De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

14 minuten leestijd

„HET WOORD aan het woord, " door ds. J. Keizer. Uitg. J. H. Kok N.V., Kampen.

De schrijver, predikant van de vrijgemaakte Gereformeerde Kerk te Brouwershaven, geeft in dit boek zijn verklaring van 52 Schriftgedeelten, of eigenlijk van een paar minder, daar over enkele teksten tweemaal gehandeld wordt. Hij doet dit ten dienste van hen, die bij het luisteren geholpen willen worden. (Voorwoord).

Hij gebruikt een vlotte, populaire stijl. De uiteenzettingen zijn kort en boeien door een zekere frisheid en oorspronkelijkheid.

Sommige verklaringen vallen op. Zo zegt schrijver, dat we in de gelijkenis van de verloren zoon geen zondaarsgeschiedenis en geen bekeringsgeschiedenis hebben (25). Het gaat daarin om de trekkende liefde des Vaders. In dit verband spreekt hij niet over de Middelaar, Die ons met de Vader verzoent.

De geschiedenis van Kaïn en Abel zet schrijver in het licht van Gods souvereine keuze, waar Abel wel maar Kaïn niet in berustte. Hij schrijft: Kaïn heeft Abel doodgeslagen omdat de Heere in Zijn souverein welbehagen hem Zijn bijzondere gunsten verleende. Maar 1 Johannes 3 : 12 noemt een andere reden. Zo verstaat schrijver ook het geloof van Abel als een dankbaar leven van verleende gunsten (42), maar niet in betrekking tot de beloofde Messias.

In Openbaringen 3 : 20 is volgens de auteur geen sprake van een kloppen van de Heiland op de deur des harten (89). Slechts staat Zijn parousie voor de deur. In de uitlegging van Openbaringen 22 : 17 lezen we: Is dorst gevoelen niet de voorwaarde? Neen, maar ik moet me souverein mijn dorst, mijn ellende laten gezeggen (93). Petrus heeft Jezus niet verloochend, omdat hij bang was voor zijn leven, zegt schrijver, maar om sterker te staan voor Jezus, verloochent Simon Petrus zijn Meester voor de mensen (129).

Uit het leven en sterven van Jezus blijkt: De Rechtvaardige zal uit het geloof leven (134). Dan hebben deze woorden toch wel een andere betekenis dan zij voor Luther hadden, die daarin beluisterde, hoe een zondaar voor God rechtvaardig kon zijn, nl. door het geloof.

Jezus heeft verworven, dat de Zijnen zich Zijn schatten mogen toeëigenen (140). Maar heeft Hij ons ook niet de Heilige Geest verworven, Die ons deze schatten toeeigent?

Dat Petrus langzamer liep dan Johannes, lag aan zijn ouderdom (142). In de verklaringen wordt telkens het Verbond genoemd. Er is sprake van verbondstrouw, verbondswraak, verbondsstaf etc. Zelfs de arme Lazarus en de rijke man uit de gelijkenis waren verbondskinderen. Hiermede is al erkend, dat er tweeërlei kinderen des Verbonds zijn. De schrijver twijfelt hieraan niet, want hij schrijft bij Openbaringen 22 : 11, dat er een antithese binnen de kerk is en hij spreekt dan van schapen en bokken (82). Het is daar een zaak van willen of niet willen. Op pagina 64 handelt schrijver over het navolgen van Jezus en zegt dan: Bij het doopvont, roept Christus hij de naam en zegt: gij zijt Mijn. Zo komt de navolging tot stand. Iets verder: De roeping tot en het hoe, van het navolgen, ontvangen we in het heilig Evangelie, dat ons wordt verkondigd. Wij krijgen hier sterk de indruk, dat de gedoopte bondgenoot nu verder niets nodig heeft. Er is toch ook nodig een „inwendige" roeping, door de Heilige Geest? Roeping en wedergeboorte moeten samengaan; anders komt er van de navolging niets terecht. Maar voor de auteur gingen Doop en Wedergeboorte wellicht reeds samen.

