De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TERSTOND PREDIKENDE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TERSTOND PREDIKENDE

10 minuten leestijd

Na de ontmoeting met Ananias ten huize van Judas, waarbij zijn leven door Gods genade een gans andere vulling kreeg dan hij zélf ooit had kunnen bevroeden, is Paulus nog enige tijd te Damascus gebleven. Hoe lang hij daar vertoefd heeft, wordt ons niet precies gezegd. Lukas spreekt in dit verband van „sommige dagen". Dat is een vrij vage aanduiding, waar wij niet veel uit kunnen opmaken. Het schijnt ons echter wel aannemelijk te zijn, dat hij daarmede aangegeven heeft dat dit verblijf te Damascus van niet al te lange duur geweest is. Wij worden in deze mening versterkt, als wij letten op de ontwikkeling der gebeurtenissen te Damascus, zoals ons die in Handelingen 9 vers 19b-25 beschreven wordt.

Belangrijker dan de duur van het verblijf te Damascus na hetgeen in het huis van Judas voorgevallen is, is evenwel de wijze waarop Paulus zijn tijd daar doorgebracht heeft. Op dit punt behoeven wij niet in het onzekere rond te tasten. Er wordt ons verteld, dat Paulus „bij de discipelen, die te Damascus waren", verkeerd heeft. Temidden van de belijders van Christus Jezus heeft hij dus zijn plaats gevonden. Onder hen heeft hij zich thuis gevoeld. Met hen heeft hij contact en gemeenschap gehad. Bij hen heeft hij zich aangesloten. Tot hen wist hij zich te behoren. Daar was een band gelegd, die hem aan hen verbonden had.

Wie zich herinnert, met welke bedoelingen Paulus naar Damascus gekomen was en met welke gezindheid hij jegens de gemeente Gods vervuld was toen hij zich op weg begeven had vanuit Jeruzalem, die ziet hierin de grote betekenis oplichten die het ingrijpen van Christus voor de levensrichting van deze vroegere groot-inquisiteur gehad heeft. Paulus was immers naar Damascus gereisd, met volmacht van de Joodse Raad om een onderzoek in te stellen in de verschillende synagogen naar mannen en vrouwen, die wellicht aanhangers van Christus Jezus konden zijn. Zou hij die vinden, dan zou hij hen binden en hen gevankelijk naar Jeruzalem brengen teneinde daar voor de geestelijke rechtbank geoordeeld te worden. Het radicale karakter van Paulus' bekering wordt ons wel duidelijk, als wij nu vernemen, dat hij juist bij die broeders en zusters te Damascus, tegen wie hij dergelijke gedachten gekoesterd had, gemeenschap des geloofs gezocht heeft. De mensen, die hij gehaat had met een verschrikkelijke haat, heeft hij hef leren krijgen met zijn gehele hart. Met hen achtte hij zich één te zijn. Welk een totale verandering van inzicht spreekt daar niet uit. Het vergroot voor ons alleen maar de verwondering over de geweldige kracht, die er van het werk van Christus, door Zijn Woord en Geest, uitgaat op een weerbarstig en vijandig mensenkind. De gehele structuur van het innerlijk wordt er door omgezet.

De „sommige dagen", die hij te Damascus was, heeft Paulus niet alleen besteed door intensief om te gaan met de Christ-gelovigen, die daar gevonden werden. Daar wordt ons nog meer verhaald van de manier, waarop hij sedert hij gedoopt was, spijze tot zich genomen had en versterkt was, te Damascus gehandeld en gewandeld heeft. Lukas zegt daarvan: „En hij predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon Gods is". Wanneer wij de beste handschriften van het Nieuwe Testament volgen, kunnen wij deze tekst, letterlijk vertaald, beter als volgt lezen: „En terstond predikte hij in de synagoge Jezus, dat deze is de Zoon van God". Dit is een zeer waardevolle mededeling, die dan ook de nodige aandacht verdient te ontvangen.

Wij leren er uit, dat Paulus naar de synagogen gegaan is. Gelijk wij reeds eerder opgemerkt hebben, was het aantal Joden, dat te Damascus woonde, zo groot, dat zij de beschikking hadden over meer dan één synagoge. Toen Paulus zich tot de hogepriester gewend had met het verzoek krachtdadig tegen de gelovigen te Damascus te mogen optreden, had hij ook gevraagd om brieven voor de synagogen, die daar waren.

