VERSLAG VAN DE JAARVERGADERING VAN DE GEREFORMEERDE BOND
op woensdag 26 april des morgens om half elf in 't Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Utrecht.
2.
Ds. Jac. Vermaas kon wegens ongesteldheid de vergadering niet bijwonen. Nu bracht de 2e penningmeester, de heer J. L. Verbeek Wolthuys, verslag uit over de financiën.
Uit dit verslag bleek, dat de offervaardigheid van het gereformeerde volk groot was.
De heer Kooy, ouderling uit Huizen, vroeg of er nog niet meer terreinen te vinden waren, waarop de bond zijn aandacht kon vestigen. De voorzitter noopte, dat de kerkeraad van Huizen nieuwe objecten zal aanwijzen.
De heer Vermoten informeerde of de bijdragen van studiegelden wel waren verhoogd in verband met de stijgende onkosten.
Ds. K. V. d. Pol en de heer S. P. van Assenberg verklaarden sohriftelijk, dat ze de boeken van de penningmeester keurig in orde hebben bevonden. De voorzitter dechargeerde de penningmeester en dankte de commissie voor het nazien der boeken.
De voorzitter sprak er zijn blijdschap over uit dat de secretaris, ds. Timmer, na ernstige ongesteldheid weer zijn plaats achter de bestuurstafel heeft mogen innemen. Ruim een half jaar lang nam dr. Bout het secretariaat waar. Deze maakte ook nu het jaarverslag, hetwelk wegens afwezigheid van dr. Bout, door ds. Boer werd voorgelezen.
Hij sprak als volgt:
Verslag van werkzaamheden van het Hoofdbestuur van de Geref. Bond in 1960
Meer dan eens wordt ons hoogmoed en eigenwijsheid verweten, als wij vasthoudende aan wat in onze Statuten als naastliggende doel van de Bond is gegeven, de waarheid zoeken te verbreiden in de Hervormde Kerk. Wij weten heel goed, dat hoogmoed ook op het erf der Kerk welig tiert. „Waarom", vraagt Calvijn, „zijn wij zo onverbiddelijk tegenover onze naaste en niet anders dan hard en scherp? Is het niet, dat ieder wat meer begeert te zijn? Daar ligt de oorzaak, dat er zo weinig welwillendheid is. Als wij stuk voor stuk willen napluizen, wat wij op ieder kunnen aanmerken, kunnen wij ongetwijfeld groot en klein verwerpen, want niemand is er, die niet met enig kwaad behept is. Indien wij echter deze hoogmoed afleggen en in stede daarvan tot ootmoed en zachtmoedigheid zijn gekomen, zodat wij door de zwakheden van een ander niet verhinderd worden hem als een broeder te erkennen zal daardoor de Kerk altijd in stand blijven".
Maar hoe weten wij, wat waarheid is en waar deze is te vinden? Ik haal weer Calvijn aan: God heeft gesproken door Zijn heilige apostelen en profeten en zo hebben wij voldoende zekerheid, dat al wat in de Wet en het Evangelie begrepen is de waarheid is en dat wij met ons geloof daaraan niet bedrogen en teleurgesteld zullen worden. Wat is de oorzaak van het verderf, dat in de wereld is? Wat is de oorzaak van zoveel dwalingen van zoveel goddeloosheden van zoveel bijgeloof, dat overal heerst? Is het niet, dat de mensen met hun dwaze begeerlijkheden en vleselijke lusten overal tegen ingaan en zich niet tevreden stellen met de eenvoud van Jezus Christus, zoals deze in het Evangelie gevonden wordt? En wat van Christus afgaat, al was het slechts een duimbreed moet tot een algehele ruïne geraken.
