De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

8 minuten leestijd

Bij het doorsnuffelen van de kerkelijke pers valt het op met welk een gemak verschillende oecumenisch denkende lieden allerlei klassieke problemen van de tafel weten te vegen. Met allerlei kwesties betreffende dogma's en kerkordeningen komt men tegenwoordig vrij vlot klaar. Men grijpt maar terug naar de oud-christelijke tijd, naar de tijd vóór de reformatie en allerlei problemen is men ineens te boven. Allerlei „Kerkmuren" zien we instorten en verdwijnen. Ook J. V. Westenbrugge wijst op deze „ziekte" van de dagen waarin wij nu leven, in een artikel onder het opschrift: „Oecumenitis" in „Waarheid en Eenheid" van 28 april.

Ze hebben veel meer algemeen-Christelijk leren denken en zien graag hun mede-Christenen in allerlei mensen. Ze denken RUIM!

De grenzen tussen kerk en wereld zijn vervaagd en die tussen de verschillende kerken wissen ze uit. Heeft niet iedere kerk een stukje van de Waarheid? Welnu dan, dan doet het er ook weinig toe, tot welke kerk men behoort! En als het nu eenmaal zó is, dat onze kerk een deel van de waarheid heeft en die andere kerken ieder ook een stuk, dat naast het onze gelegd kan worden als de delen van een legpuzzel, welnu, dan moeten we al die deeltjes maar tegen elkaar schuiven en met een beetje moeite en goede wil uitvinden, hoe ze het best in elkaar sluiten... en dan aanschouwen we eens tot onze grote vreugde de OECUMENE, de Eenheid in waarheid! Wat is een oecumenisch mens toch inschikkelijk! Hij moet van zijn stukje waarheid wel eens iets rond maken, dat vierkant was en het leggen van de puzzel wringt wel eens, maar als men alles maar uit liefde tot de eenheid doet, gaat het best en Joh. 17 levert de nodige drang wel, om de eenheid te zoeken! „OPDAT ZIJ EEN ZIJN" staat er immers? De EENHEID, de oecumenische eenheid! Die moet er komen tussen Gereformeerden en Roomsen... en men houdt gemeenschappelijke zangdiensten en organiseert een gebedsweek-voor-de-eenheid der Christenen.

Na op dit streven gewezen te hebben bij de jeugd in de Gereformeerde Jeugd en Evangelie-beweging, gaat de schrijver verder:

Maar ook grote mensen zijn er, die menen, dat we beslist de oecumenische kant op moeten, ook al „om front te maken tegenover het communisme". Ze menen, dat alle kerken samen één front moeten gaan vormen, want het communisme vertoont ook één front. Dat laatste nu daargelaten .. maar waar leert de Schrift ons', dat de Kerk, de Gemeente des Heeren frontvorming moet nastreven?

Want de kracht van de Gemeente van Jezus Christus ligt in de trouwe bewaring van Zijn Woord.

Wie frontvorming begeert, meent dat de kerk van Christus zichzelf moet behouden en dat „de overwinning, welke de wereld overwint", te behalen is door tactiek en strategie! Samen zullen dan al de kerken, die hun plaats in de linie toegewezen krijgen, de vijand weerstaan en verslaan.

Maar zo is de weg des Heeren niet!

WIJ redden de kerk niet en wij redden de wereld niet. Het gaat niet aan op een heldhaftige, frontmakende Gemeente! Dat staat niet in Gods Woord. Van de Gemeente wordt gevraagd; Strijd de goede strijd des geloofs, houd wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme., . blijf bij de goede belijdenis!

Maar al zijn er op deze wijze vele kerkmuren gesloopt, toch is de oecumenische mens niet zonder zorgen. We hebben de indruk, dat men in de oecumene toch ook nog richtingen of modaliteiten heeft. Men tobt daar nu niet zozeer meer met (kerk)muren maar meer met (politieke) gordijnen. Wat denkt u namelijk, na die uiteenzetting over oecumenische frontvorming, van een uitlating van P. A. Gille in „In de Waagschaal", onder: „Christus weer gekruisigd":

Al kenmerkt zich onze tijd door een streven naar eenheid, het blijft een feit dat vele kerken nog afwijzend tegenover de oecumene staan en dat in vele kerken het leven van elke dag oecumene tot een frase doet devalueren ...

Wat zien wij echter in de praktijk van het christelijk leven? De kerk van Christus heeft in plaats van toevluchtsoord voor de gehele mensheid te zijn, partij gekozen in het conflict Oost en West. Sterker, vla pers en kansel wordt de koude oorlog veeleer bevorderd dan afgewezen. De kerken zijn vergeten dat zij christelijk dienen te spreken en geen spreekbuis kunnen zijn voor de Westerse politiek. Te pas en te onpas wordt ons voor ogen gehouden wat voor gevaren er dreigen voor het vrij voortbestaan van onze kerken onder event. Russische overheersing.