Wederom valt het ons op, hoe enorm de ommekeer geweest is, die Christus in Paulus tot stand gebracht heeft. Naar diezelfde synagogen, waarheen hij had willen gaan om er degenen, die tot het geloof in Christus Jezus gekomen waren, gevangen te nemen, ging hij nu om er Jezus te verkondigen. Het kan verkeren, als Christus zich met een mens bemoeit. Dat zien wij maar weer.

Verder moet het ons niet ontgaan, dat Paulus begonnen is met te prediken tot de Joden. Zijn eerste preken zijn niet tot de heidenen, maar tot de Joden gericht geweest. Niet op de markt is hij gaan staan, maar in de synagogen heeft hij gelegenheid gezocht om zijn getuigenis kwijt te kunnen. Daar moeten wij niet overheen lezen. Als wij hieromtrent de Handelingen en de Brieven nagaan, dan zal het ons gedurig treffen, dat het als het ware de methode van Paulus is met zijn prediking aan te vangen bij de Joden, en daarna zich tot de heidenen te keren. Met zijn eigen woorden gezegd: „Want ik schaam mij het evangelie van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst de Jood, en ook de Griek". (Rom. 1 vers 16).

Daar mag onder ons wel eens de vinger bij gelegd worden. De prediking onder de heidenen neemt ons vaak zo zeer in beslag, dat wij de Joden vergeten. De vaderen zijn ons daar niet in voorgegaan. Buitengewoon leerzaam in dezen is het te weten, dat, naar wijlen ds. J. Rottenberg eens geschreven heeft, op de Utrechtse Synode van 1670 o.a. aanbevolen werd dat de predikanten, ouderlingen en gelovigen zoveel in hun vermogen was de Joden moesten trachten te overtuigen, opdat zij Jezus Christus als de Messias zouden erkennen die hun vergeving, tijdelijk en eeuwig heil heeft aangebracht; dat men zowel in het openbaar als thuis voor de Joden behoorde te bidden; en dat de ambtsdragers in hun predikatiën de Christenen daartoe openlijk hadden te vermanen.

Merkwaardig is het, dat Lukas ons overlevert, dat Paulus terstond ging prediken. Blijkens het Grieks moet dit alle klemtoon hebben, die er aan gegeven kan worden. Ook door het gebruik van dit woordje springt, om zo te zeggen, het wonder van Paulus' prediking naar voren. Hij maakte er onmiddellijk een begin mee. Ananias had tot hem gesproken, dat hij door Christus gezonden was, opdat hij weder ziende en met de H. Geest vervuld zou worden. Destijds hebben wij aangetoond, dat met de vervulling met de H. Geest gezien wordt op die bijzondere gave des Geestes, waardoor degene, die van Christus is, in staat gesteld wordt om Zijn getuige te zijn en om van Hem te spreken. Thans blijkt het, dat dit woord van Ananias, in naam van Christus gesproken, waarheid is en werkelijkheid wordt: Paulus gaat op staande voet over tot getuigen van Christus. Als hij dat doet, is hij kennelijk vervuld met de H. Geest, van Boven hem geschonken. Hij predikt Jezus.

