De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE SYNODE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE SYNODE

5 minuten leestijd

Wanneer we ditmaal weer een greep doen uit wat ter zomersynode behandeld is, dan willen we de aandacht vestigen op 'n rapport, toegelicht door dr. Schamherdt, over „Vormingswerk bedrijfsjeugd". In 1947 werd opgericht „de Nationale Stichting voor Mater Amatilisscholen en andere instellingen voor partieel vormend onderwijs voor meisjes". Deze stichting is rooms-katholiek. Voor jongens werd van rooms-katholieke zijde opgericht de zgn. „Levensscholen voor jonge arbeiders".

In 1948 werd in Rotterdam een begin gemaakt met het vormingswerk voor werkende meisjes uit niet-katholieke kring. Dit werk werd ook uitgebreid tot jongens. Uit het Rotterdams initiatief is de landelijke organisatie gegroeid genaamd „Nationaal Centrum Vorming Bedrijfsjeugd. (N.C.V.B.).

De kerk heeft met dit werk meestal indirecte bemoeienis gehad, omdat er ruimte geboden werd „tot levensbeschouwelijke inbreng." De kerkelijke medewerking kon tot zijn recht komen, aldtis het rapport, in de plaatselijke algemene instituten.

Voor de opleiding van vormingsleiders werken samen de Sociale Academie te Amsterdam en de Academie „de Horst."

De Commissie Vorming Bedrijfsjeugd ingesteld indertijd op voorstel van de Ned. Herv. Raad voor de zaken van Kerk en samenleving en de Raad voor het Jeugdwerk is voorstandster van de algemene stichtingen.

Het Christelijk Nationaal Vakverbond werkt ook mede in het verbond van het Nationaal Centrum.

Het vormingswerk bedrijfsjeugd wordt gezien in de nota als begeleiding op de weg naar volwassenheid, in het bijzonder gericht op jeugdigen, die op een vroege leeftijd intreden in het arbeidsproces.

Bij de discussie is er op gewezen hoe noodzakelijk het is dat bij dit vormingswerk de betekenis van het Evangelie wordt onderstreept. Wat hebben onze jonge mensen dit bijzonder van node juist op weg naar de volwassenheid. Ik vind daarom het woord begeleiding in dit verband te slap. Hier moet meer het gezag van het Woord tot uitdrukking komen en het feit, dat we ons door dit Woord moeten laten leiden.

Daarom zullen we als kerk er naar moeten staan om op de een of andere wijze juist deze „inbreng" te geven of te laten geven bij de algemene instituten voor vormingswerk. Maar ik dacht dat we ook voorstanders moeten zijn van stevige protestants-christelijke vormingsarbeid onder de bedrijfsjeugd.

Wat kan van een dergelijke vorming een zegen uitgaan voor de duizenden, die reeds vroeg het bedrijfsleven ingaan.

Het is noodzakelijk dat ook wij oog hebben voor de velerlei arbeid, die op onderscheiden terrein moet worden verricht, rechtstreeks door de kerk, of, gesteund door de kerk, door verenigingen, bonden, instituten enz.

We leven in een tijd van snelle ontwikkeling en industrialisatie. Het verschil tussen stad en platteland wordt steeds kleiner. We hebben communicatiemiddelen, waarover onze vaderen zich geen voorstelling kunnen vormen. In deze wereld groeien ook onze jonge mensen op. Gaan duizenden de „fabriekspoort" binnen. Werken de jongeren en ouderen.

Hier liggen taken, die niet verwaarloosd mogen worden.

Er is evangelisatiewerk te over, er is maatschappelijk werk in overvloed, het diaconaal werk ontplooit zich in allerlei nieuwe vormen, het jeugdwerk vraagt om geschoolde krachten.

Daarom hebben we nodig: evangelisten, maatschappelijke werk(st)ers, jeugdleiders enz. En dan vooral: deze mensen moeten een goede geestelijke „bagage" meekrijgen, ze moeten principieel gevormd zijn. Ik zou het zo willen zeggen: Ze moeten als 't ware ondergedompeld worden in het Woord Gods en in de gereformeerde belijdenis onzer kerk. Hier moeten ze leren zoeken en vinden de bron van hun kracht en wijsheid.

Onder de opleidingsinstituten voor dergelijke leiders is ook „de Horst", te Driebergen. De laatste tijd hebt u deze naam nogal eens gelezen denk ik, in verband met de benoeming van ds. T. Poot van Middelharnis tot stafdocent aan de academie „De Horst".

Ds. T. Poot heeft deze benoeming aanvaard. Dezer dagen preekt hij zijn afscheid te Middelharnis en over enige tijd wordt hij bevestigd te Driebergen om dan aan De Horst met zijn belangrijke en zeker niet gemakkelijke arbeid te beginnen.

Het geeft ons voldoening dat ds. Poot werd benoemd en dat hij deze benoeming aannam. Wanneer we dit zo schrijven kan het ieder duidelijk zijn dat dit helemaal niet betekent dat we nu alles maar met instemming begroeten wat op „Kerk en Wereld" wordt gedacht, gezegd en gedaan. Daar is geen sprake van. Zo ziet ds. Poot het ook niet. Ds. Poot mag dan echter aan De Horst bij de opleiding zijn werk verrichten zoals hij meent dat te moeten doen naar het Woord Gods en de belijdenis onzer kerk. Het is van groot belang dat een man als ds. Poot, die de gereformeerde belijdenis van harte is toegedaan, o.a. belast is met het pastoraat over allen, die in het internaat van De Horst zich bevinden.

Want juist deze mensen, die straks een belangrijke functie gaan bekleden in het kerkelijk of maatschappelijk leven moeten bij alles wat ze weten moeten toch wel in de eerste plaats een goede geestelijke vorming ontvangen. En daaraan nu mag vooral ds. Poot meewerken.

We meenden dat hij deze hem en ons geboden gelegenheid niet mochten laten voorbijgaan. Is er nu iemand onder ons, die geschikt is om voor maatschappelijk werk(st)er, jeugdleid(st)er enz. te worden opgeleid, dan is het juist zo'n steun, als zo iemand naar De Horst gaat, te weten dat daar ook ds. Poot is, met wie we ons geestelijk nauw verbonden weten.

We ontveinzen ons niet, dat ds. Poot geen gemakkelijke positie zal hebben. Maar daarom heeft hij temeer nodig dat wij hem steunen en dragen door ons gebed en medeleven.

God de Heere sterke hem voor de taak, die hem wacht.

Als we leven mogen naar de Schrift en het gereformeerd belijden, dan behoeven we nergens met een mond vol tanden te staan. Maar dan mogen we leven uit de rijkdommen, die God ons geeft en wandelen en werken in het licht van Zijn getuigenis, ook bij de velerlei vragen van deze tijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE SYNODE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's