Echter niet alleen in allerlei uiteenzettingen stuit men op verschillen van inzicht, maar ook in de praktijk van de oecumene komt men voor eigenaardige problemen te staan. We vernemen daarvan in de artikelenreeks in het „Gereformeerd Weekblad" (uitg. Kok) over: Crisis van het Hongaarse Calvinisme. A. Kövy schrijft deze artikelen naar aanleiding van een pas verschenen boek (in het Hongaars) van Gyula Combos. In het derde artikel van 21 april wordt ons verteld van bisschop Bereczky, die mede door een aanbeveling van K. Barth gekozen wordt tot bisschop van de Donaudiocees. Moesten we voor het slechten van de kerk- en dogma-muren eeuwen terug, voor het wegschuiven van de gordijnen moeten we vooral leven bij heden en toekomst. De communist Bereczky vertelt dit in zijn boek en A. Kövy zegt daarvan in z'n derde artikel:

Het is alleen maar consequent, dat volgens Bereczky de geopenbaarde reisgids van God niet alleen beperkt blijft tot de Hongaarse situatie. Hij is dan ook van mening dat de kerken achter het ijzeren gordijn iets van Gods wil begrepen hebben, terwijl de Westerse kerken daarvan nog niets afweten. Bewijst het Calvinisme in Hongarije hierin niet juist een grote dienst aan het gehele christendom? zo vraagt hij. Want de rechtvaardige inrichting van de menselijke samenleving is de door God ook ons in het Westen gestelde grote opgave. Bij de werkelijk beheersende problemen van de mensheid moet men de weg volgen, waarbij een positieve oplossing geboden wordt en niet die waar (nog) geen oplossing te zien is. Anders kan het gebeuren dat God zijn aarzelende kerk in de steek laat en zijn plan door anderen doet uitvoeren. De kerk heeft geen recht om zonder berouw over l^aar schuld in het verleden haar woord te spreken over de grote vraagstukken van de mensheid van thans. Zij heeft 2000 jaar respijt gekregen zonder een oplossing te kunnen vinden. Om niet weer in de zonde van de telaatkomers te vallen moet nu de kerk zich met rasse schreden opmaken om te dienen op de weg die haar naar de nieuwe sociale orde leidt. Want dit is heden de waarachtige dienst van de waarachtige kerk van de rechtvaardige God in de werkelijke wereld. En Bereczky spreekt onomwonden uit, dat deze nieuwe sociale orde de economische en politieke orde van het Russische communisme is. De onrechtvaardigheid van de menselijke samenleving was het grote probleem en de grote zonde van de mensheid in het verleden. En God gaf de oplossing hiervan in de Sowjetunie.

Het eigenaardige van de zaak is nu dit, dat de Wereldraad der Kerken hier geheel achter staat, en wel tot aan de Hongaarse opstand in 1956. We lezen daarvan in het 4e artikel van A. Kövy van 28 april:

Het is bijna raadselachtig, dat de kerkleiding in ieder geval tot eind 1956 (de Hongaarse opstand) de volledige steun van de Wereldraad der Kerken genoot. Van de kant van de Wereldraad zullen hier edele motieven achter gezeten hebben, maar hun houding had net zo funeste gevolgen als de open brief van Barth in 1948. Janos Peter (een collega van Bereczky; toevoeging van Udp) heeft zijn gehele internationale faam te danken gehad aan de Wereldraad, die hem zonder bedenkingen erkend had als vertegenwoordiger van het Hongaarse calvinisme. Hoewel deze hoge protestantse organisatie drie dingen zuiver had moeten zien: ten eerste dat de bisschoppelijke werkzaamheid van Peter niet wettelijker was dan het ambt van Rakosi, de communistische despoot; ten tweede dat Peter de aanvoerder was van die kleine maar voor weinig terugdeinzende kliek die de gehele morele en religieuze kracht van het calvinisme wilde mobiliseren voor de rechtvaardiging van een vreemde onderdrukking; en ten derde dat deze zelfde Peter een decennium lang een van de beste propagandisten was van de beruchte Russische Vredesbeweging, waarvoor hij zelfs de Wereldraad warm wilde maken.

In het verdere van het artikel wordt ons verteld welke funeste gevolgen deze houding van de Wereldraad had. De bisschoppen, de leidende kliek van de Hongaarse kerk konden zich beroepen op de steun en erkenning van deze Wereldraad tegenover oppositie in eigen kring en de twijfel in de gemeenten, terwijl ze via deze organisatie het Westen konden overstromen met zeer gekleurde berichten.

Het spreekt vanzelf, dat de genoemde bisschoppen aan de zijde van Rusland stonden tijdens de Hongaarse opstand. En dat was natuurlijk met de Wereldraad niet het geval. Na het neerslaan van de opstand is er dan ook duidelijk een verkoeling tussen de vroegere vrienden gekomen. A. Kövy schrijft er dit van:

In zijn rede deed hij (Peter) een wrange, cynische aanval op de Wereldraad, die tijdens de opstand dagelijks contact had met de leiders van de vernieuwing van de kerk. Hij verklaarde dat een kruidenier uit de provincie meer verstand van de wereldpolitiek en de kerk had dan Visser 't Hooft, en hij vertelde van een telefoongesprek met Marcel Pradervand, die Peter's hulp inriep voor de gevangengezette predikanten na de opstand. Dit wees Peter verontwaardigd af; immers niemand had, volgens hem, in het vierhonderdjarig bestaan van het protestantisme in Hongarije aan deze kerken zoveel schade berokkend als Pradervand en Visser 't Hooft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's