monster te Barneveld.
Het was jl. zondag een blijde dag voor de Hervormde gemeente van Barneveld. De vacature, ontstaan door het vertrek van ds. R. de Bruin naar Zetten-Andelst, werd binnen betrekkelijk korte tijd door de overkomst van ds. Monster uit Gouda vervuld.
In de morgendienst werd ds. Monster door zijn zwager, ds. J. v. d. Heuvel van Ede, bevestigd met een predikatie over Joh. 21:17. Aan de hand van deze tekst schetste spr. de taak van een dienaar des Woords, die niet het zwaard maar het kruis draagt. Het volgen van de Heere Jezus is onmisbaar en eist zelfverloochening. Een predikant die zich zelf niet verloochent, verloochent Christus. De Heere Jezus vraagt Petrus ook niet naar gaven of naar andere dingen die mensen hebben of kunnen hebben, maar Hij vraagt: „Hebt gij Mij lief". Na Petrus antwoord „Heere Gij weet alle dingen. Gij weet dat ik U liefheb" volgt de opdracht: „Weid Mijne schapen".
Na lezing van het formulier en het duidelijk hoorbare antwoord van ds. Monster, zong de gemeente haar nieuwe herder en leraar toe Psalm 132 : 6. Vervolgens sprak ds. v. d. Heuvel nog een kort persoonlijk woord.
In na namiddagdienst verbond ds. Monster zich aan zijn nieuwe gemeente met een predikatie over 2 Petrus 1 vers 19: „En wij hebben het profetisch Woord dat zeer vast is" etc. Ds. Monster zeide o.a. dat de gemeente • van hem niets moest verwachten en dat hij zich naar Barneveld geroepen wist om het Woord te prediken, en gij doet wel dat gij daarop acht geeft. Met grote nadruk wees spr. op de vastheid van het Woord Gods, dat onwrikbaar is, op de noodzakelijkheid om door dat Woord gegrepen te zijn en op de verantwoordelijkheid van de gemeente. Om toch bezig te zijn met dat Woord en met het gebed om het Woord in het hart te mogen ontvangen. Ds. Monster besloot de met grote aandacht gehoorde prediking met een oproep tot de jongeren in de gemeente. ,
Vervolgens dankte ds. Monster zijn bevestiger, ds. V. d. Heuvel, voor de wijze daarop deze hem bevestigd had en richtte hij zich met dankwoorden tot de vertegenwoordigers van de burgerlijke gemeente Barneveld, de collega's, de vertegenwoordigers van de classis Harderwijk, de vertegenwoordigers van de zusterkerken, de kerkvoogdij, de kerkeraad, de organisten en de kosters en tenslotte tot de gemeente. Ds. Monster werd toegesproken door wethouder Van de Brink, ds. Brasser namens de classis, ds. v. Vlaanderen namens de kerkeraad van de Geref. Kerk ter plaatse, en door ds. Eysenga namens de kerkeraad. Ds. Eysenga riep ds. Monster een hartelijk welkom toe en rekende op een goede samenwerking. Op zijn verzoek zong de gemeente haar nieuwe predikant staande toe Ps. 134 : 3.
Na een kort dankwoord van ds. Monster waarin hij de gemeente in het bijzonder bedankte voor de hem toegezongen zegenbede legde hij als eigen dienaar des Woord de zegen op de gemeente.
Beroepbaarstelling.
Kandidaat T. Lekkerkerker, thans vicaris te Lunteren, hoopt zich D.V. per 1 mei a.s. beroepbaar te stellen.
Reünisten Studiedag Voetius.
Ondergetekende herinnert de reünisten van de G.T.S.V. VOETIUS eraan hun opgave voor de Reünisten Studiedag tijdig — vóór 1 mei a.s. — te verzenden.
De Reünisten Studiedag wordt dus gehouden D.V. dinsdag 9 mei, van 10 uur v.m. tot ongeveer 16.30 uur, in het C.S.B.-gebouw, Kromme Nieuwe Gracht 39 te Utrecht.
