De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

Een dwingende Jezus

5 minuten leestijd

En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan. Markus 6 vers 45 a.

De hoofdgedachte van hetgeen God de Heere ons in Markus 6 : 45a geopenbaard heeft, is op het eerste gezicht wel duidelijk: Hij heeft de Evangelist er toe geroepen ons te bepalen bij een dwingende Jezus. Het staat er immers onomwonden, dat de Heere Zijn discipelen er met dwang toe heeft moeten bewegen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, naar Bethsaïda.

Waar gedwongen moet worden, daar is geen sprake van gewilligheid. Integendeel. Als er dwang aan te pas moet komen, dan getuigt dat juist van weerstand en vei-zet, van onwil en van tegenstreven. Anders zou die dwang niet nodig geweest zijn.

Houden wij dit in het oog, dan kunnen wij al enigszins vermoeden, hoe het met de discipelen van Christus gesteld was op het ogen'blik, waarop geschied is wat de tekst van onze meditatie ons vermeldt.

Wanneer de Heere hen dwingen moet het schip in te gaan en de zee op te varen, dan wil dat niets anders zeggen dan dat zij daar uit zichzelf niets voor gevoelden, dat zij zich daar tegen verzet hebben en dat zij in het geheel niet bereid waren Hem aanstonds te gehoorzamen. Ook discipelen des Heeren zijn mensen, die niet immer geneigd zijn te doen, wat hun Meester van hen vraagt, en te gaan op de weg, die Hij hun voorschrijft.

Zien wij wellicht in deze leerlingen des Heeren onszelf getekend? De Kerk van Christus bestaat niet uit volmaakten; en wie tot de gemeenschap des Heeren geroepen is, is niet altijd even gewillig in het gehoor geven aan wat Christus door Zijn Woord en Geest van hen eist. Hoe vaak staan wij Hem niet tegen, ook als wij in het leven des geloofs mogen staan, wanneer Zijn wil ons niet zint. Het ontbreekt ons, evenals die discipelen, zo menigmaal aan de totale overgave van ons hart aan Hem, en aan het gans en al bukken onder zijn gezag. Onderwerping aan de wil van Christus is een van die dingen in dit leven, waar wij het zo bijster moeilijk mee kunnen hebben. Weet gij daar ook van?

Uit het verband blijkt wel, waarom de discipelen zo onwillig waren, toen Christus hun beval in het schip te gaan. De reden daarvan was, dat zij graag bij de schare ge'bleven waren, die met hen deelgenoot geworden was van het wonder van de vijf broden en de twee vissen. Met die vijf broden en die twee vissen had de Heere hen allen, vijfduizend man in getal, verzadigd. En na deze wonderbare spijziging waren er niet alleen nog twaalf volle korven brood, maar was er ook nog van de vissen het een en ander overgeschoten. Begrijpelijk, dat dit een geweldige indruk gemaakt had op het volk. Men was enthousiast geworden. Men was in een opgewonden stemming geraakt. Men was er zo door bezield geworden, dat men Christus, gelijk wij uit het Evangelie naar Johannes horen, zelfs koning wilde maken.

Laten wij dat die schare niet verwijten. Wij zijn niet anders. Als het om brood (en spelen) gaat, en wij zegen in het stoffelijke mogen ervaren, uit de hand van Christus, dan ligt het ons óók wel Hem als onze koning te erkennen. Godsdienst en dagelijks brood zijn dikwijls nauwer aan elkaar verbonden dan wij zouden denken. En een Christus, die ons geeft wat wij menen allereerst van node te hebben, is een Christus, waarvoor wij nog wel geestdriftig kunnen worden. Is het, van de mens uit gezien, zo onverklaarbaar, dat zelfs discipelen des Heeren met de schare mee willen doen en niet het schip in willen, zoals Jezus hun gebiedt? Wie zichzelf bij het licht van Woord en Geest heeft leren kennen in de strevingen van zijn eigen hart, die zal hen daar niet op aanzien, maar de hand in eigen boezem steken. Wat bij de schare en bij de discipelen leefde, dat leeft ook bij hem!

Wat een genade van Christus is het dan, dat Hij de Zijnen gedwongen heeft in het schip te gaan. Gedwongen worden gaat tegen eigen vlees en bloed in, en is hard voor het eigen ik. Maar als ge goed toeziet, zult ge verstaan, dat het een dwang uit liefde was, waarmede Jezus Zijn discipelen naar het schip gedrongen heeft. Op deze wijze heeft Hij hen afgescheiden van het volk met zijn verkeerd enthousiasme, heeft Hij hen bewaard voor daden, die voor God niet recht waren, heeft Hij hen behoed voor een geloof, dat niet het oprecht geloof geweest zou zijn, heeft Hij gelegenheid geschapen voor de ware kennis van zichzelf, toen Hij enige tijd later tot hen kwam, gaande over het meer, terwijl zij in hoge nood verkeerden, en toen Hij door Zijn machtswoord de wind tot liggen bracht.

Beseft ge nu, dat een dwingende Jezus een grote weldaad is voor de Kerk des Heeren? Zijn dwang is al de Zijnen tot nut. Ook heden ten dage nog. Als Hij ons leidt op wegen, waarop wij liever niet wandelen zouden, en waarop wij Hem niet volgen willen, dan moge ons dat niet welgevallig zijn, doch dan moet ons dat later wel doen zeggen: Heb dank, Heere Jezus, dat Gij ons gedwongen hebt. Gij hebt er mij geestelijk door willen leren. Willen leren, wie Gij waarlijk zijt — voor mij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's