DE KERK EN DE PINKSTERGROEPEN (3)
We mogen alle Pinkstergroepen niet over één kam scheren. Ik heb zo het een en ander gelezen en moet dr. Boerwinkel toegeven, dat er sectariërs zijn, die heel wat minder afwijken van de algemene leer der kerk, dan bepaalde on-rechtzinnige leden der kerk, die door historische of andere motieven aan de kerk blijven vasthouden.
Een goed boekje om de opvattingen van de Pinkstergroepen in gematigde vorm te leren kermen is dat van R. A. Torrey: „Persoon en werk van de Heilige Geest." Of dat van Donald Gee: „Over de geestelijke gaven."
Bij deze mensen is er ook opmerkelijk veel zelfkritiek en neiging tot waardering van het „stillere" werk des Geestes in het leven der kerk.
Sedert ongeveer een jaar hebben er in Baarn maandelijks conferenties plaats van predikanten (Hervormde en Gereformeerde) en sommige Pinksterbroeders. Van verschillende van deze samenkomsten las ik uitvoerige verslagen.
Ook in deze ontmoetingen was een sympathieke neiging tot zelfkritiek en tot de erkenning van verschillende werkingen des Geestes. Door iemand werd een beeld gebruikt, dat afkomstig is van de Zuid-Afrikaanse predikant Andrew Murray. Men heeft in Afrika grote waterreservoirs aangelegd, die direct vollopen, als de stortregens komen en dan stroomt het water over; en men heeft ook waterreservoirs gebouwd boven wellen, die heel rustig het water uit de grond laten opborrelen en zo heel geleidelijk aan die reservoirs vullen.
Men wil dat „vol zijn" wel vasthouden als een aparte ervaring, ook al is de weg daarheen een geleidelijke geweest.
Trouwens dat woordje „vol" speelt wel een grote rol bij de Pinkstergroepen. Er is een heiligingstendens in de richting van het perfectionisme, de volmaking (al wordt ook door vele Pinkstermensen aan de mogelijkheid hiervan in dit aardse leven ernstig getwijfeld). Men ziet sterk uit naar de voleinding. Men begeert te leven vol des Heiligen Geestes.
Tot voor kort bestond er een maandblad: „Volle Evangeliekoerier". En in „Kracht van omhoog" las ik dat Donald Gee naar Nederland zou komen en zijn samenkomsten zouden gearrangeerd worden door de „Volle Evangelie Zakenlieden Vereniging". Steeds is er de klacht over de lage waterstand in de brede bedding van ons kerkelijk leven en het verlangen, dat de rivier Gods, die vol water is, zich zal uitstorten in deze bedding, opdat zij tot aan de boorden vol zal worden.
In deze besprekingen trof ik aan een zekere gereserveerdheid tegen sensationele en spectaculaire verschijnselen.
Sommigen erkennen, dat er allerlei subjectieve verschijnselen kunnen zijn als visioenen, tongentaai enz., terwijl de oude mens rustig verder leeft, op z'n best onder een nieuw masker en met de mogelijkheid, dat men terugkeert tot een werelds leven, zodat er van wedergeboorte blijkbaar nooit sprake is geweest. Men heeft bij deze mensen dus wel oog voor de gevaren van psychische overspanning, voor het misbruiken van allerlei suggestieve middelen en het lukraak spreken over opwekking zonder dat men weet van dood-zijn.
Een moeilijk punt voor de Pinkstergroepen is gelegen in het feit, dat ook in het zeer gematigd gestelde herderlijk schrijven van de Generale Synode, deze toch zich weer positief uitspreekt voor de kinderdoop. Het verzet tegen de kinderdoop is overigens typerend voor de geestesgesteldheid van de Pinksterbeweging. De als volwassene met bewustzijn ontvangen en niet al de bijbehorende emoties gepaard gaande bediening van de Heilige Doop door onderdompeling betekent meer dan de in de kinderdoop voor het ganse leven gegeven en bezegelde belofte van het Verbond der Genade.
Nu moeten we erkennen dat èn de praktijk van de kinderdoop in een kerk, die volkskerk wil zijn èn de gebrekkige onderrichting in de leer van de kinderdoop, gevolgd door een schaars gevonden leven uit de rijkdom en vastheid van de beloften van het genadeverbond, de voorstanders van de volwassendoop gemak'lijk allerlei wapenen in handen geven. Ook hier komt weer de verwantschap uit tussen de Pinkstergroepen en de Wederdopers uit de Hervormingstijd, die aanvankelijk vurig van geest predikten en het martelaarschap niet schuwden en die toch op allerlei soms zeer bedenkelijke zijsporen terecht kwamen.
Wel is er in de, laat ik zeggen, Baarnse sfeer een heel andere geest, dan die ons tegemoet komt uit de kringen van Karel Hoekendijk. Daar is een veel feller verzet tegen de kerk, de dogmatiek, de belijdenis, de wetenschappelijke exegese en in het algemeen tegen wat men noemt „de voogdij der theologie". Je hebt eenvoudig maar te lezen wat er staat!
Daarbij liggen volgens Hoekendijk alle Geestesgaven voor iedere gelovige te wachten. Kom ze maar halen, zegt Hoekendijk tegen zijn mensen. Wees maar brutaal!
Die geestesgaven worden op blz. 26 van het herderlijk schrijven opgesomd. Het zijn er 3 x 3. Volgens Hoekendijk zijn al deze 9 gaven (de gaven der tongen, van de vertolking der tongen en der profetie; de gaven van kennis, van wijsheid en van het onderscheiden der geesten; de gaven van geloof, gezondmaking en wonderwerken) voor iedere gelovige beschikbaar.
De keurige opsomming van 3x3 gaven doet denken aan de schema's die bij sommige Middeleeuwse mystieken (b.v. Petrus Lambardus) te vinden zijn met betrekking tot allerlei phasen van het proces der heiligmaking.
Voor het verstand heeft men daarbij weinig waardering. Het is goed, dat men aan het verstand zijn „bescheiden" plaats toekent. Maar God heeft het verstand niet gegeven, opdat wij het niet in Zijn dienst zouden stellen. Wat komen we in een geheel andere sfeer wanneer we ons verdiepen in hetgeen een man als Calvijn geleerd heeft, die niet minder maar veel dieper geestelijk was, dan de Wederdopers konden bevatten. Toch ontkomen ook de meest emotionele Pinksterbroeders niet aan een zekere verstandelijke schematisering, zoals in de wijsbegeerte ook anti-rationalistische theoriën toch ook weer tot allerlei verstandelijke analyse's leiden (zij het in verfijnde vorm) en zoals in bepaalde zeer onderwerpelijke kringen men vaak komt tot allerlei spitsvondige onderscheidingen. Wat men de voordeur uitjaagt, komt vaak door de achterdeur weer binnen. Het is wel nodig, nauwlettend acht te geven op de wijze, waarop de Schrift Zelf het geloofsleven tekent.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's