Al hebben we dus enige bedenkingen, toch kunnen we deze uiteenzettingen wel ter lezing aanbevelen, daar zij veel goeds bevatten. We hebben ze tweemaal gelezen en hebben daar geen spijt van.

Een ding willen we u niet onthouden: Simon betekent: platneus; pagina 128.

G. C. S.

M. Mann, „Voor de poorten van Moskou", 276 blz., geb. ƒ9, 90. Uitg. A. W. Sijthoff, Leiden, 1961.

Dit uit het Frans vertaalde boek vertelt van de winter van 1941 in Rusland. De Duitsers trokken aan het Oostelijk front snel op. Smolensk was omsingeld; Moskou werd bedreigd. Duizenden en duizenden Russen worden gemobiliseerd en moesten naar het Westen om de voortgaande opmars van het Duitse leger tegen te houden. In die tijd deed Rusland denken aan een reus, wiens bloed wegstroomt uit een dodelijke wond. Voor de vijand uit trokken miljoenen van mensen, een schier onafgebroken stroom in de richting van het oosten. Het leed is niet te beschrijven. De Russische radio vertelt: 350.000 Russische soldaten zijn gedood, 378.000 worden vermist, 1.200.000 zijn gewond. De verliezen van de Duitsers gedurende de afgelopen vier maanden bedragen meer dan 4.000.000 man

Het boek is geen geschiedenis van veldslagen, van nederlagen en overwinningen, maar tekent mensen, die onder de zware allesvernielende wielen van de oorlogsmachinerie kwamen, alleen gelaten vrouwen, ouderloze hongerende kinderen.

Hoofdpersoon is Menahem, een Poolse vluchteling, voor wie Rusland het tweede vaderland is geworden. Zijn kameraden sneuvelen, zelf wordt hij tolk, maar komt voortdurend in aanraking met het antisemitisme: de Joden zijn de oorzaak van de Duitse aanval. En Menahem zelf is een Jood. Van verraad beschuldigd wordt hij gedegradeerd en naar de mijnen van de Oeral gedeporteerd.

Het is een. aangrijpend boek, waarin wij niet alleen de verschrikkingen van de oorlog voor burger en militair meemaken, maar waarin wij ook een beeld krijgen van de Russische mentaliteit. Ik kan mij goed begrijpen dat dit werk uit het Frans is vertaald; ook om zijn litteraire kwaliteiten verdient het gelezen te worden.

Bt.

Prof. dr. J. Waterink, „En toch: „de christelijke school, "" 74 blz., ƒ1, 90. Uitg. J. H. Kok N.V., Kampen.

Van een kant waarvan het niet zou worden verwacht, komen in deze tijd herhaalde malen aanvallen op de christelijke school. Voor kinderen uit een christelijk gezin zou de openbare school evengoed zijn. Tegen deze opvatting richt schrijver zich in deze brochure, die geschreven is in verband met de jaarvergadering van het Gereformeerde Schoolverband. Dat hier de naam van prof. Van Niftrik nog eens genoemd wordt en Hardegarijp verwondert niemand. Schrijver wijst er op, dat in de laatste dertig jaar onder de invloed van Karl Barth een geheel andere visie omtrent de christelijke opvoeding naar voren is gekomen. In den brede gaat schrijver in op de vragen, die de paedagogiek van Hammelsbeck oproept en op de kwestie van de humaniteit bij prof. Van Niftrik.

De schrijver laat zien, dat het hier niet om kleinigheden gaat. De belijders van Christus zullen moeten begrijpen, dat praktisch alle hoofdpunten uit de belijdenis der eeuwen in het geding zijn. Het gaat om de verhouding van God tot Zijn wereld, om het karakter van zonde en genade, om de betekenis van verbond en roeping, om de plaats van Gods Kerk in de wereld.

De schrijver heeft er goed aan gedaan dit pleidooi voor de christelijke school het licht te doen zien. Ik hoop, dat vele deze brochure zullen bestuderen.

Bt.