Sprekende over de Pausgezinden zegt Calvijn: Indien zij bereid zijn zonder tegenspreken alles te ontvangen, wat in de Heilige Schrift staat, maar zij vermengen dat met hun eigen gedachten, dan is daardoor reeds het Christendom bedorven en ontwricht. Zij bemantelen niet alleen de waarheid Gods met hun uitvindingen, maar zij verderven alles, zodat men de dienst van God door hen volkomen verminkt ziet. — De verschrikkelijke ontreddering, die thans zo erg is in de wereld, dat heel de dienst van God verdorven is en het Woord van God vervalst is en de sacramenten zijn verbasterd, is een rechtvaardige wraak over onze zonden. Tot wie anders moeten wij dan de toevlucht nemen om weer te genieten van de rechte leer en van de vrijheid om de naam des Heeren aan te roepen en belijdenis te doen van ons geloof dan tot Hem, die ons kastijdt door ons van al deze weldaden te beroven?
Calvijn wekt ons op om te bidden en te werken. Bij hét werken behoort ook de bezinning. „Er is in het Woord van God zo n hoogte, lengte en breedte, dat wanneer een mens zijn gehele Ieven er aan besteedde en daarbij zich onthield van eten, drinken en slapen, hij dan nimmer alles zou kennen. Wij moeten ervoor waken in te dommelen. De ijver van Gods huis moet ons verteren. Niet maar, dat wij slechts aangedaan en boos worden, als men de majesteit Gods te nakomt, als de leer des heils verdorven wordt en de Kerk in verwarring gebracht, maar het moet ons tot hartzeer zijn. Wanneer de naam des Heeren wordt gelasterd en men tracht de leer des levens uit te roeien, dan moeten wij zo'n bezorgdheid in ons gevoelen, dat wij het niet kunnen dulden, ja, minder dan indien wij zelf naar het lichaam vervolgd worden".
Ik kan het niet nalaten met deze aanhalingen uit Calvijn bij wijze van — misschien wel te lange inleiding — te beginnen. Hier wordt ons als een programma voor onze arbeid in de Hervormde Kerk, die ons lief is gegeven. Het is ook de achtergrond van onze arbeid in de Bond, van ons vergaderen en confereren, van ons schrijven en spreken.
In het algemeen vergaderde het H B. de eerste vrijdag van de maand. Tot ons aller vreugde nam dr. J. J. J. Goslinga de benoeming tot lid van het H. B. aan en daarmede nam hij een actief aandeel aan de werkzaamheden. Z. Exc. Duymaer van Twist was verscheidene malen in de gelegenheid op onze vergadering te komen. De voorzitter, die enige malen afwezig moest zijn wegens ziekte, mag zich weer regelmatig geven aan het werk. De 1ste secretaris heeft als gevolg van een ernstige ziekte slechts een gedeelte van het jaar als secretaris kunnen fungeren. De Heere heeft ds. Timmer genadig opgericht, zodat onze eerste secretaris het overgrote deel van het werk van het secretariaat weer doen mag. Er is grote stof tot danken, dat het werk ongehinderd mocht voortgaan, al waren er grote zorgen en al stonden wij voor vele onoplosbare problemen.
Wij gedenken, wie uit onze gelederen door de dood werden weggenomen, hetzij zij een ambt in de kerk bekleden of niet. Hun liefde voor de arbeid sprak soms over de dood heen. Met dankbaarheid gedenken wij hoe mevr. de weduwe Oskam te De Meern een bedrag van ƒ 2000, — aan de Bond heeft gelegateerd.
Verscheidene malen heeft uw H.B. besprekingen gehad met predikantleden van de Bond over persoonlijke moeilijkheden of over spanningen in hun gemeenten. Uit de aard der zaak wordt over deze dingen in „De Waarheidsvriend" niet geschreven.
Moeilijkheden zij er ook in gemeenten met zogenaamde minderheden. Er gaat zelden een vergadering voorbij waarin deze problemen niet onderwerp van beraad zijn en het zijn maar weinige vergaderingen, waarin niet één of andere commissie van een kerkeraad of evangelisatie of afdeling ter fine van advies en overleg verschijnt.