Spreker dr. A. A. Koolhaas over: „Kanttekeningen rondom beleidsvragen in de Nederlandse Hervormde Kerk".
G. Th. Vollebregt, Voetius h.t. abactis.
Vakantieweken van de Hervormd Geref. Jeugdbeweging.
De redactie ontving ter inzage een exemplaar van de kampfolder van de Hervormde Jongelings- en Meisjesbond op Geref. Grondslag. In aantrekkelijke vorm worden hierin een zestiental vakantieweken en reizen aangekondigd in de komende zomer. Reeds vanaf de Pinksterweek (een zendingsweek in Hellendoorn) kan men op onderscheiden tijdstippen als jongeren in groepsverband onder goede leiding van daartoe aangewezen predikanten zijn vakantie doorbrengen. We raden u graag aan een exemplaar aan té vragen van deze folder op het Bondscentrum, Wilhelminapark 60 te Utrecht (tel. 25716, b.g.g. 13203).
Jaarvergadering I.C.C.C.
De „Organisatie ter bevordering van het werk van de I.C.C.C. in Nederland" houdt haar Jaarvergadering D.V. op woensdag 7 juni a.s. in de Christelijke Gereformeerde Kerk, Wittevrouwensingel 33, Utrecht. Aanvang 10.30 uur.
Sprekers zijn prof. dr. ir. H. van Riessen, over: „De invloed van de twintigste eeuwse cultuur op de kerk" en ds. S. Meijers, Nederlands Hervormd predikant te Ameide, over: „Continuiteit in de Vrijzinnigheid".
De middagsamenkomst die om 2 uur begint; wordt gereserveerd voor de discussie over deze onderwerpen. Daarbij zal een forum optreden, bestaande uit de sprekers en de heren ds. P. J. Mietes, Vrij Evangelisch predikant te Amsterdam, ds. W. H. Velema, Christelijk Gereformeerd predikant te Leiden, en prof. dr. S. U. Zuidema, hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Als de tijd het toelaat zullen er kleurendia's over het werk van de ICCC worden vertoond. De vergadering is voor ieder toegankelijk.
Ons werd toegezonden de volgende brief, die wij om de inhoud gaarne aan onze lezers doorgeven. . Red.
Aan de Centrale Kerkeraad der Ned. Herv, Gemeente te 's-Gravenhage.
Het Bestuur van de Afdeling van de Gereformeerde Bond 's-'Gravenhage (C.) tot handhaving en verdediging, van de Waarheid in de Ned. Herv. (Geref.) Kerk, neemt beleefd de vrijheid, zich tot Uw vergadering te wenden met een zeer ernstig bezwaar, dat ongetwijfeld door velen in de Gemeente wordt gedeeld.
In de 's-Gravenhaagse Kerkbode van 3 dec. '60 komt voor een Kort Verslag van de vergadering van de Centrale Kerkeraad, gehouden op donderdag 17 nov. 1960, en tevens een mededeling van Uw Praeses, dat in een vergadering daarvóór was besloten „tot het benoemen van een speciale hoorcommissie, met het oog op de predikanten van de Vrijzinnige Hervormden". Verder herinnert Uw Praeses er aan hoe destijds na een veeljarig 'gesprek met de vrijzinnigen de Centrale Kerkeraad besloot, om niet over te gaan tot de beroeping van de vrijzinnige predikanten. Betrekkelijk kort daarna kreeg echter het moderamen van de C. K. de opdracht om toch weer het contact op te nemen. Sindsdien is geruime tijd verlopen. De weg van het gesprek, als toen gevolgd, leek niet aantrekkelijk. Het zou opnieuw worden een langdurige theologische discussie. Het einde zou slechts zijn een constateren dat ze vrijzinnig zijn. Aldus Uw Praeses.