P. Herrmann, „Nieuwe ontdekkingen in het Verre Oosten en Zuiden, " 160 blz., ƒ 2, 95. Uitg. W. de Haan, Zeist, 1961.

Dit uit het Duits vertaalde werk vertelt van vele zwerftochten en ontdekkingsreizen uit vroegere en latere tijd. Het begint met de bewogen historie van Fransciscus Xaverius, van zijn tochten naar Goa, Ceylon, de Molukken; zelfs tot Japan drong hij door. In 1552 stierf deze grondlegger van de missie der Jezuïeten in het Oosten. Overeenkomstig de titel lezen wij vooral van de reizen en de ontdekkingen, maar van het eigenlijke zendingswerk weinig.

Een hoofdstuk is gewijd aan de ontsluiting van het hart van Azië door de grote Zweedse onderzoeker Sven Hedin.

Het tweede gedeelte van dit werk vertelt van Australië. Hier lezen we van Roggeveen en Bougainville, van Cook en Phillip. Het is merkwaardig, dat nauwelijks honderd jaar voldoende zijn geweest om van de terra australis, het lang gezochte zuidelijk werelddeel, het ongastvrije, uiterst dun bevolkte en voor kolonisering schijnbaar niet in aanmerking komende Nieuw-Holland het tegenwoordige welvarende Australië te maken.

Het is een interessant boek. De voornaamste expedities in het binnenland van Australië zijn in kaart gebracht. Wij lezen hoe ds. Plancius, predikant te Amsterdam, als officiële kaartenmaker van de Verenigde Oostindische Compagnie tot zijn dood in 1522 het geestelijke middelpunt van alle Nederlandse expedities is geweest. Merkwaardig is, dat de eerste Chinese atlas, die in Europa verscheen door de Nederlandse drukker Willem Janszoon Blaeu gedrukt is.

Afgedacht van enkele getekende kaartjes bevat deze Phoenix-pooket 24 pagina's mooie illustraties.

Bt.

P. Montet, „Egypte en de Bijbel, " 158 blz., geb. ƒ 7, 25 (bij intekening ƒ 6, 50). Uitg. G. F. Callenbach N.V., Nijkerk.

Sinds men de Egyptische teksten heeft kunnen ontcijferen, hebben de geleerden in deze gevonden documenten aanwijzingen gezocht, die licht konden geven over de bijbelse geschiedenis. Eenvoudig is het niet. De naam Israël komt slechts op een enkele tekst voor: de overwinningsstèle van Merenptah en dan nog in een moeilijk te begrijpen verband.

In de serie Bijbel en Archeologie schrijft nu Montet over dit onderwerp. Het eerste gedeelte is gewijd aan de historische feiten en de aardrijkskundige gegevens: koningen en plaatsen. We lezen daar van Abraham in Egypte, van de geschiedenis van Jozef. Het verblijf van de aartsvaders is moeilijk te dateren. Schrijver meent, dat de geschiedenis van Jozef zich heeft afgespeeld onder de laatste Hyksos-koningen en de eerste koningen van de 18de dynastie. Ramses II zou dan de Farao van de verdrukking zijn geweest en de datum van de uittocht zou zijn 1228. Daarbij sluit schrijver zich aan bij de mening van het overgrote deel der geleerden. Toch worden daarmee niet alle moeilijkheden opgelost.

Schrijver gaat in op de betrekkingen tussen Egypte en Israël ten tijde van Salomo. Hij vertelt van Sjesjonk I (de bijbelse Sisak) en van de latere tijd, wanneer de profeten meer dan eens over Egypte spreken.

Een apart hoofdstuk gaat over de aardrijkskunde van Egypte volgens' de Bijbel, waarin talrijke ons zo vertrouwde namen als Ramses, Zoan en Pithom de revue passeren.

In het tweede gedeelte vertelt schrijver van de beschaving, o.a. over Farao en het landsbestuur. Het bijbelse verhaal van Jozefs verhoging klopt met een Egyptische tekst en afbeelding, die in het Louvre bewaard wordt.