Wanneer Lukas ons bepaalt bij die predikende Paulus drukt hij zich zodanig uit, dat wij bijkans voor ons zien kunnen hoe dit gebeurd is. Nauwkeurig gezien, maakt hij er ons attent op dat Paulus maar niet voor een ogenblik, maar één keer, gepredikt heeft, doch dat hij voortdurend daarmede bezig was. Onophoudelijk. Zonder te vertragen. De ganse tijd door, die hij in Damascus gesleten heeft. Het was voor Paulus niet een inval, een gril van een moment, maar heilige noodzaak, plicht, opdracht, waar hij steeds mee moest werkzaam zijn. Het was voor hem een bezigheid, die alles van hem vroeg wat hij beschikbaar had. Ook brengt Lukas Paulus' arbeid in de synagogen van Damascus zó onder woorden, dat hij er eigenlijk hem helemaal mee karakteriseert: Paulus trad op als een heraut. Dat is de eigenlijke zin van het „prediken" waarover Lukas het heeft. Als een heraut bracht hij zijn prediking van Jezus. En hoe gaat een heraut te werk? Laten wij ons dat even indenken, en het zal ons helder voor de geest staan hoe Paulus in de synagogen gesproken heeft. Ten eerste: een heraut is een gezondene, een afgezant van zijn koning. Ten tweede: een heraut brengt niet zijn eigen woorden of gedachten, maar hij zegt wat hem bevolen is. Ten derde: een heraut spreekt met gezag, steunend op de autoriteit van zijn meester. Ten vierde: een heraut roept in het openbaar zijn boodschap uit, en niet in het verborgene. Ten vijfde: een heraut vraagt aandacht, omdat hetgeen hij te zeggen heeft voor de hoorders van groot belang is. Ten zesde: een heraut kiest geen banale taal, hij spreekt plechtig. Laten wij dit nu maar overbrengen op Paulus, wanneer hij predikt in de synagogen van Damascus. Dan zien wij hem voor ons als een gezant van Christuswege, komend namens zijn Heere, zeggend wat hem geboden is, sprekend met gezag, openlijk betuigend voor ieders oor, oproepend om te horen en zich niet af te wenden, en welgekozen bewoordingen in de mond nemend.

Ook wat de inhoud van de verkondiging van Paulus aangaat, mogen wij ons verheugen in een enkele aanwijzing die Lukas ons daarvan geeft. Die inhoud is geweest: Jezus is de Zoon van God.

„De Zoon van God" wijst aan, dat het Paulus tot een geloofsstuk geworden is, dat er tussen de Heere Jezus en God de Vader een unieke verhouding bestaat. Ook in de Evangeliën kunnen wij dat vinden. Bij de aankondiging van de geboorte des Heeren heeft de engel Gabriel tot Maria gezegd, dat dat Heilige, dat uit haar geboren zou worden, doordat de H. Geest over haar zou komen en de kracht des Allerhoogsten haar zou overschaduwen, Gods Zoon genaamd zou worden. Bij de doop van Christus heeft de stem des Vaders uit de hemel geklonken, dat Jezus Zijn geliefde Zoon is, in Dewelke Hij Zijn welbehagen heeft. Bij de verzoeking in de woestijn heeft de duivel Hem verzocht, bij herhaling, tot Hem zeggend: „Indien Gij Gods Zoon zijt...". De demonen hebben dóór gehad, met Wie zij van doen hadden, want zij hebben het uitgeroepen toen Hij de bezetenen ontmoette: „Jezus, Gij Zone Gods, wat hebben wij met U te doen? " De onbekeerlijkheid van Chorazin, Bethsaida en Kapenaum gispend, heeft Christus „in diezelve tijd" Zijn Vader gedankt voor Zijn welbehagen over de kleinen en gesproken: „Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, noch iemand kent de Vader dan de Zoon en die het de Zoon wil openbaren". Bij Caesarea Philippi heeft Petrus, omdat de Vader en niet zijn eigen vlees en bloed het hem geopenbaard had, het beleden: „Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods". Bij de verheerlijking op de berg heeft het nogmaals uit de mond des Vaders 'geklonken, evenals bij de doop in de Jordaan: „Deze is Mijn geliefde Zoon, in Dewelke Ik Mijn welbehagen heb, hoort Hem". Toen , de hogepriester Kajaphas Hem onder ede gevraagd had, of Hij de Christus, de Zoon Gods was, heeft de Heere dat naar de mening der meeste exegeten ronduit beaamd met Zijn antwoord: „Gij hebt het gezegd". En zo zouden wij door kunnen gaan, talloos vele uitspraken aanhalend, niet alleen uit de zogenaamde synoptische Evangeliën, maar ook uit het Evangelie van Johannes, waarvan de schrijver zélf zegt dat het geschreven is „opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon Gods; en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn naam".

Wat óók de Evangeliën van de Heere Jezus leren, heeft Paulus gepredikt, terstond, in de synagogen van Damascus, als een getuige van wat hij gehoord en gezien had, toen Christus hem greep: Jezus, Hij is de Zoon van God. De Zoon van God, want ik heb het licht van Zijn hemelse majesteit gezien, en de stem uit Zijn mond gehoord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

TERSTOND PREDIKENDE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's