Nu is er dus een speciale hoorcommissie die zal moeten nagaan door herhaald beluisteren en observeren van de betrokken predikanten, of dit een mogelijkheid oplevert, om hen te beroepen als predikanten met een bijzondere opdracht, zijnde de geestelijke verzorging van de vrijzinnige gemeenteleden. Wij zien aangetekend, dat het betreffende voorstel van het moderamen door Uw vergadering met algemeene stemmen is aangenomen.
Al aanstonds is ons bezwaar tegen voorstel moderamen en besluit C. K. dat hier gehandeld is volkomen in strijd met art. 10 der Kerkorde, al. 1 : „De gehele Kerk doet, in het besef van haar verantwoordelijkheid voor het heden, belijdenis van de openbaring van den Drieënigen God ; al. 3 : „Levende in de uit de Schrift geputte belijdenis der Vaderen", enz.; al. 4 : „de ambten, vergaderingen enz. zijn gehouden in al hun spreken en handelen zich te bewegen in deze weg van het belijden der Kerk ; al. .5 : „de Kerk heeft de roeping, naar de regel van het Woord Gods, opzicht te oefenen over de verkondiging, " enz. al. 6 : (letterlijk). „De Kerk weert wat haar belijden weerspreekt". Verder is daar Ord.-1. art. 2 : de Kerkeraad heeft o.a. opzicht te houden naar de bepalingen van de ordinantie voor het opzicht, vgl. Ord. 11 Art. 6. al. 1 : het opzicht strekt o.a. „tot wering uit verkondiging en Kerkelijk onderricht van datgene, wat als strijdig met de Heilige Schrift en het belijden der Kerk, de fundamenten der Kerk aantast" Ook meldt Ord. 14, Art. 1. al. 4 nog, dat aan de ouderlingen is opgedragen „het dragen van de mede verantwoordelijkheid voor de bediening des Woords".
Dit alles overwegende, moet het Bestuur tot zijn droefheid, constateren, dat Uw vergadering daarmee geen rekening heeft gehouden, bij het nemen van reeds genoemd besluit. Het is ook niet juist, dat het gesprek van 'vroeger alleen naar een langdurige theologische discussie is geweest, en dat het einde eenvoudig „slechts zou zijn een constateren dat 'za vrijzinnig zijn!" Dan ware dat gesprek niet zo vast gelopen. Maar dat ligt aan een volkomen ander Evangelie en een volkomen ander geloof, dan waarvan Art. 10 Kerkorde getuigenis wij afleggen. Is dit naar wezen en waarheid wel ooit in de 's-Gravenhaagse Kerkbode aan
de lezers, waarvan zovele onwetend zijn, medegedeeld ? Al is er onderscheid onder de vrijzinnigen, zij hébben toch gemeen de loochening: van de Drieëenheid Gods, van de volkomen Godheid van Christus en de Heilige Geest, van de plaatsbekledende genoegdoening des Heilands en Zijn opstanding en, van de rechtvaardiging van den goddeloze door het geloof, om niet (Rom. 4 : 25 en 4:5). Om niet meer te noemen. Is dan de C. K. van deze dingen niet geschrokken ? Gaat het aan, het benoemen van een hoorcommissie nu maar als iets onschuldigs voor te stellen, alsof het vermeende resultaat daarvan straks nog wel mee zou vallen ? Naar ons inzien is dit niet onschuldig. Neen, de C. K. is er mee overgegaan op het terrein van de tegenstander. Alsof echte vrijzinnige prediking niet hetzelfde fundamentele verschil aan den dag zou brengen als bij het gesprek van voorheen, ondersteld, dat de benoemde commissie, in haar geheel, deze zware en verantwoordelijke taak in staat zou zijn uit te voeren. Het Bestuur moet een ernstig protest laten horen, omdat de C. K. de bodem van Gods Woord heeft verlaten, en de mogelijkheid in uitzicht gesteld (al probeert Uw Praeses dit te verzachten, dat we zover nog niet zijn), dat op den duur op de kansel heel de Gemeente wordt uitgeleverd aan de verkondiging van een evangelie naar de mens, en aldus zielen voor de eeuwigheid worden misleid. Uwe vergadering gelieve te bedenken Gal. 1 : 8—10 : GOD OF DE MENS.