Dit jaar heeft het H. B. meer dan één bespreking gehad met de commissie voor de minderheden, van wie ds. A. Vroegindeweij thans voorzitter is. Het resultaat is geweest een openbare vergadering te Utrecht, waarin richtlijnen door het H. B. in overleg met de commissie voor de minderheden vastgelegd, zijn besproken. Niet alle punten van deze richtlijnen zijn nog afgewerkt. Voor minderheden, die reeds in de vorm van een evangelisatie werken is het advies al naar gelang van plaatselijke omstandigheden: a. kerkdiensten zien te verkrijgen, vooral voor de bediening van de sacramenten en de belijdenis des geloofs; b. inschakeling van een eigen voorganger als hulpprediker; c. predikant krachtens art. ord. 13-4; d. overgangsbepaling 235. Aan het aangrijpen van de mogelijkheden geopend in de overgangsbepaling 238 zijn wij nog niet toe.
De gang van zaken in sommige gemeenten geeft oorzaak tot ernstige verontrusting. Het kan niet ontkend worden, dat de weg voor sommige evangelisaties zeer moeilijk is en veel geduld vraagt. Verouderde kwalen zijn in het algemeen niet gemakkelijk en spoedig te genezen. Niet altijd wordt recht gedaan aan lidmaten van de kerk, die niet anders begeren dan een prediking, die in de Schrift is gefundeerd en meer niet.
De contacten met onze Bonden op G.G. waren van de meest aangename aard. Ten aanzien van de nieuwe opzet van de arbeid van de Jongelings- en Meisjes-Bond, die uitkwam in de beroeping van ds. A. J. Jorissen tot predikant in algemene dienst besloot het H. B. zich gedurende 5 jaar gerant te stellen tot een bedrag van ƒ 5000, — per jaar.
Ds. Poot te Middelharnis werd tot -W docent benoemd voor Kerk en Wereld. Verscheidene besprekingen zijn aan deze beroeping door de Synode vooraf gegaan. Het salaris wordt namelijk door de Bond van Inwendige Zending en de Geref. Bond gedragen. Gezien het grote belang van deze arbeid en overwegende, dat zonder deze financiële hulp deze beroeping niet zou geschieden heeft het H. B. in overleg met de Bond van Inwendige Zending besloten in de kosten te participeren.
Het vaststellen van de bijdrage in de studiekosten van onze alumni geschiedt op één der vergaderingen van eind augustus of begin september. Dat een sterke verhoging van studiegelden nodig is, in verhouding met wat een tiental jaren geleden benodigd was, is zonder meer duidelijk. Ik herinner de vergadering er aan, dat een Hebreeuws Lexicon ca. ƒ 85, — kost en dan heeft men nog maar één onmisbaar boek. Het stemt tot grote dankbaarheid, dat de kerkeraden trouw voortgaan met jaarlijks of soms halfjaarlijks voor de fondsen te collecteren.
Ons Orgaan „De Waarheidsvriend" kon regelmatig verschijnen. Het aantal abonnementen is langzaam stijgende. Mogen wij uw aandacht er nog eens op vestigen, dat stilstand altijd achteruitgang betekent? Zou het zo vreemd zijn, als iedere kerkeraad voor elk van zijn leden een abonnement neemt? Echt niet alleen ter versterking van de kas, maar ook omdat elke week onze beginselen worden uiteen gezet. Het bestuur heeft wel eens de indruk, dat de van het H. B. uitgaande stukken niet, althans niet voldoende worden bestudeerd en in de kerk worden besproken.
Ook dit jaar kwam ons theologische tijdschrift Theologia Reformata vier maal uit en wij verheugen ons, dat hier wetenschappelijke vragen aan de orde konden komen. Wij danken de scribenten, die tijd en moeite voor dit tijdschrift wilden geven en vestigen gaarne de aandacht op deze prediodiek bij allen, die nog geen abonnement hebben.
Met dankbaarheid maken wij ook melding van de kringen van intellectuelen die hier en daar samenkomen en van de regelmatige landelijke samenkomsten van intellectuelen te 'Utrecht onder leiding van ons H. B.-lid ir. Smit.
De plannen voor beroeping van een predikant voor de evangelisatie in Brabant zijn nog in een voorbereidend stadium.
Nieuwe afdelingen werden ook dit jaar opgericht en het aantal nam daardoor weer toe.