In het laatste gedeelte komt o.a. aan de orde de vraag naar de verhouding van het boek der Spreuken en de spreuken van Amonemope. Er is tussen deze twee inderdaad een merkwaardige verwantschap. In de spreuken van Amonemope komt voor: Beter is de armoede in de hand van God dan rijkdom in een pakhuis; beter is brood met een gelukkig hart dan rijkdom met smart. Deze spreuk herinnert aan Spreuken 17 : 1. De schrijver meent, dat de directe bron van de Spreuken in de Egyptische wijsheid moet worden gevonden.

Het is een keurig boek, met vele platen en tekeningen verlucht; het geeft op populaire wijze een beeld van de wetenschappelijke arbeid rondom Israël en Egypte, waarbij van de lezer wel enige inspanning wordt gevraagd. Met dankbaarheid constateerde ik, dat de schrijver vasthoudt aan de historiciteit van de tocht van de Israëlieten naar Egypte, van de uittocht enz. Soms ga ik wel eens een andere koers; ik geloof b.v. niet, dat in de bijbelse geschiedenis Mozes eenzelfde rol speelt als aan de tovenaars van Egypte in de Egyptische geschiedenis wordt toebedeeld.

Maar een belangrijke serie is het, waarmee de uitgever eer inlegt.

Bt.

N. Baas, „Die ons het eerst heeft liefgehad, " 142 blz., geb. ƒ4, 90. Uitg. J. N. Voorhoeve, Den Haag.

Met genoegen kondigen wij deze bundel meditaties van de bekende evangelist aan. Deze overdenkingen zijn levendig geschreven, recht op de man af. Dat blijkt reeds uit de opschriften, waarvan ik er een paar noem: een verschoppeling uitverkoren; geknede christenen en galanterie-christenen; na herexamen geslaagd (over Johannes Markus). In het hoofdstuk over troost voor predikanten en evangelisten, over Psalm 126, las ik o.a.: „ik vraag me weleens met bezorgdheid af of de allereerste voorwaarde, de begeerte om zielen te brengen aan de voeten van Jezus vel genoegzaam bij ons gevonden wordt. Spurgon heeft gezegd: wie weent om zielen, zal zielen winnen." Zo zou ik nog veel goeds kunnen aanhalen b.v. uit het hoofdstuk genade voor nozems, in verband met de gelijkenis van de verloren zoon. Als hij spreekt over het feest van de thuiskomst van de verloren zoon vraagt hij als terloops: Mogen wij christenen,  dansen vraagt men. Vergun mij een wedervraag: danst u als de verloren zoon thuiskomt, of danst u op plaatsen en op een wijze, waarbij zonen verloren gaan? 

Gaarne aanbevolen.

Bt.

D. Howarth, „Het epos van D-day, " 230 blz., ƒ1, 25. Uitg. Het Spectrum N.V., Utrecht, 1961.

Op de 6e juni 1944, toen de geallieerde troepen voet aan wal zetten aan de kust van Normandië, kwam de tweede wereldoorlog in een nieuw stadium; de invasie betekende het begin van het eind.

Hiervan te lezen verveelt niet, ook al heeft men meer dan eens van deze grootse onderneming, jarenlang voorbereid en niet minder lang verwacht, gelezen.

In deze pocket-uitgave geeft Howarth, die in. 1939 één van de eerste radio-oorlogscorrespondenten was, die naar Frankrijk werden gezonden een uitvoerig relaas van de gebeurtenissen, die de eerste dag plaatsgrepen. Zoals in zijn andere publicaties proeven wij in dit werk de reporter; hij geeft geen cijfers en beschouwingen, maar laat ooggetuigen vertellen van wat zij meemaakten en hoe zij de dingen doorleefden. Van het ene oorlogsterrein voert hij ons naar het andere. Na een hoofdstuk over wat er in Groot-Brittannië in die spannende dagen, die aan de invasie vooraf gingen te doen was, lezen wij van de Britse en de Amerikaanse luchtlandingen en daarna van de gebeurtenissen op de invasiestranden.

