ONS ISOLEMENT
Het Weekblad der Herv. Gemeente „Hervormd Utrecht" d.d. 26-5-'61, maakt enige opmerkingen naar aanleiding van het door mij gesproken openingswoord op de j.l. jaarvergadering van de G.B De scribent haalt enige zinsneden daaruit aan, die hij vrij duister vindt zodat hij de bedoeling niet weet.
Ook bij herlezing ben ik van mening, dat de bedoeling toch in de door hem aangehaalde woorden duidelijk is omschreven.
Hij heeft het klaarblijkelijk niet begrepen, doch in ruil daarvoor geeft hij een eigen interpretatie, die er vierkant naast is, omdat hij klaarblijkelijk niet goed gelezen heeft, wat er staat.
In ieder geval is hij blij met zijn interpretatie, want meer is het niet. De wens is stellig de vader der gedachten. Hoor een zinsnede als deze: „Men heeft teveel opgesloten gezeten in eigen kring en alleen belangstelling gehad voor de eigen dingen binnen die kring, terwijl het geheel van de kerk buiten de gezichtskring en buiten de belangstelling lag".
Misschien gelooft die schrijver zelf, dat het zo is, maar dan moet zijn belangstelling voor het geheel van de kerk buitengewoon miniem zijn. Anders toch kon hij weten, dat juist van de zijde der Hervormd-Gereformeerden herhaaldelijk gereageerd is op al wat in de kerk aan de orde werd gesteld, wanneer dat niet was naar Schrift en belijdenis. Indien de schrijver daarmede niet op de hoogte is, doet hij goed daarnaar eens nader ter bevoegder instantie te informeren. Dan heeft hij tevens aanleiding naar we vertrouwen om de situatie beter te leren kennen, te ontdekken dat dezerzijds voortdurende belangstelling voor wat in de kerk geschiedt aan de dag wordt gelegd, zijn interpretatie te herzien en zal hij het isolement, waarover wij spreken, mogelijk beter begrijpen.
Indien hij zoveel belangstelling voor de zaak over heeft, zal het bij herlezing van wat ik gezegd heb, wel duidelijk zijn, wat de bedoeling is. Hij lette er daarbij op, dat we aanleiding vonden in het feit, dat we door de (in mijn openingswoord) getekende ontwikkeling van theologie en kerkelijk leven steeds meer in het isolement gedreven worden. Juist de belangstelling voor heel de kerk dreef ons. Immers naarmate de anderen steeds verder van de belijdenis der kerk afwijken, hetgeen ten onrechte en tegen het welzijn der kerk geschiedt — naar die mate komen de leden der Hervormde Kerk, die voor de handhaving van de belijdenis opkomen en voor wat bevorderlijk kan zijn aan haar functionering in het kerkelijk leven, in een isolement.
Nu gaat het om die anderen. Niet om gemene zaak met hen te maken, maar om ze bij de eis van gezond kerkelijk leven te bepalen. Want het gevaar is er, als de anderen zo talrijk gaan worden, dat men zich in dat isolement gaat schikken. Dat is fout. Niet, omdat het zo onbehagelijk is, maar omdat de gehele kerk overeenkomstig haar belijdenis behoort te leven en als zij die inruilt voor een godsdienst naar willekeur, wordt de kerk een vergadering van elk wat wils en wordt de openbaring van het lichaam van Christus tot niet-meer-herkennenstoe verduisterd.
Het isolement van de Hervormd-Gereformeerden wordt daarentegen opgeheven, naarmate de anderen terugkeren tot de belijdenis der kerk en tot een gezond kerkelijk leven.
En nu kunnen de Hervormd-Gereformeerden de anderen niet bekeren, maar zij kunnen met meer ijver de anderen terugroepen tot het geloofsleven der kerk, waarvan zij in haar belijdenis getuigenis geeft. Dat is bovendien volkomen in overeenstemming met het statuut van de G.B.
Wanneer de Hervormd-Gereformeerden strijden moeten om het recht kerkelijk ook naar de belijdenis te leven, wijst dat op een toestand van verwording, welke op allen een beroep tot bezinning en wederkeer doet uitgaan. De kerkelijke wantoestand roept met name allen, die een kerkelijk leven naar de belijdenis niet begeren na te streven. omdat ze van andere geest zijn, tot rekenschap over hun standpunt. Want ons isolement is een isolement om de belijdenis! Het is zo ver gekomen, dat wat de ganse kerk zou passen, in het isolement wordt gedrongen. Het is best mogelijk, dat jongere predikanten zich onbehagelijk gevoelen in dit isolement zoals de schrijver in Hervormd Utrecht beweert. Dan zullen ze zich mogelijk ook onbehagelijk gevoelen onder de belijdenis. Als dat waar is, is er van de zulken voor de sanering van het kerkelijk leven niet veel goeds te wachten. Dan behoren ze in feite bij degenen, die in onwetendheid of vijandschap bezig zijn de kerk van haar fundament te schuiven. Want die de belijdenis der vaderen loslaten, staan ook niet meer zuiver in de erkentenis van het goddelijk gezag van de Heilige Schrift. Dit is het eigenlijke punt. Tengevolge daarvan is ook de gemeenschap met het geloof der vaderen, waarvan art. X spreekt, verbroken en uiteengevallen.
Daarom terug tot de gehoorzaamheid aan de Schrift. Terug tot de wet en de getuigenis!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's