De conferentie van predikant-leden in de eerste week van januari is langzamerhand een traditie in ons midden geworden. Een negentigtal predikanten woonde de lezingen en besprekingen bij. Het H. B. gelooft, dat van deze bijeenkomsten iets uitgaat en dat ook de onderlinge band hierdoor wordt verstevigd.
Met dankbaarheid vermelden wij, a! valt het eigenlijk buiten het raam van onze werkzaamheden gedurende '60, dat op 20 april 1.1. ds. C. Graafland te Woerden aan de R.U. te Utrecht promoveerde tot dr. theol. op een proefschrift over de zekerheid van het geloof. Het H. B. verheugt er zich over, dat in ons midden gestudeerd wordt en hoopt, dat de Kerk en de gemeenten de vruchten ook van deze studie mogen ontvangen.
Ds. Vermaas heeft gemeend als lid van het Breed-Moderamen van de Generale Synode te moeten bedanken o.a. in verband met de teleurstellende en beschamende beslissing, die het Moderamen nam in zake prof. Smits en diens onschriftuurlijke en onchristelijke stellingen. Voor ons als G. B. is deze zaak nog niet af en het H. B. hoopt, dat onze kerkeraden niet zullen nalaten van hun mening in deze kennis te geven, als hun dit gevraagd zal worden.
Tenslotte moge ik herinneren aan de studiecommissie die reeds enige malen vergaderde en die op initiatief van ir. Smit in het leven is geroepen. Het gaat om de volgende vragen: op welke wijze kan bereikt worden, dat het bewustzijn van het hervormd-gereformeerde volk wordt gewekt of versterkt van de plaats, die het in de Herv. Kerk inneemt, alsmede van de taak en de roeping, die daaruit voor de Kerk als geheel voortvloeit. Ten tweede: hoe kan worden bereikt, dat de Herv. Kerk als geheel meer oog krijgt voor de grote en actuele betekenis van de reformatorische waarden voor de prediking en verdere arbeid der Kerk. Hier gaat het dus om de vragen van de „approach". Ten derde: welke onderwerpen moeten bestudeerd worden met het doel de Herv. Geref. groep, maar daarnaast zeker ook de gehele kerk van dienst te zijn met de resultaten van deze studie.
Ik hoop, dat ik uwe vergadering enigszins een beeld heb kunnen geven van de door uw H. B. gedane werkzaamheden. Ik eindig waarmede ik begonnen ben: God de Heere geve ons te bidden en te werken tot verheerlijking van Zijn Naam.
Bt.
Vragen werden gesteld door ds. A. Vroegindeweij.
De vergadering werd om half een geschorst na het zingen van Ps. 146 : 3.
Des middags om 2 uur werd de vergadering heropend. Er werd gezongen Ps. 81 : 12.
Met overgrote meerderheid werden prof. dr. Severijn, ds. Boer en ds. Tukker herkozen. Allen namen hun herbenoeming aan.
De voorzitter dankte het stembureau voor de bewezen hulp. Eén van deze heren heeft dit werk al 26 jaar gedaan.
Alle leden van het hoofdbestuur, behalve ds. Vermaas, waren in de middagvergadering aanwezig.
Ds. J. van Sliedregt kreeg nu gelegenheid om zijn referaat te houden: De kerkelijke tucht in verband met de betekenis van de functie der belijdenis. Met grote aandacht werd dit referaat beluisterd.
Aan het verzoek om het in druk te laten verschijnen, zal door het hoofdbestuur gaarne worden voldaan.
Aan de bespreking namen deel: de heer Blijleven, ds. Tukker, mevr. Ingenhoes, ds. V. Galen, ds. Boer en de heer Kamerling. De voorzitter sprak zijn hartelijke dank uit aan ds. Van Sliedregt voor het gehouden referaat.
Na Ps. 84 : 6 gezongen te hebben ging ds. Van Sliedregt voor in dankgebed.
Daarna sloot de voorzitter de vergadering met gebed.
De secretaris, J. J. Timmer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's