De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

ZONDER GELOOF...

5 minuten leestijd

Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en een beloner is dergenen die Hem zoeken. Hebreeën 11 : 6.

De duivel heeft ons geleerd een „vroom" excuus te maken voor ons ongeloof.

Als iemand steelt, dan zegt zijn geweten nog wel dat het kwaad is.

Als iemand liegt, dan is er van binnen nog wel een waarschuwende stem.

Maar bij het grootste kwaad, de grootste zonde die een mens kan doen, nl. ongelovig te zijn, dan zwijgt alles.

Vele kerkelijke mensen stellen dat „vrorne" excuus met een beroep op de waarheid, op de bijbel. Er staat namelijk in de bijbel, dat het geloof een gave van God is, die het door Zijn Heilige Geest in het hart werkt.

Dit is inderdaad de waarheid waaruit Gods kinderen leven en die zij belijden met heel hun hart.

„Het is door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen". Toch leert niemand deze waarheid kennen, als hij niet eerst een andere waarheid heeft gezien.

Het geloof is een gave van God.

Maar het ongeloof is een boze zaak van onze kant. Ons ongeloof is niet een vergissing.

Niet iets dat per ongeluk gebeurt. Niet een begrijpelijke en vergeeflijke fout.

Een ongeloof is erger dan echtbreuk en moord.

Ons ongeloof is een vurige pijl, die wij afvuren op het hart des Heeren.

Opzettelijke belediging en krenking van de hoogheid Gods. Als deze waarheid in ons hart inbrandt, dan is het afgelopen met al die godonterende dooddoeners, die de Satan zo listiglijk, juist onder het kerkvolk gezaaid heeft.

Wie aan de schrikkelijkheid van zijn ongeloof ontdekt wordt, durft niet meer te zeggen „een mens kan er toch maar niets aan doen" en „het moet je maar gegeven worden". 

Wie aan zichzelf ontdekt wordt, leert behalve alle dagelijkse zonden, ook de oerzonde en de hoofdzonde van zijn leven zien: zijn ongeloof. 

Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Zonder geloof staat een mens voor eigen rekening in de duisternis en e d buiten Gods Koninkrijk. Maar in dit tekstwoord wordt ook de uitweg gewezen. Wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en een beloner is dergenen die Hem zoeken.

Nooit zult u de tere gemeenschap met God en de verborgen omgang met Hem leren kennen, als God een nietszeggende naam en een ijdele klank voor u blijft.

Het geloof dient er te zijn, dat God is, dat God bestaat, de God van de Bijbel, de Schepper en Onderhouder aller dingen en de Verlosser in Jezus Christus.

En dat niet alleen.

Maar ook het vertrouwen: als ik Hem aanroep in de nood, vind ik Zijn gunst oneindig groot. Gij moogt Hem vertrouwend aanroepen om genade. Ons tekstwoord wijst daar een heerlijke weg.

Als u niet gelooft en vertrouwt, dan gaat u een eigen weg, die straks doodloopt in het eeuwig verderf.

Gij moet God vertrouwen met heel uw hart.

Gij moet God vertrouwen op Zijn Woord.

Als de Heere in dat Woord met diepe ernst u zegt, dat u een verloren zondaar bent, melaats van het hoofd tot de voeten, dan moet u dat niet eigenzinnig tegenspreken.

Maar diep bukken in het stof. En erkennen dat u Zijn gramschap eeuwig waardig bent.

En als de Heere in dat Woord u zegt, dat Hij al die zwarte zonden op Zijn eigen lieve Zoon heeft geladen en ze om Zijnentwil van u wegdoet, zover het westen verwijderd is van 't oosten, dan moet u dit in dankbaarheid leren aanvaarden.

Dan zijt gij een kind van God en zult het eeuwig blijven. Want de Heere is beloner voor wie Hem ernstig zoeken.

Een beloner.

Niet om uw zoeken, niet om uw verdienste, niet om uw waardigheid, niet om uw ernst.

Maar uit genade.

Geestelijk leven is er zo weinig, omdat er niet geluisterd wordt naar de weg, die het Woord ons wijst.

Nooit komt men aan het Schriftuurlijk bevindelijk leven toe, als men het door God gewezen pad begraaft onder nietszeggende klanken, die ons geweten in slaap sussen.

Behoor tot het volk, dat weet van smeken en roepen en dat zeggen mag: ja, beloner dergenen, die Hem zoeken, dat is Gods Naam, want dat heb ik persoonlijk ondervonden.

In feite is er maar één plaats, waar het geloof de Heere zoekt en vindt. Dat is het kruis van Golgotha. Daar kunnen wij naakt en uitgeschud aankomen, met een benauwde ziel.

Daar kunnen wij roepen uit de afgrondelijke diepte der ellende, zoals de Heilige Geest die ons geleerd heeft.

Daar kunnen wij komen als mensen, die een verschrikkelijke ontdekking gedaan hebben in ons leven. Die zich — en dat doorhuivert je, als je het werkelijk beleeft — die zich dood weten in de zonden en in de misdaden. Daar kunnen wij komen als verlorenen, die zoeken wat tot onze vrede dient.

Daar ook leert de Heilige Geest ons verstaan en geloven.

God heeft voor ieder zoekend zondaarshart, ook dat daar nu nog worstelt in kommer en vrees, het allerhoogste, het allerbeste, het allerheerlijkste gegeven: Zijn eigen Zoon.

Zoeker: Zo Hef heeft God u gehad! Zoveel wilde de Heere doen om u te redden.

Had u ooit kunnen denken, dat de Heere zoveel prijs stelt op uw behoud? Laat uw antwoord op die liefde zijn:

Dit zal ik doen, ik zoek de zegen alleen bij U, o Bron van troost en licht.

(Harderwijk)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's