Het is dan ook verbijsterend, dat er een vergadering is geweest, waarop niemand, dus geen enkel Dienaar des Woords! maar ook geen enkel ouderling of diaken zijn stem „tegen" verheven heeft. Wij kunnen hier 't best een bedroevend zwijgen aan toedoen. Maar wat Uwe vergadering van 17 nov. 1960 betreft moet alle eer gegeven worden aan ds. Lagerweij, die, zij 't dan alleen, tegen de gang van zaken is opgekomen, en wel uit kracht van het reformatorisch beginsel en in aansluiting aan Art. 10 Kerkorde. Hier is weer opnieuw onze verbazing, dat ook op die vergadering niemand aan de zijde van ds. Lagerweij blijkt te hebben gestaan, waartoe men toch naar roeping en beginsel zedelijk en geestelijk verplicht was geweest.
De C. K. mag zich niet geestelijk in slaap sussen door de onjuiste gedachte dat de zich noemende Vrijzinnig Hervormden geestelijke verzorging nodig hebben door hun zelf gekozen voorgangers. Sedert tientallen jaren is èr, naar het vroegere Reglement en nu naar de Kerkorde óók geestelijke verzorging geweest van deze Vrijzinnig Hervormden, volgens hun woonplaats in wijk en wijkgemeente, door de res. daar fungerende predikanten der Ned. Herv. Gemeente. Dat dit niet in de door hen begeerde geest kon geschieden, doet aan het feit niets af. Onjuist is de redenering, dat dit nu — en namens en onder verantwoording van de C. K. inderdaad in vrijzinnige geest zal 'moeten voortgezet worden. Dit gaat vierkant in tegen Gods Woord en de in Art. 10 erkende belijdenisschriften der Kerk.
Waarom het Bestuur voornoemd moet vaststellen, dat door U een verkeerde en voor de Gemeente verderfelijke weg is ingeslagen, en U met grote ernst en aandrang verzoekt, na grondige overweging, het reeds genomen besluit in te trekken.
Tenslotte. Hoe kan de C. K. zich maar enigszins verantwoord achten als niet eerst in de 's-Gravenhaagse Kerkbode eens een fundamentele uiteenzetting van geloof (en ongeloof) der vrijzinnigen gegeven wordt ? Dan kan ook de Gemeente oordelen die daarop in de eerste plaats recht heeft, zoals er nu wellicht wel duizenden zijn, die niet eens weten waar het over gaat. En dat bovendien verstaan worde, dat de Kerk niet is een vereniging van allerlei, hoe ook godsdienstige mensen, maar is (niet behoort te zijn) „een pilaar en vastigheid der waarheid (1 Tim. 3 : 15). Daarom vermag zij geen leringen te tolereren, die een (on) geestelijke schouderophaling bevatten. Tegenover al, wat ook nu wederrechtelijk in de Kerk uit de wereld is ingeslopen, staat het apostolisch vermaan : „Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt (2 Tim. 1 : 13). Terwijl het letterlijk waar gemaakt schijnt te worden, wat in 2 Tim. 4 : 3 staat dat men de gezonde leer niet zal verdragen, doch dat men zichzelven leraars zal opgaren naar hunne eigene begeerlijkheden. Daarom mag ook de C. K. onmogelijk, meewerken. De Kerk weert wat haar belijdenis weerspreekt.
Met verschuldigde hoogachting en heilbede tekent,
Het Afd. Bestuur van de Geref. Bond, (w.g.) C. van Kleef, (voorzitter), (w.g.) F. Troost, (secretaris).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's