De Atlantik-wall werd doorbroken, maar ten koste van benauwend zware offers. Die dag hield koning George VI over de radio een rede, die hij met deze woorden besloot: als van alle bedehuizen, van woningen en fabrieken, van mannen en vrouwen van alle leeftijden, landaarden en beroepen, onze smeekbeden opstijgen, moge God dan geven, dat nu en in de nabije toekomst de woorden van een eeuwenoude Psalm worden vervuld: de Heere zal Zijn volk sterken, de Heere zal Zijn volk de zegen des vredes schenken.

Mijn enige kritiek is, dat een enkele keer de schrijver te ver gaat in het opnemen van woorden, die wij liever niet gebruikt zien.

Het is goed, dat dit boek in een goedkope uitgave verschenen is.

Bt.

Prof. dr. A. Querido, „Godshuizen en Gasthuizen,  218 blz., prijs ing. ƒ 2, 50. Uitg. N.V. Em. Querido's Uitgeversmij, Amsterdam.

In deze geïllustreerde salamander geeft schrijver een uitvoerig overzicht van de geschiedenis van het huidige ziekenhuiswezen. Daarbij spreekt hij over de functie door het ziekenhuis in de loop der tijden in de gemeenschap vervuld, over de vormen, die het ziekenhuis achtereenvolgens heeft aangenomen, over de financiële middelen, en tenslotte over de mensen, die er werkten en die er in verpleegd werden. Hoewel schrijver er van overtuigd is, dat het moeilijk is uit te maken welke kant de toekomstige ontwikkeling zal uitgaan ten aanzien van ziekenhuis en ziekenverpleging, toch zoekt hij enige lijnen naar de toekomst te trekken. De betekenis van het ziekenhuis zal nog sterker dan thans reeds het geval is gelegen zijn in het feit, dat daar de voorzieningen zijn te vinden, die te kostbaar of te gecompliceerd zijn voor de individueel uitgeoefende praktijk. Het voorhanden zijn van deze voorzieningen, hun aantal en capaciteit, de aanwezigheid van de deskundigen, die deze voorzieningen hanteren en tevens de coördinatie die door een concentratie mogelijk wordt gemaakt, zullen de kenmerken van het ziekenhuis vormen.

Het is een zeer interessant geschrift. Wij lezen van het ontstaan van het huidige ziekenhuiswezen uit de gods- en gasthuizen. Vóór de liervorming waren er drie gasthuizen in Amsterdam, waaronder het St. Pietersgasthuis, dat in 1399 voor het eerst genoemd wordt; bovendien een leprozenhuis en het Pesthuis. Diep wordt de lezer getroffen door de vlucht van de medische wetenschap in deze eeuw, die grote consequenties meebracht voor de gehele medische verzorging. Welk een verschil tussen de oude godshuizen en de ziekenhuizen met hun grote laboratoria en hun kostbaar instrumentarium. We lezen ook van hygiënische toestanden in het verleden, die onze hoofdzusters de haren ten berge zouden doen rijzen. Geen wonder, dat in die oude ziekenhuizen de sterfte 1 op 4 was, maar men troostte zich, dat er toch meer mensen genezen terugkeerden, dan dat er stierven!

Met vele illustraties is dit werk versierd: van zeer oude prenten tot luchtfoto's van moderne ziekenhuizen en foto's van de allernieuwste bestralingsapparatuur.

Schrijver is op zijn best, waar hij op eigen terrein blijft. Op het gebied van de religie is hij echt niet best thuis. Als hij over de christelijke leer schrijft, dat het genezen van het lichamelijke lijden van geen belang was, dan kan schrijver dit niet verdedigen. Of als hij over de melaatsheid zegt, dat dit in de Bijbel geen ziekte is als een „gewone" ziekte. Een „gewone" ziekte — de bezoekingen van Job b.v. — is een beproeving: zara'ath (melaatsheid) daarentegen is een straf voor de overtreding van goddelijke wetten, aldus schrijver. Het Oude Testament zegt dit beslist anders. Ik herinner slechts aan Exodus 15 : 22, Deuteronomium 28 : 15 v.v. Trouwens in het algemeen wordt.gedacht aan de melaatsheid als de ziekte waaraan Job leed.

Wie dit boek begint te lezen, leest het van begin tot eind uit.

Bt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's